MENNO HURENKAMP

Illegalen

Boston, USA. Spaanstalige nieuwszenders in steden als New York en Los Angeles trekken meer kijkers dan de Engelstalige zenders. Niet alleen de net aangekomen immigranten die nog geen Engels spreken, maar ook de ‘Hispanics’ die vroeger wel naar Engelstalige zenders keken, halen hun nieuws tegenwoordig van ‘WXTV’ of ‘KMEX’ en niet meer van ABC of CNN. Het gaat al die miljoenen kijkers niet alleen om de taal. Het gaat ze ook om de inhoud van het nieuws dat gebracht wordt. Zoals over illegale immigratie.
De aanwezigheid van twaalf miljoen immigranten zonder papieren – waarvan ongeveer de helft uit Mexico – zorgt in Amerika voor minstens zulke verhitte discussies als de integratie van moslims in Nederland. Het debat dat in Nederland draait om geloof, tolerantie, hoofddoeken en dubbele paspoorten, draait in de VS om de miljoenen Mexicanen die tegen lage lonen werken in de bouw, tijdens de oogst of in de huishouding. Het zijn officieel ‘undocumented immigrants’, maar ze worden denigrerend vaak ‘wetbacks’ genoemd, omdat ze stiekem de Rio Grande hebben overgezwommen. ‘Sturen we ze weg of geven we ze een paspoort zoals we ook alle andere nieuwkomers een paspoort hebben gegeven?’ is de vraag in Amerika.
De toon is minstens zo stevig als die in Nederland. Bestrijders van de illegalen, zoals Lou Dobbs op CNN, doen het graag voorkomen alsof het Mexicanen waren die de aanslagen van 11 september pleegden. Niet gek dat iedereen die zich verwant voelt met Mexico op zoek gaat naar andere nieuwsbronnen. De immigranten zijn volgens boze Amerikanen geen mensen op zoek naar een baantje, maar lieden die de nationale cultuur bedreigen en die gezondheidszorg en onderwijs voor de neus van eerlijke burgers wegkapen. In antwoord op de massale verontrusting treedt de regering-Bush heel hard op tegen de arbeidsmigranten zonder papieren – in de hoop dat de lange gevangenisstraffen en deportatie van gezinnen potentiële illegalen afschrikken.
Het ingrijpen is hard – uitgezette illegalen overlijden soms in de woestijn – maar tevergeefs. Dat komt ook in Amerika door de onbedoelde gevolgen van ander beleid. Immigranten blijken telkens ook zelf na te denken. Haal je ze, zoals Nederland deed, als gastarbeider, willen ze blijven wanneer jij vindt dat het werk er op zit. In de VS was de ironie nog iets groter. Na de aanslagen van september 2001 moesten de grenzen op slot opdat er geen terroristen meer binnen zouden komen. Veiligheid ging voor alles. Het effect was dat de illegale arbeidsmigranten die tot dan toe redelijk makkelijk konden pendelen tussen Mexico en de VS zich blijvend in Amerika vestigden. Het risico om gepakt te worden aan de grens was nu zo groot dat wie eenmaal succesvol de overtocht gemaakt had dat niet nog eens ging proberen. Zo trokken Mexicanen plotseling diep het land in – tot in staten als Kansas en Ohio, waar de afgelopen zestig jaar zelden een nieuwe immigrant aan was gekomen. En toen begon het bekende gemopper, dat pas na de presidentsverkiezingen beantwoord kan worden met een regeling.
Te midden van de overeenkomsten met Nederland valt op dat het Spaans niet alleen op televisie wijdverbreid is, maar dat ook overheidsbedrijven en politici Spaans praten wanneer ze dat maar nuttig vinden. Omdat het een christelijke taal is, niet een moslimtaal? Omdat de VS meer diversiteit gewend zijn? Het doet hoe dan ook minder provinciaal aan dan verlangen dat iedereen op straat en thuis Nederlands praat. Realistischer ook.