Illustratie

Watou beleeft zijn derde editie van het kunstenfestival ‘Verzamelde verhalen - tussen taal en beeld’. De jaarlijkse expositie borduurt voort op de Poëziezomers die al jarenlang in dezelfde plaats in de Vlaamse Westhoek plaatsvinden, en die Gwy Mandelinckeven voortzette in Brugge. Aanvankelijk was ik positief over de vernieuwde formule van Watou waarin kunst en literatuur pas samen worden gepresenteerd als er terdege een samenwerkingsverband tussen beeldend kunstenaar en dichter aan vooraf is gegaan. En zo niet, dan presenteert ‘Verzamelde verhalen’ ze apart. En dat kan betekenen dat juist de teksten van de kunstenaar aan bod komen en het werk niet door een gedicht wordt geïllustreerd.

Maar er is een keerzijde, en dat is de vraag of de expositie in zijn geheel imposant is. Vroege edities van Watou waarbij werken van een kunstenaar, Jan Fabre of Panamarenko, over het dorp verspreid stonden, zijn tegengesteld aan de huidige presentatie. Een van de locaties bestaat niet meer: voor de mooie vervallen schuur achter het Dorpsplein staat nu een vreselijke boerderette. Daarbij zijn twee van de gebruikte locaties, het Gemeentehuis en het Rusthuis, veel te specifiek van sfeer voor de kunst die er hangt. Zelfs de indringende foto’s van Dirk Braeckman hebben geen enkel effect in een kamertje in het tehuis, de morbiditeit van de ruimte overstemt die van de foto.

Illustratie lijkt het thema van deze editie van Watou. Er is een aardige video te zien waarin Peter Theunynck vertelt over hoe hij zijn eerste bundel schreef en hoe Lies van Gasse daar later illustraties bij maakte en de tekst uit elkaar trok tot een graphic poem. Het resultaat verscheen onder de titel Waterdicht bij Wereldbibliotheek. Harm van der Doppel maakt een hele dichtbundel van Rozalie Hirsdigitaal en interactief. Bart Stouten schreef een gedicht Schijf bij een werk van Ann Veronica Jansen, dat zowel door liefhebbers als door professionele vertalers in het Frans vertaald werd. Die vertalingen hangen zonder het origineel aan de muur naast het kunstwerk, en al is het een kort gedicht, er is geen enkele overlap in de vertalingen. Erik Spinoy presenteert Amfibisch, een nieuw gedicht dat overeenkomsten heeft met de eerdere reeks ‘Cordyceps’ uit Ik en andere gedichten en op microscopische wijze celstructuur bestudeert.

De kunst dit jaar in Watou is expliciet en tamelijk letterlijk. De Thaise Araya Rasojarmrearnsook gaat te midden van twee lijken onder doeken op een steen zitten in een video die een eerbetoon lijkt aan de slachtoffers van aids. In het noorden van Thailand zijn complete dorpen slachtoffer van de ziekte. De Bulgaar Nedko Solakov geeft met Desperate Stories omschrijvingen van ideeën, in handschrift op het papier onder een kleine pentekening. Anno Dijkstra boetseert met klei iconen uit de fotografie na, zoals het huilende meisje na de bom op Hiroshima, gepresenteerd tussen plastic folie. Sara Bomans werkt met materiaal als haar, stof, breiwerk en een uitvergrote gevonden brief. Haar werk staat op een mooie manier op zichzelf, vormt zijn eigen illustratie.

‘Om wille van een dichtregel moet je veel steden zien’, schreef Rainer Maria Rilke in zijn enige roman De aantekeningen van Malte Laurids Brigge. Het verhaal dat vooral tijdloos is omdat Parijs zo onveranderd is gebleven, is fraai geïllustreerd door schilderijen van Gerolf van der Perre, die eerder aan de haal ging met gedichten van Slauerhoff. De stemmige panelen blijven dicht bij de tekst en weten toch op zichzelf te staan. Willy Tibergien koos een aantal gedichten van Rilke. De tentoonstelling in de Douviehoeve vormt het hoogtepunt van deze editie van Watou. Er wordt een samenwerking getoond tussen Albert Pepermans en Hugo Claus, fabels, ook gebaseerd op Parijs. Pepermans bracht de kwatrijnen van Claus aan onder zijn schetsen. Misschien is Claus wel een van de weinige dichters met wiens werk dat kan.

En dat maakt Watou een beetje hap-snap dit jaar. Het is een opeenstapeling van ingrediënten waarin de illustratie de verbindende schakel vormt. Nogal letterlijk in de video Staging Silence van Hans op de Beeck, die op een bewegende kijkdoos lijkt, waarin telkens nieuwe en met de hand aangebrachte of verwijderde elementen een ander interieur of landschap oproepen. Het is niet zozeer stilte wat geënsceneerd wordt in het werk van Op de Beeck, eerder leegte, de leegte van verschillende plekken.

Illustratie is ook het begrip dat van toepassing is op het fraaie boekje Wisseling van de wacht, dat zojuist is verschenen als nummer 134van de Slibreeks. Het is gemaakt door Peter van Lier, die ervoor enkele maanden in Vlissingen verbleef, en beeldend kunstenaar Machteld van Buren. Van Buren maakte collages, voornamelijk van oude foto’s en tekeningen met telkens een andere grafische achtergrond. Ze zijn subtiel van kleur, ze dragen het boekje, vormen de achtergrond. Geen pagina is vergelijkbaar met een andere. Ze bestaan uit mensenfiguren, gezichten, een ballonvaart, machines. Nergens storen ze de tekst. Wisseling van de wacht bestaat uit twee reeksen, in de eerste lopen de gedichten telkens over twee naast elkaar liggende pagina’s, in de tweede staan de gedichten op losse pagina’s. Dat is bij Van Lier, die al vanaf zijn debuut forse inspringingen gebruikt, nooit helemaal duidelijk. Juist in het tweede deel lijken de collages op de achtergrond weer een geheel over twee pagina’s te vormen.

Peter van Lier is de dichter van het wit. Spaarzame woorden, kleine nuchtere observaties. Verrassend is dat zijn werk in opdracht, op de Zeeuwse locatie, werkt, en dat de gedichten overeind blijven met de blaadjes als papier, waar geen wit meer over is. Het stadje waar een ronken aan voorbijgaat, iemand die in een rolstoel met gestrekt been de dijk op geduwd wordt, kustvaarders die voorbij glijden, uitspraken van Vlissingse bewoners, zeemeeuwen… in de bedachtzame gedichten van Peter van Lier, talmend door hun afbrekingen, krijgt de stad zijn plaats, het water en het loodswezen. ‘Wie/ zich fixeert op/ roest/ wordt/ dorstig - ziet daas’. Mooi werk.

Kunstenfestival Watou is nog te zien tot en met 11 september op diverse locaties in Watou.

Peter van Lier/Machteld van Buren, Wisseling van de wacht. Slibreeksgroot nr. 134, CBK Zeeland, 44 blz., € 9,-