Media

Imago

Nederland heeft vanouds de faam een van de meest tolerante landen ter wereld te zijn. Over het algemeen wordt die gedachte herleid naar onze eerste Willem. In zijn strijd tegen de Spanjaarden heeft hij zich herhaaldelijk tegen gewetensdrang verzet. Van gewetensvrijheid wilde Willem de Zwijger overigens niet weten.

Die stond volgens hem gelijk aan losbandigheid.Verderfelijk dus. Niettemin werd de Nederlandse Republiek honderd jaar na ’s mans dood, eind Gouden Eeuw, wel met een dergelijke vrijheid geassocieerd.

Daarvoor is een drietal verklaringen. De eerste is een pragmatische. Nederland was toen ook al een koopmansland en scherpslijperij, in dit geval intolerantie, is slecht voor de portemonnee. Een tweede reden is het resultaat van vergelijking. In vergelijking met omringende landen, waar een ieder geacht werd te denken zoals de staat voorschreef, was Nederland inderdaad een oase van vrijheid. Maar het is vermoedelijk de derde reden die voor de traditionele associatie van Republiek en tolerantie doorslaggevend is geweest: dat zovelen beweerden dat het land tolerant was.

In dat verband worden twee geschriften altijd weer genoemd. Beide zijn geschreven door personen die uit angst voor vervolging het eigen land de rug toekeerden. Een van hen is John Locke. Enkele jaren nadat hij zich in de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën had gevestigd schreef hij daar niet alleen het boek dat hem wereldberoemd maakte (An Essay Concerning Human Understanding), maar ook een Epistola de tolerantia, beter bekend als A Letter Concerning Toleration. De internationale weerklank van de brief van Locke was vooral groot omdat een Franse balling in hetzelfde Holland ongeveer tegelijkertijd een boekje van vergelijkbare strekking publiceerde: Commentaire philosophique van Pierre Bayle.

Terwijl de geschriften van Locke en Bayle in hun eigen tijd al veel indruk maakten, kregen ze in de achttiende eeuw welhaast profetische betekenis. Hierin én in het land van hun oorsprong zou de Verlichting begonnen zijn. Gevolg was dat de Nederlandse Republiek, tolerantie en gewetensvrijheid in de volksmond onlosmakelijk met elkaar verbonden raakten.

Beelden ontstaan welhaast in één nacht en verdwijnen weer snel

Het duurde tot de jaren negentig van de twintigste eeuw dat er in het aloude imago van de Nederlandse tolerantie definitief de klad kwam. Nadat dat imago in de voorgaande periode door verhalen over de opvang van gevluchte joden als Anne Frank juist weer flink was opgepoetst, liep het in korte tijd ernstige schade op. Die schade was het gevolg van onthullingen over de wijze waarop Nederlanders tijdens en na de Tweede Wereldoorlog met de joodse minderheid en haar bezittingen waren omgegaan. Dat strookte zo slecht met het gangbare beeld dat Nederland in 1992 door Max Arian, in De Groene Amsterdammer overigens, niets minder dan het etiket ‘deportatieland’ kreeg opgeplakt, ‘een soort Mauthausen in het groot’. Voor de ramen bloeiden lieve geraniums, maar daarachter verschool zich een woestenij vol venijn. Daaronder intolerantie.

Sindsdien is het snel gegaan. Srebrenica, twee politieke moorden, Wilders’ internationale faam, kutmarokkanen, zwarte piet, de afgewezen sollicitant, Gordon en een hele reeks pijnlijke zaken meer. In nog geen twintig jaar is een eeuwenoud imago radicaal omgeslagen. Op dit moment staat Nederland op de wereldkaart als discriminatieland.

Verreweg de meeste beschouwingen en debatten gaan over de vraag of dat juist is. Is zwarte piet een teken van intolerantie? Gaat achter Gordons opmerkingen verborgen racisme schuil? Is de afwijzing van Jeffrey Koorndijk een teken aan de wand? Zelden wordt gekeken naar de factoren die volgens mij beslissend zijn: de instrumenten waarmee imago’s gemaakt en gebroken worden. De Nederlandse Republiek was in de zeventiende eeuw waarschijnlijk een opener samenleving dan omringende landen, maar belangrijker dan die relatieve openheid was het feit dat zovelen haar prezen. Zij was dus meer imago dan werkelijkheid. Hetzelfde geldt voor de Tweede Wereldoorlog en het heden. Op beide momenten was/is Nederland niet zo tolerant als sommige verhalen willen, maar ook niet zo intolerant als in tegenovergestelde verhalen wordt beweerd. Nederland is gewoon een land als andere landen en kent allerlei vormen van tolerantie en intolerantie. Dat is niet opmerkelijk en nauwelijks interessant.

Interessant en opmerkelijk zijn de beelden en de razendsnelle verandering daarvan. In een tijd van het geschreven en gedrukte woord kwamen die beelden langzaam tot stand en waren ook een lang leven beschoren. Tegenwoordig ontstaan ze dankzij televisie, sociale media en een dominante aggregatie- c.q. imitatiecultuur welhaast in één nacht en kunnen ook even snel weer verdwijnen. Dat zou het uitgangspunt van analyse moeten zijn. Pas daarna komt de vraag wat er van die beelden eventueel waar is. Persoonlijk denk ik: iets, veel niet.