Immanuel Wallerstein, 28 september 1930 – 31 augustus 2019

Socioloog Immanuel Wallerstein bestudeerde zijn leven lang het kapitalisme. Zijn benadering, die hij ‘wereldsysteemanalyse’ doopte, omvatte heel de wereldgeschiedenis en mondiale economie.

Met zijn ideeën over westerse dominantie van de moderne wereld en zijn scepsis over het sociologisch onderzoek van zijn tijd deed de onlangs overleden Immanuel Wallerstein een frisse wind waaien door de sociologie – waarop lang niet iedereen zat te wachten. Wallerstein was de laatste overlevende van de Gang of Four, een groepje academici die het mondiale kapitalisme bestudeerden waartoe ook Samir Amin, Andre Gunder Frank en Giovanni Arrighi behoorden. Met die laatste werkte (en bakkeleide) Wallerstein jarenlang aan het Fernand Braudel Center, een door hem opgericht instituut aan de State University of New York.

De intellectuele erfenis van Wallerstein is een manier van denken, een benadering die hij ‘wereldsysteemanalyse’ (world-systems analysis) doopte en die hij uitwerkte in zijn levenswerk The Modern World-System, waarvan de vier delen in 1974, 1980, 1989 en 2011 verschenen. Wallersteins benadering was vooral veel breder dan die van andere naoorlogse sociologen. In plaats van naar een land, gemeenschap of etnische groep te kijken, betrok hij de hele wereldgeschiedenis en mondiale economische evolutie in zijn analyses.

Wereldsysteemanalyse kreeg enige voet aan de grond na 1968, toen op verschillende plekken in de wereld mensen de straat op gingen om bijvoorbeeld te ageren tegen Amerikaans militarisme of vóór een herconfiguratie van de beginselen van de Russische Revolutie. Voor Wallerstein was wereldsysteemanalyse net zo goed een politiek protest als een intellectuele krachttoer. ‘Wereldsysteemanalyse is geen theorie maar een protest tegen verwaarloosde vraagstukken en bedrieglijke kennistheorieën’, zei hij. ‘Het is een roep om sociale verandering, om de premisses van de sociale wetenschappen uit de negentiende eeuw van ons af te schudden. Het is een intellectuele taak die ook politiek is, want de zoektocht naar het goede en ware kan geen enkelvoudige missie zijn.’

Wallersteins verlangen naar een nieuwe benadering stamt echter van ver vóór 1968. Na zijn promotie aan Columbia University vertrok hij begin jaren vijftig naar Afrika. Twintig jaar lang bestudeerde hij er de massabewegingen die voor dekolonisatie streden. ‘In de jaren vijftig voelde ik in mijn onderbuik’, zo schreef hij in zijn autobiografie The Essential Wallerstein (2000), ‘dat de strijd van de rest van de wereld om zich te ontdoen van westerse overheersing de belangrijkste ontwikkeling van de twintigste eeuw is.’

‘Geen enkel systeem blijft eeuwig bestaan’

Wallerstein kwam uit een politiek bewuste familie in Manhattan – zijn vader was rabbijn en arts, zijn moeder kunstenares – en was betrokken geweest bij het New Yorkse activisme, maar zijn wereldbeeld veranderde door zijn onderzoek in onder meer Ghana en Ivoorkust. Het ‘opende mijn ogen voor de brandende politieke kwesties van de hedendaagse wereld en voor de academische vraag: “Hoe analyseren we de geschiedenis van het moderne wereldsysteem?” Afrika was ervoor verantwoordelijk dat ik begon te twijfelen aan de afstompende delen van mijn scholing en jeugd.’ Tevens toonden zijn ervaring hem de beperkingen van veel sociologisch werk. ‘Het was een vals perspectief om een eenheid als een “stam” te nemen en daarvan de acties te analyseren’, schreef hij, ‘zonder in acht te nemen dat die acties niet los te zien zijn van de wetten en gebruiken van een grotere macht waarvan de stam deel uitmaakt, namelijk de kolonie.’

Dit intellectuele ontwaken vertaalde Wallerstein naar zijn stelling dat ‘de drie veronderstelde arena’s van collectief menselijk handelen – het economische, het politieke en het sociaal-culturele – geen autonome gebieden voor sociale actie zijn. Ze hebben geen afzonderlijke “logica”.’ In zijn ogen is de wereldeconomie één systeem dat bijeen wordt gehouden door een gedeelde verdeling van arbeid en een enkele reeks beperkingen: het kapitalisme. Hij was er ook van overtuigd dat dit een historisch systeem is, met een begin en een einde. ‘Geen enkel biologisch, economisch of sociaal systeem blijft eeuwig bestaan.’

Om het kapitalisme te begrijpen, dienen we zijn evolutie te onderzoeken. Wallerstein maande academici om bestaande aannames over historische stadia en de onvermijdelijkheid van ‘vooruitgang’ (denk aan het vooruitgangsdenken en het civilisatieproces van een socioloog als Norbert Elias) overboord te gooien. In plaats daarvan dienen sociologen hypotheses en systematische raamwerken te ontwikkelen die de complexiteit vatten van het kapitalisme als een historisch, mondiaal systeem. Alleen zo kunnen we soep maken van de oprispingen en haperingen van de hyper-financialized wereldeconomie, de politieke onrust in Hongkong, de chaos rond de Brexit, het brandende Amazonegebied of het afbrokkelende ideologische draagvlak voor het liberalisme.

Wat ook volgt uit Wallersteins wereldsysteemanalyse: de oplossingen komen nooit uit één land. In plaats van de grenzen te sluiten en burgers tegen mensen uit andere landen op te zetten, zouden we internationale programma’s en platforms moeten oprichten. De strijd tegen klimaatverandering en roofzuchtige multinationals kan immers alleen worden gewonnen op het niveau van ‘het systeem’. De dominantie van het kapitalisme is zo oud als de strijd ertegen en Wallerstein nam zijn leven lang deel aan die worsteling. In de laatste decennia van zijn leven werkte hij twee keer per maand zijn ideeën uit in een commentaar op zijn website. Zijn vijfhonderdste en laatste commentaar publiceerde hij in juli. Daarin vroeg hij zich af of de mondiale verandering die hij altijd voorspelde ooit zal plaatsvinden. Hij toonde zich opeens een stuk minder zeker: ‘Ik denk dat er een kans van 50-50 is dat we tot een transformerende verandering komen, maar niet méér dan 50-50.’