Hoofdcommentaar: Politiek

Immigratiebeleid naar Ajax-model

Nederland is weer een immigratieland geworden. Net als in 1998, toen minister Van Boxtel het nieuws al eens met veel aplomb bekendmaakte, en net als in 1989, toen professor Han Entzinger en de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid met instemming van de toenmalige regering iets vergelijkbaars verklaarden. Sommige zaken moeten kennelijk rijpen.

In ieder geval moet er een overwegend gunstig economisch klimaat zijn alvorens dergelijke uitspraken gedaan kunnen worden. Dat gunstiger klimaat kwam er ook dankzij Duitsland, waar de discussie eerder al is begonnen. Vorig jaar woedde daar na sombere berekeningen over de vergrijzing die de Duitse werkzame bevolking zou decimeren een curieus debat over de keuze tussen het importeren van twintigduizend computerspecialisten uit India en het zorgen voor meer eigen (Duits) nageslacht. De christendemocraten in Noordrijn-Westfalen gingen indertijd de boer op met de geruchtmakende slogan Kinder statt Inder (Kinderen in plaats van Indiërs).

In Duitsland is inmiddels een helder regeringsstandpunt geformuleerd dat duidelijk aangeeft dat de arbeidsmigratie, naar Amerikaans en Australisch model, bevorderd moet worden. In Nederland blijft het voor lopig bij een verklaring van premier Kok dat over het onderwerp gesproken moet kunnen worden omdat Nederland de buitenlandse werknemers «nodig heeft». Een actief immigratiebeleid lijkt de wens van de regering.

Het is op zich tamelijk bijzonder dat aan de vooravond van de verkiezingscampagnes door tenminste één politieke partij, de Partij van de Arbeid, het asielbeleid op de agenda wordt gezet. Men lijkt de VVD deze keer eens voor te willen zijn. Vorige maand verscheen in Socialisme en democratie, het blad van het wetenschappelijk bureau van de PvdA, immers ook al een uitgebreid artikel van de PvdA-woordvoerders vreemdelingenbeleid uit de Tweede Kamer over de toekomst van de immigratie. De twee, Bert Middel en Nebahat Albayrak, geven — kort samengevat — aan dat er in de jaren dat hun partij de grootste regeringspartij was maar weinig sturing in het beleid zat. Met een «jaarlijks immigratieplan», waar Middel en Albayrak voor pleiten, «zal duidelijker worden op welke groepen men wel of geen vat heeft, waardoor het beeld van ‹we modderen maar wat voort en we kunnen het eigenlijk niet meer beheersen› zal verdwijnen».

Gezien de eveneens enthousiaste belangstelling vanuit het kabinet voor een immigratiebeleid — waarvan niet alleen D66-minister Van Boxtel (Integratiebeleid), maar ook PvdA-minister Vermeend (Sociale Zaken) een groot pleitbezorger blijkt te zijn — is het de sociaal-democraten kennelijk menens. Hoewel dit soort lef de partij siert in zijn pre-verkiezingsjaar, was het deze zelfde Vermeend die in het televisieprogramma Nova verduidelijkte dat het plan volledig los moet worden gezien van het asielbeleid. Alleen al als het gaat om de beeldvorming bij het asielbeleid een tamelijk onzinnige gedachte. Asielzoekerscentra puilen immers nog altijd uit van, met beperkte bijscholing vrijwel direct inzetbare, hoogopgeleide vluchtelingen waar de krappe Nederlandse arbeidsmarkt naar snakt. Deze artsen, wetenschappers en publicisten zijn dan wel niet door Nederland uitgenodigd — dat scheelt weer in de reiskosten — maar ze kunnen evengoed een bijdrage leveren.

Op die wijze hebben Vermeend cum suis het echter dus niet bedoeld. Het kabinet wil mensen met een specifieke opleiding hierheen halen. Omdat de aan te trekken arbeidskrachten naar alle waarschijnlijkheid van buiten de Europese Unie moeten komen, is de kans groot dat het, zoals in het geval van de Duitse IT'ers uit India, mensen worden uit minder ontwikkelde landen. De voor hun land van herkomst kostbare opleidingen die deze mensen hebben genoten, waren ooit bedoeld als investering in de samenleving. Als deze mensen vervolgens naar het Westen vertrekken, is al het geïnvesteerde geld voor niets geweest. Geld overigens dat maar al te vaak afkomstig is uit ontwikkelingshulp van het Westen. Nederland en Duitsland lijken met hun immigratiebeleid een soort Ajax-model na te streven: in minder ontwikkelde landen wordt de opleiding van een aantal potentiële topspelers op de arbeidsmarkt (uit de ontwikkelingsgelden) bekostigd en de allerbesten mogen als ze hun diploma eenmaal op zak hebben voor het rijke Westen komen spelen. Verwoede pogingen van derdewereldlanden om een evenwichtige samenleving met middenklasse naar westers model op te bouwen, worden door toedoen van Nederland zo weer compleet ontwricht.

Eerder haalde Nederland verpleegsters uit Suriname en Zuid-Afrika. In beide landen is aan opgeleide verpleegkundigen een groot gebrek. Los daarvan was de parachutering van de verpleegsters in Nederland niet bepaald een succes. Wellicht dat dit in het door Paars geopende debat nog even kan worden meegenomen.

Of modderen we liever nog wat voort?