Immoreel geconcipieerd

Amerikaans riool: Een roman. Vertaald door Auke Leistra, Uitgeverij De Arbeiderspers, 480 blz., f49,90
IN AMERICAN TABLOID, nu in een heel behoorlijke Nederlandse vertaling verschenen als Amerikaans riool, overschrijdt de Amerikaanse hardboiled crimewriter James Ellroy na negen bestsellers de grenzen van de thriller en creeert hij een nieuw, vooralsnog onbenoemd genre.

In die eerdere boeken was de setting vrijwel altijd Los Angeles. Het ging om cynische politiemensen die elkaar bestreden in hun drang hogerop te komen. Een van de middelen daartoe, niet per se de belangrijkste, was het bestrijden van de misdaad. De misdadigers waren van het luguberste soort. Sadistische verkrachters en moordenaars of flink gestoorde ultrarechtse homobestrijders die zelf homo bleken. (Een groot deel van Amerika’s Kwaad is volgens de politiek niet geheel correcte Ellroy in een niet verwerkte homoseksuele geaardheid te vinden. Of is anders wel aan de joodse maffia te danken.) Volgens Ellroy bevindt zich een dicht netwerk van verstrengelde belangen tussen de misdaad, het politieapparaat en de politiek. De wereld werd er met elk nieuw boek van Ellroy vuiger en ondoorzichtiger op. Eigenlijk is alleen bij zijn eerste boek, het op een werkelijke moord gebaseerde The Black Dahlia, nog sprake van de voor het thrillergenre vaak zo slaapverwekkende good guy-bad guy-tegenstelling.
TOCH BLEEK het na Ellroys laatste, diepzwarte politiethriller White Jazz nog een stapje verder te kunnen. Want pas in het epos American Tabloid beginnen de tinten bij Ellroy tot zo'n gore kleur doorelkaar te lopen dat het je als lezer echt niet meer uitmaakt wie er als moordenaar uit het conflict te voorschijn komt en wie als slachtoffer. In American Tabloid vallen tientallen doden, maar het volledig gecorrumpeerde politieapparaat dat al die moorden zou moeten oplossen, is tot in de marge teruggedrongen. En een van de moorden in die lange reeks is de moord op de president van Amerika.
Ellroy heeft een groot aantal bekende en minder bekende feiten, samenhangend met bekende en minder bekende personen, naast elkaar gelegd en gekeken hoe hij er fictieve lijnen tussen kon trekken middels verzonnen personages. De methode is natuurlijk niet nieuw. Ook Ellroy zelf paste hem al eerder toe. Maar in American Tabloid wordt er een wel heel ingewikkeld netwerk mee gevlochten, waardoor je als lezer telkens als je denkt te weten hoe het in elkaar steekt, weer op het verkeerde been blijkt te zijn gezet. Er zijn altijd wel weer ergens losse draadjes die Ellroy weet te verknopen tot een nieuwe subplot dat ineens uitgroeit tot een hoofdzaak als alles met alles te maken lijkt te krijgen. Lijkt. Want het zat dan toch nog weer even anders. Vijanden worden vrienden, de succesrijken vallen diep.
Zo zit je als lezer net midden in een zich ontwikkelende plot die op z'n minst half fictief oogt als er ineens een beroemde naam opduikt, die van pooier annex maffiabaas Jack Ruby. Van Ruby weten we dat hij zulke goede contacten had met de politie in Dallas dat hij gemakkelijk het politiebureau kon binnenlopen om zonder tegenwerking de geboeide Lee Harvey Oswald neer te schieten. Ruby was in werkelijkheid al geen lieverdje, maar in het fictionaliseringsproces van Ellroy verwordt hij tot een gluiperig viezerikje die seksshows voor de plaatselijke notabelen organiseert, maar zelf de voorkeur geeft aan seks met honden.
Met de figuur Ruby zitten we dicht bij de werkelijke plot om Kennedy te vermoorden. Maar Ellroy zet Ruby in American Tabloid alleen maar neer als een zijfiguur waaraan het hoofdverhaal voorbij dendert. Ruby - werkelijke naam: Jacob Rubinstein - opereert voor de joodse/Italiaanse maffia in Dallas en die stad blijkt in Ellroys visie vooral toevallig de stad van de aanslag te worden. De aanslag had oorspronkelijk in Miami moeten plaatsvinden, de stad waar de onderbuik van Amerika zich zou hebben genesteld. Drugshandelaars, louche CIA-agenten, huurmoordenaars, maffiosi, Cubanen die Castro haten, ultrarechtse FBI-infiltranten; ze schurken allemaal tegen elkaar in Miami en ze zijn allemaal Jack Kennedy en Robert Kennedy als hun grootste vijanden gaan zien.
Overigens is dit niet alleen zo in de romantische visie van Ellroy. Verschillende onderzoekers naar de moord op Kennedy wezen er al op dat de oorsprong van de complexe JFK-plot in Miami gezocht moet worden, met gok stad New Orleans als goede tweede. Met name in New Orleans zou ook Lee Harvey Oswald zijn verdachte anti- dan wel pro-Castro-activiteiten ontplooien. En Oswald bleek daar alle CIA-, FBI- en maffia-lui te kennen die op de een of andere manier met de aanslag in verband werden gebracht. Hoe je ook over die aanslag denkt, waar de schoten ook vandaan kwamen, Oswald moet er op de een of andere manier toch iets mee te maken hebben gehad.
James Ellroy stelt zich in American Tabloid provocerend op door Oswalds bestaan niet eens aan te stippen. Het is in dit verband interessant dat Ellroy er in interviews op wees dat hij zich voor American Tabloid heeft laten inspireren door de roman Libra van Don DeLillo, waarin Oswald juist wel een hoofdrol speelt. Ellroy meende kennelijk dat een schrijver met elke interpretatie van de werkelijkheid uit de voeten moet kunnen. Gelukkig ziet hij het schrijven van fictie niet als een middel om een mening te verkondigen.
JAMES ELLROY moet het als schrijver niet hebben van de reflectie. Zijn kracht ligt in de snelle dialogen, zijn fijne neus voor slang, het bouwen van oneindig in elkaar verstrengelde plots. Dat levert prachtig, maar niet altijd even goed leesbaar Amerikaans op (de Nederlandse vertaling is bepaald handig), een soort ingedroogde Dashiell Hammett, met hier en daar die ijskoude Hammett-humor, zonder beschrijvingen en mijmeringen die het verhaal maar zouden ophouden.
Ellroy streeft naar het superdirecte, totaal-realistische uit de pop-art. Als het even kan geeft hij een telefoongesprek sec weer of fingeert hij een krantebericht dat meteen kan dienen als samenvatting om de lezer snel wat noodzakelijke info te geven. In drie korte zinnen zitten vaak al drie gebeurtenissen verwerkt. Hij deelt dreun na dreun uit, met regelmatig moordende monotonie als gevolg. Maar op den duur wordt die monotonie juist een emotioneel effect. Voor de greintjes bevrijdend sentiment of luchtige ironie die Hammett kenmerken, is bij Ellroy geen plaats meer. Je raakt bij Ellroy bekneld.
Een moord bij Hammett: ‘I found Kilcourse’s gun, pocketed it, and knelt beside him.
He was dead, with a bullet-hole above his collar-bone.
'Is he…’ - her mouth trembled.
'Yes.’
She looked down at him, and shivered a little.
'Poor fag’, she whispered.’
Enkele moorden bij Ellroy:
'The shapes were sleeping men. One insommaniac was sitting up - check that glowing cigarette tip.
They got close.
They got closer.
They got very very close.
Pete heard snores. A man moaned in Spanish.
They charged.
Boyd shot the cigarette man. Muzzle flash lit a line of sleeping bags.
Pete fired. Nestor fired. Silencer thuds overlapped.
They had good light now - powder glare off four weapons.
Goose down exploded. Screams kicked in loud and faded into tight little gurgles.
Nestor brought a flashlight in close. Pete saw nine U.S. Army bags, shredded and blood soaked.
Boyd popped in fresh clips and shot the men point-blank in the face. Blood hit Nestor’s flaslight and shaded the beam light red.
Pete heaved for breath. Bloody feathers blew into his mouth. Nestor kept the light steady. Boyd knelt down and slit throats. He went in deep and down - windpipes and spinal cords snapped.’
Ellroy zou niet zo sec schrijven als hij geen moralist was. Merkwaardig is het dat de schrijver die hard zijn best doet de indruk te wekken zijn lezers enkel wrange gebeurtenissen door de strot te willen duwen, American Tabloid vooraf laat gaan door een verantwoording met een antimoraal. Daarbij gaat het om een begrip dat ook al in zijn eerdere boeken opduikt: Onschuld. Ellroy schrijft: 'Amerika is nooit onschuldig geweest. We zijn onze onschuld verloren op de boot naar hier, en geen terugblik heeft ons ooit met spijt vervuld. Je kunt onze zondeval niet toeschrijven aan een losstaand incident of aan welke omstandigheid dan ook. Je kunt niet verliezen wat je bij de conceptie al miste.’ Dat je bij zo'n bij voorbaat verloren strijd toch een intens spannend boek kunt schrijven, is een bewijs voor superieur vakmanschap. Zijn boek is een monument.