Naomi Klein

Imperium Amerika

Tijdens lange autoritten naar familie vertelden mijn ouders over de Vietnamoorlog en de duizenden Amerikaanse vredesactivisten die, net als wij, eind jaren zestig de grens over glipten naar Canada.

Mij werd verteld dat de Canadese regering niet alleen officieel neutraal bleef tijdens de oorlog, maar ook een toevlucht bood voor Amerikaanse burgers die weigerden te vechten in een oorlog die in hun ogen verkeerd was. Thuis werden we bespot als «dienstontduikers», in Canada verwelkomd als gewetensbezwaarden.

De romantische verhalen over Canada, waarheen mijn familie emigreerde, nestelden zich in mijn hoofd toen ik heel jong was: ik dacht dat de relatie van Canada met de wereld radicaal verschilde van die van de VS; dat wij ondanks culturele overeenkomsten en geografische nabijheid meer humane en minder interventionistische waarden hadden. Ik vond dat wij soeverein waren.

Sindsdien heb ik altijd gezocht naar bewijzen om dat kindergeloof te onderbouwen — vergeefs. Tot vorige week, toen de Canadese buitenlandpolitiek zijn scherpste wending van Amerika vandaan nam sinds de Vietnamoorlog.

Net als in de sixties zit de houding van Canada jegens deze Amerikaanse invasie vol hypocrisie. We hebben 31 soldaten in de Golf, en drie oorlogsschepen in de regio. Die zijn daar, zegt premier Jean Chretien, als onderdeel van Canada’s steun voor het oude model war on terror, niet het nieuwe model war on Iraq. Maar het opmerkelijke feit blijft: na decennialang Amerika te hebben gevolgd in elke grote militaire campagne steunt Canada deze oorlog niet. «Als je begint met regimes te veranderen, waar houd je dan op?» vroeg Chretien.

Even opmerkelijk is het standpunt van de Mexicaanse president Vicente Fox. Met veel slagen om de arm stelde hij duidelijk: «Wij zijn tegen deze oorlog.»

Die voorzichtige, zelfs ambivalente afwijzingen lijken niet erg spectaculair tegenover de politieke bombast uit Europa, China en een groot deel van de Arabische wereld. Toch kunnen de beslissingen van Canada en Mexico een grotere hindernis betekenen voor een expanderend American Empire dan al het geschreeuw van overzee.

Dat Europese en Arabische landen zich verzetten tegen Amerika is tenslotte te verwachten — maar Canada en Mexico? We zijn meer dan vrienden, meer dan strategische bondgenoten. We zijn satellietstaten, verlengstukken van de VS, hun voor- en achtertuin, leveren goedkope arbeid (Mexico) en goedkope energie (Canada), en natuurlijk onvoorwaardelijke steun. We worden geacht in hetzelfde team te zitten: Team Nafta.

En dat maakt het feit dat Canada en Mexico zich verzetten tegen de VS in de oorlog zo betekenisvol. Imperiums hebben koloniën nodig om te overleven, landen die economisch zo afhankelijk, en militair zo inferieur zijn dat zelfstandig optreden ondenkbaar is.

Het versterken van die angst en afhankelijkheid bij de naaste buren en grootste handelspartners van de VS is de grote verdienste van Nafta. De cijfers spreken voor zich: 86 procent van de Canadese en 88 procent van de Mexicaanse export gaat rechtstreeks naar Amerika. Als de VS zouden terugslaan door hun grenzen te sluiten, zouden de economieën van Canada en Mexico onmiddellijk instorten. Laat de Europeanen hun hooggestemde ideeën hebben over het internationaal recht — wij hebben auto-onderdelen af te leveren.

En toch, ondanks onze extreme economische afhankelijkheid, ondanks onze angst voor vergelding, steunt een sterke meerderheid van Canadezen en Mexicanen het verzet van onze regeringen tegen de oorlog. Die dapperheid komt niet uit de lucht vallen — we hebben hem opgebouwd in jaren van Bush-regeringen.

Na 11 september schrapte Washington plotseling plannen om de status van miljoenen illegale Mexicanen in Amerika te legaliseren. En in plaats van de Mexicaanse grens te Canadiseren hebben de VS ervoor gekozen de Canadese grens te Mexicaniseren. Voor Canadese burgers geboren in een land dat de VS zien als een bedreiging, is Amerika binnengaan een oefening in vernedering geworden, compleet met fotograferen en vingerafdrukken nemen.

Wat ook bijdraagt aan de nieuw verworven moed is dat handelsrelaties makkelijker te riskeren zijn wanneer «vrije handel»-beleid, na zoveel onvervulde beloften, steeds impopulairder wordt. Vorige week berichtte The Washington Post dat het handelsvolume van Mexico sinds Nafta bijna is verdrievoudigd, maar de armoede geëxplodeerd: negentien miljoen Mexicanen méér dan twintig jaar terug leven in armoede.

Nu Mexico en Canada zich inzake Irak onafhankelijk hebben verklaard, gebeurt er iets opmerkelijks: niets. Geen vergelding, slechts een uitdrukking van «teleurstelling» van de Amerikaanse ambassadeur in Canada. Misschien hebben ze het te druk met French-bashing om het in de gaten te hebben.

En dat is de werkelijke betekenis van de Canadese en Mexicaanse standpunten. Alle Empires, hoe machtig ook, zijn eveneens zwak: ontzagwekkende macht verhult hebzuchtige behoefte, een zorgvuldig verborgen afhankelijkheid van de gekoloniseerden voor alles, van grondstoffen tot arbeid tot grond voor legerbases.

Nu de meest loyale lakeien van de VS één voor één buigen, moeten we wel beseffen dat we niet slechts behoeftig zijn maar dat er behoefte is aan ons. Canada en Mexico op zich lijken misschien te verwaarlozen, maar samen? Dat is een ander verhaal. Samen vertegenwoordigen Canada en Mexico 36 procent van de Amerikaanse exportmarkt. We voorzien de VS van 36 procent van hun netto energie-import en 26 procent van hun netto olie-import. En hoezeer haar leiders ook anders willen doen voorkomen, Amerika is in feite geen eiland. Het deelt twaalfduizend kilometer grensgebied met Canada en Mexico die het niet kan beschermen zonder ons.

Misschien moesten die cijfers niet worden opgeteld. Nafta was nooit echt een drieledig partner ship, eerder twee bilaterale handelsovereenkomsten die aan elkaar werden geplakt: de ene tussen de VS en Canada, de andere tussen de VS en Mexico. Dat begint te veranderen nu het besef postvat dat Amerika zich wel gedraagt als een eiland, afhankelijk van niemand, maar in een buurt woont. In het buitenland kan Amerika militaire overwinningen boeken, thuis blijkt het opeens te zijn omsingeld.

Dus terwijl Europa waarschuwt voor de opkomst van een nieuw tijdperk van imperialisme zien we in Noord-Amerika het tegenovergestelde: de verrassende kwetsbaarheid van een supermacht, even afhankelijk als gevaarlijk. Ze mogen dan zonder de Verenigde Naties kunnen, en zonder Frankrijk, maar de VS kunnen net zo min hun bevolking economisch en fysiek beschermen zonder de hulp van Mexico en Canada als verdwijnen van de Planeet Aarde.

De implicaties van dat besef zullen ver reiken. Want er kunnen geen al-machtige imperiums zijn zonder trouwe koloniën.