Pakistan uit evenwicht

‘Imran Khan, zindabad’

De aanslag door de Taliban op het meisje Malala heeft de aandacht afgeleid van de vredesmars die Imran Khan organiseerde. Hij mobiliseerde geweldloze burgers en tartte daarmee het machtige Pakistaanse leger én de Taliban.

Islamabad – Op de vroege zaterdagmorgen van 6 oktober verzamelen zich tientallen journalisten in de tuin van een groot landhuis. Het is een kantoor van de pti, de Pakistaanse Beweging voor Gerechtigheid, een politieke partij geleid door de populaire voormalige aanvoerder van het nationale cricketteam Imran Khan. Veel journalisten zijn lacherig, anderen gedragen zich onverschillig of juist stoer. Allemaal zijn ze op hun eigen manier nerveus. Ze staan op het punt om samen met pti-aanhangers op pad te gaan naar Zuid-Waziristan, een van de tribale gebieden aan de grens met Afghanistan, waar de Taliban met hun zelfmoordaanslagen en openbare executies al jarenlang politici, journalisten en andere in hun ogen ‘verwesterde indringers’ weg houden. Internationale media en pers­bureaus hebben hun lokale, Pakistaanse medewerkers gestuurd, maar er is ook een handvol westerlingen onder de wachtenden. Britten, Fransen, een Amerikaan en een Nederlander.

Een Franse reporter beschikt over een fax van het Pakistaanse ministerie van Binnenlandse Zaken. ‘Secret’ staat erboven. Het ministerie meldt dat negen Taliban-zelfmoordcommando’s in gereedheid zijn gebracht om de deelnemers aan de stoet aan te vallen. De Amerikaan blijkt te zijn gebrieft door zijn ambassade. ‘Tegen mij zeiden ze dat het er maar zes waren.’ Nerveus gelach.

De tocht is bedoeld als protestmars. Een mars voor de vrede, aldus Imran Khan. Gericht tegen de Amerikaanse aanvallen met op afstand bestuurbare vliegtuigen (drones) waarbij meer burgers dan militanten van al-Qaeda of de Taliban worden gedood. En om solidariteit te tonen met de 3,5 miljoen inwoners van de tribale gebieden, van wie een flink deel is gevlucht voor het extremistische bewind van de Taliban. Te vaak worden ze weggezet als achterlijke Pashtoens, afkomstig uit dezelfde stammen die de Afghaanse Taliban voortbrachten; domme sloebers, opgegroeid met wapens, voor wie geweld hun tweede natuur is. Imran Khan, zelf van Pashtoen-afkomst, zal aan het hoofd gaan van een kilometerslange colonne van auto’s. De journalisten krijgen plaatsen toegewezen in busjes met op voor- en achterraam een groot papier met ‘MEDIA’ erop.

Deze tocht is een buitenkans. Buitenlandse journalisten mogen zich in Pakistan slechts buiten de grote steden begeven met speciale toestemming van de overheid. Voor de aan de tribale gebieden grenzende deelstaat Khyber Pakhtunkhwa, waar twee belangrijke plaatsen liggen die de vredesmars zal aandoen – Dera Ismail Khan en Tank – wordt die toestemming zelden gegeven, en voor de tribale gebieden nooit. Ook niet aan Pakistaanse journalisten.

Het is de Britten en later de Pakistaanse staat nooit gelukt de Pashtoen-stammen volledig te onderwerpen. Ze genieten vergaande autonomie op het gebied van bestuur en rechtspraak in de Federally Administered Tribal Area’s (fata). Officieel zijn de fata verboden gebied wegens het gevaar van de Taliban, officieus omdat het leger geen pottenkijkers wil bij de Amerikaanse drone-aanvallen en bij zijn operaties tegen de militanten. Pakistaanse verslaggevers die meereizen met Khans vredesmars staan te popelen om er aan het werk te gaan. ‘We moeten achter de echte feiten en cijfers komen rond de drone-aanvallen’, zegt freelance-verslaggever Arif Janjua, werkzaam voor Britse en Australische kranten. ‘Nu zijn we afhankelijk van wat het leger en de Amerikanen ons vertellen.’ De verwachting is dat de autoriteiten de meereizende journalisten ongemoeid zullen laten, om negatieve publiciteit te voorkomen.

Als het konvooi vanuit Islamabad op weg gaat bestaat het uit zo’n honderdvijftig voertuigen. Einddoel is het dorpje Kotkai in het tribale gebied Zuid-Waziristan, waar Khans moeder werd geboren, een tocht van 520 kilometer. Een overnachting is gepland in Dera Ismail Khan (vijftigduizend inwoners), op vierhonderd kilometer van Islamabad

Overal rood-groene vlaggen met het natio­nale halve-maansymbool, de vlag van Khans partij. Activisten zitten op daken van autobussen en in laadbakken van pick-ups. Er wordt gejuicht en gezongen. Er zijn vrijwel geen vrouwen. Langs de weg manshoge posters van Imran Khan en veel vlaggen – de route is zorgvuldig geprepareerd door Khans partij­medewerkers. Criticasters menen dat het Khan vooral te doen is om aandacht voor zijn partij. Hij is vastbesloten bij de verkiezingen van volgend jaar premier te worden. Eerder behaalde hij teleurstellende verkiezingsresultaten, maar nu is hij volgens onderzoek van het vermaarde Pew Research Center verreweg de populairste politicus in Pakistan.

Pakistan heeft te kampen met oorlog, een kapot gereguleerde economie, een energiecrisis, een ondermaats onderwijsbestel en een zich verrijkende elite die het vertikt belasting te betalen. Khan wil aan dit alles een einde maken. Hij wil de overheidscorruptie te lijf gaan en de macht van het leger inperken. Dat soupeert een groot deel van het wankele Pakistaanse staatsbudget op en heeft sinds de stichting van Pakistan in 1947 al drie keer burgerregeringen afgezet. De laatste keer was in 1999, door generaal Pervez Musharraf.

De stoet wordt geregeld opgehouden door groepen sympathisanten die met vuurwerk, muziek en dans de weg versperren. Imran Khans auto bevindt zich in een groep van drie suv’s helemaal voor in de stoet. Aanhangers strooien bloemblaadjes uit over de motorkap. Soms stapt Khan uit en houdt een korte toespraak. ‘Imran Khan, zindabad. Imran Khan, zindabad’ (‘de overwinning aan Imran Khan’) klinkt het dan uit tientallen kelen.

Op uitnodiging van de pti sloot een groep van 31 Amerikaanse vredesactivisten zich onder de naam Code Pink bij de mars aan. Zij reizen in twee bussen met elk op het achterraam een meer dan levensgrote foto van een kind gedood door een drone. ‘In het begin drukten die gruwelijke foto’s de stemming’, vertelt Michael Gaskill (29). ‘Maar na meer dan tien uur in de bus begin je toch weer grapjes te maken. We hopen dat de drone operators de foto’s kunnen zien.’ Alli McCracker (23) beseft dat ze ook veilig thuis een spandoek had kunnen uitrollen, maar besloot mee te gaan met de gevaarlijke mars ‘om te laten zien dat er ook Amerikanen zijn die dit beleid afkeuren. Het is immoreel en contraproductief. Voor elke onschuldige die gedood wordt, staat een leger nieuwe extremisten op.’

De Amerikanen houden vol dat de drone-aanvallen worden uitgevoerd met chirurgische precisie en dat alleen terroristen worden gedood. Maar volgens onderzoek door het Bureau of Investigative Journalism doodden drones tussen 2004 en half september van dit jaar tussen de 2562 en 3325 personen, van wie tussen de 474 en 881 non-combattanten. Onder hen waren 176 kinderen. Afgelopen maand publiceerden Stanford Law School en New York University ooggetuigenverslagen van drone-aanvallen op reddingsoperaties en begrafenissen. De Hoge Commissaris voor Mensenrechten van de Verenigde Naties Navi Pilla noemde begin juni de aanvallen een schending van de mensenrechten.

Tegen de drones bestaat enorme weerstand onder de Pakistaanse bevolking. Uit de Pew-peiling bleek dat nog maar zeventien procent de aanvallen steunt. Maar liefst 74 procent beschouwt de VS als een vijand. Officieel wil de Pakistaanse overheid een einde aan de aanvallen, maar zolang Taliban-leiders doelwit zijn die oorlog voeren tegen de staat knijpt ze een oogje dicht. Bovendien wil de elite de Amerikaanse hulpgelden niet missen. Sinds Pakistan in 2001 officieel de zijde van Amerika koos in de war on terror werd zo’n achttien miljard dollar overgemaakt.

Na ruim twaalf uur rijden wordt de omgeving van Dera Ismail Khan bereikt. De colonne is aangezwollen tot zo’n 350 voertuigen, een stoet van twaalf kilometer. Het is al donker als in de bus van Code Pink schietgebedjes worden gezegd – links en rechts van de colonne, die weer eens stilstaat, lopen boos kijkende Pakistaanse mannen. Ze horen bij de entourage van een radicale geestelijke die zijn aanhangers heeft verzameld waar de anti-drone-rally de stad binnenkomt. ‘In de moskeeën is verkondigd dat Imran Khan joden en christenen meebrengt’, zegt een veiligheidsman. Geen geluid, lichten uit, gordijntjes dicht, en vrouwen dienen het haar te bedekken. De mannen lopen langs de bus zonder de Amerikanen op te merken. Als de bus een half uur later stopt bij een benzinestation en enkele inzittenden behoedzaam hun benen strekken, komt een man op hen af gelopen. Hij heeft iets in zijn hand. Het is een touwtje met een houten kruisje eraan. Hij overhandigt het met een schuchtere buiging en een hand op zijn hart.

Het is de bedoeling dat de buitenlandse journalisten de nacht doorbrengen in een pension in Dera Ismail Khan. Enkelen van hen reizen liever door naar het landgoed buiten de stad waar Imran Khan en zijn partijkader slapen. Daar blijken bij lange na niet genoeg bedden voor de honderden slapers. ’s Ochtends vroeg ziet de uitgestrekte binnentuin eruit of er een veldslag heeft gewoed. Overal opgekrulde lichamen, soms bedekt door dunne dekentjes.

Als iedereen wakker is en iets heeft gegeten, houdt Imran Khan een speech op een groot podium. Nu is goed te zien dat het hem niet gelukt is honderdduizend mensen te mobiliseren, zoals hij beloofd had. ‘We laten ons niet tegenhouden’, roept Khan, refererend aan het laatste deel van de trip. ‘Imran Khan, zindabad’, brullen maximaal tweeduizend aanhangers. De Amerikanen van Code Pink verschijnen op het podium, met spandoeken en leuzen. When drones fly, children die. Ze worden toegejuicht op aangeven van Imran Khan. Als hij het podium verlaat proberen honderden handen hem aan te raken. De vredesactivisten dalen statig, in processie, van het podium af. Niemand kijkt naar hen om.

De politie blijkt ’s nachts het pension van de buitenlandse journalisten te zijn binnengevallen. Zeven van hen worden terug­gestuurd naar Islamabad. Voor we weer op pad gaan worden de papieren met ‘MEDIA’ van de autoramen verwijderd. Blond haar wordt bedekt, blauwe ogen verstopt achter een zonnebril. Dit is misschien de enige kans ooit om redelijk veilig voet te zetten in de tribale gebieden, en die zal hoe dan ook benut worden.

De laatste 120 kilometer tot Kotkai zijn de moeilijkste. Na het stadje Tank (dertigduizend inwoners) houdt de politiebescherming op. Daarna moet de colonne nog door het gevaarlijke grensgebied van Khyber Pakhtunkhwa en Waziristan. Dat is net als Zuid-Waziristan officieel bevrijd van de Taliban na een groot offensief in 2009. Maar hun invloed is er groot, en in januari en maart vonden zelfmoordaanslagen plaats. Aan weerszijden van de weg liggen de akkers er verwaarloosd bij. De grond is uitgedroogd en op andere plekken overwoekerd met onkruid. Veel inwoners zijn de streek ontvlucht wegens het geweld.

Vlak vóór Tank wordt de colonne tegen­gehouden door het Pakistaanse leger. Er ontstaat een discussie tussen demonstranten en het handjevol militairen op de controlepost. Uiteindelijk wordt de stoet doorgelaten. In Tank wacht de demonstranten een onverwacht tafereel. Duizenden inwoners trotseren de mogelijkheid van een Taliban-aanslag en staan langs de weg. Op de bazaar staan de mensen rijen dik om een glimp op te vangen van de kilometers lange rij bont versierde auto’s. Gelukkig haalt niemand het in zijn hoofd om de stoet tegen te houden en met bloemblaadjes te gaan strooien.

Ruim een half uur rijden buiten Tank stuit de colonne opnieuw op een checkpoint van het Pakistaanse leger. ‘De grens met Waziristan’, fluisteren de Pakistaanse journalisten in het mediabusje vol ontzag. Er zijn opleggers met containers dwars op de weg gezet. Khans volgelingen, nog vol van hun succesvolle passage door Tank, negeren de gewapende militairen, en duwen de obstakels omver. Mannen met Pashtoen-tulbanden op kijken toe. ‘Waarschijnlijk hebben ze dit nooit eerder gezien’, zegt een Pakistaanse journalist. ‘Politici komen hier niet om campagne te voeren.’

Tien minuten later passeren we het dorp Manzai, waar het leger massaal aanwezig is. De colonne moet stoppen, er is prikkeldraad over de weg gespannen. Daarachter staan norse militairen met de vinger langs de trekker van hun kalasjnikovs. Aanhangers beginnen aan het prikkeldraad te sjorren. Imran Khan is naar verluidt in onderhandeling met de officieren.

Vijf minuten lopen vanaf de kop van de colonne staat Zait Gulan (32) naar de lange rij wachtende auto’s te kijken. Hij heeft liever Imran Khan dan de Taliban, zegt hij. Of wie dan ook uit Islamabad. Alles is beter dan de extremisten. ‘Het leger is hier nu de baas, maar vorig jaar was hier nog een heel grote zelfmoordaanslag. Er waren veel doden.’ Hij weet nog goed hoe de Taliban op de weg de hoofden uitstalden die ze hadden afgehakt.

Manzai blijkt het maximaal haalbare voor Imran Khans protestmars. Opeens komen zijn drie terreinwagens in tegengestelde richting aan scheuren. Zo snel mogelijk keren zijn volgelingen hun auto’s op de smalle weg. In volle vaart gaat het terug naar Tank, waar de stoet halt houdt op een groot open terrein. Blijkbaar had Khan rekening gehouden met de mogelijkheid niet verder te komen. Er staat een enorm podium versierd met pti-parafernalia en een joekel van een geluidsinstallatie. Khan spreekt zijn vermoeide aanhangers toe en zegt dat hij is omgekeerd uit veiligheidsoverwegingen. Hij belooft de tribale gebieden tot een normaal deel van Pakistan te maken als hij aan de macht komt. ‘Ik zal investeren in onderwijs, gezondheidszorg en dit hele gebied transformeren.’ Hij bedankt zijn aanhangers. ‘Als deze jongeren helemaal naar Waziristan kunnen gaan, wacht dan maar totdat ze opmarcheren naar Islamabad.’

In de nationale en internationale media werd vastgesteld dat Imran Khan zijn marsdoel niet had bereikt. Dat klopt. De Pakistaanse journalisten hadden het mis: Manzai blijkt een paar kilometer vóór Zuid-Waziristan te liggen. Volgens het leger, zo blijkt later, lag de route daarachter bezaaid met ied’s (in de weg verstopte bommen) – een oncontroleerbare claim.

Maar met de mars bereikte Imran Khan wel iets anders. Voor het eerst werd de terreur van de Pakistaanse Taliban getrotseerd. Die reageerden verward. Toen Khan maanden eerder zijn plan bekendmaakte, meldde de woordvoerder van de Tehrik-e-Taliban (ttp), de beweging waar belangrijke Taliban-facties deel van uitmaken, dat de mars zou worden aangevallen. Een week voor aanvang zei de ttp opeens dat Khan werd beschouwd als ‘een Pashtoen-broeder’ en dat Taliban-strijders zijn volgelingen zouden beschermen. Maar een dag voor vertrek meldde de ttp dat Khan een verwerpelijk ‘verwesterst en geseculariseerd persoon’ was.

Een dag na terugkeer zei de Pakistaanse regering te hopen dat Imran Khan de Taliban tot onderhandelen zou kunnen bewegen, iets waar de Taliban altijd op tegen zijn geweest. Veel analisten menen dat het de enige manier is om een eind te maken aan de terreuraanslagen. Er kwam niet onmiddellijk een afwijzende reactie van de ttp. Dat was hoopvol.

Maar het statement dat de Taliban de volgende dag maakten verbijsterde zelfs de grootste cynici. Ze pleegden een moordaanslag op een symbool van onschuld – Malala Yousafzai, een schoolmeisje van veertien, bekend in binnen- en buitenland omdat ze zich openlijk had verzet tegen de Taliban toen die in haar dorp in de Swat-vallei de meisjesscholen lieten sluiten. Malala werd in de schoolbus van dichtbij in haar hoofd geschoten en ook twee medeleerlingen werden verwond. De populaire tv-presentator Hamid Mir verwoordde een dag na de aanslag de geladen sfeer. ‘Ik zou degenen willen vragen die een meisje neerschoten dat alleen maar naar school wilde: denken jullie nu echt dat jullie goede moslims zijn?’

Door de aanslag denkt niemand meer aan Imran Khans vredesmars. Maar de mobilisatie van geweldloze burgers tartte zowel het machtige Pakistaanse leger als de Taliban, en bracht ze uit evenwicht. Geweldloos protest bleek effect te hebben. Dat zou een sprankje hoop kunnen bieden aan de naar vrede en economisch herstel snakkende Pakistaanse bevolking.

Voorlopig gaat alle aandacht uit naar Malala Yousafzai. Ze is buiten levensgevaar en wordt verpleegd in een Brits hospitaal. Elk stapje in haar herstel wordt gretig gemeld door de Pakistaanse media. De Taliban, die een duizendkoppige vredesmars ongemoeid lieten, storten zich nu op een eenzame scholier. Ze hebben laten weten hun moorddadige werk te zullen afmaken als Malala de aanslag overleeft.

De Taliban

Zonder een oplossing voor het Pakistaanse extremisme is geen vrede mogelijk in Afghanistan. Het woeste grensgebied waar Pashtoen-stammen wonen is een lappendeken van militante groepen die elkaars extremisme aanwakkeren. Ze staan bekend onder de verzamelnaam ‘Taliban’.

De Afghaanse Taliban bestaan uit voornamelijk Afghaanse Pashtoen-strijders en vechten tegen de internationale troepen en het leger van Hamid Karzai in Afghanistan. Volgens de Amerikanen ontvangen zij wapens en training van de beruchte geheime dienst van het Pakistaanse leger, de Inter-Services Intelligence (ISI). De Pakistaanse Taliban vechten vaak mee met hun Afghaanse broeders. Daarnaast voeren zij oorlog tegen de Pakistaanse staat omdat die de kant van de Amerikanen heeft gekozen. Zij zijn doodsvijanden van het Pakistaanse leger en de ISI. De meeste van hun commandanten hebben zich verenigd in de Tehrik-e-Taliban (TTP).

De Poenjabi Taliban is een verzamelnaam voor groepen als Lashkar-e-Taiba (LeT) en Harakat-ul-Islam, opgekweekt door de ISI als wapens tegen erfvijand India. Zij danken hun naam aan hun trainingskampen in het zuiden van de deelstaat Punjab. Omdat de ISI hen nauwelijks meer betaalt en inzet, zochten de anti-Indiase terroristen hun heil bij de anti-Amerikaanse Taliban. Zij strijden zowel mee in Afghanistan als tegen het Pakistaanse leger.

Daarnaast herbergen de tribale gebieden groepen buitenlandse strijders gelieerd aan al-Qaeda, zoals de uiterst wrede, ongeveer duizend man tellende Islamic Movement of Uzbekistan. Zij werken samen met de Taliban-facties.