Arabische revolutie

In 140 tekens een dictatuur dumpen

Niet de ondergrondse oppositie, niet de islamisten, niet de vakbonden, maar de twee miljoen gebruikers van Facebook verdreven de president van Tunesië. En ‘het is nu aan onze ouders’.

TUNIS - Kinderen van Ben Ali werden ze genoemd. De generatie van Hamidi. Gevormd door de dictatuur zouden ze volledig apolitiek zijn. En ze waren met velen; meer dan de helft van de bevolking van Tunesië is jonger dan 25 jaar. Hamidi Kaloucha zegt: ‘We durfden niet te praten. Ieder van ons zat opgesloten in zijn eigen hoekje. Via Facebook ontdekten we opeens dat we niet alleen stonden. Dat er meer waren die Ben Ali haatten. Dat er meer waren die genoeg hadden van de corruptie. We vonden elkaar, we stimuleerden elkaar. Er kwam een ontzettende hoeveelheid energie en creativiteit vrij. Daardoor raakten we onze angst kwijt. We stonden niet langer alleen.’
In Tunesië staat vast: niet de ondergrondse oppositie, niet de islamisten, niet de vakbonden, maar de twee miljoen gebruikers van Facebook verdreven Zine El-Abidine Ben Ali. 'Vive Facebook’ staat dan ook overal op de muren.
Op een groot scherm flikkert Al Jazeera en er klinkt gejuich als Nobelprijswinaar El Baradei in beeld verschijnt. De hele wereld richtte het afgelopen weekend de ogen op Egypte en in Tunesië was dat niet anders. 'Wij leren ze in Egypte hoe de digitale revolutie werkt. Hoe je succesvol te werk moet gaan. Wij geven onze kennis door. Wij steunen waar we kunnen. De Groene Revolutie in Iran in 2009 ging redelijk, maar was te ongeorganiseerd; daarom konden de laatste stappen niet worden gezet’, zegt Hamidi. Hij noemt zichzelf cybermilitant of cyberdissident en heeft op Facebook twee aliassen: een rebelse visser en een werkloze jongere. In werkelijkheid heet hij Sofiéne Bel Haj, is hij 24 en student politicologie. Via zijn aliassen brengt hij zijn politieke ideeën naar buiten.
Gevraagd naar de rol van de bloggers in de revolutie heft hij belerend zijn vinger: 'Ik ben geen blogger. Dat is echt iets van mijn ouders. Mijn generatie zit op Facebook en twittert. Het is heel ongebruikelijk als je alle drie combineert.’ Hamidi vertelt dat hij constant contact heeft met mensen uit Egypte en andere Arabische landen. 'We geven door wat je moet doen om de censuur te omzeilen. Of hoe je kunt herkennen dat pagina’s zijn gecensureerd.’ Met 'we’ bedoelt Hamidi de piratenclub Anonymus, waar hij in 2007 mee in contact kwam. Deze los-vaste groep heeft verbindingen in de hele wereld. Ook in Nederland. De on-organisatie zonder leiders en zonder leden kwam vooral in het nieuws na de arrestatie van Julian Assange, een der WikiLeaks-oprichters. De groep legde allerlei sites plat die WikiLeaks gingen boycotten.
Het is deze internet-elite die de revolutie in Tunesië uniek maakt. Volgens Hamidi is er een zachte en een harde kern. De 'zachte’ kern houdt zich vooral bezig met de transparantie en toegankelijkheid van internet voor iedereen overal ter wereld. Dat doen ze op een vriendelijke manier door petities te maken, de politiek te bewerken, mensen bewust te maken. De 'harde’ kern is meer verbonden met WikiLeaks en gebruikt grovere middelen om de oorlog te winnen. 'Wij komen overal binnen als het nodig is.’
Volgens Hamidi telt de club in Tunesië zo'n duizend activisten, voorzover je een los-vaste groep in cyberspace kunt tellen. 'Maar het worden er steeds meer. Na de revolutie noemt iedereen zich een cybermilitant. Het is net als bij jullie na de Tweede Wereldoorlog. Toen had ook iedereen in het verzet gezeten.’
Twitter en sms zijn de logistieke middelen van de straat. Snel en effectief wordt doorgegeven waar de politie zit, waar een demonstratie is, waar er geplunderd wordt, waar de sluipschutters zitten. Maar ook worden via sms foto’s doorgeseind en wordt via Twitter massaal doorverwezen naar Facebook en blogs. Met de snelheid van het licht wordt informatie uitgewisseld en worden leugens van de machthebbers doorgeprikt met teksten, foto’s en video’s. De massamedia maken dankbaar gebruik van alle informatie die vrijkomt. Al Jazeera bijvoorbeeld dat de ontwikkelingen in Tunesië als een van de weinige vanaf het begin volgde, gaf vaak nieuws door dat het van Facebook, Twitter en blogs plukte. Zo werken de social media naar twee kanten: intern worden de zaken aan elkaar doorgegeven, naar buiten toe gaat het om informatie die anders wellicht nooit de voorpagina’s zou halen. Hoewel de middelen volstrekt van een andere tijd zijn, zou je het kunnen vergelijken met de Samizdat, zegt Hamidi. Tijdens de Koude Oorlog werden in het Oostblok ondergrondse publicaties doorgegeven en opnieuw getikt met carbonpapier via een informeel circuit. De snelheid is van een andere orde, maar het systeem is eigenlijk hetzelfde.
De interim-regering erkent het belang van de sociale media en gaf fervent twitteraar Slim Amamou een post als staatssecretaris van Sport en Jeugd. Hamidi kent hem goed; ook Amamou maakte deel uit van Anonymus. 'We zagen elkaar voor het eerst in het echt toen we samen waren gearresteerd. Ik ben drie dagen lang ondervraagd. Ze konden niet geloven dat ik alleen was. Dat ik de pagina’s op mijn Facebook alleen maakte. Slim was van ons drieën de populairste omdat hij veel twitterde, maar ook het minst politiek geëngageerd.’ Hamidi schudt beslist nee op de vraag of hij niet zelf staatssecretaris had willen zijn. 'Je ziet wat er gebeurt. Zijn toon is al een stuk gematigder. Hij wordt geïncorporeerd. Hij is een van hen geworden.’

OP AVENUE Bourguiba in Tunis hangt nog een penetrante traangasgeur als vijfhonderd vrouwen naar het ministerie van Binnenlandse Zaken lopen, hét doel van alle demonstraties. Een uur eerder raakten voor- en tegenstanders van de interim-regering slaags en werden door de politie hardhandig uit elkaar gedreven. Destin Massir hielp de vrouwenmars mee organiseren en plaatste een oproep op Facebook. De opkomst is teleurstellend, vindt ze. Niet elke oproep op Facebook is dus een succes. Destin denkt dat het komt omdat haar generatie niet van het actievoeren is. Ook zitten verhoudingsgewijs niet veel vrouwen op internet.
De vrouwen, die bang zijn voor de toenemende invloed van de islamisten, demonstreren voor hun rechten. Ze worden omringd door een ware mannenhaag: 'Degage, (rot op). Ga naar de keuken.’ Volgens Destin gaat het om provocateurs. 'Het is in het belang van dit regime de islamisten als een bedreiging op te voeren. Dat legitimeert hun eigen positie.’
Destin bevestigt het beeld dat cybermilitant Hamidi geeft van 'de blogger’. Destin had inderdaad zijn moeder kunnen zijn. Ze is 46, getrouwd, heeft twee kinderen en werkt. Zij blogt sinds 2006, eerst over ditjes en datjes uit het dagelijks leven, maar ze ging steeds vaker over de positie van vrouwen schrijven, uit zorg voor de toekomst. Haar blog werd populair, met zo'n vijftienhonderd hits per dag. Zo populair dat het regime besloot haar blog te censureren. Daarna konden nog maar honderd mensen haar blog dagelijks vinden. In tegenstelling tot Hamidi maakt ze verder nergens deel van uit. Ze schrijft een blog omdat ze dat leuk vindt, maar daar houdt het mee op. Wel vindt ze het belangrijk dat blogs als het hare zorgen voor meer bewustwording. Tegen wil en dank speelt ze nu met het idee om de politiek in te gaan, eigenlijk vanwege een opmerking van haar dochter. 'Waarom word je geen president mama? Je bent geen dief, je weet hoe je met een huishoudboekje om moet gaan, je bent verstandig en je neemt je verantwoordelijkheid.’

TUNESIË heeft een lange historie van censuur. Zo worden sinds 2005 politieke sites geblokt, net als video sharing-sites. Afgelopen december werd de zelfverbranding van Mohammed Bouazizi, die protesteerde tegen de werkloosheid, de hoge kosten en de corruptie, in eerste instantie van de voorpagina’s gehouden. Hoewel het regime probeerde ook Facebook en Twitter deels te censureren, mislukte dat volledig, na een heuse internetoorlog, inclusief arrestaties van internetters en journalisten. Dat Ben Ali Facebook niet compleet op slot zette, geeft te denken. Dat had hij namelijk eerder wel gedaan, in augustus 2008. Hamidi: 'We hebben onze pijlen toen gericht op de providers. Die waren grotendeels in handen van de corrupte familie van Ben Ali en zijn vrouw Leila Trabelsi. We hebben een maand oorlog gevoerd, daarna gaf Ben Ali zelf het bevel om Facebook weer te openen. Dat gaf ons een enorme boost. Opeens zagen we dat we iets voor elkaar kregen. Dat wat we deden van invloed was, en niet zo'n klein beetje ook.’
Dat het regime een paar weken later zeshonderd extra techneuten in dienst nam om de censuur subtieler aan te pakken, hoort volgens Hamidi bij de cyberoorlog. Profielen werden afgesloten, pagina’s eruit gehaald. Afgelopen december werd de strijd verhard. De Tunesische cyberactivisten probeerden overheidssites plat te leggen. Via phishing, het injecteren van malafide javacodes en het afsluiten van html’s waardoor de militanten onbeveiligde sites moesten gebruiken, probeerde het regime de identiteit van de grootste activisten te achterhalen. 'Dat is ze deels gelukt’, zegt Hamidi. 'Op die manier konden Aziz, Slim en ik worden gearresteerd. Maar je kunt er tien arresteren, er zijn er dan nog minstens 990 die doorgaan.’
Niet iedereen was gelukkig met de cyberactivisten. Hamidi kreeg op een moment zoveel hatemail te verwerken op zijn Facebook dat hij het moest sluiten. De mensen waren bang dat militanten als Hamidi het voor anderen zouden verpesten, omdat de kans bestond dat heel internet weer op slot zou gaan. 'Maar dat zullen we nooit accepteren. Wij gaan net zo lang door tot internet voor iedereen en overal vrij toegankelijk is. Daarom waren we ook trots dat uiteindelijk de documenten van WikiLeaks over Tunesië openbaar werden, nadat we de overheidssites hadden gekraakt. Niet om wat erin stond; we wisten al lang dat we in een corrupte maffiastaat woonden waar een aantal families zichzelf verrijkte ten koste van andere. Maar dát we voor elkaar kregen dat ze openbaar werden.’

TERWIJL HET LEGER in Caïro zich achter het volk schaart en Moebarak gereduceerd lijkt tot een trekpop van datzelfde leger groeit in Tunesië het besef dat de ministers in de regering nu wel andere gezichten hebben, maar dat de oude systemen in feite nog recht overeind staan. De eerste euforie is verdampt. Blogger Destin houdt haar hart vast: 'Deze interim-regering lijkt op het oog neutraal, maar er zitten veel mensen in die banden hebben met de partij van Ben Ali. De ambtenaren, het leger en de politie, ook dat zijn dezelfde mensen als vroeger. Zij zullen er alles aan doen om de schuld bij Ben Ali en zijn familiekliek te leggen. Dan blijven zij namelijk buiten schot. Zij hebben er alle belang bij om het meeste bij het oude te laten.’
Destin is bang dat de verkiezingen zullen uitlopen op een legitimatie van de oude systemen en structuren. Tegelijk is ze ook bang voor de islamisten: 'Ik wil niet dat er getornd wordt aan de rechten van de vrouw. Ik moet er niet aan denken dat de sharia wordt ingevoerd. Ik wil dat onze rechten worden opgenomen in de grondwet.’ Destin denkt dat er een tweede revolutie nodig is om dat voor elkaar te krijgen en ze staat daarin niet alleen. Maar het is haar generatie die er zo over denkt. De cybermilitanten houden het even voor gezien. 'Het is nu aan onze ouders’, zegt Hamidi. 'Wij zijn niet uit op politieke macht. We hebben nu meer dan twintig nieuwe ministers, dat is wel even genoeg.’

Hamadi Kaloutcha
Destin Massir