Schrijnende toestanden rond ons paardenvlees

In Amerika mishandeld, hier opgegeten

Van de biefstuk of kroket op ons bord lopen lijntjes naar dierenleed op vrachtwagens en in slachterijen in Amerika. Supermarkten doen schimmig over de herkomst van paardenvlees – en met reden, constateerde Eyes on Animals.

Medium 05.10.2012 ch.sg.03 begleitfahrt zum schlachthof lamar  14  001

Een veewagen rijdt door de Mexicaanse nacht. Sinds het verlaten van Texas bij het grensplaatsje Onjinaga zijn elf uur verstreken. Water of eten hoeft de chauffeur de dieren niet te geven van zijn baas. Maar tanken moet hij wel, en daarvoor stopt hij bij een benzinestation. Hij werpt een blik op de lading, tussen de metalen dwarsbalken van de wagen door. Een liggend paardenhoofd kijkt tussen de benen van de andere dieren door, de neusgaten opengesperd van uitputting, een wond aan het linkeroog. De andere paarden hebben lelijke open wonden aan hun benen, omdat ze zich bij het inladen aan de loopplank en de veewagen hebben geschaafd. Dat is de chauffeur gewend. Ook dat een uitgeput paard omvalt, komt vaker voor.

Maar het moet wel overeind, anders overleeft het dier de rit niet en wordt het waardeloos. Wie weet verwondt het ook nog andere paarden. De vrachtwagen is verzegeld en mag pas open bij de slachterij, na een rit van zestien uur. Met hulp van zijn bijrijder wringt de chauffeur daarom maar een ijzeren buis door de zijkant. Ze slaan het dier. Proberen het overeind te wrikken. Niets werkt. Dan maar de stroomprikker. Die is in Mexico verboden, net zoals in de Europese Unie. Maar nood breekt wet en van een stroomstoot schrikt een paard zo dat het meestal wel weer even op zijn benen staat.

Dit transport is op weg naar slachterij Inter Meats in Aguascalientes, zo zegt Eyes on Animals, een Nederlandse dierenwelzijnsorganisatie. Amerikaanse collega’s volgden het transport op 18 augustus vorig jaar en legden het vast op video. Het is goed mogelijk dat het vlees van deze dieren op een Nederlands bord is geëindigd. Snackproducent Ad van Geloven, moederbedrijf van onder meer Mora, gebruikt vlees van Inter Meats in zijn kroketten voor de horeca. Ook Groenveld Vlees importeert vlees van deze Mexicaanse slachterij. Groenveld levert paardenvlees aan onder meer supermarkt Jumbo, die paardenfilet en paardenrookvlees in de schappen heeft.

In landen als Mexico, Canada, de Verenigde Staten, Argentinië en Uruguay blijkt de route naar de slacht vaak een lijdensweg, door slappe regelgeving en slechte controle. Ad van Geloven, Jumbo en Groenveld zijn niet de enige bedrijven in Nederland die vlees kopen uit deze landen. Zeker veertig procent van het geïmporteerde Nederlandse paardenvlees komt ervandaan. Een deel exporteert Nederland weer, een ander deel eten we zelf. Ook bijvoorbeeld Albert Heijn en C1000 verkopen Amerikaans paardenvlees.

Het hierboven beschreven transport in Mexico is geen uitzondering, zo stellen vijf internationale dierenwelzijnsorganisaties, waaronder het Nederlandse Eyes on Animals. Ze bezochten de afgelopen twee jaar zo’n 25 verzamelcentra, veilingen en slachterijen in Noord- en Zuid-Amerika. ‘We hebben niet één plek gezien waar geen dierenleed was’, zegt Lesley Moffat, directeur van Eyes on Animals. Eisen voor het transport van slachtpaarden zijn er veel minder zwaar dan in Europa. In Canada en Argentinië mogen paarden tot 36 uur in een transportwagen staan, zonder dat ze gelost worden of water en eten krijgen. In Uruguay geldt er helemaal geen beperking. In geen van de onderzochte landen worden tussenschotten gebruikt om te voorkomen dat dieren omvallen. ‘En het zijn vaak juist oude en zieke dieren die naar de slacht gaan’, zegt Moffat. Op verzamelplaatsen staan de dieren vervolgens in de volle zon of juist in de sneeuw, zonder beschutting. En ook de slacht gaat regelmatig ondeskundig, waardoor de paarden onnodig lijden.

Het jongste paardenvleesschandaal draait daarmee om dierenwelzijn, in plaats van onze eigen gezondheid. Paardenvlees is goedkoop, maar staat de laatste jaren in een steeds slechter daglicht. Vorig jaar riep de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit vijftigduizend ton vlees terug omdat het Osse bedrijf Selten ermee gefraudeerd zou hebben. Paardenvlees werd bij rundvlees gemengd en als rundvlees gelabeld. Afgelopen zomer werd duidelijk dat paardenvlees uit Oost-Europese landen een gevaar kan opleveren voor zwangere vrouwen, omdat het parasieten kan bevatten. En berichten over medicijnen in paardenvlees duiken regelmatig op.

Toch eten Nederlanders nog steeds paard. Soms zonder het te weten. Ad van Geloven gebruikt geen paard in zijn supermarktsnacks, volgens het bedrijf omdat dat een deel van de klanten afschrikt. Maar in kroketten voor de snackbar en restaurants wordt nog wel paardenvlees verwerkt. Het staat keurig op de verpakking – maar die zie je niet, als klant. ‘Mensen waarderen de smaak. Dat blijkt uit tests’, verklaart directeur Peter Doodeman het gebruik van paardenvlees. ‘De cafetariahouder weet het, dus klanten kunnen ernaar vragen.’

Achterhalen waar het paardenvlees precies vandaan komt, is een hele klus. Supermarkten geven hun leveranciers en zelfs landen van herkomst niet graag prijs. Slachthuizen in Amerika houden hun deuren dicht en Nederlandse vleesimporteurs reageren niet op mijn verzoeken om commentaar.

Toch legt Eyes on Animals met hulp van Tierschutzbund Zürich en Animals Angels usa een deel van de lijnen naar Nederland bloot. Hun rapport leidde er al toe dat de supers Deen en Coop onmiddellijk stopten met de verkoop van Amerikaans paardenvlees. Deen deed zaken met het Belgische Velda. Vlees van dat bedrijf komt onder meer van een slachterij in het Mexicaanse Camargo. Paarden worden daar geslagen en er is nauwelijks medische hulp, constateerden de dierenwelzijnsorganisaties ter plaatse. ‘We zijn enorm geschrokken. We werken nu alleen nog met paardenvlees uit Europa’, reageert voorlichtster Else Miek Deen van de supermarkt.

‘We zijn enorm geschrokken. We werken nu alleen nog met paardenvlees uit Europa’

De lijntjes naar Nederland beginnen in landen met een fiks overschot van paarden. Na hun werkzame leven worden ze afgedankt. Maar in Amerikaanse landen eet men geen paard. Argentinië bijvoorbeeld heeft een groot arsenaal aan paarden voor de populaire polo-sport, maar op het eten van de dieren rust een taboe. Op de slacht niet: Argentinië is de grootste exporteur van paardenvlees ter wereld. De Verenigde Staten hebben veel race- en hobbypaarden, maar paard mag er niet worden gegeten. Sinds 2006 is er ook een moratorium op de slacht van paarden. Politici in de VS vinden het eten riskant, vanwege mogelijke medicijnresten in het vlees, en de slacht paardonvriendelijk.

Paarden uit de VS worden daarom nu op grote schaal over de grens geslacht. Dat is vervelender voor de dieren, want ze moeten grote afstanden overbruggen. Vaak gaan ze van paardenmarkt naar paardenmarkt. Soms gaan ze voor negen dollar van hand tot hand. Dat is weinig, maar verkopen is voor de eigenaar altijd nog goedkoper dan euthanaseren bij een veearts. Uiteindelijk komen de dieren in handen van ‘kill buyers’: handelaren die paarden opkopen en ze verzamelen aan de buitengrenzen van de VS. Daarvandaan gaat het transport naar Mexico. Zo ging het ook met ons uitgeputte en omgevallen paard, dat in een augustusnacht onderweg was naar de slachterij van Inter Meats.

Groenveld Vlees, een familiebedrijf uit Nieuw-Vennep, haalt zijn vlees niet alleen bij Inter Meats. Tot vorige week meldde het bedrijf op zijn website dat er ook vlees kwam van twee slachthuizen in Uruguay en Argentinië. De dierenclubs gingen ook daar kijken. In Uruguay jagen medewerkers paarden op met honden. In een Argentijns verzamelstation, gelieerd aan de Groenveld-slachterij in Rio Cuarto, zagen ze hoe een Duitse herder in de benen van de dieren beet. Medewerkers sloegen paarden met houten stokken. Nadat ik per e-mail vragen had gesteld aan Groenveld verdween de vermelding van deze slachterijen van de site. Het bedrijf weigert te reageren.

Los Lunas, in de Amerikaanse staat New Mexico, maart 2012. Op de verzamelplaats van kill buyer Dennis Chavez ligt een wit paard op de grond, zijn vacht nat en vervuild en een grote wond boven aan zijn achterpoten. Met zijn voorpoten krabbelt hij in de grond, om vooruit te komen. Het lukt niet. Het dier laadt zich op en met een ferme ruk van zijn hoofd probeert hij zich nog een keer overeind te hijsen. De achterpoten komen niet mee. Verslagen valt het dier op zijn zij en blijft liggen. Verderop ligt een ander paard in dezelfde houding. In het zand zijn de cirkelvormige sporen te zien die zijn spartelende benen hebben getrokken.

Vier stervende paarden treffen de onderzoekers deze dag aan. Andere paarden hebben onbehandelde wonden, zijn vel over been of hebben ernstige oogziektes. Medische hulp is er niet voor dit slachtvlees: te duur. Voor euthanasie geldt hetzelfde. De paarden worden aan hun lot overgelaten. Er is geen schaduw en soms ook geen water.

De beruchte Dennis Chavez exporteert volgens Animals Angels usa jaarlijks bijna tienduizend paarden naar Mexico. De rechtszaak tegen hem was in Amerika groot nieuws. Voor zijn schendingen van de Amerikaanse transportregels heeft hij een paar duizend euro boete gehad. Dierenmishandeling achtte de rechter afgelopen december ‘niet bewezen’, omdat niet vaststond waaraan de paarden op zijn terrein waren overleden.

Paarden komen naar Los Lunas uit de hele VS, soms zelfs zo ver als het noordelijke Montana (een reis van zeventienhonderd kilometer). Vanuit Los Lunas gaan ze nog achthonderd kilometer verder naar Presidio in Texas, naar een grote verzamelplaats voor exportpaarden. Daar zagen onderzoekers dat dieren met touwen en stokken werden geslagen bij het uitladen. De laatste etappe is die naar de Mexicaanse slachterij, op nog eens negenhonderd kilometer.

Daar komt opnieuw een Nederlands bedrijf in beeld: Visser Van Walsum, een Dordrechtse importeur en exporteur van vlees. Het bedrijf haalt al zijn paardenvlees uit Mexico. ‘Hier bevindt zich de slachterij Carnicos de Jerez S.A. waar wij al ruim twintig jaar exclusief de distributie in Europa voor doen’, meldt de website.

De dierenwelzijnsorganisaties volgden een transport van Chavez dat onderweg was naar deze slachterij. Ze zien 34 paarden, die met z’n allen op een open wagen staan. Door het ontbreken van een dak staan de dieren de hele reis in de volle zon, bij temperaturen tot veertig graden. Veulens staan tussen volwassen paarden en lopen het risico te worden doodgetrapt. Er zijn uitgehongerde paarden bij en opnieuw dieren met ernstige verwondingen. Een Mexicaans importdocument van oktober vorig jaar, dat ik heb ingezien, bewijst dat Chavez inderdaad levert aan de slachterij van Visser Van Walsum in Jerez. Of de producten van Visser Van Walsum ook in Nederlandse supermarkten liggen, is niet bekend. Het vleesbedrijf en de supermarkten willen er niets over zeggen.

Het is onduidelijk of het paardenvlees geen resten van medicijnen of andere schadelijke stoffen bevat

Naar aanleiding van een uitzending van het tv-programma Radar over het paardenvleesrapport kwam Visser Van Walsum wel met een schriftelijke verklaring. Paardentrailers zonder dak worden volgens het bedrijf niet toegelaten bij het slachthuis in Jerez. De dieren kunnen bij ieder transport rusten, eten en drinken bij de grensovergang, volgens het bedrijf.

Medium 05.10.2012 ch.sg.03 beladung in la banda  38

Kathalijne Visser, onderzoeker dierenwelzijn bij Wageningen UR Livestock Research, is geschrokken van het beeldmateriaal van Eyes on Animals. ‘Je hoeft geen expert te zijn om te zien dat hier iets mis mee is’, zegt ze. ‘Het meest schokkend vind ik dat paarden die absoluut niet fit zijn om te reizen toch die vrachtwagen in moeten, en dat dan twee, drie, vier keer. Bovendien zijn er geen schotten tussen de individuele paarden, waardoor de kans op verwondingen groter is. Paarden kunnen lang staan, maar hebben uiteindelijk ook slaap nodig waarbij ze kunnen rusten. De lange transporten zijn toch een vorm van slaapdeprivatie. Maar belangrijker nog is dat de dieren onderweg eten en vooral drinken zouden moeten krijgen.’ Volgens Visser kunnen paarden zich tijdelijk aanpassen aan hoge temperaturen: ‘Even zonder dak reizen is geen probleem. Maar uiteindelijk moeten ze beschutting kunnen zoeken.’

Volgens Eyes on Animals schilderen Nederlandse vleesproducenten voor klanten een te rooskleurig beeld, dat weinig te maken heeft met de werkelijkheid. Mora bijvoorbeeld, dat op haar website vertelt dat haar leveranciers erkend zijn door de Europese Unie. Volgens Mora betekent dat dat ze zich moeten houden aan alle regels van de Europese Unie, ‘inclusief richtlijnen op het gebied van dierenwelzijn’.

Dat leveranciers EU-erkend zijn, betekent alleen dat de slachterijen aan bepaalde regels moeten voldoen, vooral op het gebied van hygiëne en gezondheid. Maar Europa kan geen regels opleggen aan bijvoorbeeld de transporten naar de slachterijen. Zelfs de beperkte EU-regels die er zijn, worden met voeten getreden, zonder dat slachthuizen hun EU-erkenning verliezen.

In werkelijkheid hebben Nederlandse bedrijven nauwelijks zicht op de weg die paarden afleggen naar de slachterijen in Amerika, stelt Eyes on Animals. Dat blijkt ook uit verslagen van het Europese Food and Veterinary Office. Dat meldt dat de traceerbaarheid van paarden in Canada en Mexico tekortschiet. Dat is niet alleen een probleem als het gaat om de behandeling van de dieren. Ook is onvoldoende duidelijk of het paardenvlees geen resten van medicijnen of andere schadelijke stoffen bevat. In een recent rapport over vlees raadt de Nederlandse Onderzoeksraad voor de Veiligheid daarom het eten van al het paardenvlees af.

In hoeverre geeft een beperkt aantal observaties van dierenbeschermers in de vijf Amerikaanse landen een goed beeld van de vleesindustrie daar? De supermarkten twijfelen eraan. Kathalijne Visser van Wageningen UR spreekt van ‘stuk voor stuk schrijnende situaties’ die staan beschreven in het onderzoek. Daar wil ze niets aan afdoen. ‘De mensen van Eyes on Animals doen op hun manier goed werk, maar ze kunnen niet garanderen dat deze beelden representatief zijn’, zegt ze. ‘De vleesindustrie is nou eenmaal een heel niet-transparante sector met veel schakels. Zeker bij vlees afkomstig van buiten de EU hebben we er minder zicht op.’ Ze pleit voor meer onderzoek met een wetenschappelijke aanpak: ‘Meten is weten, en ik zou graag meer willen weten.’

voorlopig verschuilen de meeste supermarkten zich achter naamloze leveranciers. Zoals Jumbo, dat ‘uit concurrentieoverwegingen’ niets wil zeggen over leveranciers. Wel laten ze weten dat volgens die leveranciers alles deugt. Of dat klopt valt met het onderzoek van Eyes on Animals in de hand te betwijfelen. Ook Albert Heijn wil niets zeggen over leveranciers, en zelfs niet over landen waar het paardenvlees vandaan komt. Een woordvoerder erkent wel dat daar Zuid-Amerikaanse landen bij zijn. ‘Voor producten van ons huismerk staan wij garant voor het dierenwelzijn’, zegt hij. ‘Daar kan de klant op vertrouwen.’ Dat moet ook wel, want er is geen manier om het als consument te controleren.

Naar aanleiding van het rapport gaan Jumbo en Albert Heijn zelf wel nader onderzoek doen. Snackbedrijf Ad van Geloven stuurde afgelopen weekend al twee medewerkers naar Amerika, om de komende weken alle leveranciers te bezoeken. ‘Ik ben net zo geschokt als ieder ander’, zegt directeur Peter Doodeman over het onderzoek van de dierenwelzijnsorganisaties. Zijn medewerkers gaan niet alleen bij de slachterijen kijken, maar ook naar transporten en de plaatsen waar die vertrekken, zo belooft hij.

Dat lijkt winst, maar Eyes on Animals heeft er weinig vertrouwen in. Het Amerikaanse paardenvlees is goedkoop en Nederlandse bedrijven hebben er te veel belang bij om straks te kunnen concluderen dat hun leveranciers wél deugen. Voor Lesley Moffat is al het paardenvlees uit de onderzochte landen besmet. Misstanden zijn volgens haar gemeengoed. ‘Wetgeving loopt daar zo ver achter op de EU. Wacht met vlees importeren uit deze landen tot de wetgeving en controles daar zijn verbeterd’, adviseert ze de bedrijven. ‘Haal paardenvlees uit Nederland, België, Frankrijk of andere landen hier in de buurt.’

Minister Edith Schippers van Volksgezondheid wil bedrijven verplichten om het land van herkomst altijd op vleesetiketten te vermelden. Zo hebben consumenten enig idee onder welke wetgeving en waarborgen hun lapje vlees tot stand is gekomen. De commotie die op social media ontstond over het rapport van de dierenbeschermers laat opnieuw zien dat er dringend behoefte is aan openheid over het verhaal achter ons vlees.


Beeld: (1) Argentinië. Op weg naar het slachthuis. (2) Inladen van de paarden (Jonas Amadeo Lucas/TSB/AA USA, Eyes on Animals).