Opheffer

In balans

Het heeft waarschijnlijk te maken met mijn karakter, maar er zijn een aantal woorden, begrippen, waarbij ik me onprettig voel. Deels omdat ik ze niet begrijp en deels omdat ik ze op een of andere manier ‘iets’ vind verbloemen. Die woorden en begrippen zijn aan elkaar verwant.

Medium opheffer balans

Het zijn: ‘Balans (in evenwicht) en harmonie, compromis, nuance’.

Wanneer je hoort dat iets in balans is, of in evenwicht en in harmonie, dan is het: duimen omhoog. Balans is ook iets waarnaar je moet streven. Net als harmonie. Een verhouding is goed wanneer er ‘harmonie’ is en beide partners ‘in balans’ zijn.

Ik kan daar slecht tegen.

Columns en columnisten (vroeger nog essayisten genoemd, maar essays schrijft niemand meer) worden vaak gewaardeerd om hun evenwichtige visie. Laatst las ik dat de columns van collega X altijd ‘harmonieus’ waren. Bedoeld werd dat collega X ‘scherp was, zonder beledigend te zijn’. Dat werd gezien als ‘een verademing’.

Het is voor mij geen aanbeveling. In de literatuur schijnt ‘balans’ tegenwoordig gewaardeerd te worden. Maar als ik lees dat een roman ‘evenwichtig’ is en soortgelijke adjectieven, dan heb ik er al geen zin meer in.

Ik vind het ook – hoe zeg ik dit harmonieus – goedkoop. Niets is zo makkelijk om te gloriëren bij een enerzijds-anderzijds-standpunt. (‘Natuurlijk heeft Rutte gelijk als hij iets doet aan de ontwikkelingshulp, maar Samsom heeft evenzeer recht van spreken als hij de vastgelopen huizenmarkt aan de kaak stelt.’)

Genuanceerdheid – ook al zo’n woord en begrip waar ik een hekel aan heb – kenmerkt zich door een hoge dosis lafheid. En, zoals gezegd, het zogenaamde genuanceerde standpunt is ook het makkelijke standpunt. Je neemt een beetje van dit en een beetje van dat, en iedereen is het met je eens.

Het CDA wil zich voor alles profileren als een genuanceerde partij, net als D66. Op de balans leggen ze op de ene schaal begrip, of sociaal medelijden of andere vormen van piëtistische empathie plus de noodzaak om iets te veranderen, en op de andere schaal – daardoor – halve maatregelen.

Je ziet het overal in de politiek. Ook bij genuanceerde partijen als PvdA en VVD.

We gaan niet de hele ontwikkelingshulp afschaffen, maar een deel. We gaan niet de totale gezondheidszorg op z’n kop zetten, maar een deel. We gaan niet de hele hypotheekrente­aftrek afschaffen, maar een gedeelte. We verlagen niet de belastingen fors, maar een deel. Et cetera, et cetera.

Ons poldermodel waar we zo trots op zijn, is niets anders dan kunstmatig aangelegd evenwicht en geprofessionaliseerde harmonie om elkaar aan het werk te houden.

Ik heb er een hekel aan, omdat het zogenaamde evenwicht eigenlijk geen evenwicht is, het is een vals compromis, want wie weet precies wat er op de schalen gelegd moet worden. Het valse compromis is in feite conservatief, want het houdt vooruitgang tegen. Werkelijke vooruitgang ontstaat uit crisis, uit een schok, uit de noodzaak het anders te doen. Compromisloos, omdat er geen compromis te vinden is. Nuance is het verbergen van het stiksel.

Harmonie en balans suggereren een geweldloze sociale instelling. Maar dat is niet zo. ‘Europa heeft door de EU al zestig jaar vrede gekend.’ O ja, volgens mij had militair overwicht hiermee van doen. En dreiging met een nucleaire uitroeiing. Maar ja, het klinkt genuanceerd en harmonieus en in balans om dit toe te schrijven aan onze wil om elkaar iets te gunnen, om te polderen, om begrip voor elkaar te hebben.

Het zal met mijn karakter te maken hebben, dat strijdlustig van aard is. Grote veranderingen die ik in mijn leven heb meegemaakt, zijn voor een groot gedeelte tot stand gekomen door strijd. Niet gewelddadig, maar omdat mensen zeiden: ik pik het niet meer.

Probeer maar eens te bedenken welke verworvenheid de afgelopen zestig jaar door nuance tot stand is gebracht.