Tanja Kross: ik wil alles

In balans

Een kerkhof op Curaçao. De graven zijn nissen in een muur. Een jonge vrouw brengt bloemen aan oma die die dag 88 zou zijn geworden. ‘Typisch’, zegt ze, ‘het hele park is wit, maar oma is rood.’ Inderdaad, één vuurrode nis.

Medium tv

Oma is zelfs in een rode jurk begraven. Kleindochter was niet en wel bij de begrafenis. Hoogzwanger zong ze Ave Maria in een kerk van haar woonplaats Gouda. De opname daarvan werd in Willemstad ten gehore gebracht en emotioneel ontvangen. Oma moet een markante vrouw zijn geweest.

Dat heeft kleindochter Tanja Kross dan van niemand vreemd, blijkt uit het portret dat Barbara Makkinga van haar maakte. Allemachtig, wat een verpletterende power binnen en buiten de zangkunst. Zo heeft ook de tv-kijker haar al wel een beetje kunnen leren kennen, want ze is voor een klassieke zangeres redelijk veel gevraagd bij talkshows. Ook al omdat ze letterlijk en figuurlijk een verhaal heeft en dat voortreffelijk kan vertellen. Een Antilliaanse die al jong en moederziel alleen naar een Nederlands conservatorium gaat en het tot een internationale carrière schopt. Die een breed repertoire heeft, van grote operarollen tot het lichte lied, van eigentijdse tot volksmuziek. Die over een extravert acteertalent beschikt. En over gigantische ambitie. Ambitie die niet alleen haar loopbaan betreft, maar een breed scala daarbuiten: van het combineren van moederschap met grote carrière tot het verwezenlijken van de allereerste opera in het Papiaments met als onderwerp een historische slavenopstand. Want zo lang als ze weg is van huis, zozeer is ze ‘yu di tera’ gebleven, kind van het eiland.

Rode draad door de film is dan ook het tot stand komen van Katibu di shon, libretto van Carel de Haseth naar zijn gelijknamige novelle Heer en slaaf en gecomponeerd door Randal Corsen. Een buitengewoon zware bevalling, gezien alle financiële, juridische en organisatorische hindernissen die genomen moesten voordat op 1 juli vorig jaar (150 jaar na afschaffing van de slavernij) de première en voorlopig enige voorstelling gegeven kon worden in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Zonder drammen van Kross was het nooit zo ver gekomen. Na afloop vloeien de tranen rijkelijk, bij Tanja, andere makers en publiek. Maar nu moet de productie naar de Antillen en Suriname – gratis toegang voor iedereen. Je hoort de verantwoordelijken letterlijk slikken, maar wie la Kross wil tegenhouden moet bar sterk zijn. Toch kan ze niet tot het eind van de nazit blijven: manlief en zij moeten naar huis, want ze is niet lang tevoren bevallen van haar tweede kind (inclusief opera het derde).

Het ‘ik wil alles’ uit de ondertitel van de film slaat dan ook op het advies dat ze van menigeen kreeg geen kinderen te nemen met het oog op haar carrière. In het Oostenrijkse Bregenz staat ze in een openluchtuitvoering van Andrea Chénier van Umberto Giordano. We mochten erbij zijn toen haar man op de hotelkamer de baby wilde overnemen maar nog even moest wachten: ‘Eerst geef ik nog de andere tiet, dan ben ik in balans en kan zingen.’ Daar hoeven tenoren en bassen zich nou nooit zorgen over te maken. Overigens is het niet uitsluitend succes. De combinatie zorg en werk veroorzaakte tijdens dezelfde trip een black-out bij de repetitie voor een liederenrecital met lastige eigentijdse muziek. De dirigent liet een andere sopraan invliegen. Typerend: ze wil wraak door dat stuk binnenkort toch op haar repertoire te nemen. ‘Ik ben niet de beste zangeres. Ik ben degeen die het hardste werkt’, zegt ze. Met verbluffend resultaat. Een informatieve film.


Barbara Makkinga, Tanja Kross: ik wil alles, 2Doc, NTR, maandag 24 maart, 20.55 uur.

Beeld: Tanja Kross (IDTV).