Belgrado – ‘We gingen eerst ćevapi eten en daarna naar de muurschildering. Gewoon om te kijken of daar mensen zouden zijn.’ Jelena Jacimović begint haar verhaal alsof ze op weg was naar een leuk uitje. ‘Het was rustig, er gebeurde niets en op een gegeven moment stelde Aida voor om eieren te gooien. Ik dacht: waarom ook niet? Dus we kochten een doos van twaalf eieren en begonnen ze richting de muur te gooien.’ In een mum van tijd werden ze opgepakt, door wat later politiemannen in burger bleken te zijn. Het doelwit van deze twee vrouwen was namelijk de muurschildering van de Ratko Mladić.

De afbeelding verscheen kort nadat Mladić afgelopen juni definitief was veroordeeld voor genocide. De gemeente had opdracht gegeven om hem te verwijderen, maar tot nu toe is er geen bedrijf gevonden dat de klus wilde klaren. En dus, dacht de Youth Initiative for Human Rights, doen wij het zelf wel. Het zou een event worden, maar de minister van Binnenlandse Zaken, Aleksandar Vulin, weigerde een vergunning. Officieel omdat hij geen veilige situatie zou kunnen garanderen, maar Vulin sprak ook over ‘kwade intenties’ van de jonge activisten.

Jacimović is kunstenares en noemt haar actie een soort performance. ‘Ik wilde iets visueels doen, iets zonder geweld. Bij de eerste regenbui zijn die eieren weer van de muur. Het is niets. Maar we wilden zien wat de reactie zou zijn.’ En die reactie kwam. Eerst de arrestatie, na een paar uur vrijlating, ‘s avonds protesten, intimidatie van een journalist door mannen in hoodies die ‘Mladić’ scandeerden tijdens een live-uitzending, minister Vulin die een bloemetje legde bij Mladić, de volgende ochtend werd door een oppositiepoliticus alsnog een emmer witte verf over de muur gegooid. Een paar uur later keek Mladić weer uit over de Njegosevastraat. Het protest hield de dagen daarna aan, maar Mladić is niet weg te krijgen.

‘We zijn beland in een bizarre situatie, waarbij een muurschildering van een oorlogsmisdadiger wordt beschermd door extreem-rechtse jongemannen. En ze worden daarin gesteund door de politie. Want als je er een ei tegenaan gooit, word je behandeld als een crimineel.’ Jacimović wil graag een signaal afgeven dat dit niet het Servië is waar zij voor staat. ‘We deden het voor onze vrienden in Srebrenica. We moesten iets doen om ons uit te spreken.’