In Brazilië wordt elke dag een homo vermoord

Rio de Janeiro – Ze heetten Edivaldo en Jeovan. Twee leraren van in de dertig. Ze waren geliefd bij hun leerlingen in Santaluz, een stadje in het droge binnenland van de Braziliaanse deelstaat Bahia.

Die avond waren ze nog tot tien uur bezig geweest. De school opfleuren, lessen voorbereiden.

In de nacht wordt de auto van Edivaldo langs de weg gevonden. In de achterbak twee verkoolde lichamen. De politie kon het lichaam van Edivaldo identificeren op basis van zijn gebit. Familie gaat ervan uit dat het andere lichaam dat van Jeovan is. Sinds die avond is hij niet meer thuisgekomen.

Zomaar een geschiedenis op wie-is-er-vandaag-weer-vermoord?, een site van de Braziliaanse homobeweging. Er worden artikelen over haatmoorden op verzameld. En aan de naam is niets overdreven: elke 27 uur wordt in het grootste katholieke land ter wereld een homoseksueel vermoord.

Ik kijk naar de goedlachse gezichten van Edivaldo en Jeovan op de site. ‘Gewoon’ een dubbele moord in hetzelfde weekend als het bloedbad in Orlando. Brazilië kent geen terrorisme. En moslims moet je hier met een lampje zoeken. Toch staat Brazilië treurig op nummer één als het land met de meeste moorden op homo’s ter wereld.

De regenboogvlag wappert gebroederlijk naast die met de Olympische ringen op het homostrand van Ipanema. De zon schijnt en er wordt flink geflirt. ‘Is dat je vriend?’ vraag ik aan de grote zwarte man in de klapstoel. Hij doet me denken aan Edivaldo. Hetzelfde beerachtige zelfvertrouwen. Op de stoel naast hem een tengere, iets jongere man. ‘Nee’, zegt mijn ‘Edivaldo’, terwijl hij me lachend aankijkt: ‘Nee. Dat is mijn mán.’

Natuurlijk! Ook Brazilië heeft sinds drie jaar het homohuwelijk. De man schuddebuikt nog na als ik vraag of hij zijn echtgenoot op het homostrand een zoen zou willen geven. ‘Ben je gek’, reageert hij. ‘Dat is gevaarlijk!’ Nee, ook al zijn ze vijftien jaar samen. Op zijn werk is het topgeheim en ook zijn ouders weten het niet: ‘Hij mag nooit meer thuiskomen sinds hij het vertelde’, wijst hij op zijn echtgenoot. ‘De mijne denken dat we roommates zijn.’

Toch was de moord op Edivaldo en Jeovan uiteindelijk anders dan de andere homomoorden-van-elke-dag. Duizenden scholieren en andere mensen liepen achter de kist aan in dat kleine arme stadje. Ze hadden bordjes bij zich met ‘Een leraar sterft nooit’. En: ‘Dankjewel Edivaldo en Jeovan’.