In Bulgarije draait alles om vriendjespolitiek

Sofia – Joanni Yamazaki (21) loopt dagelijks mee in de protestmarsen in de Bulgaarse hoofdstad Sofia. Net als duizenden anderen wil hij dat de centrum-rechtse regering van premier Bojko Borisov (61) opstapt. Want die ‘corrupte bende wordt eigenlijk bestuurd door oligarchen en laat de straatarme burgers in de kou staan’. In 2013 gingen eveneens duizenden Bulgaren de straat op. De kern van de boodschap was hetzelfde. Vier mensen staken zichzelf in brand. Er veranderde niets.

‘Bulgarije heeft nooit een stabiele democratie ontwikkeld’, zegt Georgi Bardarov, doctor in de demografie aan de Universiteit van Sofia. Tot eind negentiende eeuw was de Bulgaarse samenleving feodalistisch, geregeerd door de Ottomanen. Daarna volgden oorlogen, rampen en revoluties. En van 1944 tot 1989 een dictatoriaal socialisme. Het systeem van vrazki (contacten) uit die tijd, waarbij familie en vrienden elkaar begunstigen, is nog springlevend.

Het moderne Bulgarije kampt bovendien met een diepe demografische crisis, die ook politieke gevolgen heeft. Meer dan twee miljoen van de circa zeven miljoen Bulgaren zijn inmiddels geëmigreerd. Vooral hoger opgeleiden en studenten. Die braindrain komt veel politici goed uit, meent Bardarov. ‘Het is gemakkelijker om een straatarme Roma-zigeuner twintig leva (tien euro – hk) te geven voor zijn stem dan een slimme student voor je te winnen.’

Vermeend redder tijdens de huidige protesten is ex-minister van Justitie Hristo Ivanov (45). In 2017, een maand voor de parlementsverkiezingen, richtte hij Da, Bulgaria (Ja, Bulgarije) op. Speerpunt is de strijd tegen corruptie en een hervorming van het Bulgaarse rechtssysteem. De partij haalde de kiesdrempel destijds niet.

Joanni ziet in Da, Bulgaria geen alternatief. Te weinigzeggend om de grote partijen te pareren. ‘De komende jaren zullen de maffiosi vervangen worden door andere maffiosi.’ Hij demonstreert omdat het land anders ‘vervalt in tirannie’. Volgens Bardarov komt fundamentele verandering pas met de jongere generatie. ‘Bulgaarse jongeren zijn wel thuis in de wereld, houden van Bulgarije. En dragen niet de last van de geschiedenis.’

Joanni heeft een Japanse vader, maar is opgegroeid in Sofia. De student medicijnen kent Tokio echter als zijn broekzak, reist door Europa en spreekt Japans, Frans en Bulgaars.

Ook hij denkt dat er – ooit – verandering komt. De vraag is of hij er dan zelf nog is. Meer dan de helft van zijn middelbare schoolklas zit inmiddels in het buitenland. Joanni gaat zeker weten ook voor langere tijd weg uit Bulgarije. ‘Hier is alles in de beroepensfeer gebaseerd op vriendjespolitiek, niet op individuele kwaliteiten. Daarvoor moet je in het buitenland zijn.’