De ondergang van Idlib

In de as gelegd

De Syrische provincie Idlib vormt de inzet van een even cynisch als complex schaakspel tussen lokale en internationale spelers. Het humanitaire drama is onbeschrijflijk – en het Westen kijkt weg.

Een gevluchte Syrische vrouw komt aan bij een nieuw kamp in de buurt van Atmeh in Idlib, Syrië. Februari. © Burak Kara / Getty Images

De oorlog in Syrië is weer een tragisch icoon rijker. De afgelopen week ging de foto van de anderhalf jaar oude Iman Leila de wereld over. Halfgesloten ogen met een glazige blik onder een lichtblauwe sjaal. Bevangen door de kou stierf ze in de armen van haar vader Ahmad Laila terwijl hij te voet onderweg was naar een ziekenhuis in Noordwest-Syrië. ‘De wereld kan het niets schelen’, zei hij in The New York Times. Hij ondervond de internationale onverschilligheid al eerder aan den lijve. Ruim vijf jaar leefde hij onder de belegering van het opstandige Oost-Ghouta, aan de rand van Damascus, voordat hij in 2018 noodgedwongen in Idlib terechtkwam. Sinds het offensief van het Syrische leger met steun van Rusland begin december verhevigde, zijn ruim 950.000 inwoners ontheemd geraakt. Volgens de unhcr , de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, bestaat de helft daarvan uit kinderen.

Wie geluk heeft vindt een huis of onderdak bij familie. Talloze anderen bivakkeren in lege gebouwen of scholen, in tenten of onder zeiltjes. Om zich enigszins te verwarmen in de winterse kou verstoken mensen wat ze hebben, van kleding tot plastic, waardoor giftige stoffen vrijkomen. Hulpgoederen komen vanuit Turkije onvoldoende en niet snel genoeg de grens over en veel hulpverleners zijn inmiddels zelf ontheemd geraakt.

Veiligheid bestaat niet in Idlib, blijkt uit de berichten die Obada Zekra, hoofd van de reddingswerkers van de Witte Helmen in Maarat al-Numan, de afgelopen weken stuurde. Sinds Zekra zes jaar geleden aan het werk begon raakte hij al drie keer gewond. ‘Vliegtuigen gooien onophoudelijk bommen naar burgers en naar ons.’

‘Dood, vernietiging, bloed, angst en terreur.’ Eind januari postte Zekra een foto waarbij hij vanaf een heuvel naar huizen in de verte kijkt. Het is het afscheid van zijn woonplaats: ‘Mijn huis is verwoest. Net als mijn stad. De troepen van het regime zijn binnen getrokken. Maar ik ben oké. Ik ben aan het werk.’

De situatie van de burgerbevolking van Idlib leest als de kroniek van een aangekondigde humanitaire ramp. Talloze Syriërs waarschuwden de afgelopen jaren dat de burgers in de val zouden komen te zitten als het regime de aanval zou inzetten op deze enclave van de militaire oppositie, waar zich ook nog talloze burgeractivisten bevinden. Niet voor niets benadrukt Waad al-Kateab, de maakster van de internationaal bekroonde film For Sama, bij elk media-optreden: ‘For Sama is geen geschiedenis, de film gaat ook over nu. En het is deze keer nog erger. Mensen kunnen nergens heen.’

Turkije, dat al ruim 3,5 miljoen Syriërs opnam, houdt de grens hermetisch gesloten. Langs de drie meter hoge muur met scheermesjesdraad en wachttoren patrouilleren pantservoertuigen die door de Europese Unie zijn gefinancierd. Er wordt met scherp geschoten.

Syrië-kenner en ex-diplomaat Bente Scheller van de Heinrich Böll Stichting vreesde al jaren voor het scenario dat zich nu ontvouwt. Ze is auteur van The Wisdom of Syria’s Waiting Game dat in 2013 uitkwam. Zij schetst hoe het regime van Bashar al-Assad het eigen overleven ten koste van alles als doel heeft. De graffititekst ‘Assad of we leggen het land in de as’, die militairen van de regering en de Shabiha-milities achterlaten op verwoeste gebouwen, wordt letterlijk waargemaakt. Scheller ziet de ‘red line’ uit 2012 van president Barack Obama aangaande het gebruik van chemische wapens als een significant moment in een falend internationaal beleid. Obama’s waarschuwing bleek loos toen een jaar later duizend of meer burgers in Ghouta stierven nadat Assad ze met het zenuwgas sarin had bestookt. ‘Toen zelfs het schenden van deze belangrijke internationale conventie niet tot actie leidde, wist het regime: we komen weg met wat dan ook.’

De provincie Idlib vormt de inzet van een even cynisch als complex schaakspel tussen lokale en internationale spelers. De afgelopen jaren kregen extremistische en jihadistische gewapende groepen er steeds meer de overhand. Jabhat Fateh al-Sham (voorheen Jabhat al-Nusra, het filiaal van al-Qaeda totdat het zich afsplitste) ontpopte zich tot de machtigste militaire speler, mede dankzij de komst van duizenden buitenlandse strijders. Nu is deze groep binnen Hayat Tahrir al-Sham, de coalitie van rebellengroepen die in het gebied de dienst uitmaken, de sterkste partij.

Begin 2015 was de stad Idlib de eerste grote plaats die onder hun controle kwam. Het tij keerde toen Rusland een half jaar later luchtsteun begon te geven met gevechtsvliegtuigen die soms wel honderd missies per dag uitvoerden. In mei 2017 werden in onderhandelingen tussen Turkije, Rusland en Iran de gebieden Oost-Ghouta, het zuidwesten van Syrië, Homs en Idlib tot de-escalatiezones verklaard. Het bleek een papieren overeenkomst die het regime de gelegenheid gaf tot hergroeperen. Toen de troepen van Assad zich in september 2018 opmaakten voor een offensief om de provincie in te nemen, sloten de presidenten Vladimir Poetin en Recep Tayyip Erdogan een overeenkomst voor het instellen van een bufferzone. Turkije zette twaalf observatieposten op en beide landen patrouilleerden. Ook die afspraken liepen van meet af aan de nodige averij op. Vanaf april 2019 rukten Syrische militairen met steun van het Russische leger verder op naar het gebied, om ‘terrorisme te bestrijden’.

‘Vliegtuigen gooien onophoudelijk bommen naar burgers en reddingswerkers’

Vorige maand stuurde Erdogan duizenden extra troepen naar Idlib om de opmars van het Syrische leger tegen te gaan, en om te voorkomen dat honderdduizenden burgers op de vlucht zouden slaan naar Turkije. Nu de oorlog behalve via proxies ook met steeds meer eigen soldaten wordt uitgevochten, nemen de risico’s toe. De spanning liep op nadat op 27 februari minstens veertig Turkse militairen omkwamen. In een officiële reactie legde Turkije de schuld bij het regime van Assad, maar er wordt ook gehint naar Russische verantwoordelijkheid. Moskou verklaarde dat Russische straaljagers, die een groot deel van het Syrische luchtruim controleren en het merendeel van de bombardementen uitvoeren, niet betrokken waren bij de aanvallen. Turkse troepen zouden zich in het gezelschap van Syrische terroristen hebben bevonden.

De twee frenemies hebben echter economische en strategische belangen om de relatie niet te laten ontsporen. Rusland bouwt de eerste Turkse kerncentrale en er komt een pijplijn om gas aan Turkije en Zuid-Europa te leveren. Erdogan haalt de banden met Rusland nogal eens aan als reacties uit de EU en Amerika hem niet bevallen. Zo kocht Turkije in plaats van Amerikaanse Patriot-raketten het Russische afweersysteem S-400. Rusland ziet maar al te graag een kloof ontstaan tussen Turkije en zijn Navo-bondgenoten. De EU en de VS betuigden de afgelopen dagen hun steun aan het getroffen Navo-lid, maar gaven vooralsnog geen teken tot meer dan woorden bereid te zijn. Turkije trok de vluchtelingenkaart en opende de grenzen naar Griekenland en Bulgarije. Met bussen werd het vertrek van migranten en vluchtelingen gefaciliteerd. De twee EU-landen reageerden met versterkte bewaking.

Scheller plaatst kanttekeningen bij de aanduiding van het conflict in Syrië als een burgeroorlog. ‘Het beeld van de groepen die elkaar bestrijden gaat voorbij aan het feit dat zo’n 95 procent van de burgerslachtoffers wordt gedood door het regime en hun bondgenoten. Het is vooral ook een oorlog van een regering tegen burgers voor wie zij geacht wordt te zorgen.’

Scholen, markten en bakkerijen zijn regelmatig doelwit, maar de aanvallen op medische voorzieningen vormen het tastbaarste bewijs dat Assad geen middel schuwt om de strijd te winnen. Niet eerder werden in een oorlog ziekenhuizen zo veelvuldig gebombardeerd. De organisatie Physicians for Human Rights documenteerde tussen 2011 en februari 2020 595 aanvallen op 350 medische voorzieningen, met 914 doden onder medisch personeel. In de provincie Idlib verifieerde phr tussen april 2019 en februari 2020 veertig treffers. Negentig procent van al deze bombardementen werd uitgevoerd door het Syrische en Russische leger. De organisatie concludeert dat het onder vuur nemen van medische voorzieningen, volgens het internationale recht een oorlogsmisdaad, onderdeel is van de gewapende strategie. Van tientallen locaties waren de coördinaten via de VN doorgegeven aan de strijdende partijen.

Terwijl de wereld wegkijkt, leggen Syrische burgers dag in dag uit het geweld vast dat hen treft. Ook de reddingswerkers filmen met de camera’s op hun helmen de gevolgen van de aanvallen. Die documentatie van oorlogsmisdrijven maakt hen tot extra doelwit. Tientallen van hen werden gedood bij double taps, de tactiek om doelen voor een tweede keer te raken als het reddingswerk gaande is. Om het bewijs in diskrediet te brengen voeren Syrië en Rusland een actieve lastercampagne om de Witte Helmen als terroristen neer te zetten.

Voor westerse landen was de strijd tegen terreurgroepen van meet af aan belangrijker dan het lot van de Syrische burgers. In veel media domineerden berichten over Syrië als oord van gruwelen, vooral gepleegd door extremistische jihadisten en barbaarse IS-strijders die hun slachtoffers voor de camera onthoofdden. Vaak leek het alsof Syrië een land zonder burgers was.

Idlib was voordat de protesten tegen het bewind begonnen een traditionele plattelandsprovincie. In de jaren die vooraf gingen aan de demonstraties hadden de oogsten zwaar te lijden onder de droogte. Nadat andere delen van Syrië in 2011 in opstand kwamen tegen de armoede en onderdrukking, sloeg ook in Idlib de vlam van onvrede makkelijk in de pan. Ook toen gewapende extremistische groepen aan invloed wonnen, waren er nog altijd plaatsen waar professionals en activisten zich inzetten om de samenleving draaiende te houden nadat het staatsapparaat verdwenen was. Lokale raden vormden een nieuw bestuur, al ontbrak het evenmin aan voorbeelden van machtsmisbruik of corruptie. Verschillende civiele initiatieven voor onderwijs, gezondheidszorg en media bleven op de been, vaak dankzij persoonlijke relaties met rebellen die uit het gebied afkomstig waren.

De bewegingsvrijheid van de burgeractivisten kromp de afgelopen jaren. Ze kregen er naast IS en het regime van Assad een vijand bij. Ook het extremistische Hayat Tahrir al-Sham deinst er niet voor terug om wie hen bekritiseert of zich niet aan de opgelegde regels houdt zwaar te vervolgen. En hoewel het overgrote deel van de honderdduizenden doden in deze oorlog voor rekening komt van het regime, hebben ook de rebellengroepen zware mensenrechtenschendingen op hun geweten.

Scheller werkte in Damascus, Kaboel en Beiroet, maar de situatie in Syrië vindt ze met geen enkele andere uit haar carrière te vergelijken. ‘Vanwege de omvang van de humanitaire ramp. Maar ook vanwege de intenties van Rusland. Niet eerder maakte ik mee dat een permanent lid van de Veiligheidsraad zo eenzijdig en zo overduidelijk als partij bij een conflict betrokken is. Rusland doodde meer burgers dan IS.’ Ze weerlegt dat Assad de minst slechte van twee kwaden is. ‘Het is een illusie dat je ergens zult komen met Assad. Er is geen sprake van verzoening of opbouw in de gebieden waar overeenkomsten gesloten zijn. Er zijn arrestaties en verdwijningen.’

Idlib is volgens Scheller niet het laatste hoofdstuk in de oorlog die ten einde loopt. In het zuiden vinden weer burgerprotesten plaats. Ook het aantal aanslagen neemt weer toe. ‘Bescherming van burgers in Idlib zou in de internationale aanpak nu de eerste prioriteit moeten zijn’, zegt ze. ‘Een veilig gebied onder internationaal toezicht. Niet in de handen van Turkije of Rusland. Maar hoe kom je daar?’