Film: ‘The Green Fog’

In de baai van San Francisco

The Green Fog, regie Guy Maddin, Evan Johnson en Galen Johnson

‘It’s too late. It’s too late. There’s no bringing her back.’ Wrang zijn de laatste woorden van James Stewart in de top van de klokkentoren seconden voordat Madeleine of Judy of wat haar naam ook is, in ieder geval de blonde vrouw op wie hij verliefd is, naar haar dood valt. Hij veranderde haar, een wildvreemde vrouw, in zijn geliefde, die dood is maar die hem blijft achtervolgen.

Het idee van obsessie als lotsbestemming ligt ten grondslag aan The Green Fog van de Canadese regisseur en installatie-kunstenaar Guy Maddin. Zijn inzet is hoog: Alfred Hitchcocks klassieke thriller Vertigo (1958), een van de beste, meest complexe films aller tijden, opnieuw maken aan de hand van bestaand materiaal uit allerlei speelfilms en televisieseries. Het is alsof Maddin deze oude beelden in een pot gooide, de boel door elkaar schudde en kijk, Vertigo is het resultaat. Ik kan geen andere film bedenken die mij in de afgelopen maanden meer heeft geraakt dan The Green Fog. Dit heeft te maken met dat proces van het hervinden van een verloren liefde.

Ik geloof dat ik méér dan tachtig procent herken van de titels die Maddin gebruikte om Vertigo te herscheppen. Allemaal zijn ze objecten van begeerte, mijn Madeleine/Judy. Je hebt Sidney Poitier, Vincent Price en Jeff Bridges en Glenn Close in Jagged Edge (1985) van Richard Marquand, en die seriemoordenaar met zijn scherpschuttersgeweer op het dak in de openingsscène van Don Siegels Dirty Harry (1971). En twee series uit de jaren zeventig: Karl Malden en Michael Douglas in The Streets of San Francisco en Rock Hudson in McMillan & Wife. Wat dit allemaal losmaakt, is gevoel. Ik zei het al: obsessie. Het mooiste is een ziekelijk groene mistwolk die de donkere stad langzaam inneemt, wat Maddin uitbeeldt met scènes uit de rampenfilm The Towering Inferno (1974).

In Maddins werk zijn de historie van filmstijlen en vormen van cinematografisch verhalen vertellen terug te vinden, zoals in The Forbidden Room (2015) waarin de onderzeeërfilm de context is voor een raamvertelling die leidt tot een duizelingwekkend netwerk van andere verhalen. De zwijgende film vormt een rode draad. Maddin ziet beelden als het ultieme vehikel voor het overbrengen van gedachten en gevoelens. In The Green Fog snoert hij daarom de personages in uit de andere films en series die hij hermonteert tot Vertigo. Maddin snijdt het gesproken woord eruit, zodat gesprekken een aaneenschakeling van gezichtsuitdrukkingen zijn. Toch kristalliseert zich de structuur van Hitchcocks thriller uit via scènes die het origineel herscheppen in het hoofd van de kijker: de confrontatie op het dak die leidt tot Stewarts hoogtevrees; de ontmoeting met Madeleine, haar zelfmoordpoging in de baai van San Francisco, haar dood en begrafenis (aanwezig is, bizar, vechtersbaas Chuck Norris); en een jong meisje dat dan toch iets zegt, namelijk: ‘Daddy, I’m trying to become somebody.’ Misschien is dit het hele punt van The Green Fog: obsessie als basis voor het creatieve proces, de scheppingsdaad als lotsbestemming.


Te zien vanaf 8 augustus