In de buitenlandse media heeft Nederland alweer een nieuw imago

Een vinger in de wind. Een lakmoes voor het populisme. Een eerste dominosteentje, dat wanneer het omvalt andere landen richting het rechtspopulisme duwt. Met dit soort metaforen werd Nederland in de buitenlandse pers de afgelopen weken bestempeld tot ultieme graadmeter voor Europa.

De toonzetting daarbij was onomwonden somber. Illustratief was het Britste weekblad The New Statesman dat in de week voor de verkiezingen een nummer uitbracht met ‘The far right rises again’ als tekst op het omslag. Daarbij een afbeelding van een saluerende Mussolini en een essay van doemdenker John Gray over het fascisme. Een grote reportage over Geert Wilders vormde de ruggengraat van deze journalistieke productie. Het Amerikaanse tijdschrift Jacobin noemde Nederland een ‘modelnatie voor rechts’. Het linkse blad doelde daarbij niet op de uitslag zoals we die nu kennen: VVD-rechts als meest populaire keus.

Medium krantcasper

Gisteren, terwijl Nederland in recordaantallen naar de stembus ging (we kunnen ons nu modelnatie voor vrijwillige stembusgang noemen) dronk ik koffie op het terras met een Duitse collega-journalist. Ik had mijn democratische plicht gedaan, hij was naar Nederland gekomen om verslag te doen van de verkiezingen. De stad bood een vredige aanblik. Toeristen schuifelden rond, studenten fietsten langs en we deelden het terras met dagjesmensen die praatten over van alles behalve politiek. Het bracht mijn collega in verwarring, alsof hij verwachte dat er boze menigten door de straat zouden marcheren, stempas in de hand, op weg naar het kieshokje om extreem-rechts aan de macht te helpen. Of ik wist waar je iets van de verkiezingssfeer zou kunnen proeven. Ik adviseerde de markt, daar zouden partijvrijwilligers te vinden zijn met hesjes en flyers.

Oké, we zaten in de Amsterdamse binnenstad, een enclave die op de uitslagenkaart GroenLinks-groen kleurde (en niet meer PvdA-rood), maar het overzichtelijke tafereel dat mijn collega enigszins in verwarring bracht, bleek een aardige graadmeter voor het land. Ja, de PVV haalde die avond vier zetels meer binnen dan ze daarvoor had, maar een rechtspopulistische victorie bleef uit. Het CDA bleek een opvangbak voor rechtse kiezers die lijden aan einde-van-de-beschaving-vrees, Forum voor Democratie idem. De VVD weerlegde wat Wilders Rutte voor de voeten had geworpen. ‘Niemand gelooft u meer’, had de PVV-leider gezegd. Links, ondertussen, bleek een communicerend vat, waar een klein beetje uit lekte. Kiezers verlieten massaal de PvdA, de SP stagneerde, D66 en GroenLinks boekten winst.

Uit het Verenigd Koninkrijk kennen we de woorden ‘Keep calm and carry on’, en in dit opzicht toont Nederland zich Britser dan de Britten. De eilandnatie stortte zich in Brexit-chaos na een politieke campagne waarin misinformatie en gespannen sentiment een belangrijke rol speelden. Nederland zette braaf een kruisje bij de status-quo. We zijn een land waarin één stem het luidst klinkt: die van een welvarende middenklasse die wil behouden wat ze heeft.

Medium schermafbeelding 2017 03 16 om 11.23.48

De buitenlandse pers ziet zijn frame verdampen. Geen bruinhemden, geen stembusopstand, geen culturele burgeroorlog. Ze hebben Nederland te laat ontdekt. Het land dat ze bestudeerden was dat van een tijd voor de verkiezingen, toen het electoraat in peilingen nog dreigde met Wilders. Waar die internationale verslaggevers geen rekening mee hadden gehouden (en, toegegeven, de Nederlandse pers vaak ook niet) was dat als puntje bij paaltje komt de Hollandse behoudzucht en afkeer van al te veel gekkigheid toch zwaarder wegen. Rutte is kalm en een beetje saai, Buma en Pechtold zijn dat ook. Die drie gaan nu waarschijnlijk met elkaar praten over een coalitie.

In de buitenlandse media hebben we al weer een nieuw imago: ‘Een stem voor Europa’, kopte Le Monde deze ochtend. ‘Europa leeft’, maakte Die Zeit ervan. De Duitse krant riep in herinnering dat deze verkiezingen volgens velen gingen over de vraag ‘wie zijn wij Nederlanders?’. Het antwoord dat Die Zeit in de uitslag leest: een levendige, overwegend pro-Europese democratie. The New York Times noemde ons ‘behoedzame Nederlanders’, die het bekende verkiezen boven populistische experimenten.

Dat laatste lijkt me het meest toepasselijk. De VVD en het CDA hebben een deel van de rechtspopulistische retoriek gecoöpteerd en hun aandachtspunten voor een belangrijk deel laten bepalen door Wilders. Claimen dat Nederland het populisme een halt heeft toegeroepen gaat dan ook te ver. Het politieke establishment heeft een oude manoeuvre uitgehaald. Meegaan met met de wind, zonder dat het zeil overstag gaat.

Mijn Duitse collega gaat morgen weer weg. Terug naar het onderwerp Oekraïne, waar hij doorgaans verslag van doet. Ik vraag me af hoe lang het duurt voordat ik hem hier weer terugzie.