In de hand

Walter Pichler bouwde behuizingen voor zijn statige figuren en sculpturen, zijn Akropolis. Alles past daar samen omdat de kunstenaar de beelden eigenhandig gemaakt heeft.

Het is een compacte, zittende figuur, zonder armen en ook zonder onderbenen. In plaats van een kop heeft de gestalte, op zijn stijve schouders, een ronde vorm die van boven bol is als een helm. Daarvoor bevindt zich, in plaats van een gezicht, een gesloten, rechthoekig vizier dat op zijn beurt gemonteerd is op een borstkuras. De figuur, een sculptuur van Walter Pichler, heet Kleiner Rumpf en is gemaakt van leem. De contour van de vorm is scherp en stevig – maar niet hard. Op de foto zien we de romp van voren. In die frontale waarneming valt vooral de strakke symmetrie van de figuur op en de onbuigzaamheid van de kantige contour. De figuur lijkt streng en gesloten, wat zeker ook een effect is van het vlakke en hoekige gelaat dat onder de dofglanzende, bolle schedel geen gezicht heeft en enigszins lijkt op een archaïsche Griekse helm. De kop is overigens met groot geduld gemaakt: samenstellende delen van lood en verbindingen van tin. De tekening van de vorm is precies en fijnzinnig. Het grijze metaal is zo verfijnd gepolijst dat het harder lijkt dan het eigenlijk is. De glans is zacht en bijna zilverachtig, alsof het een ornament is, bijna sierlijk. Daarom is de sculptuur wel streng (omdat de contour streng is en strak) maar niet onverbiddelijk.

De figuur is ook, zoals veel sculpturen, niet overmatig groot. De zittende romp is een kleine negentig centimeter hoog, maar iets hoger dus dan het bovenlichaam van een rijzige man. Als hij, wat de bedoeling is, op een richel zit met zijn rug bijna tegen de muur, is de maat van Kleiner Rumpf een heel natuurlijke – en daarom zijn de sculpturen, als je er in de buurt staat, minder streng in aanblik dan gesuggereerd wordt door de frontale fotografie. Je ziet hoe het matte, moddergrijze oppervlak van de lemen romp zich rondom buigt, zacht als een huid. Van dichtbij beginnen je ogen de buigzame vorm te proeven. Op de foto (hierboven) lijkt het ook alsof de figuur op een statige ceremonie verschijnt, indrukwekkend roerloos. Pichler hield van dat ceremoniële effect. Zo moesten sculpturen, vond hij, zich gedragen: als samenballing van contemplatie, als stilte en niet als spektakel. Daarom had hij begin jaren zeventig in het Burgenland een kleine boerderij met een ruim erf gekocht in het heuvelige land nabij de grens met Hongarije en Slovenië, waar op warme zomerdagen het licht zoveel lomer is dan bij ons aan de zilvergrijze Noordzee. Daar is hij begonnen voor zijn sculpturen eigen plekken te arrangeren of huizen voor ze te bouwen. Vanaf toen heeft hij ook geen sculpturen meer verkocht, alleen nog maar tekeningen en modellen. Een jaar of vijf heeft hij aan een figuur als Kleiner Rumpf gewerkt. Die langzame groei ervan is terug te vinden in tal van schetsen en tekeningen. Daaruit is ook op te maken dat al bij het begin van de figuur in Pichlers verbeelding een idee voor een eigen onderkomen begon te ontstaan. Om allerlei praktische redenen kon het niet gerealiseerd worden: het zou rond moeten zijn, half ondergronds in een helling, met licht van boven.

De figuur moest in het centrum van de ruimte staan als in een kapel. De smalle toegang was zo ontworpen dat je, bij het binnentreden, de figuur voluit in zijn frontale contour zou ontwaren. Er was een halfronde sokkel voorzien die verhinderde dat de bezoeker achter de sculptuur langs zou kunnen lopen. Pichler hield zich dus erg bezig met hoe een beeld in de ruimte geplaatst was en hoe en bij welk licht je het moest bekijken. Die twee aspecten – vorm van het beeld en de juiste ruimte ervoor – vielen eigenlijk samen in zijn figuurlijke denken. Omdat hij ook streng was met zichzelf hield hij zich aan de eisen van die subtiele symbiose van sculptuur en ruimte. Zo ontstond in Sankt Martin an der Raab, op het erf rondom de boerderij, een unieke groep behuizingen voor zijn statige figuren en sculpturen. Ooit heb ik dat erf zijn Akropolis genoemd, met uitzicht over valleien en bossen. Alles past daar ook zo samen omdat de kunstenaar de beelden zelf en eigenhandig gemaakt heeft. Op een tekening is te zien hoe eerst een geraamte van takken werd gevlochten. Om en doorheen dat staketsel werd stro gewikkeld waarop dan de vochtige, kleffe leem werd aangebracht – om lang te drogen. Dan bijsmeren. Net zo werden in de middeleeuwse vakwerkbouw muren gebouwd. Hij voelde zich thuis bij oude technieken en traditionele materialen – omdat hij ze goed in de hand had. Tijd had hij ook. Sneller dan iets met handen maken kon je sowieso niet denken. Hij heeft, voor zijn Akropolis, dan ook net die sculpturen kunnen maken waarvoor hij rustig de tijd had. Het is een onvergetelijk oeuvre geworden. Nu is Walter Pichler drie weken geleden gestorven.


PS Werk van Walter Pichler bevindt zich in het Stedelijk Museum. Zie verder voor een inleiding in zijn kunst: Walter Pichler, Skulptur Architektur, Jung Jung, Salzburg-Wenen, 2005. Zie ook: Es ist doch der Kopf, de catalogus van ongeveer zijn laatste expositie in Berlijn, Contemporary Fine Arts, 2008. Ook bij Jung Jung verschenen