Het Internationaal Film Festival Rotterdam (1)

In de hemel

Sandra den Hamer, directeur van het International Film Festival Rotterdam, struinde de wereld af op zoek naar de parels van de cinematografie.

Wat Sandra den Hamer het liefst zou doen, is naar haar eigen festival gaan en net als een echte fan zich in de hemel wanen, een plek waar je tien dagen lang film kunt kijken. Het is een «prachtig programma» geworden, vertelt zij in haar kantoor in Rotterdam. Dit jaar is speciaal, want voor het eerst zwaait zij als directeur alleen de scepter over het International Film Festival Rotterdam. Er is nog een reden: de moord op cineast Theo van Gogh heeft internationaal schokgolven veroorzaakt, juist in de filmwereld. Hier kon het IFFR niet omheen, vandaar het controversiële idee de film Submission van Van Gogh en Ayaan Hirsi Ali te vertonen.

Was de beslissing moeilijk deze film in Rotterdam te laten zien? Is het überhaupt wel een «film»?

Sandra den Hamer: «Het is meer een pamflet dan een film. En nee, de beslissing was niet moeilijk. Ik draai de film met een reden en binnen een bepaalde context. De moord heeft niet alleen in Nederland veel verwarring gebracht, maar ook in de internationale filmgemeenschap. Wij krijgen veel vragen van onze buitenlandse collega’s – filmmakers, producenten, journalisten – die van een afstand dit alles hebben meegemaakt. De vragen na de moord zijn urgent en actueel en daar moet je iets mee doen. Wij organiseren daarom een debat met die internationale filmgemeenschap over de vrijheid en verantwoordelijkheid van filmmakers. Daarom vertonen wij de film; mensen moeten weten waar ze het over hebben.»

Rotterdam heeft inderdaad ervaring met het onderwerp censuur.

«In de jaren negentig hebben wij veel met Chinese filmmakers gewerkt die ondergronds moesten draaien. Dit jaar vertonen wij films uit Iran die verboden zijn. En wij hebben een Russische film in competitie, 4 van Ilya Khrzhanovsky, die in die huidige vorm niet uitgebracht mag worden. Er moeten namelijk 35 minuten uit. Deze problematiek is dus niet nieuw voor ons. Midden jaren negentig hebben wij Film Free opgericht, een organisatie die inmiddels onder Human Rights Watch valt en die filmmakers helpt die om politieke redenen gehinderd zijn in hun werk.»

Is er bij u sprake van angst voor de eigen veiligheid vanwege het vertonen van Submission?

«Je leeft midden in deze wereld; je leest de kranten. Maar ik ben zelf niet bang. Wij doen het zorgvuldig; er is overleg met de politie. Dat doen wij overigens altijd. De films die wij vertonen reflecteren op wat om ons heen gebeurt. Twee jaar geleden draaide hier een Ajax-film. Toen moesten wij ook de politie bellen voor extra beveiliging. Dat gebeurt nu ook. Wel hoop ik dat deze kwestie niet het festival gaat overheersen.»

Op zoek naar de parels van de cinematografie struinde Sandra den Hamer samen met haar medewerkers de wereld af. De schat vonden zij in Zuidoost-Azië, een werelddeel dat op het punt staat de filmkunst te treffen met een nieuwe creatieve impuls. Den Hamer: «Wij kenden de Aziatische cinema: China, Japan en Korea. Maar wij volgden ook iemand als de Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul, die vorig jaar in Cannes de regieprijs heeft gewonnen. Zo zijn er meer makers uit Thailand, Malei sië en de Filippijnen die onze belangstelling hadden. Maar dat waren een beetje witte vlekken op de internationale filmkaart.

Tijdens onze reizen in het gebied kwamen wij niet alleen in contact met deze specifieke makers, maar zagen wij ook dat zij een school van jonge regisseurs om zich heen hadden, die vaak met digitale cameraatjes zowel artistiek als activistisch aan het werk waren. Daardoor hebben wij een groot programma met films uit de Zuidoost-Aziatische cinema kunnen maken. Dat is goed, want onze taak is om verder te zoeken dat datgene wat je normaal gesproken op de televisie of in de filmtheaters te zien krijgt.»

Werd u zelf verrast tijdens het kijken?

«Ik kijk gevoelsmatig. Een film moet mij op een bepaalde manier roeren. Ik ben gesteld op de poëtische cinema. Bijvoorbeeld de Argentijnse film Los Muertos van Lisandro Alonso. De vertelling geschiedt puur in beeld en geluid en niet op basis van een knap geconstrueerd plotje of met dialogen. Daar is het witte doek voor uitgevonden, voor zuiver, overdonderend beeld en geluid. Het werk is tegen de verhalende cinema. Het daagt de kijker uit, want opeens is zijn eigen interpretatie belangrijk. Wij zijn zo gewend geraakt aan voorgekauwde, begrijpelijke films. Een toppunt van de uitdagende cinema is Tropical Malady van Weera sethakul. Dat is een film die gedurfd is, gemaakt door een regisseur die zich niet aan conventies houdt, maar die vanuit een eigen, artistiek concept iets persoonlijks maakt.»

Bestaat er in Rotterdam een spanning tussen dit soort films en films die een groot publiek trekken?

«Nee, maar de spanning zit al in film als kunstvorm. Dat maakt het soms moeilijk voor ons. Wij hebben met de filmindustrie te maken, met verkoopagenten en distributeurs. Maar er zit een reden achter elke film die wij gekozen hebben. Er zitten geen ‹gemakkelijke films› tussen, wel films die toegankelijker zijn.»

Hoe staat het in uw ogen met de moderne filmkunst?

«Film staat onder druk. De spanning tussen de elementen kunst en industrie loopt hoog op. Voor een groot deel overheerst de markt, ook voor wat betreft vertoningsplekken. Kijk maar naar de prachtige bioscoop die hier op het Rotterdamse Schouwburgplein staat. Daar zul je niet zo snel films zien die wij vertonen, behalve tijdens de tien dagen van het festival. In Nederland speelt de situatie rond het uitbrengen van de kunstzinnige film. Voor de overheid is film het ondergeschoven kindje. Er is veel aandacht voor de productie, en dan is deze ook nog erg gericht op grote publieksfilms. De artistieke film komt er bekaaid vanaf, qua productie én qua distributie.»

Toch zijn er zo veel filmhuizen in Nederland.

«Een beetje grote stad heeft inderdaad een filmhuis, maar ze moeten knokken om te blijven bestaan, want ze worden alleen maar gesubsidieerd door de gemeentelijke overheid. Tijdens het festival gaan wij met distributeurs, vertoners en de Raad van Cultuur om de tafel zitten. Tegelijkertijd moeten wij zoeken naar nieuwe manieren om films te vertonen, rekening houdend met nieuwe technieken. Wij streamen nu al veel films via internet, die mensen thuis zouden kunnen bekijken op grote LCD-schermen. Het streamen zal in de toekomst veel meer gebeuren.»

4, Los Muertos en Tropical Malady draaien op het International Film Festival Rotterdam van 26 januari tot 6 februari