Volkswoede in Iran

In de houdgreep van de Revolutionaire Garde

De protesten in Iraanse steden afgelopen maand, waarbij de politie en de Revolutionaire Garde hardhandig ingrepen, lijken op die in Chili. Maar wat in Iran precies gebeurde, is onduidelijk doordat het internet werd afgesloten.

Een dag voordat de verhoging van de benzineprijs in Iran golven van volkswoede teweegbracht die in bloed en arrestaties eindigden, werd in Irak uitbundig gevierd dat de nationale voetbalploeg had gewonnen van Iran. De feestvreugde in Bagdad ging niet alleen over voetbal. Er zijn nogal wat Irakezen die genoeg hebben van de Iraanse bemoeienis met hun land. ‘Dit is niet tegen het Iraanse volk maar tegen hun regering’, zei een Iraakse journalist in de NRC.

Het zijn woorden die je vaker hoort in landen van het Midden-Oosten waar de Revolutionaire Garde van Iran een vinger in de pap heeft. De demonstraties in Libanon gaan eveneens gepaard met spreekkoren tegen de voortdurende Iraanse inmenging, en er zijn heel wat Syriërs die niet kunnen verkroppen dat dictator Assad mede in het zadel wordt gehouden door het eliteleger van ayatollah Khamenei.

In Iran krijgen deze Irakezen, Libanezen en Syriërs bijval uit onverdachte hoek. Onder de Iraniërs die in Teheran, Tabriz, Isfahan, Shiraz, Qazvin, Kermanshah en vele andere steden de straat op gingen toen ze na eerdere prijsverhogingen ook nog van de ene dag op de andere drie keer zoveel moesten betalen voor hun benzine, waren ook demonstranten die lieten horen dat hun regering zich niet moet bemoeien met de rest van de regio. Dat er miljoenen worden uitgegeven aan interventies in Irak en Syrië en steun aan Hezbollah en Hamas is velen een doorn in het oog. ‘Noch voor Gaza, noch voor Libanon’, klonk het ook bij de laatste betogingen: in plaats van een groot deel van de rijksbegroting te spenderen aan het behouden van machtsposities elders moest de overheid met oplossingen komen voor de problemen van de mensen in Iran.

In Iran draait alles om olie. Zolang de oliehandel op redelijke schaal overeind bleef, lukte het de Iraanse regering om de sociale vrede te bewaren. Inmiddels worden er vanwege de Amerikaanse strafmaatregelen dagelijks slechts driehonderdduizend vaten verkocht. Op de vaste aanhang van het islamitische establishment na zijn er nog maar weinigen die geloven dat de deplorabele economische conditie van het land uitsluitend is te wijten aan de sancties van Donald Trump en stokerijen van ‘de zionistische entiteit’, zoals regeringsofficials benadrukken.

‘De Amerikaanse sancties zijn voornamelijk desastreus voor de bevolking, maar het wijzen naar “het Westen” als boosdoener begint in de oren van steeds meer Iraniërs sleets te klinken’, zei de Tilburgse politicoloog en Iraanse opiniepeiler Ammar Maleki een klein jaar geleden, toen we hem interviewden over de toenmalige protesten die zich uitstrekten over Iran. Net als bij de laatste demonstraties werden ook toen leuzen gescandeerd tegen opperste leider Khamenei en de regering-Rohani, tegen de welig tierende corruptie, en tegen de geldverslindende buitenlandse machtspolitiek van de Islamitische Republiek.

In de aanloop naar de van overheidswege georganiseerde feestelijkheden rond ‘40 jaar Islamitische Revolutie’ was er een opleving van activisme. Arbeiders, onderwijzers en andere ambtenaren die maandenlang niet waren uitbetaald hielden betogingen; milieuactivisten pleitten voor maatregelen om de in Iran desastreuze gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan; vrouwen gingen de straat op voor vrouwenrechten. Van al dat straatrumoer werd melding gemaakt op sociale media. Of het nu ging om stakende arbeiders of om solidariteitsbetuigingen aan Nasrin Sotoudeh, de bekende mensenrechtenadvocate die sinds juni vorig jaar wederom zit opgesloten in de Evin-gevangenis, ditmaal omdat ze anti-hijab-activistes verdedigde.

In de ruim zeven miljoen-koppige Iraanse diaspora werd en wordt volop gefantaseerd over een nieuwe revolutie. Van linkse ballingen tot rechtse figuren die hunkeren naar terugkeer van de Pahlavi-monarchie: vanuit alle uithoeken van de uitgeweken oppositie komen vergezichten voor een toekomstig Iran. Ook de door Trump van de terroristenlijst geschrapte en als verzetsbeweging omarmde sekte Mojahedin-e Khalq (mek) – in Iran nog altijd gehaat vanwege collaboratie met Saddam tijdens de oorlog met Irak – rekent zichzelf rijk. Bijna elke uiting van Iraanse onvrede wordt door deze en gene geclaimd als voorbode van de nakende ineenstorting van het bewind van de mollahs.

De Teheraanse sociologe Fatemeh Sadeghi reageerde sceptisch op dit enthousiasme. Het verzet tegen van alles en nog wat toonde aan dat de kloof tussen de islamitische staat en de burgers van Iran zich verdiepte, maar de gedachte aan een nieuwe omwenteling was extra besmet geraakt sinds de opstanden van de Arabische Lente ontaardden in geweld en oorlog en nieuwe ontreddering. Haar prognose voor 2019: meer onvrede, meer verarming, nog meer repressie en een regime dat doormoddert tot de volgende Amerikaanse verkiezingen. ‘Ik ben ervan overtuigd dat de huidige machthebbers alle vormen van onderdrukking zullen gebruiken om te overleven.’

Sadeghi’s voorspelling is uitgekomen. Al wat de door opperste leider Khamenei cum suis gewenste status quo betwist, kan worden aangemerkt als collaboratie met de westerse vijanden van de Islamitische Republiek. Stakende arbeiders, wetenschappers die de klimaatverandering in kaart wilden brengen, meisjes zonder hoofddoek, vrouwen die voorlichting gaven over anticonceptie, journalisten en mensenrechtenactivisten kwamen in de gevangenis terecht. Dat gold ook voor wie enthousiast trouw bleef aan de Groene Beweging van 2009, toen door aanhangers van reformistische presidentskandidaten werd gedemonstreerd tegen herverkiezing van de conservatief-populistische holocaustontkenner Ahmadinejad.

In Iran heersen moedeloosheid en het verlangen om het land te verlaten

Van de Groene Beweging is nog maar weinig over. Het presidentschap van de hervormingsgezinde Rohani is op een deceptie uitgelopen. Dankzij de Amerikaanse president hebben de softliners het afgelegd tegen de hardliners van de opperste leider, die zowel justitie, politie als het leger in handen hebben. Rohani liet een poosje geleden zelf al weten dat hij niets heeft in te brengen tegen het conservatieve machtsblok van ayatollah Khamenei en diens Revolutionaire Garde. Hij wees erop dat Iran twee regeringen heeft. ‘Een regering met wapens, en een regering zonder wapens.’

Het is moeilijk te achterhalen wat zich in de afgelopen maand heeft afgespeeld. Eén ding is duidelijk: wat begon als een vreedzaam protest tegen de verhoging van de benzineprijs liep uit op de gewelddadigste confrontatie tussen burgers en overheid sinds 1979. De Iraanse uitbarstingen van volkswoede vertoonden veel overeenkomsten met de demonstraties in Chili na de prijsverhoging van de metrokaartjes. In beide landen was er een druppel die de emmer deed overlopen. Een verschil tussen de Chileense en de Iraanse demonstraties: die van Chili waren uitgebreid te zien, zowel op tv als in de sociale media, die van Iran verdwenen in een zwart gat nadat de Iraanse regering het internet ruim zeven dagen afsloot.

Het werden dagen van angst en het omarmen dan wel betwijfelen van geruchten voor iedereen met dierbaren in Iran. Ditmaal waren de demonstraties verspreid over meer dan 130 steden. Verhalen over een heel land dat in opstand was gekomen werden tegengesproken door overheidsfunctionarissen. Volgens hen deden er bij elkaar opgeteld slechts honderddertigduizend tot tweehonderdduizend mensen mee. Berichten over Khamenei-getrouwe provocateurs die banken, politieauto’s, theologische scholen en gemeentelijke kantoren in brand staken om de demonstranten in diskrediet te brengen, stonden haaks op regeringsverklaringen waarin gewelddadigheden op het conto werden geschreven van bewapende Mojahedin-e-Khalq-strijders, Pahlavi-aanhangers, en guerrilla’s van Koerdische en Arabische afscheidingsbewegingen die met Amerika, Israël en Saoedi-Arabië samenspannen. De minister van Binnenlandse Zaken had het onder meer over aanslagen op vijftig militaire bases.

Ook nu de mist enigszins is opgetrokken valt nauwelijks te overzien wat er precies is gebeurd in Tabriz, Teheran, Isfahan, Shiraz, Qazvin, Kermanshah en al die andere grote en kleine steden waar de Revolutionaire Garde en de politie hardhandig ingrepen. Wie de overheidsmedia volgt, wordt om de oren geslagen met berichten over cia-agenten en andere door het Westen gepaaide geweldplegers die zijn opgepakt. Wie in de sociale media rondneust stuit op amateurfilmpjes met excessief geweld tegen vreedzame demonstranten, waarbij sommige beelden niet uit Iran maar uit Irak of zelfs uit Chili afkomstig zijn.

Hoeveel doden er zijn gevallen is onduidelijk. Dat het er veel waren wordt door niemand betwist, noch dat er naast demonstranten ook tientallen politieagenten omkwamen. Amnesty International kwam na een paar bijstellingen op driehonderd doden, met de verwachting dat dit aantal zou oplopen tot vijfhonderd. Iemand van het Iraanse departement van Binnenlandse Zaken telde er 218. Enige duizenden raakten gewond, nog meer duizenden – mensenrechtenactivisten hebben het over tienduizend – zijn gearresteerd.

President Rohani en opperste leider Khamenei spraken eind vorige week eensgezind verzoenende woorden. Kort na elkaar lieten ze weten dat mensen die vreedzaam hadden geprotesteerd moesten worden vrijgelaten. Khamenei had het over ‘islamitische compassie’, een opmerking waarop in menige Iraanse huiskamer met hoongelach werd gereageerd. Hetzelfde gold voor de mededeling dat er nog maar driehonderd demonstranten vastzaten.

Nogal wat Iraniërs en Iran-watchers komen met voorspellingen over waar het op uit gaat draaien. Verrassend was dat Mir-Hossein Mousavi, een van de hervormingsgezinde presidentskandidaten uit 2009, voor het eerst na bijna tien jaar huisarrest van zich liet horen. Hij vergeleek de wrede onderdrukking van het verzet van de afgelopen weken met de slachting die troepen van de sjah in 1978 aanrichtten onder demonstranten die tegen de Pahlavi-dictatuur ageerden. Dat bloedbad op het Jaleh-plein in Teheran – er vielen meer dan zeventig doden – leidde uiteindelijk tot de val van de sjah.

Vooral buiten Iran laten vele stuurlieden aan wal dezer dagen nog eens weten dat de laatste uren van de Islamitische Republiek binnenkort zijn geslagen, of dat het juist riskant is een al te eendimensionaal anti-Iran-geluid te laten horen omdat daarmee Donald Trump en Benjamin Netanyahu in de kaart worden gespeeld. In Iran heersen moedeloosheid en het verlangen de miljoenen Iraniërs achterna te gaan die het land al hebben verlaten. En uiteraard wordt gevreesd dat Amerika guerrilla-achtige groepen zonder aanhang van betekenis gaat voorzien van militaire middelen zodat Iran verandert in een tweede Irak.

Een verenigde oppositie met een gemeenschappelijk doel is er niet. Net als in andere delen van de wereld waar gedemonstreerd wordt, ging het eerder om een ventileren van opgekropt ongenoegen dan om het ijveren voor een duidelijk alternatief. De meesten van de tachtig miljoen inwoners van Iran demonstreren niet. Zij doen wat ze altijd hebben gedaan: hopen op betere tijden en er het beste maken. ‘De ontevredenheid en de angst voor de toekomst in Iran is groot, en er zijn miljoenen burgers die zich via sociale media betrokken voelen bij bewegingen voor sociale rechtvaardigheid, mensen- en vrouwenrechten. Maar er is geen sprake van een georganiseerde beweging tegen het regime’, aldus Fatemeh Sadeghi.

Dromen over hoe het zou kunnen gaan in Iran zijn er genoeg. De mooiste gaat over een vreedzame overgang van een Islamitische Republiek naar een seculier en democratisch Iran waarin mensenrechten worden gerespecteerd en sociale rechtvaardigheid vooropstaat. In deze droom spelen nu nog gedetineerde advocaten als Nasrin Sotoudeh een Mandela-achtige hoofdrol bij onderhandelingen over een nieuwe grondwet. Vooralsnog lijkt het erop dat de kliek rond Khamenei dezelfde kant op gaat als Bashar al-Assad: ten koste van alles aan de macht blijven. Zolang de Revolutionaire Garde loyaal blijft zal dat ook lukken.


Farhad Golyardi is socioloog en medeoprichter van Eutopia Institute, eentransnationale verzamelplaats van denkers en schrijvers die zich onder meer bezighouden met het Midden-Oosten, eutopiainstitute.org. Marja Vuijsje is schrijfster. Over de (migratie)geschiedenis van Iran schreef ze Het rijbewijs van Nematollah (Atlas Contact)*