In de kerk

Een kunstwerk kan een bestaande ruimte veranderen, soms subtiel en soms grondig. Krijn de Koning en Athina Ioannou doen dat ieder op eigen wijze, met hun interventies.

Medium kr at

Midden in Grimbergen (Brussel) ligt de Abdijkerk, of de Sint Servaes, een mooi, voornaam werk uit de late Barok in Vlaanderen. Aan de buitenkant ziet het bouwvolume er gedrongen uit en wat log zelfs – zonder de breedvoerige zwier die we kennen van de zo weidse barokke architectuur in Beieren of Oostenrijk. Ondanks echter haar plompe gedaante blijkt de hoge ruimte binnen er nogal slank uit te zien. Het licht is schemerig als ik binnenkom. Buiten is het grijs. Prominent in mijn gezichtsveld zie ik eerst het altaar – aan het eind van het schip en over vrijwel de volle breedte daarvan. Het is ook zo hoog als het zijn kan. In zijn opbouw (wit marmeren zuilen tegen glanzend zwarte steen) lijkt het op een theater. Vrij hoog in het midden, geflankeerd door manshoge beelden van Petrus en Paulus, zit een schilderij van de Hemelopneming van Maria – zij stijgt op. Verder naar boven toe, in het licht van vensters links en rechts, wordt het altaar smaller. Ook de ornamentiek is daar sierlijker en lichter. Alles in dat altaar is zo geregisseerd, natuurlijk, dat er een onontkoombaar effect ontstaat van een beweging hemelwaarts. Daar hoort ook nog de muziek bij: de zangerige, krullende klanken van een orgel die de ruimte tot bovenin vullen en dan daarboven wegsterven.

In de ruimte van die kerk heeft Athina Ioannou iets gemaakt wat er wonderbaarlijk stil uitziet. Het heet: Nôtre Église. Halverwege de kerk wordt het schip gekruist door de dwarsbeuk. Vanuit het midden van de koepel hoog boven deze viering daalt het werk van Athina naar beneden. Aan een lichte aluminium staaf (acht delen van elk drie meter) heeft zij met gelijke intervallen kruislings om-en-om dunne ijzeren sprieten gemonteerd met driehoekige vaantjes aan de uiteinden daarvan. De vaantjes zijn van katoen dat in lijnolie is gedoopt. Daarom hebben ze een intens goudgele kleur die ze ook scherp tekent. Zo helder zijn ze van kleur dat, zelfs wanneer het licht zwak is, de driekhoekjes scherp afgetekend verschijnen.

De zin van een koepel, visueel, is dat ze de ruimte van de viering hoger laat lijken

De zin van een koepel, visueel, is dat ze de ruimte van de viering hoger laat lijken. Door ingenieuze plaatsing van ramen is daar ook een concentratie van licht. Laten we zeggen: ons oog wordt naar het onbestemde getrokken. Maar daaruit, uit die ijle hoogte, zakt dan dat strakke snoer van gele vaantjes naar beneden, tegen het opwaartse ritme van de kerk in. Ze hangen, vreemd gewichtloos, vrij in het midden van de viering. Je kunt ze van alle kanten zien en zo zie je ze in wisselende lichtsterkten. Als een frêle melodie zag ik ze naar beneden komen toen ik voor het eerst de Abdijkerk binnenging – en zo blijven ze in mijn hoofd hangen.

Vlak daarbij, in Strombeek, heeft ook Krijn de Koning een werk ter plekke gemaakt. Ook een interventie in bestaande ruimte – in het sousterrain van het Cultuurcentrum daar, onder ongeveer de ruimte waar van Daniel Buren een ensemble van gekleurde pijlers staat. Over dat project had ik het vorige week. Die kelder is van beton, laag en grof van proportie en helemaal wit. Toch heeft de kunstenaar tussen de drukte van pijlers door, met plaathout, een ruimte weten te isoleren die prachtig helder is. Het werk, Salle d’exposition – lieue de passage, is een rechthoekig, eenvoudig bouwsel (een sculptuur) van 7 x 10 meter. De muren zijn zo hoog dat ze het lage plafond bijna raken. Daarbinnen sta je dus in een gesloten ruimte. In elk van de muren zit echter een doorgang zo groot als een brede deur – zo geplaatst (op gevoel, waar ruimte was) dat die vier doorgangen scheef tegenover elkaar liggen. Bij de rechthoekigheid van het geheel is dat raadselachtig. Er komt onzekerheid in de ruimte. Maar nog lichter is deze sculptuur vanwege haar kleur: een fris geel, stralend als van narcissen, en nog frisser omdat het ding overal omgeven is door dat harde wit van het beton eromheen. Van buiten zie je een strak volume, maar het interieur is vooral een vormgeving van geel. Die dubbelzinnigheid is mooi: net zoals de Abdijkerk er van buiten plomp uitziet terwijl de binnenruimte atmosferisch juist zo anders is – ook vanwege dat kunstwerk.

PS: De werken van Athina Ioannou en Krijn de Koning zijn gemaakt in het kader van een project rondom werk van Daniel Buren in het Cultuurcentrum van Strombeek dat nog tot in mei te zien is. Zie ccstrombeek.be


Beeld: Athina Yoannou, Onze kerk, installatie Abdijkerk Grimbergen, 2016 (BEELDEN COURTESY CULTUURCENTRUM STROMBEEK)