Fiona Banner in de tate Britain

In de lucht hangen

De grote neoclassicistische Duveen-gallery in Tate Britain heeft net als de kolossale turbinehal van Tate Modern een programma van wisselende kunstwerken, die speciaal voor die ruimte zijn gedacht.

Dat pakt soms heel goed uit. Bijzonder leuk en zeer populair bij het publiek was Work No. 850 van Martin Creed in 2008, dat eruit bestond dat elke dertig seconden iemand in atletiektenue zo hard mogelijk de lengte van de galerij afrende en verdween in een deurtje, tot plezierige verwondering der bezoekers.
De ruimte vraagt om een groot gebaar. De Britse kunstenaar Fiona Banner heeft er nu twee intacte straaljagers geplaatst, de één een Sepecat Jaguar XZ118, op z'n kop op de grond, de ander een BAe Sea Harrier, opgehangen aan het gewelf, de punt een halve meter boven de grond. Vooral die Harrier is een prachtig gezicht, een machtige pijl, zacht olijfgroen met zwarte neus, stil in de lucht.
Het is niet direct gangbaar in ons land om militair materieel te zien als kunstwerk, of als onderdeel daarvan, maar in Groot-Brittannië ligt dat anders; daar is de relatie tussen publiek en strijdkrachten een stuk hechter dan hier, daar gaan nog kunstenaars mee naar het slagveld, daar weet men wat die Harriers in de Falklandoorlog betekend hebben. In de Best of British Design-wedstrijd van bbc’s Culture Show in 2006 eindigde de fameuze Spitfire, het vliegtuig dat de Battle of Britain besliste, op de derde plaats, achter de London Underground Map en de Concorde, maar vóór de telefooncel, de cover van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club, de Routemaster dubbeldeksbus en Dysons stofzuiger.

Medium banner

Ook deze Sea Harrier uit 1980 is een formidabel stuk industrieel ontwerp. Het is een van de eerste vertical take-off and landing-vliegtuigen, machines die rechtstandig konden opstijgen en landen, en stilhangen in de lucht. Complexe en zware machines, maar dankzij die wonderlijke capaciteiten had de Britse marine niet meer van die grote, dure, kwetsbare vliegdekschepen nodig en kon ze volstaan met relatief kleine schepen met kleinere platforms. De Argentijnen in de Falklandoorlog hebben tot hun ongenoegen ondervonden hoe handig dat allemaal was.
Banners fascinatie voor straaljagers werd geboren uit wandelingen door de heuvels (‘mountains’ volgens de Welsh) van Wales, waar die vliegtuigen oefenen en plotseling met donderend geweld vanuit het niets konden opduiken en weer verdwijnen. Hoe nu zo'n adembenemende ervaring te pakken? Ze haalt de vliegtuigen in huis. In 2006 maakte ze Mirror Fin, niets meer of minder dan de glanzende staartvin van een Harrier, en Tornado Nude, de rechtopstaande vleugel van een Tornado als zelfstandig beeldhouwwerk. Ook verzamelde ze afbeeldingen van vliegtuigen voor All the World’s Fighter Planes (1999-2009), iets wat al heel lang gedaan wordt in Jane’s beroemde jaarboeken van militair materieel.

Het werk gaat niet over de militaire capaciteiten of de heroïsche geschiedenis, het is ook geen antioorlogsprotest. Banner zei (tegen The Guardian): ‘We all hate war but these objects inspire a strange enthusiasm in us.’ De Harrier deed dienst boven Bosnië, de Jaguar in Desert Storm, maar in Tate Britain zijn ze ontdaan van hun verwoestende kracht. De ene is kaal geschuurd tot een blinkende chromen kern en daardoor gereduceerd tot speelgoed, achteloos weggelegd. De andere, opgehangen, beschilderd met vogelveren, is een dode vogel geworden, kop en snavel boven de grond, als een fazant voor de pluk. Het martiale is verwaaid. Er staan geen trotse schilderingen meer op de zijkant, er is alleen nog het Ding, en de vorm ervan.
Dat blijft wonderlijk. Die halve meter is net hoog genoeg om eronder te liggen (dat mag best) en het hele puntige apparaat boven je te zien; die neuskegel, de luchtinlaat, de vleugels, mooi, domweg mooi.

Fiona Banner, Harrier and Jaguar. Tate Britain, Londen, t/m 3 januari