In de mannenwereld

Hisham Matar
Niemandsland
Uit het Engels (In the Country of Men, 2006) vertaald door Manik Sarkar
Meulenhoff, 253 blz., € 19,90

Waarom een boek dat In de mannenwereld heet, en ook letterlijk over een land voor en van mannen gaat, als Niemandsland vertaald moest worden, ontgaat me. Het zijn de woorden van de moeder die de verteller, dan nog een jongen van negen, voor haar gebruikt, zoals zij daar ‘de wereld tegemoet trad, de wereld vol mannen en mannelijke hebzucht’. Tegenover het zoontje heeft ze het soms ook over ‘jullie mannen’. Met de moeder, die wanneer haar (zaken)man van huis is, als medicijn grappa drinkt, heeft de jongen een zeer nauwe band. Hem vertelt ze uitvoerig over de zwarte dag waarop een Hoge Raad – de mannen in de familie – besliste dat het veertienjarige meisje zou trouwen met een negen jaar oudere man. Als straf: ze was in een café gezien hand in hand met een jongen. Ze werd nota bene verraden door een oudere broer, een dichter, net terug uit Amerika.
Het is 1979 en De Gids van de Libische revolutie houdt opruiming onder andersdenkenden. Als op de televisie het verhoor en de executie van een buurman, een universitair docent, worden getoond, zit ook de vader gevangen; onduidelijk waarom. Moeder en zoon gaan op audiëntie bij een overbuurman, een vertrouweling van Kadafi: ‘een dag waarop we werden ingewijd in de duistere kunst van de onderwerping’. De vader komt zowaar vrij, zij het zwaar toegetakeld – is de buurman door zijn toedoen veroordeeld? ‘Kon je een man worden zonder je vader te worden?’ – die gedachte van de jongen slaat niet op die verwarde constellatie. Opmerkelijk genoeg is de jongen zelf, zonder dat de roman daar erg de nadruk op legt, een geboren verklikker. Ongevraagd is hij de man van de geheime dienst die in een auto voor het huis bivakkeert van dienst. IJlings zetten de ouders hun enige zoontje op het vliegtuig naar Cairo. Een Libiër die het land verlaat komt nooit meer zonder problemen terug. Vijftien jaar later woont hij nog in Egypte. De vader wordt dan opnieuw gearresteerd, komt door amnestie vrij en sterft; en eindelijk komt de moeder over. Pas dan beseft hij hoe jong ze indertijd was, en nog is: 39. Misschien omdat de jongen traag van begrip is, wordt er aangaande de Libische revolutie meer gesuggereerd dan verteld. De in New York geboren Matar (1970) bracht zijn jeugd door in Tripoli en woont sinds twintig jaar in Londen. Dit is zijn debuutroman, die genomineerd werd voor de Booker Prize.