Dichters & Denkers kort

In de marge

Max Geldray (1916-2004)

Op 88-jarige leeftijd is hij gestorven, de eerste mondharmonicaspeler die een groot jazzman werd. Toen de Nederlandse Max van Gelder in 1940 in Belgische nachtclubs speelde en de oorlog uitbrak, vluchtte hij het Kanaal over. Tijdens de oorlog zat hij in het leger, maar daarna werd hij in Engeland en Amerika beroemd met zijn mondharmonica en zijn komische acteerwerk.

Vraag

Waar zet men het ex-libris in een boek?

Is dat het schutblad, de Franse titelpagina of de gewone titelpagina?

En zet men dat dan aan de voor- of achterzijde van de pagina? Plus: welke hoogte valt te prefereren?

Antwoorden graag naar pleij@groene.nl

Granta

Dit jaar viert het Engelse literaire blad Granta zijn 25-jarig bestaan. Al in 1889 werd het blad, dat de beste schrijvers in het Engelse taalgebied wist te vangen, opgericht door studenten uit Cambridge. Als The Granta werd het vernoemd naar de rivier die door Cambridge loopt. In de jaren zeventig bloedde het tijdschrift dood, maar de heroprichting in 1979 was zo succesvol dat Granta inmiddels samen met de New York Review of Books ook boeken uitgeeft.

De eerste Granta’s mochten geen teksten bevatten waarin werd gereageerd op andere teksten. Nog steeds neemt Granta behalve poëzie ook vrijwel nooit essays of besprekingen op.

Een jubileumnummer is nu verschenen.

Protest tegen oorlog

I am a soldier, convinced that I am acting on behalf of soldiers.

I believe that this war, upon which I entered as a war of defense and liberation, has now become a war of aggression and conquest. (…)

I am not protesting against the conduct of the war, but against the political errors and insincerities for which the fighting men are being sacri ficed.

(Siegfried Sassoon, juli 1917)

Sassoons pamflet veroorzaakte grote opschudding, werd voorgelezen in het Lagerhuis; de dichter ontkwam ternauwernood aan de krijgsraad.

Op 11 november 1918 om 11.00 uur eindigde de Eerste Wereldoorlog.

Albanees

Nu «niemand meer zijn mond schijnt te mogen opendoen», biedt het Albanees wellicht uitkomst.

Een opvallend kenmerk van het Albanees (of het Shqip, zoals het officieel heet) is het gebruik van wijdlopige omschrijvingen om taboewoorden te vermijden. In plaats van «wolf» zeg je «mbyllizogojën», wat van «mbylli Zot gojën» komt en betekent: «moge God zijn mond sluiten». En in plaats van «elfje» zeg je «shtozovalle», wat van «shtoju Zot vallet» komt: «moge God hun rondedansjes vermenigvuldigen».

JHWH

Over taboewoorden gesproken. Het beruchtste taboewoord voor de bijbelvertalers was de eigennaam van het opperwezen, dat in het Hebreeuws met het vierletterwoord jhwh wordt aangeduid. Van oudsher hebben vertalers op de rare omschrijving Heer of Heere teruggegrepen, raar, want dat staat er helemaal niet. In 1999 kwam de werkgroep «De Heer – dat kan niet meer» met de volgende alternatieven: Eeuwige, Aanwezige, Levende, Ene, G., Ik ben, Wezer, en het mooie oswiad (O Schitterend Wonder In Alle Dingen), maar de omschrijving Heer bleef staan.

Peter Stuyvesant 1

Was de houtepoot Peter Stuyvesant, de weerbarstige dictator van Nieuw Amsterdam, die zijn been verloor in de strijd tegen de Spanjaarden, homo? Nee, natuurlijk niet (mensen waren niet homo in die tijd), al is het gezien Stuyvesants reputatie opmerkelijk dat de ijzervreter zijn leven lang een zeer warme correspondentie onderhield met intellectueel, dichter en schilder John Farret, geboren in Amsterdam uit Engelse ouders, die Stuy vesant waarschijnlijk op Curaçao leerde kennen. Hun correspondentie, deels in verzen, werd in de jaren twintig ontdekt. De schrijver Russell Shorto suggereert in Nieuw Amsterdam: Eiland in het hart van de wereld dat de briefwisseling «schreeuwt om een interpretatie als latent-homoseksueel» (zo schrijven de mannen over «zoveel gerief» dat ze hebben van de «gezwinde hand»).

Peter Stuyvesant 2

Zelf kon hij niet dichten, vond Stuyvesant, maar na lang aandringen van zijn vriend Farret probeerde hij het toch:

En ghij hebt vaeck geeijst, dat ick eens tot een pant

Van ware vrintschap, u sou met een dicht gerijven,

’K voldoe dan nu u eijsch, en volgh soo wat den trant,

Nochtans de vrese blijft, ’t sal dijen tot mijn schant

Soo ick mijn schor gequeeck bij u gesangh laet drijven.

Begin december 2004 verschijnt bij uit geverij Kopwit te Leiden Een pant van ware vrintschap, veertien gedichten van Johan Farret en Petrus Stuyvesant. Te bestellen via www.kopwit.org.

Taalvermogen

Een heel klein elektrisch schokje door het hoofd jagen kan het taalvermogen met zo’n twintig procent doen verhogen, zoveel menen onderzoekers van het National Institute of Neurological Disorder and Stroke te hebben bewezen.

Aan 103 proefpersonen werd gevraagd zo veel mogelijk woorden te noemen die begonnen met een bepaalde letter. Wanneer deze mensen hetzelfde nogmaals werd gevraagd, maar nu met een andere letter en tevens de zwakstroom op het hoofd, wisten zij gemiddeld zo’n twintig procent meer woorden te noemen.

Annunciatie Week 46

Incident in de Eerste Anjeliersdwarsstraat, hoek Westerstraat

De rode wagen met de dikke meneer aan het stuur trok langzaam op naar de rijweg

Richting Westerstraat, over de doorwaadbare overgangsplaats

En zag daarbij een voetganger

Die van rechts kwam

Finaal over het hoofd

Zodat deze niet anders kon dan uitroepen: Hé!

Waarop de dikke meneer achterovergeleund volautomatisch

Zijn rechterportierraampje omlaag deed zoeven

En toen het raampje open was, zei hij:

Wat mot je nou?

De voetganger liep achter de auto langs

Waarop ook het andere raampje volautomatisch

Naar beneden ging

En de dikke meneer zei: Je bent Jezus niet!

Maar het was Jezus wel

En uit zijn vingertoppen kwamen bliksemstralen

Supertwisters gelijk

Die de chauffeur met auto en al

Brandend in de hel deden nederdalen

Op de bumper verscheen wonderbaarlijk een sticker

Met de woorden: Ik rem alleen voor Joden.

En Jezus mompelde:

Zo gaat dat met verkeershufters