inleiding

In de mediacratie

Het wordt de laatste jaren steeds vaker gesteld: we leven in een ‘mediacratie’, wat wil zeggen dat we, althans in de westerse wereld, geregeerd worden door de media. Al in de negentiende eeuw werden de media, in aanvulling op Montesquieu’s trias politica, aangemerkt als vierde macht.

Medium inleiding mediocratie

Het begrip ‘mediacratie’ gaat nog een stap verder: de macht ligt bij degenen die via de media de publieke opinie kunnen beïnvloeden. De voorbeelden liggen, alleen de laatste maanden al, voor het oprapen. Denk aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen en de ongelukkige uitspraak van Mitt Romney tijdens een besloten diner dat 47 procent van de Amerikanen afhankelijk is van de overheid en daarom wel Obama zal stemmen. Die uitspraak werd natuurlijk wereldnieuws. Denk aan het ongeïnspireerde optreden van Obama tijdens het eerste grote tv-debat. Beide incidenten werden uitentreuren door de media herhaald en waren, aldus veel pundits, bepalend voor het verloop van de verkiezingen. Denk ook aan de aanval van De Telegraaf met vette chocoladeletters op ‘Marx Rutte’ en de plannen om te nivelleren via de ziektekostenpremies. Die werden, na het gekrakeel in ook andere media, haastig ingetrokken.

De term ‘mediacratie’ wordt zelden in positieve zin gebruikt. De macht van de media is de macht om te maken en te breken, waarbij de beeldvorming maar al te vaak voor de feiten uit snelt. In het woord ‘mediacratie’ klinkt ook het woord mediocre door, en inderdaad staat het niet alleen voor de macht en alomtegenwoordigheid van de media, maar ook voor vervlakking, voor de vermenging van show en ernst, voor steeds meer nadruk op beeld, op lifestyle, human interest, schandalen en rampen, en korte, hapklare stukken en items. En voor personalisering: het nieuws aan de man gebracht via voxpop’s en BN’ers; de borreltafels van Pauw Witteman of De wereld draait door als navel van de wereld.

De macht van de media wordt vaak gelijkgesteld aan de macht van het getal. Het nieuws is overal, 24 uur per dag, in de traditionele media maar vooral ook in de nieuwe, die geen rustmoment kennen. Maar wil een individueel medium invloed uitoefenen, dan moet het zo veel mogelijk lezers of kijkers aan zich weten te binden. Hoe doe je dat? Door je te voegen naar de wetten van de ‘mediacratie’. Daarbij speelt uiteraard ook een economische noodzaak: sinds de opkomst van internet staan krant, radio en tv onder druk en vechten redacties om oplage en kijkcijfers op peil te houden. Nog steeds besteden Nederlanders het grootste deel van hun vrije tijd – veertig procent; een kleine twintig uur per week – aan mediagebruik, dat is al tijden stabiel. Maar daarbinnen leggen de traditionele media het meer en meer af tegen de computer, tablet en smartphone. Jongeren besteden niet minder tijd aan media dan ouderen, maar ze gebruiken wel andere, lees: nieuwe media.

De Groene Amsterdammer is een stokoud medium: dit jaar vieren wij onze 135ste verjaardag. Reden voor dit speciale lustrumnummer over de wereld waar wij deel van uitmaken, die van de zogeheten ‘mediacratie’. Waarbij wij ons buigen over vragen als: is het waar, die veronderstelde macht van de media? Is er, in analogie met het militair-industrieel complex, inderdaad een politiek-journalistiek complex ontstaan? Heeft de opmars van de nieuwe media echt vooral vervlakking met zich meegebracht? En hoe kan de kwaliteitsjournalistiek, de niche waar De Groene Amsterdammer zich toe rekent, voortbestaan in het nieuwe mediale krachtenveld?

Verderop in dit nummer stelt Bas Heijne dat het een misverstand is te denken dat de nieuwe mediadynamiek gelijkstaat aan oppervlakkigheid: ‘Er zijn geen oppervlakkige media, er zijn alleen oppervlakkige mensen.’ Hij constateert ook dat de behoefte aan serieuze journalistiek in deze tijd alleen maar groter wordt. Dat laatste is niet eenvoudig hard te maken, maar als je afgaat op de bloei van het diepgravende journalistieke boek, de aandacht voor onderzoeksjournalistiek die er nog onverminderd is, de groeiende voorkeur, in krant en op tv, om met een gedegen reconstructie te komen als een mediastorm is geluwd – dan valt er veel voor te zeggen.

Met De Groene Amsterdammer gaat het, als je kijkt naar onze oplage en het aantal lezers dat wij bereiken, beter dan in decennia. Juist het aantal jonge lezers neemt toe. En dat terwijl wij doen wat wij 135 jaar geleden al deden: ongebonden bijdragen aan de intelligente meningsvorming. Het turbulente krachtenveld waarin politiek en maatschappij verkeren, en dat de media elk moment van de dag weerspiegelen, zal niet snel minder worden. Dat kan worden betreurd, maar allicht is het beter om met optimisme te streven naar diepgang. Op papier, op internet en ook in de vaak misprezen sociale media.

In de mediacratie