POPMUZIEK

In de nacht

Blaudzun

De Nederpop heeft een nieuwe volksheld, en het is er een die niet voor de hand ligt. Hij draagt een massief zwarte bril ter grootte van twee fotolijsten, kleedt zich in het zwart, is wars van ironie en bedient zich allerminst van het joviale enthousiasme waarmee popmuziek in wedstrijdvorm miljoenen kijkers weet te trekken. Onlangs trok het uit de hand gelopen personeelsfeest Vrienden van Amstel negentigduizend bezoekers. De kans dat de nieuwe volksheld van de Nederpop daar ooit zal staan is minimaal. Hij is niet de getapte jongen die de massa opjut, eerder het tegendeel, hij is de ambachtsman, die volstrekt serieus neemt wat hij doet, en op het podium zijn muziek graag voor zichzelf laat spreken.
Zijn naam is Johannes (Sigmond), en dat hij dat niet heeft ingekort tot het aanmerkelijk vlottere Hans zegt al veel. Zijn artiestennaam is Blaudzun, naar de voormalige Deense wielrenner Verner Blaudzun, en onder die naam maakte hij twee albums waarvan vooral het tweede, Seadrift Soundmachine, in 2010 al zeer enthousiast werd onthaald door de muziekpers. Het album ervoor, zijn titelloze debuut, leverde hij met een losse veer erbij. Hoorde bij de flamingo die stond afgebeeld op de hoes. Want Sigmond had ooit gelezen dat flamingo’s altijd één voet optillen omdat ze eigenlijk een hekel hebben aan water. Terwijl dat juist is waar ze leven, in water. Hij vond het mooi treurig, die getroebleerde verhouding met thuis. Het klopt niet helemaal overigens, de werkelijke reden van de opgetrokken poot is de regulatie van hun lichaamstemperatuur. Maar het was een mooi verhaal en dat telt.
Groot in de periferie was Blaudzun al, maar sinds kort verkoopt hij de grote zalen van Tivoli en Paradiso moeiteloos uit. Zijn concerten in Haarlem en Den Haag zijn verplaatst naar grotere zalen om aan de vraag naar kaarten tegemoet te komen. Het komt deels door een optreden in het televisieprogramma De wereld draait door, waar hij in de minuut die hem werd gegund op zijn banjo de jaren-tachtighit Shout van Tears for Fears volledig naar zijn hand zette. Hij ontgalmde het nummer, kleedde het uit en liet het imploderen.
En het komt door zijn nieuwe album Heavy Flowers, dat nog iets toegankelijker is, ook omdat hij minder geaffecteerd en ge-ar-ti-cu-leerd zingt. Gebleven is die bezwering. Hij klinkt soms als zanger Brandon Flowers van The Killers op hun beste album Sam’s Town, en in zijn meest beladen momenten als Dave Eugene Edwards van 16 Horsepower - maar dan zonder het oude testament in zijn hand.
Meer dan vroeger kan hij opjagen en laag op laag stapelen, maar tegelijk kan hij voldoen met ukelele, banjo, mandoline of andere instrumenten die vroeger in zijn ouderlijk huis al rondslingerden. Op zijn best is hij in Who Took the Wheel: de grote vragen, vermomd als onschuldig popliedje. Geen angst voor pathos.
In interviews praat hij vaak over de nachtelijke uren, en inderdaad laat Blaudzun zich het best beluisteren wanneer de zon is verdwenen. Daarom komt single Elephants op het eind van het album nog eens langs. Deze vertraagde versie kreeg de toevoeging ‘nocturne’, naar een evenement dat plaatsvindt in de nacht.

Blaudzun, Heavy Flowers (V2). Blaudzun speelt 1 en 25 maart in Doornroosje in Nijmegen, 9 maart in Fenix, Sittard, 10 maart Patronaat, Haarlem, 15 maart Paard van Troje, Den Haag, 16 maart De Kelder, Amersfoort, 22 maart Vera, Groningen