In de neergang

Ik geef het toe: ik heb misschien een veel te romantische blik als ik naar de jaren zestig, zeventig kijk.

Het waren de jaren van mijn pubertijd. Het kan best zijn dat mijn oude jeugdpuisten mijn blik beïnvloeden en dat ik er vervolgens de argumenten bij zoek waarom ik dat ‘de mooiste tijd’ vond.

Ik heb ooit zelf meegewerkt aan een onderzoek waarin de vraag was: wat vindt u de mooiste boeken die u kent? Daar bleken in meerderheid altijd boeken van tijdgenoten op te staan. Bij mij was dat Reve, Van het Reve, Hermans, Campert, Wolkers, Nescio, Nabokov… Daar zit logica in.

Maar het is of de jaren zeventig meer vrijheid kenden dan nu.

Is dat ook zo?

Homoseksualiteit leidde nergens tot een probleem. Misschien bij de kerk, maar die lachten we uit. Pedoseksualiteit. Hoe erg was dat nou als het met goedvinden van het kind en de ouders gebeurde? Seks terwijl je jonger dan zestien was? We lazen allemaal Lolita en begrepen Humbert Humbert. ‘When I try to analyze my own cravings, motives, actions and so forth, I surrender to a sort of retrospective imagination which feeds the analytic faculty with boundless alternatives and which causes each visualized route to fork and re-fork without end in the maddeningly complex prospect of my past.’

De muziek was nieuw, de literatuur speelde een rol in het maatschappelijk debat, er werden grenzen opgezocht wat alleen maar kan als je vrij bent. ‘Vrij’, dat was een heel speciaal begrip, een ‘state of mind’. Een huwelijk tussen fuck the system en de maakbare samenleving.

Enkele van mijn vrienden zeggen dat deze tijd ze doet denken aan die jaren zeventig. Dat heb ik totaal niet.

Samenlevingen kennen wat vrijheid betreft hun golven van opkomst, bloei en neergang. En wij zitten nu in de neergang.

Dag Nederland gidsland.

Dag Amerika, belangrijkste land van de wereld.

Dag nieuwe muziek van de Beatles.

Dag nieuwe literatuur van Reve.

Dag begin van de VPRO.

Toen we vorige week E. gingen begraven, zag ik haar voor mijn geestesoog naakt crackertjes met kaas maken

Nou ja, het zal wel aan mij liggen. Mijn oude vrienden zie ik bij begrafenissen en in de apotheek, en ik merk dat ik steeds meer moet uitleggen wie wat was en waar hij voor stond.

‘Ischa Meijer… Je kent Ischa toch wel… Godverdomme, dat was een heel goede interviewer… Ja, net als Theo van Gogh, en… Ja, Theo van Gogh was ook interviewer… en…’

Op begrafenissen hoor ik Dylan, Beatles en Beach Boys – en vorige week alle drie achter elkaar – en ik weet precies waar ik was toen ik die platen kocht; en ik was nog steeds die jongen van zestien.

Platen? Ja, dat waren de prachtige geluidsdragers van toen – aan de groeven kon ik sommige nummers herkennen; kon ik in mijn eigen groeven maar een naald zetten en mijn leven afluisteren.

Verdomme, waar is die vrijheid van mij gebleven?

Toen we vorige week E. gingen begraven, zag ik haar voor mijn geestesoog naakt crackertjes met kaas maken. En voordat ze dan weer bij me in bed stapte, zette ze Déjà Vu op van Crosby, Stills, Nash Young.

‘Come to me now/ And rest your head for just five minutes/ Everything is good, Such a cosy room/ The windows are illuminated/ By the evening sunshine through them/ Fiery gems for you/ Only for you…’

En dan een joint. En dan kwam haar moeder, en die rookte mee.

En een week later lag ik met A. in bed en E. met J.

Die vrijheid knelde toen wel, als een slip om de pols, maar… we hadden hem!

E. is nu met het zwarte paard weggereden, en ik zeur over de jaren zeventig om hem niet voorbij te zien komen.

Ik kan al mijn platen, cassettes, cd’s wegdoen en mijn jeugd herstellen met Spotify.

In de neergang