Rusland in de olie

In de schaduw van Arabië

Rusland is de belangrijkste energieproducent ter wereld én geen lid van de Opec. Terwijl Arabieren elkaar in de haren vliegen, wordt het dus rijk. Toch is de Russische economie plots op drift. De eerste banken zijn failliet. Is het marktwerking of politiek?

Zou een belegger het lef hebben om NRC Handelsblad met een deurwaarder de stuipen op het lijf te jagen? Motieven te over. Zeker nu, in deze moderne tijd waarin aandeel houders mooie dividenden en nog mooiere koerswinsten beschouwen als een mensenrecht. De mogelijke dagvaarding betreft de rubriek Breaking Views in het economie katern. Want wat schreven de opiniërende consumentenanalisten van deze rubriek op 23 april van dit jaar? «Voor de moedige belegger lijkt Yukos een buitenkansje.» De vrolijke jongens van Hugo Dixon uit de City in Londen wilden daarmee zeggen dat de aandelenkoers van het grootste olieconcern van Rusland 25 procent lager is dan zijn winst rechtvaardigt. Eind mei deden de Breaking Views het nog eens dunnetjes over: «Voor de moedige belegger zijn de Yukos-aandelen een koopje.»

Dat klopt. Moed, moediger, moedigst. Yukos kan namelijk nog goedkoper worden. Een investeerder kan dus beter even wachten voordat hij zijn geld erin steekt en moet bovendien over stalen zenuwen beschikken. Anders dan de Breaking Views suggereren, is er geen enkele garantie dat een gok met Yukos goed uitpakt. Het bedrijf van Michail Chodorkovsky, volgens de optimistische rekenaars van het Amerikaanse zakenblad Forbes goed voor een vermogen van vijftien miljard dollar, is het afgelopen jaar namelijk naar de rand van de afgrond gevoerd. Niet wegens falend management maar om politieke redenen. Chodorkovsky had zich niet gehouden aan de door president Poetin verordonneerde afspraak dat zakenlui zich niet meer met het regeringsbeleid zouden bemoeien. Chodorkovsky zit sinds vorig najaar in de gevangenis Matrozen Rust, wachtend op een strafzaak die het openbaar ministerie van Rusland nog niet rond heeft en daarom is uitgesteld tot 16 juni. Ondertussen wordt er door vriend en vijand alles aan gedaan om Yukos naar de verdommenis te helpen. Vorige week viel de politie voor de zoveelste keer binnen in het hoofdkantoor bij metrostation Toergenjev.

In nog geen jaar is het hele speelveld overhoop gehaald. Ruim twaalf maanden geleden stond Yukos op het punt te gaan fuseren met Sibneft, het olieconcern van Chelsea- eigenaar Roman Abramovitsj. Het nieuwe bedrijf zou, qua reserves en nog voordat Shell in ongerede raakte, het vierde ter wereld worden. De «seven sisters» leken er inderdaad een «broertje» bij te krijgen, zoals een Russische oliebaron medio jaren negentig had voorspeld. De gefuseerde mammoet hoopte op een buitenlandse gigant, zoals Exxon/Mobile, die een minderheidsbelang zou willen kopen. Kort daarvoor was het TNK uit Tjoemen, de derde olieboer van Rusland, reeds gelukt om BP binnenboord te halen.

Sinds de arrestatie van Chodorkovsky is de fusie tussen Yukos en Sibneft vastgelopen. Om dit te voorkomen had de «oorlogsstaf» van Yukos de topman van TNK aangetrokken om de plaats van Chodorkovsky in te nemen. Tevergeefs. Sibneft heeft zich er niet alleen met succes onderuit gewurmd maar wil ook nog een graantje meepikken. Vorige week heeft een rechtbank bepaald dat Abramovitsj de drie miljard die hij voor de fusie had ontvangen niet hoeft terug te betalen. Dat komt de liefhebber van Engels voetbal, tevens gouverneur van de afgelegen eskimodeelstaat Tsjoekotka, niet slecht uit. De belastingdienst zit ook hem op de hielen.

Het komt Yukos daarentegen beroerd uit. Het olieconcern is vorige week veroordeeld tot het betalen van een belastingschuld van 3,4 miljard dollar. Volgens de raad van bestuur heeft Yukos slechts 800 miljoen in kas. Als Sibneft had moeten terugbetalen, had Yukos aan zijn fiscale verplichtingen kunnen voldoen. Tel daarbij op de sterk afgenomen marktwaarde van het bedrijf — zijn aandeel is gehalveerd tot zeven dollar — en de gekelderde kredietwaardigheid — Standard & Poor heeft Yukos afgewaardeerd tot een miezerige triple C — en «faillissement wordt onvermijdelijk», concludeerde de zakenkrant Kommersant vorige week vrijdag.

De analisten van Breaking Views denken dat de curator bij een eventueel bankroet het spel fatsoenlijk zal spelen. Welterusten. Daarvoor zijn vooralsnog geen aanwijzingen. Viktor Gerasjtsjenko, president van de Centrale Bank onder Gorbatsjov én Jeltsin, staat in de startblokken om tot de leiding van Yukos toe te treden. Als centrale bankier heeft hij zich nooit als keurige notaris gedragen. Bovendien wordt de druk ook anderszins opgevoerd. In het Russische parlement gaan stemmen op om het taboe op renationaliseren ter discussie te stellen. «Economische doelmatigheid kan een aanleiding zijn voor nationalisatie», aldus vice-voorzitter Oleg Morozov van de Staatsdoema vorige week. Zijn baas Boris Gryzlov, ooit minister van Binnenlandse Zaken en nu namens president Poetin speaker van de Doema, heeft de plannen weliswaar onmiddellijk ontkend. Morozov was verkeerd begrepen door het journaille. Maar Gryzlov moet niet volledig op zijn woord worden geloofd. Hij was vorig jaar een van de eersten die confiscatie van oliebronnen opperde omdat die «winsten voor het volk» spuiten. Gryzlov bedoelde iets anders met zijn ontkenning: bedrijven met treurige activa hoeven niet te rekenen op de staat, voor lucratieve activa ligt het anders. Yukos hoort tot die laatste groep.

Ook als Gryzlov het op dit moment wel meent, is de rust niet weergekeerd. De Russische economie is namelijk op drift. Terwijl de nieuwe middengroepen van gekkigheid niet weten aan welke gadgets ze hun geld moeten uitgeven, stormen overal agenten van de fiscale politie binnen om belasting op te eisen. Zelfs de culturele organisatie British Council kreeg maandag onverwacht bezoek. En altijd is het raak. Belasting ontduiking is voor bedrijven in Rusland simpel. Vóór elke aangifte creëer je een dochter-BV waarheen je de winsten sluist die je vervolgens voor een stuiver terugkoopt. Volgens The Economist zou Sibneft de vennootschapsbelasting via deze constructie hebben teruggebracht tot 9 procent, in plaats van de wettelijke 24 procent. Ook het staatsgasbedrijf Gazprom kent de trucs. En dan zwijgen we over al die gevelondernemingen op Cyprus en andere eilanden off shore waar de petrodollars en andere harde valuta-inkomsten uit de groeiende Russische grondstoffenexport worden geparkeerd en alleen gerepatrieerd naar het vaderland als er weer voldoende vertrouwen is in het investeringsklimaat, kortom, in de politieke koers van het Kremlin.

Een van de consequenties van deze onrust is een dalende beurs van Moskou. De marktwaarde van alle Russische oliebedrijven is in korte tijd in elkaar geklapt — van 106 miljard dollar in april tot 64 miljard in juni — en dat heeft de andere fondsen navenant meegesleurd. Zelfs de vastgoedmarkt stagneert. Een ander, nog omineuzer gevolg is de verwarring in de financiële sector die nu op handen is. Moord en doodslag is in die kring al langer een onvermijdelijk aspect van het leven. Vorige week werd weer eens een advocaat van een bankje in zijn Suzuki Four Wheel Drive opgeblazen. De jurist leeft nog. Maar tegelijkertijd gingen twee grotere banken feitelijk over de kop. In Moskou circuleert nu een «zwarte lijst» met tientallen nieuwe kandidaten die op de nominatie staan hun licentie te verliezen. Het bestaan ervan wordt door de autoriteiten net zo glashard ontkend als de confiscatieplannen door de regeringspartij in de Doema. Feit is niettemin dat de banken hun limieten voor hun onderlinge betalingsverkeer hebben teruggeschroefd en de handel sinds vorige week met een factor drie is afgenomen. Ze vertrouwen elkaar niet meer. Het bancaire systeem in Rusland stelt nog altijd weinig voor. De meeste van de bijna vijftienhonderd banken zijn vooral wisselkantoren van of voor ondernemingen en dus een simpele prooi voor de centralisten rond Poetin die hun politieke macht willen aanwenden voor economische posities.

Het kan zijn dat de Russische economie nu simpelweg overkookt, omdat het de afgelopen jaren te goed is gegaan en de winsten onvoldoende werden geïnvesteerd in duurzame projecten. De ontluikende chaos is hoe dan ook raar, vooral omdat Rusland momenteel alles mee heeft. Het is Saoedi-Arabië nét gepasseerd en de grootste energie-exporteur ter wereld geworden. Het is geen lid van de Organisatie van Olie Exporterende Landen (Opec) en heeft de productie afgelopen jaar met ongeveer tien procent opgestuwd. Het profiteert dubbel en dwars van de huidige prijs van bijna veertig dollar per vat. Rusland is dus een bondgenoot van het Westen dat zijn afhankelijkheid van Arabische energie wil terugdringen en in president Poetin — afgelopen zondag was een Russisch staatshoofd voor het eerst in de geschiedenis aanwezig bij de herdenking van D-Day in Normandië, zij het nogal eenzaam in de schaduw van collega Bush — een stabiele partner ziet.

Met andere woorden: Rusland heeft de sleutel in handen voor zowel economisch herstel in het Westen als voortgezette groei in China. The New York Times heeft ooit de opwaartse druk van onrust berekend. Heibel in Nigeria bijvoorbeeld is goed voor een prijsstijging van één dollar, gedoe in Vene zuela is verantwoordelijk voor drie, oorlog in Irak voor vier en terreur in Saoedi-Arabië voor vijf dollar. In tegenstelling tot de meeste olie-exporterende landen is Rusland een oase en dat is goed voor de prijs.

Maar juist nu de Russische energie bronnen zo belangrijk zijn geworden, beginnen politici en oliebaronnen nerveus heen en weer te draaien. Afgelopen jaren heeft president Poetin op de keper beschouwd weinig bereikt. Zijn belofte de sociaal-economische infrastructuur zo te hervormen dat Rusland weer een industriële natie kan worden, is vooral blijven steken in voortdurende centralisatie van politiek en bestuur. De corruptie — goed voor een omzet van bijna vijftig procent van de inkomstenbelasting — is niet beteugeld.

Dankzij de stijgende olieprijs viel dat niet zo op. De energieproductie draagt bij aan een kwart van het bruto binnenlands product van veertienhonderd miljard dollar. Andere delfstoffen nemen, samen met wapens en zware metalen, het leeuwendeel van de rest voor hun rekening. Dat, en niet die fabrieken waar Lada’s en Wolga’s van de band rollen, zijn de goudmijnen voor zowel de captains of industry als de politieke bestuurders.

De oorlog in Irak en de fall-out daarvan is dus voor allen van levensbelang. In de schaduw van het Midden-Oosten zoekt iedereen nu alvast een droog plekje. Dat er vorige week bij een terroristische bomaanslag op een spulletjesmarkt in Samara (de bakermat van Lada) tien doden vielen, is van onder geschikt belang.