Reportage: In de schaduw van Franco

In de schaduw van Franco

Het postume prestige van dictator Franco zit in de lift. Een reportage over de herdenking van zijn dertigste sterfdag.

VALLE DE LOS CAÍDOS – Onder luid applaus loopt Antonio Tejero naar de basiliek van de Santa Cruz in Valle de los Caídos, op weg naar het graf van zijn idool en leidsman Francisco Franco. Hij is dikker en grijzer geworden, de voormalige luitenant-kolonel van de Guardia Civil die in februari 1981 heel Spanje in rep en roer bracht door met getrokken pistool het spreekgestoelte van het par lement – de Cortes – in Madrid te beklimmen en het einde van de nog zo jonge democratie te proclameren. Tejero kreeg dertig jaar gevangenisstraf voor zijn couppoging, maar is sinds 1996 vrij man. Hij strijkt over een kinderbol, laat zich knuffelen door oude dames die zwaaien met de adelaarsvlag van de falangistische partij, wordt bedolven onder schouderklopjes en loopt met kwieke stap verder naar het graf van zijn «caudillo». Voor de enige duizenden koppen tellende menigte die zich voor de kathedraal heeft verzameld, is hij een held, een vertegenwoordiger van het ware Spanje.

De coup van Tejero was de laatste grote eruptie van de geest van Franco. Nog altijd is zijn poging tot staatsgreep met mysteriën omhuld. Wist koning Juan Carlos nu wel of niet van Tejero’s plannen? Waarom ging Tejero bij een eerdere poging tot herstel van de dictatuur vrijuit en kon hij aanblijven bij de Guardia Civil? Wilde de koning – door Franco persoonlijk aangewezen als de nieuwe leider van Spanje – op deze manier zijn positie verstevigen als redder des vaderlands? Het zijn vragen die Spanje nog altijd kwellen.

Geen enkel Europees land gaat dieper gebukt onder het verleden. Dat blijkt alleen al uit de slag om de Franco-standbeelden her en der in het land. Op last van de regering- Zapa tero werden diverse beelden van de dictator verwijderd, om direct daarna weer te worden herplaatst op initiatief van lokale burgemeesters van de Partido Popular, van nature meer gehecht aan de caudillo. Ook een monument ter ere van de dictator in Ferrol in Spaans Galicië werd beklad door lokale antifascisten.

Onder de hoge genodigden voor de herdenking van de dertigste sterfdag van Francisco Franco in de Valle de los Caídos bevindt zich ook Franco’s dochter, Carmen Franco Polo, die als voorzitter van de Fundacion Francisco Franco een van de vurigste bepleiters is van de terugkeer van de oude tijden. Hiermee volgt ze het spoor van haar moeder, eveneens dona Carmen geheten, die door vele Franco-biografen wordt gezien als de grootste aanstichtster van het virulente katholicisme van de dictator. Eveneens acte de présence geeft José Utrera Molina, ex-minister en secretaris van Franco’s Movimiento Nacional. Een andere hoge gast is Blas Piñar, na Franco’s dood de enige openlijk fascistische parlementariër van Spanje. Piñar is tevens oprichter en drijvende kracht van het uitgevershuis Fuerza Nueva, dat goede banden koestert met de Mussolini-sympathisanten in Italië en ook in Zuid-Amerika harmonieuze banden onderhoudt met extreem-rechts, bovenal in Colombia.

Het is de elite van het ancien regime die de basiliek mag betreden tijdens de plechtigheden. Duizenden mensen verdringen zich buiten voor de kathedraal. Het gemor is niet van de lucht. De frustraties worden uitgeleefd met spreekkoren tegen Zapatero, tegen de Catalanen (die net een wet op verdere uitbouw van hun autonomie hebben aangenomen), en zelfs tegen koning Juan Carlos, kortom tegen iedereen die in de ogen van de Franco-aanhang schuldig is aan de ondergang van de Grote Spaanse eenheid.

Het mausoleum van de caudillo bevindt zich naast dat van José Antonio Primo de Rivera, oprichter van El Falange. Hun graven liggen zij aan zij aan de voet van het altaar, omgeven door muurschilderingen van Jezus en van Franco’s troepen. De kerk wordt bewaakt door torenhoge beelden van engelen met zwaarden. Boven de basiliek, uitgehouwen uit granieten rotsen, torent een 150 meter hoge crucifix boven het landschap uit.

De Valle de los Caídos, vallei der gevallenen, is de bedevaartsplek die Franco voor zichzelf heeft ontworpen. De dictator was bij leven geobse deerd door de bouw van het project, dat in 1940, direct na het einde van de Spaanse burgeroorlog, een aanvang nam. Zo’n zestienduizend krijgsgevangenen van het republikeinse leger werden bij de bouw ingezet. Eigenlijk had het werk binnen een jaar klaar moeten zijn, maar het werden er bijna twintig. Op 1 april 1959 werd de Valle de los Caídos plechtig ingewijd. Franco sprak toen smalend over zijn tegenstanders die «in het stof van de nederlaag hadden gebeten».

Uit niets bleek toen dat hij de plek had bedoeld als laatste rustplaats voor de gevallenen van beide zijden, kortom als een plek van verzoening, zoals zijn volgelingen tegenwoordig willen doen geloven. Het feit dat Franco ook zijn tegenstanders liet begraven in de Valle de los Caídos zou even goed kunnen worden gezien als de laatste, ultieme vernedering. Zelfs in de dood waren de republikeinen niet van de caudillo verlost.

Franco schetste de contouren van zijn praalgraf in een richtlijn, uitgevaardigd op 1 april 1940: «Het belang van onze kruistocht, ons heroïsche offer voor de overwinning en de verstrekkende betekenis van dit alles voor de toekomst van Spanje, kunnen niet worden herdacht met simpele monumenten waarmee bijzondere gebeurtenissen in onze geschiedenis en de glorieuze daden van Spanje’s zonen normaal gesproken worden herinnerd in de dorpen en de steden. De stenen die zullen worden opgericht moeten de grandeur hebben van het oude, die de tijd en vergetelheid achter zich laten.»

Franco wilde met dit monument een brug slaan in de tijd, een brug tussen hemzelf en de katholieke koningen Ferdinand en Isabella, de architecten van de Reconquista op de Moren, maar ook tussen hemzelf en Filips II en Karel V. De Valle de los Caídos moest zijn status als redder van kerk en vaderland bevestigen. Het resultaat werd de meest naargeestige plek die Spanje rijk is, een plek waar de fascistische geest van weleer de bezoeker bij de keel grijpt.

Franco besteedde veel tijd aan het zoeken naar de juiste locatie voor zijn praalgraf. Hij vond die zestig kilometer ten noordoosten van Madrid, in de vallei van Cuelgamuros in de Sierra de Guadarrama. De plek ligt niet ver van het Escorial, het paleisklooster van koning Filips II, eveneens een architectonisch ontwerp waarin religieus fanatisme en machtshonger tot een verblindende fusie kwamen.

In totaal liggen er in de Valle de los Caídos veertigduizend mensen begraven. Hoeveel republikeinen er uiteindelijk kwamen te liggen is onbekend. Sceptici stelden dat de enige republikeinse gevallenen die er begraven liggen dwangarbeiders zijn die tijdens het monsterproject bezweken. Franco zag de arbeid als een manier om boete te doen voor het gepleegde verzet tegen zijn opstand.

Toen de basiliek in 1959 officieel in gebruik werd genomen, liet Franco officieel weten dat hij de Valle de los Caídos ook in gedachten had als zijn eigen laatste rustplaats. Sinds zijn dood op 20 november 1975 fungeert de Valle de los Caídos als verzamelplaats voor de falangistische beweging. Deze leek tot voor kort gedegradeerd tot een piepkleine nostalgische beweging, maar maakt sinds de bomaanslagen in Madrid van 11 maart 2004 en de intrede van Zapatero als premier een onmiskenbare renaissance door. In ieder geval lopen er duizenden jongeren rond op het plein bij de kathedraal.

Het postume prestige van Franco zit sowieso in de lift. Ook internationaal doken de laatste jaren publicaties op waarin wordt geprobeerd de dictator in de geschiedenis te plaatsen als een visionair. Opmerkelijk in dat verband is het boek Hitler Stopped by Franco, waarin het Amerikaanse schrijverskoppel Jane en Burt Boyar stelt dat het aan de geopolitieke inzichten van de caudillo te danken is dat Hitler er niet in slaagde tot wereldheerschappij te komen. Volgens de Boyars was Franco een tegenstander van Hit lers antisemitisme, en was de neutraliteit van Spanje tijdens de Tweede Wereldoorlog in het geheim gericht op de ondergang van het Derde Rijk. De nabestaanden van de dictator reageerden enthousiast op deze historische roman. Het mag allemaal niet verbloemen dat Francisco Franco bij leven en welzijn een volbloed fascist was, zij het van een meer uitgekookt soort dan zijn collega’s Hitler en Mussolini, en daarom een aanzienlijk langere houdbaarheid had.