In de schaduw van ieder financieel schandaal: accountants die hun controleplicht verzaken

Soms vrees je als ronkend columnist dat het allemaal wel meevalt in Nederland, dat het eigenlijk in de kern wel deugt. Gelukkig is daar dan de parlementaire enquêtecommissie woningcorporaties om deze illusie te verstoren.

Bananenrepubliekpraktijken werden tijdens de verhoren uit de doeken gedaan, van goed geklede bankiers die in helikopters ondernemende ambtenaren naar verre oorden vlogen tot de corpulente treasurer die Vestia in de afgrond stortte met destructieve derivaten waarvoor hij zelf tien miljoen opstreek (goddank gaf hij nog wel aan over dat bedrag netjes belasting te hebben betaald).

Het is echter niet slechts het laaghangend geboefte dat hoon en spot verdient. In de schaduw van het schandaal schuilen altijd de faciliteurs. En er is één beroepsgroep die bij elk financieel schandaal bovenmatig faciliteert: het accountantsgilde. Accountants zijn onze eerste verdedigingslinie tegen ondeugdelijkheid. Ze zijn er om een getrouw beeld te geven van de financiële handel en wandel van een onderneming.

Maar daar was duidelijk geen sprake van bij onze woningcorporaties. Heiddeger’s Sein und Zeit was nog beter leesbaar dan Vestia’s jaarrekening. In gortdroog accountantsproza passeerden de ‘cancellable swaps’, ‘swaptions’, ‘caps, floors en (knockin-) collars’ de revue. ‘We slaakten een brul’, zei AFM-bestuurslid Gerben Everts voor de parlementaire enquêtecommissie over het jaarverslag. ‘Er stond veel in, maar het was ondoorgrondelijk.’

Eigenlijk maakte één enkele zin in de jaarrekening het document onoverzichtelijk: ‘De derivaten worden gebruikt voor kostprijs hedging en worden als zodanig tegen kostprijs gewaardeerd.’ Vertaling: de Vestia-accountant vond het geoorloofd de desastreuze derivatenposities buiten de balans te houden, zodat uiteindelijk niemand zou bevroeden dat Vestia praktisch failliet was. Dat mag volgens de Nederlandse boekhoudregels, maar dan alleen als je derivaten gebruikt ter afdekking van risico’s, niet als je ze, zoals Vestia, gebruikt ter speculatie.

Zulk boekhoudkundig gegoochel was gebruikelijk in de corporatiesector. Uit onderzoek van het Centraal Fonds Huisvesting bleek dat corporaties vaker ten onrechte derivaten buiten de balans plaatsten. Menig corporatie-accountant moest naderhand de goedkeurende verklaring intrekken.

Het zijn natuurlijk niet alleen corporaties waarmee accountantskantoren de mist in gaan. Het afgelopen jaar leek er elke maand wel een nieuw boekhoudkundig lijk uit de kast te donderen: ‘VEB stelt Imtech-accountant KPMG aansprakelijk’; ‘Curatoren Econcern: PwC had geen goedkeurende verklaring mogen geven’; ‘KPMG wist al tien jaar van smeergeld Ballast Nedam’.

Bij zulke episodes van grootse onkunde staan de accountants plots naakt in de spotlights, maar eigenlijk verzaken ze veel vaker hun controleplicht. In een steekproef van de AFM uit 2013 bij negen accountantskantoren, waarin 47 goedgekeurde jaarrekeningen werden doorgelicht, bleken 35 van deze jaarrekeningen ‘ernstige tekortkomingen’ te bevatten. In 2009 en 2010 deed de AFM ook al onderzoek bij de Grote Vier accountantskantoren, waarin soortgelijke resultaten werden gevonden.

Boekhoudkundige wanpraktijken zijn niet slechts voorbehouden aan Nederland. Accountancy-professor Prem Sikka liet zien dat van de 28 banken die in de financiële problemen kwamen in 2008 er bij geen enkele van tevoren werd gewaarschuwd. Uit onderzoek in de Verenigde Staten blijkt dat accountants in het algemeen bij slechts twintig tot 27 procent van de beursgenoteerde ondernemingen die later failliet gaan een waarschuwing afgeven. Bij niet-beursgenoteerde ondernemingen was dat slechts vijf procent.

Gelukkig heeft iedereen inmiddels door dat er iets mis is met het accountantsberoep. De AFM is alerter en begint vaker tuchtklachten in te dienen tegen accountants die over de schreef zijn gegaan. En het Europees Parlement heeft in april een voorstel aangenomen waardoor beursgenoteerde ondernemingen elke tien jaar verplicht een andere accountant moeten nemen. De band tussen accountant en bedrijf wordt zo minder innig.

Een stap in de goede richting, maar de vraag is of dit voldoende is. Tien jaar is erg lang. In het oorspronkelijke commissievoorstel dat sneuvelde in het parlement moesten ondernemingen elke zes jaar van accountant wisselen.

Uiteindelijk zit de rot dieper. Het accountantsverdienmodel is gebouwd op een belangenconflict. Accountants worden betaald door degene die ze moeten controleren. De slager betaalt de vleeskeurder om zijn vlees te keuren. Daar kun je stapels met statuten, ethische codes en regels tegenaan gooien, maar de perverse prikkel blijft.

Die prikkel moet weg. De accountant moet werken voor de gebruiker – de belegger, de werknemer, de journalist of andere belanghebbende – en niet de vervaardiger van de jaarrekening. Tot die tijd is het wachten op de volgende Vestia.