‘Wat vindt u van die grote crisis die op dit moment plaatsvindt?’ vraagt Roel Maalderink, de meester van het straatinterview, aan toevallige passanten in het tv-programma Plakshot. ‘Je bedoelt die van het milieu?’ antwoordt een vrouw op de markt. ‘Ja, die is er natuurlijk ook, maar ik bedoel die andere crisis’, zegt Maalderink. De achtereenvolgende geïnterviewden opperen een reeks aan crises. De vreemdelingencrisis. De woningen. De boeren. En stikstof. De crisis in het oosten van Europa, die oorlog. De gascrisis en de energiecrisis. Het lerarentekort. Het hele coronagebeuren. De toeslagencrisis. De inflatie en de armoedecrisis. De vertrouwenscrisis en de politieke crisis. Maar telkens weer is het de ándere crisis waar Maalderink op doelt. ‘Ik bedoel die crisis die we voor ons uit schuiven.’ Tot een man het antwoord weet dat eigenlijk geen antwoord is: ‘Ja, door dat vooruitschuiven weten we eigenlijk niet met welke crisis we nu bezig zijn.’

Je kunt vinden dat er sprake is van crisisinflatie – op alles wordt tegenwoordig het etiket ‘crisis’ geplakt. Maar evengoed kun je zeggen dat we in een crisistijd leven, als al die voorbijgangers zonder blikken of blozen een crisis uit de mouw schudden. En nu is er in Nederland – en de wereld – wel vaker sprake van een crisis, maar de opeenstapeling van vandaag is toch uniek. Ook omdat het crisissentiment vergezeld gaat met iets anders: het gevoel dat Nederland niet meer in staat is crises op te lossen. Ons nationale zelfbeeld heeft de afgelopen tijd al de nodige krassen opgelopen – we zijn allang niet meer dat progressieve gidsland – maar we hadden altijd nog het idee dat we in een net landje leefden waar de dingen goed geregeld waren.

Maar of het nu gaat om de toeslagenaffaire, de gedupeerden van de aardbevingen in Groningen of de stikstofcrisis – de crises etteren door en ‘netjes’ gaat het ook niet. Dat zorgt voor een nieuwe deuk in ons zelfbeeld. Het zijn niet alleen de opstandige burgers die roepen dat het daar in Den Haag een zootje is, hoge (ex-)ambtenaren zeggen het hun inmiddels beschaafder na: de overheid is machteloos. Ook de Nationale ombudsman ziet ‘een patroon van onvermogen’.

Die machteloosheid was voor de redactie van De Groene Amsterdammer reden om dit winternummer aan ons zelfbeeld te wijden. Wat vertelt de parade van omgekeerde vlaggen van het afgelopen jaar over de kloof tussen stad en platteland? Is Nederland definitief een boze en verdeelde natie geworden? Wat zegt het dat de voedselbank, die twintig jaar geleden bij haar oprichting als ‘on-Nederlands’ werd beschouwd, nu meer mensen bedient dan ooit? En hoe gaat het met de vvd, de partij die er een sport van heeft gemaakt zich te spiegelen aan het Nederlandse zelfbeeld?

Niet alleen Nederland worstelt met zijn zelfbeeld. Wat te denken van Groot-Brittannië na een jaar van politieke incompetentie en de dood van koningin Elizabeth? Nostalgie naar het Empire van weleer biedt geen soelaas meer. Hoe te duiden dat de nieuwe Italiaanse premier Giorgia Meloni zich eerder met Tolkiens Midden-Aarde identificeert dan met Italië’s eigen rijke geschiedenis? De Russische schrijver Alexander Snegirjov bevindt zich nog in Moskou en houdt een dagboek bij. Terwijl veel vrienden en collega’s het land hebben verlaten hoort hij een paar keer per dag het volkslied boven zijn hoofd schallen: de oude bovenbuur die de radio loeihard aan heeft staan. Steevast bonst zijn buurvrouw dan nog harder op het plafond.

In haar prachtige boek Rebelse genieën vertelt Andrea Wulf over ‘de uitvinding van het ik’, zoals de ondertitel luidt, maar beschrijft ze ook hoe de filosoof Fichte zijn ik-filosofie uitbreidt naar de natie. Wij doen min of meer hetzelfde in dit dubbelnummer, maar dan omgekeerd: van collectief naar individueel zelfbeeld. Schrijfster Helen Macdonald reflecteert op de relatie tussen mens en natuur, Arthur Eaton overdenkt het zelf zoals Freud het concipieerde en Arjen van Veelen stelt dat de zelfverliefde Narcissus in deze tijd heeft plaatsgemaakt voor Atlas, die de wereld op zijn rug torst. ‘We zijn ontsnapt aan de fuik van het ik en geven nu de wereld de schuld van alles wat misgaat in ons leven’, schrijft hij. De vraag is of dat een troost is, schrijft hij er meteen bij.

De redactie wenst u hoe dan ook lichte feestdagen en een troostvol nieuwjaar.

PS: Het winternummer biedt leesstof voor drie weken. Op 12 januari ligt opnieuw een dubbeldik nummer in de brievenbus