Film: ‘Tenet’

In de tang

John David Washington als De Protagonist in Tenet. Regie Christopher Nolan © Melinda Sue Gordon

Streamen tot je een ons weegt, op je telefoon toegang tot het gehele oeuvre van filmgrootmeesters, in knusse zaaltjes met een glas wijn kijken naar de nieuwste, digitaal vertoonde ‘arthouse’: het is allemaal mogelijk. Maar als film een toekomst heeft – daar wordt deze dagen danig aan getwijfeld – dan heb ik die vrijdagavond in de grote zaal van Eye gezien, gevoeld daar op de derde rij waar Christopher Nolans Tenet mijn lichaam deed trillen. Ik ga de film de komende weken vaker zien om hem te doorgronden. Maar die performance van vrijdagavond, een projectie van fysieke 70mm film, komt nooit meer; het was een unieke ervaring.

Tenet is fysieke film intertekstueel opgepompt. De schoonheid van het beeld (textuur, licht, kleur, diepte) en het ritme van het geluid (de effecten, de soundtrack van Ludwig Göransson) werken subliminaal op je in terwijl je in een verhaal zit dat de bibliotheek van je verbeelding ontgrendelt. Dat zal voor iedereen anders werken, maar in mijn hoofd kwamen slierten spionageliteratuur los: Lionel Davidson (Kolymsky Heights, 1994), John le Carré en vooral Len Deighton, in wiens boeken het element plot duizelingwekkend werkt. En dan – hoe vermetel van Nolan – licht in je hersenen dat deel op waar herinneringen aan James Bond-films zijn bewaard. De kernstructuur van Nolans verhaal is lachwekkend eenvoudig, die van een Bond-film uit het tijdperk Sean Connery: de dodelijk effectieve geheim agent redt een beeldschone vrouw uit de klauwen van een seksueel roofdier dat uit is op wereldheerschappij of simpelweg de vernietiging van de mensheid.

Dat is het verhaal, maar dan compleet anders verteld, alsof Nolan een Bond-film heeft gemaakt die wij vervolgens ‘geïnverteerd’ zien (in Tenet controleert een superschurk, Dr. No/Sator, een schitterende rol van Kenneth Branagh, de wet van de entropie waardoor mensen en objecten achteruit door de tijd kunnen bewegen). De held is Bond/‘De Protagonist’ (John David Washington), een geheim agent die Sator moet uitschakelen. Het liefje heet, maar natuurlijk, ‘Kat’ (Elizabeth Debicki). Bond/Protagonist krijgt hulp van Felix Leiter/Neil (Robert Pattinson). Zo laveert Tenet tussen dat scherm in Eye en het scherm in onze hersenen. (Leiter is Bonds sidekick.)

Nu streaming aan terrein wint en bioscopen leeglopen, gaan sommige cineasten met Nolan terug naar de bron, celluloid, waarmee ze óók de toekomst ingaan. Dit is al vaker gezegd, maar niet eerder is de mogelijkheid van een ‘nieuwe cinema’ zo sterk bij mij binnengekomen. Naast de esthetische kwaliteit van de film was vooral de complexiteit van het verhaal onweerstaanbaar. Voor mij was het mooiste moment toen ik doorkreeg dat Göranssons compositie achteruit werd gedraaid – de eerste keer, vermoed ik, dat de temporele tangbeweging in het verhaal werd uitgevoerd, dat wil zeggen, personages ontvangen informatie die zij in de toekomst hebben ingewonnen. Daar zat ik in de tang: de enorme luidsprekers stuurden dissonante composities zo krachtig de wereld in dat je ze fysiek voelde, en toen kreeg ik dit over mij heen: een complete narratieve inversie, entropie tot de macht oneindig. Ik zag iets wat ik herkende én wat ik nooit eerder had gezien. Het was wild en prachtig.


Nu te zien, ook op 70mm