In de tram

Kind, wat een leuke schoenen heb jij aan. Met die plato-zolen.

Hè hè, effe zitten, hoor. Nou, ik blijf staan. Straks moet ik de hele dag zitten. Krijg je RSI van, wist je dat? Als je de hele dag achter een terminaal zit, zoals wij, dan heb je voor je het weet overal RSI. Dat weet ik van mijn zwager, die is elastisch chirurg. Vroeger wilde-ie advocado worden, maar dat lukte niet vanwege de loterij. Dus toen werd-ie maar medicijnen. Da’s wel handig, zo iemand in de familie. Precies. Als ik iets heb kan ik altijd naar hem toe. Hoef ik niet eens een afspraak te maken, kan ik zo naar zijn spreekbuis komen. En goede familie is goud waard. Ik heb ook wel eens wat. Kind, ik was vorige week twee dagen ziek. Ik kon echt niet meer. Toen ik wakker werd lag ik helemaal plat, dus ik zeg: vandaag is de dag van onze Annie. Annie blijft mooi thuis. Dus ik bel de baas, dus hij zegt: dat hebben we allemaal wel eens. Dus ik zeg: doe niet zo septies. Die man is altijd zo septies, weet je. Moet je kijken, die broek! Kind, wat een partytent. Leuk hoor, dat geraniummotiefje. De baas is wel een lekker ding, hè? Nou kind, wat je zegt. Eergisteren heb ik hem nog een schouderduwtje gegeven. Om hem even aan te raken, zomaar. Dus hij zegt: kind, wat doe je nou? Zo heel nichterig, weet je wel. Ik schrok me een hoedje. Letterlijk. O hou op, schei uit. Hij is van het handje, volgens mij. Weet ik niet. Ze zeggen dat-ie het doet met Chantal, van de postkamer. Nee, Chantal? Chantalletje, ja. Had jij dat gedacht? Vorige week sprak ik haar nog. Dus zij zegt: kind, wat zie jij er potent uit. Dus ik zeg: ja, nu mijn migratie over is, voel ik me een stuk frisser. Maar ik heb wel last van RSI, zeg ik. Dus zij zegt: moet je ’s(nachts je handen in een emmer kokend water hangen, als je slaapt. Is goed voor je bloedlichaampjes. En voor je hermafrodietwaarde. O, net als bij die wielrenners? Ja. Dus Chantal zegt: mijn schoonmoeder had het ook, maar dan erger. Maar na een nacht, zegt ze, na een nacht in kokend water was ze weer helemaal het mannetje. Joh! Echt waar. Moet je kijken hoe die d'rbij loopt! Waar? Daar. Ik kan mijn nek niet draaien. Ik moet morgen naar de fysische therapie. O, ik dacht dat je wat aan je evenwicht had. Hoezo? Nou, je zat opeens aan je oor. Wat zeg je?