In de tuin

De kijker kijkt naar het werk van Rob Birza met in zijn ogen de herinnering aan de klaterende kleuren van Charley Toorops tuinbloemen en ook het stille volle rood van Mondriaan.

Small charley toorop  1891 1955   bloemen in tuin  1948
Charley Toorop, Bloemen in tuin, 1948, olieverf op doek, 96 x 60 cm © Particuliere collectie, Bergen / Michel Claus

Als ze op dreef was en dan wat ze zag onder volledige controle had, was Charley Toorop heel erg goed. Maar laatst, in het Museum Kranenburgh in Bergen, werd ik door het schilderij Bloemen in de tuin uit 1948 nog eens verbluft als nooit tevoren. Bijna een meter hoog is het, zo groot als bijvoorbeeld vroeger een keukenraam. De maat van het schilderij, en dus de waarneming, is daardoor eenvoudig en bescheiden. Zo gezien zijn de bloemen in het schilderij ook ongeveer op ware grootte weergegeven of misschien net iets groter. Het ensemble is niet opgeblazen en het pronkt niet. Daarom zijn de bloemen in deze aandachtig realistische formulering zo geloofwaardig. Ze zijn ook niet artistiek gegroepeerd in scène gezet. Eigenlijk zijn ze met eenzelfde beheersing geschilderd als waarmee Mondriaan stilzwijgend een compositie van rechthoekige kleuren in beeld bracht.

De bloemen werden, wonderbaarlijk, stralende figuren van wit en geel en blauw

De vergelijking is niet vreemd. Charley was bevriend met Mondriaan en kon ook goed met zijn abstracte kunst overweg. Haar zoon Edgar Fernhout heb ik wel horen vertellen over de vertrouwdheid met oom Piet (zoals het jongetje hem noemde). De waardering was wederzijds. Ik begrijp dat – omdat ik altijd en instinctief begrepen heb dat de langzame en spaarzame aandacht in het abstracte schilderen van Mondriaan verwant is aan die wonderlijke beheersing van de figuratie in de kunst van Charley. Aan de bloemen in het schilderij van 1948 waarover het gaat, is te zien dat de waarneming van hun vorm en kleur realistisch begon en dat toen, in de loop van het schilderen, de vormgeving verstilde en statiger werd. Ze zat in de tuin en schilderde en keek naar de bloemen. Ze zag de witte margrieten en de gele bredere bloemen van de klaverzuring en dan ook kleine rode bloemen die juist gedrongen zijn. Hoger daarachter, op slanke stengels, de sierlijk gekrulde bloembladen van de hemelsblauwe ridderspoor.

Eerst lette ze op zulke detailleringen. Maar met al die kleuren en het beweeglijke gekrul van kleuren en ook het verschillende groen en ook nog het heldere daglicht van de witblauwe lucht werden het te veel details. Dan wordt een beeld rommelig in zijn samenstelling en, voor haar smaak, te weinig beheerst en onvoldoende overzichtelijk. Dan begint een proces van verheldering en concentratie. Dat is een kwestie van het handschrift beheersen in levendigheid en penseelstreken strakker en korter maken.

Small rb10866 image
Rob Birza, Drifting Circles VIII, 2017,  eitempera op linnen, 130 x 95 cm © Willem Baars Projects

Toen gebeurde het dat het struweel van bloemen stevig werd als bijna een architectuur. De bloemen werden, wonderbaarlijk, stralende figuren van wit en geel en blauw. In het daglicht begonnen de kleuren te klateren. Het schilderij Bloemen in de tuin werd op die manier erg concreet. Ook in de abstracte schilderijen van Mondriaan zit een soort transformatie. Ik zie hoe beheerst ze zijn uitgevoerd. Wat ik dan ook zie is dat het rood en het geel, binnen de zwarte begrenzing van een vlak, geschilderd zijn met hetzelfde geduld waarmee bijvoorbeeld Charley Toorop bloemen schilderde. Die kleuren zijn heel intens geschilderd omdat er ook met scherpe aandacht naar gekeken werd. Hun karakter is zodanig dat ze niet uit het hoofd zijn geschilderd. Ze zijn niet fictief of conceptueel. Het rood werd voortdurend in de gaten gehouden terwijl het geschilderd werd.

Ik zag Bloemen in de tuin nadat ik kort daarvoor van Rob Birza de schilderijen Drifting Circles had gezien waarover ik het laatst had. Dat waren groeperingen van cirkels die elkaar op allerlei manieren oversnijden zodat er een patroon ontstaat van scherp gesneden, gebogen vormfragmenten die vervolgens met een veelheid van licht transparante kleuren werden uitgevuld. Hiernaast staat Nr VIII uit de serie afgebeeld. Nu kijk ik ernaar met in mijn ogen de herinnering aan de klaterende kleuren van Charley’s tuinbloemen en ook het stille volle rood van Mondriaan. Natuurlijk zie ik dan dat het web van cirkelvormen vooral een open raster vormt waarin je dunne kleuren in het licht kunt hangen zodat ze discreet gaan glanzen als in een luchtige lampion. Bij wijze van spreken.


PS: Het schilderij van Charley Toorop hangt als bruikleen uit particulier bezit nog tot begin januari in Museum Kranenburgh in Bergen (NH)in een zaal gewijd aan de Bergense School. Het is daar waarlijk het juweel