In de uitverkoop

Zelfs in Papoea-Nieuw-Guinea moeten overheidsbedrijven worden geprivatiseerd. Zegt de Wereldbank. Minister-president Mekere Morauta hoopt er ook de staatsschuld mee te kunnen afbetalen. De vakbond protesteert tegen deze nationale uitverkoop.
PORT MORESBY, Papoea-Nieuw-Guinea - De mensen zijn boos, maar voelen zich ook machteloos. ‘Wat kunnen we doen?’ vraagt een student me, ‘we kunnen die Sanau vermoorden, we kunnen z'n huis in brand steken, maar daarmee krijgen we ons geld niet terug. Het enige wat we kunnen doen is hem steunen en hopen dat hij ons niet weer bedriegt.’

Het is twaalf uur ’s middags, de zon brandt. Toch zijn er meer dan duizend inwoners van Port Moresby naar een uitgedroogd parkje gekomen om hun geld terug te eisen van de baas van Money Rain, de allerbrutaalste van de snelle investeringsfondsen die in de vertwijfelde armoede van Papoea-Nieuw-Guinea het afgelopen jaar hun slag hebben geslagen met de belofte van honderd, tweehonderd, zelfs driehonderd procent winst in heel korte tijd.
Ze heten anders, maar ze werken op dezelfde manier als het beruchte piramidespel dat Albanië bijna heeft geruïneerd. De eerste inleggers, vaak politici of andere mensen met gezag, krijgen inderdaad na een paar maanden hun geld terug, inclusief de winst die wordt betaald uit de inleg van de tweede-ronde-investeerders. Maar na een paar maanden loopt het vast en moet de baas van het investeringsfonds zien met zijn buit het land uit te komen.
Jeremy Flitz Lloyd Sanau lukt dat niet, omdat de regering z'n paspoort in beslag heeft genomen. Hij is zo brutaal geweest z'n gefrustreerde investeerders op te roepen naar het Jack Pidnik Park te komen om hem te steunen, want alleen als hij z'n paspoort terugkrijgt kan hij naar het buitenland en alleen daar kan hij het geld te pakken krijgen dat hij rijkelijk zal uitdelen aan al zijn investeerders.
Sanau krijgt daadwerkelijk de menigte plat. Op het einde van de bijeenkomst wordt hij zelfs toegejuicht door al die mensen die bedragen van een paar honderd tot enige duizenden kina’s aan hem hebben toevertrouwd (een kina is ongeveer vijfenzeventig cent), vaak het schoolgeld van de kinderen of het collegegeld voor de universiteit.
Een lelijke, stakerige man, naast mij de enige blanke in de menigte, schudt zijn hoofd. Hij noemt zich een ‘specialist in frauduleuze firma’s op kleine eilandjes in de Stille Oceaan’. Hij kent het systeem en weet dat niemand z'n geld zal terugzien: 'Wat ze ook doen, ze krijgen hun geld niet terug. Als ze hem naar het buitenland laten gaan, denken ze tenminste nog een kans te hebben. Als hij hier blijft krijgen ze hele maal geen cent.’ Er is een hele groep Papoea’s om ons heen komen staan. Ze luisteren aandachtig, alsof wij ze kunnen helpen of misschien medeverantwoordelijk zijn. De jonge fotograaf van het weekblad The Independent duwt me weg uit de menigte. Hij fluistert: 'Als deze mensen woedend worden, dan weet je niet wat ze gaan doen, dan zijn ze volkomen onberekenbaar.’ Hij heeft gelijk, Port Moresby is een van de gewelddadigste steden ter wereld. Maar je zou ook kunnen zeggen dat deze mensen eigenlijk onbegrijpelijk vriendelijk zijn gebleven tijdens deze volksvergadering in de zon waar ze met z'n allen nog eens extra worden bedrogen.
BEDROGEN KUNNEN meer inwoners van Papoea-Nieuw-Guinea zich voelen, niet alleen degenen die in wanhoop hun laatste centjes aan bedrieglijke beleggingsfondsen hebben gegeven. Papoea-Nieuw-Guinea (PNG) beslaat het oostelijke deel van het eiland Nieuw-Guinea en is het vroegere trustgebied van Australië. Toen het land vijfentwintig jaar geleden onafhankelijk werd (het maakt nog steeds deel uit van het Britse Gemenebest en Elisabeth is officieel nog altijd koningin) leek het geen slechte toekomst tegemoet te gaan. Het is, inclusief zeshonderd bijbehorende kleinere en grotere eilanden, atollen en koraalriffen een zeer divers en vruchtbaar land, rijk aan delfstoffen, water en andere natuurlijke hulpbronnen. Maar economisch is het sinds de onafhankelijkheid eerder achteruit- dan vooruitgegaan, en vooral op sociaal gebied is de situatie dramatisch.
Papoea-Nieuw-Guinea behoort wat z'n nationaal inkomen betreft tot de middencategorie in de wereld, maar als het gaat om sociale indicatoren als levensverwachting, toegang tot onderwijs en koopkracht voor de bevolking zit het helemaal onderaan. Unicef heeft een nieuwe maatstaf ontwikkeld om te berekenen hoe de kinderen in verschillende landen er aan toe zijn, de Child Risk Measure, gebaseerd op kindersterfte, ondervoeding, het percentage kinderen dat niet naar school gaat en het risico van geweld en aids. De cijfers kwamen voor Papoea-Nieuw-Guinea als een schok. In de regio Zuid-Azië en de Pacific zijn de kinderen in PNG (op Cambodja na) er het slechtste aan toe, zelfs slechter dan in Noord-Korea en Bangladesh. In de rest van de wereld scoren alleen Afghanistan en een aantal landen in tropisch Afrika nog slechter. Nog erger is dat bijvoorbeeld van 1981 tot 1991 de kindersterfte met vijfen twintig procent is toegenomen. Moeders en kinderen zijn ondervoed en daardoor vatbaarder voor ziekten. De inkomensongelijkheid is groter geworden en ook naar regionale normen heel hoog. Dat betekent dat er, met name in landelijke gebieden en in settlements (krottenwijken) bij de steden, ontstellende armoede en uitzichtloosheid heersen.
BIJ DE REDACTIE binnenland van The Independent, het weekblad waarmee ik samenwerk, is men ervan overtuigd dat de politiek, met haar vele schandalen en crises, flink heeft bijgedragen aan de dramatische situatie. Sinds juli heeft het land een nieuwe regering nadat de vorige ten onder was gegaan in het rumoer om een lening van Taiwan, waar China furieus over was. De nieuwe minister-president, sir Mekere Morauta, was directeur van de Bank van Papoea-Nieuw-Guinea, hij lijkt een beschaafde, vaderlijke man en heeft in elk geval het vertrouwen van het buitenland dat hem overvloedige financiële hulp heeft toegezegd.
Sir Mekere Morauta heeft een verrassende remedie voor de ellende van zijn land: bezuinigingen en drastische privatisering van de publieke sector. Hij heeft al bij verschillende gelegenheden gewaarschuwd dat de begroting voor het jaar 2000 de hardste zal zijn in de geschiedenis van het land en hij heeft z'n lot verbonden aan het uitgebreide privatiseringsprogramma. Hij verwacht dat de verkoop van overheidsbedrijven hem netto vierhonderd miljoen Amerikaanse dollars op zal leveren en dat hij daarmee de door de vorige regering in twee jaar opgebouwde schuld aan de Centrale Bank van PNG af zal kunnen betalen.
Niet iedereen is dolenthousiast over deze operatie. Met name vanuit de universiteiten en de vakbeweging klinken luide protesten tegen deze 'nationale uitverkoop’ aan buitenlandse ondernemingen en grijpgrage politici. The Independent laat op de voorpagina vakbondsman Napoleon Liosi aan het woord, de voorzitter van de Ambtenarenbond (PEA). Hij is bang voor 'sociale ontwrichting’ en 'financiële corruptie’. Het privatiseringsproces kan makkelijk uitlopen op 'een laag moreel peil, instabiliteit, een slechter ondernemingsbeleid, inefficiëntie en onproductiviteit’. Bovendien bevat de nieuwe Privatiseringswet geen veiligheidsnet voor de werknemers.
Zijn vakbond heeft met steun van de internationale federatie van ambtenarenbonden een tweedaagse conferentie belegd in het duurste hotel van Port Moresby om te discussiëren over 'The Impact of Corporatisation and Privatisation on the Workers and their Future’. Het congres wordt officieel geopend door minister Auali van Verzelfstandiging en Privatisering. Naast vakbondsmensen spreken de minister van Werkgelegenheid en de directeur van het Nationaal Onderzoeks Centrum.
Ik ben nogal benieuwd naar dit debat, want ik heb het gevoel dat in Nederland de privatisering zonder enig debat als een natuurnoodzakelijke wetmatigheid over ons is gekomen. Ik word er vriendelijk ontvangen. De uitkomst verbaast me: alle discussiegroepen blijken vierkant tegen elke vorm van privatisering, er wordt opgeroepen tot een nationaal debat en actie tegen het verkopen van overheidsbedrijven en tot een referendum. 'Want het gaat niet alleen om ons’, zegt een meisje met een rode bloem in haar haar, 'het gaat ook om de toekomst van onze kinderen.’
EEN VAN DE gangmakers van de discussie is John Paska, algemeen secretaris van het PNG Trade Union Congress (TUC), het FNV van Papoea-Nieuw-Guinea. Ik ontmoet hem in het bescheiden kantoor van de TUC. John Paska is een vrolijke man van veertig jaar, hij is geboren op het eiland New Ireland, is zoon van een zendeling en heeft in Australië gestudeerd. Zijn boodschap is echter niet zo vrolijk. Wat hem betreft, komt deze regering over drie weken ten val als het privatiseringsproject niet wordt stopgezet. Paska: 'De regering zegt dat privatisering voor haar belangrijk is omdat zij dan haar begroting in evenwicht kan brengen. Maar er zijn ook andere prioriteiten en die moeten de doorslag geven. Tien jaar geleden heeft het neo-liberalisme in het kielzog van reaganomics en thatcherisme ook de kusten van Papoea-Nieuw-Guinea bereikt. Het had het tij mee omdat de economische omstandigheden zo slecht waren. Het heeft hier een storm veroorzaakt. In Europese landen als Nederland is de bevolking waarschijnlijk goed geïnformeerd, hier niet. Politici kunnen daardoor hun gang gaan, van een constructieve politieke oppositie is hier nauwelijks sprake. Toen het dogma van de vrije markt werd ingevoerd, werden er allerlei beloften gedaan: het zou voorspoed en profijt brengen voor iedereen. Als we eerst een klein beetje pijn zouden lijden, zouden we ooit aan het einde van de regenboog de pot met goudstukken vinden. Dus werd de arbeidsmarkt gedereguleerd en het minimumloon met zestig procent verlaagd tot tweeënveertig kina per veertien dagen (nog geen zestien gulden per week - ma). Je kunt gerust zeggen dat er in dit land nog slavenarbeid bestaat. Meer dan vijftig procent van de werknemers in de formele sector verdient dat armzalige minimumloon. De belofte was dat de werkgelegenheid zou toenemen, maar de werkloosheid is volkomen uit de hand gelopen. Het geld is weggevloeid naar het buitenland.
De prijscontrole is afgeschaft en de prijzen zijn de lucht ingeschoten. Er is gigantisch bezuinigd, in de gezondheidszorg en in het onderwijs moeten de mensen nu hoge eigen bijdragen betalen. Door de invoering van de VAT (Value Added Tax oftewel btw), kwam er nog eens tien procent bovenop alle prijzen. En dat terwijl onze munt door het wanbeleid tachtig procent in waarde is achteruitgegaan. Vandaar dat de kindersterfte, de werkloosheid, de corruptie en het geweld zo gigantisch omhoog zijn gegaan. De nieuwe regering belooft nu dat alles anders zal worden. Maar eerste-minister sir Mekere Morauta was minister van Financiën in het vorige kabinet! Hij was zelf verantwoordelijk voor het bankwezen. Nu zegt hij dat hij voor transparantie en integriteit is, maar de politieke corruptie is nog lang niet verdwenen. Daarom ben ik ook zo bang voor die privatisering. Wie hebben in dit land het geld om de staatsin stellingen op te kopen? Dat zijn de rijk geworden politici, eventueel samen met buitenlandse ondernemingen. Het wordt een totale uitverkoop.
Er is al een begin gemaakt met privatiseren, dat wil zeggen dat er overheidsbedrijven verzelfstandigd zijn. Dat geldt voor het telefoonbedrijf en voor het luchtvaartbedrijf Air Niugini. Maar een succes is het nergens geworden. We zijn tien jaar achteruitgegaan in plaats van vooruit. Er zijn hier al de nodige politieke crises geweest, de mensen worden ziek van de corruptie. Ze zien iemand in een enorme glanzende auto van minstens honderdduizend kina voorbijkomen en horen dan dat het de man is die ze in het parlement hebben gekozen. Nu stopt hij niet eens om te vragen hoe het met ze is. Ik ben echt niet voor een opstand, maar als het zo doorgaat, dan nemen de mensen het niet meer. De politici zijn nu al bang, ze hebben allemaal bodyguards en daarmee bevorderen ze ook de toename van het geweld. Laten ze maar liever bezuinigen op het Slush Fund, het Smeergeld Fonds, dat bedoeld is voor ontwikkelingsprojecten op het land. Daarvan wordt maar heel weinig aan echte ontwikkeling besteed, de politici gebruiken het om stemmen te kopen. Vergeet niet dat wij twintig jaar geleden nog in het stenen tijdperk rondliepen. We moeten het rustig aan doen, we moeten leren van de fouten die in andere landen zijn gemaakt. Daarom vragen we nu eerst om een nationaal debat over die privatisering en om een referendum. Maar deze regering is volstrekt doof voor wat de mensen vragen, ze luistert alleen naar de eisen van de Wereldbank.’
DE WERELDBANK DOET inderdaad z'n best in Papoea-Nieuw-Guinea. Onlangs vond er in hetzelfde hotel waar de vak bondsmensen discussieerden een grote donorconferentie plaats waar de internationale monetaire instellingen en veel landen die zich 'vrienden van PNG’ noemen waren vertegenwoordigd. En ze stelden ook een aardig bedrag beschikbaar, in totaal vijfhonderd miljoen dollar, als aan hun voorwaarden wordt voldaan en het programma van bezuinigingen en privatisering van de regering-Mekere wordt uitgevoerd.
Ik vraag na afloop de Duitse jurist Klaus Rohland van de Wereldbank, die de donorconferentie voorzat, of hij nu werkelijk zoveel geloof heeft in de regering en de privatiseringsmaatregelen. Is privatisering in dit land niet alleen maar een gemakkelijke manier om één keer aan het nodige geld te komen en dan weer lustig door te gaan? Rohland: 'Ik geloof niet dat die staatsondernemingen zoveel geld zullen opbrengen als ze nu denken. De meeste van die ondernemingen zijn verliesgevend, dus wie zou ze willen kopen? Privatisering is dan ook in mijn ogen geen gemakkelijke manier om aan geld te komen. Mij gaat het er veel meer om die staatsondernemingen uit handen van de politici te krijgen. Staatsondernemingen werken nergens, in Europa niet en hier niet, laat ze maar liever gehoorzamen aan de wetten van de markt en daardoor gedwongen zijn efficiënter te werken. Deze regering moet een kans krijgen haar programma uit te voeren, daarom is er nu ook zoveel geld beschikbaar gekomen. Een persoon als Morauta kan echt een verschil maken, zoals Margaret Thatcher in Engeland en Wim Kok in Nederland. Natuurlijk, ik wil niet van blind optimisme worden beschuldigd, het is fifty-fifty of het zal lukken. Maar we kunnen Papoea-Nieuw-Guinea na de vorige rampzalige regering niet zomaar laten vallen, daarom moet de wereld deze regering steunen.’
Mekere Morauta lijkt op die wanhopige kleine investeerders die kiezen voor het snelle geld van de bedrieglijke investeringsfondsen die gouden bergen beloven en met het geld naar het buitenland verdwijnen. Alleen is Morauta dan ook nog bezig te desinvesteren. Privatiseren zal wel allerlei voordelen kunnen hebben, maar ik kan me niet voorstellen dat de kindersterfte er door kan dalen.
Deze serie komt tot stand met steun van het Humanistisch Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking (Hivos) te Den Haag.