In de Wereld

In de Wereld

Hoe Ségolène in beeld blijft
Parijs – In de politiek is het belangrijk dat je in beeld blijft tot de volgende verkiezingen. Exister noemen ze dat in Frankrijk. Voormalig presidentskandidate Ségolène Royal deed dat helemaal niet onaardig, al oogstte ze de nodige kritiek met haar gebatikte gewaden en bezwerende formules als f-r-a-t-e-r-n-i-t-é. Maar toen werd haar rivale Martine Aubry onverwacht gekozen als leider van de Parti Socialiste en moest ze op zoek naar een nieuwe overlevingsstrategie. Het lijkt erop dat ze die inmiddels heeft gevonden. Zo maakt Royal er sinds een paar weken een gewoonte van om vol pathos om vergeving te vragen voor de blunders die Nicolas Sarkozy op het internationale toneel begaat.
Anderhalf jaar geleden stak de president in de Senegalese hoofdstad Dakar een berucht geworden rede af. Na een ruimhartig mea culpa over de kolonisatie begon hij over de aanhoudende problemen van het Afrikaanse continent en stelde dat ‘de Afrikaanse mens onvoldoende deel uitmaakt van de geschiedenis’. In dat zinnetje zagen critici destijds in het beste geval dédain en in het slechtste een uiting van neokolonialisme. Tijdens een werkbezoek in Dakar zag Royal begin april haar kans schoon en vroeg uit naam van Frankrijk en de Fransen pardon voor ‘vernederende woorden die nimmer uitgesproken hadden mogen worden’. Maar daar liet zij het niet bij.
Vorige week deed dagblad Libération aan de hand van getuigenissen een boekje open over een recente lunch op het Elysée, waar Sarkozy zijn buitenlandse collega’s de maat zou hebben genomen na afloop van de G20. Barack Obama beschikte over een ‘subtiele intelligentie’, maar ontbeerde dossierkennis aangezien hij nog nooit een ministerie had geleid. Angela Merkel zou niet anders gekund hebben dan het Franse standpunt volgen, nadat ze zich rekenschap had gegeven van de staat van het Duitse bankwezen en de auto-industrie. Het slechtst uit de bus kwam José Zapatero. De Spaanse premier was ‘misschien niet erg intelligent’, waarop Sarkozy zou hebben toegevoegd dat hij intelligente mensen de eerste ronde van een verkiezing had zien verliezen – een sneer naar de voormalige socialistische premier Lionel Jospin, die het in 2002 aflegde tegen de extreem-rechtse Jean-Marie Le Pen.
Of Sarkozy de uitspraken nu gedaan heeft of niet, ze gaan inmiddels de hele wereld over. Maar daar was Royal alweer. In een brief aan Zapatero bood ze ook hem haar excuses aan voor de presidentiële beledigingen. Pierre Haski van de linkse website Rue 89 kon zijn irritatie over de actie maar moeilijk verbergen. Tegelijk betwijfelt hij of excuses vragen aan de buitenlandse slachtoffers van Sarkozy wel volstaat. ‘Eigenlijk zou ze ook op de knieën moeten voor alle Fransen die niet profiteren van de belastingverlagingen, de ontslagen fabrieksarbeiders tegenover wie beloftes werden gebroken, de docent-onderzoekers die te hoop lopen tegen de hervorming van de universiteit, de vissers die lijden onder opgelegde vangstquota’s… De lijst zou wel eens lang kunnen zijn.’
MARIJN KRUK

Schwiizertüütsch-woede
Bern/Berlijn – Zwitserland ziet zichzelf als een tolerant, open en neutraal land. De Zwitsers waren de afgelopen week gastheer van een omstreden VN-conferentie tegen racisme, hun minister van Buitenlandse Zaken bemiddelt bij bezoekjes in Teheran en Pyongyang en ook de omgang met drugs is in het Alpenland op z’n minst onconventioneel.
Dat is de ene kant van het verhaal. De andere kant is het dagelijks leven. Bijvoorbeeld in de tram van Zürich. Als de bestuurder vanaf Züri Hauptbahnhof de haltes in plat-Berlijns ten beste geeft, schudt de halve tram het hoofd. Waarom die chauffeur geen Schwizerdütsch geleerd heeft, vraagt een oude vrouw zich af. Het Allemannische dialect, ook wel Schwiizertüütsch genoemd, is te moeilijk voor veel Duitsers, die met vele tienduizenden in Zwitserland werk zoeken.
Je merkt in Zürich overal dat de noorderburen aanwezig zijn – kelners op het terras, artsen in het ziekenhuis en bankiers aan de chique Bahnhofstrasse. De meeste Duitsers, zeker die uit de voormalige DDR, zijn gevlucht voor de torenhoge werkloosheid in eigen land. En de hoge Zwitserse lonen zijn verlokkend, niet alleen in de huidige crisistijd.
Maar de integratie, daar schort het aan. ‘Hopp Schwiz!’ dat kunnen de meeste Duitsers nog net zeggen. Voor de rest spreken ze Hochdeutsch, want dat verstaat iedereen. Dat bevalt veel Zwitsers niet. Zelfs weldenkende mensen noemen de nieuwkomers ‘arrogant’ en eisen dat de ‘kolonisten zich aanpassen’. Er lijkt nog iets als oud zeer aanwezig.
Het culturele conflict liep de afgelopen maanden flink uit de hand. De lont werd in het kruitvat gestoken door Peer Steinbrück, minister van Financiën in Berlijn. Hij stelde voor om de Zwitsers met ‘suikerbrood en de zweep’ aan te pakken. Deze bloemrijke taal is normaal voor de sociaal-democraat uit Hamburg, want hij ergert zich groen en geel aan rijke Duitsers die hun belastinggeld bij Zwitserse banken verstoppen. Het gevolg was een diplomatieke rel.
Blick, de grootste krant van Zwitserland, kopte daarop ‘Nazi!’ en plaatste een foto van Steinbrück naast een hakenkruis. Eerder al werd hij een ‘Herrenmensch’ genoemd. Volksvertegenwoordiger Thomas Müller uit Bern vergeleek Steinbrück met de Gestapo: ‘Hij is compromisloos, rücksichtslos en arrogant. Dat herinnert me aan de Gestapo, een Duitse elite.’
Steinbrücks populariteit in de Alpen stond al onder druk, omdat hij sinds het begin van de economische crisis een kruistocht voert tegen Liechtenstein en andere landen die Duits zwart geld in hun geldhuizen bunkeren. Steinbrück ontvangt boze brieven en bedreigingen. Op internetforum Facebook is hij een van de meest gehate Duitsers.
De trotse Hamburger deed er onlangs nog een schepje bovenop en liet weten de ‘cavalerie’ op de ‘indianen’ te willen afsturen. Daarop werd de Duitse ambassadeur in Bern opnieuw op het matje geroepen. Want de Zwitsers vrezen de zwarte lijst van de OESO, waarop staten staan die meehelpen aan belastingontduiking.
Nu niet alleen de Duitsers, maar ook de Amerikanen het Zwitserse bankgeheim in het vizier hebben, is Bern bang voor haar belangrijkste sector. In de VS werden bankiers van het Zwitserse UBS gearresteerd. De bank zou vermogende Amerikanen geholpen hebben bij belastingontduiking. Maar de ambassadeur uit Washington hoefde niet op de thee te komen.
ROB SAVELBERG

Marokko en de regels
Rabat – Om de invoering van een nieuwe ‘draconische’ verkeerswet tegen te houden, hebben vrachtwagen- en taxichauffeurs in Marokko tien dagen gestaakt. Ze legden met blokkades de havens van Casablanca, Agadir en Safi lam. Veel pompstations kwamen zonder benzine te zitten. Op markten schoot de prijs van groente en fruit omhoog, terwijl de waren zelf in veilinghallen lagen te verrotten. De visfabriek in Safi legde de productie stil, omdat de ingeblikte sardines het terrein niet meer af kwamen. De economische schade zou in de tientallen miljoenen euro’s lopen.
Maar de gewone man had er ook last van: vooral in Casablanca was geen taxi meer te krijgen, hier een belangrijk transportmiddel. Stakingsbrekers die stiekem klanten oppikten, werden gemolesteerd. Er viel zelfs een dode. De regering, met de rug tegen de muur, zegde uiteindelijk toe de invoering van de nieuwe code de la route voor onbepaalde tijd uit te stellen. De chauffeurs gingen vorige week weer aan het werk.
Met de nieuwe, strengere verkeerswet probeert de minister van Transport iets te doen aan het feit dat te veel Marokkanen lak hebben aan verkeersregels. Dat levert elf doden per dag op, vierduizend per jaar, plus zeventigduizend gewonden en een materiële schade van zo’n tweehonderd miljoen euro. De nieuwe verkeerswet introduceert onder meer een puntensysteem: bij zoveel punten (zoveel overtredingen) drie maanden rijbewijs kwijt. Ook worden de boetes aanmerkelijk hoger en loop je als chauffeur een groter risico de bak in te draaien, bijvoorbeeld als iemand sterft door een verkeersongeluk dat jij hebt veroorzaakt.
Vooral door deze drie zaken voelden de vrachtwagen- en taxichauffeurs zich bedreigd. Ze zeggen ook, niet geheel ten onrechte, dat de nieuwe wet de toch al endemische corruptie verder in de hand werkt, omdat die de verkeersagent nog veel machtiger maakt. Die zal zich niet meer voor twintig dirham laten afkopen als de boete geen honderd maar negenhonderd dirham is. Om die reden, schreef een columnist, hadden de chauffeurs niet tegen de wet moeten protesteren – want daar is weinig mis mee – maar tegen de corruptie.
De chauffeurs vinden verder dat de meeste ongelukken te wijten zijn aan de slechte staat van de wegen en dat de regering daar eerst maar eens wat aan moet doen. Dat lijkt een gelegenheidsargument aangezien het wegennet van Marokko een van de beste van Afrika is. Wat onverlet laat dat veel tweebaanswegen, vooral de routes nationales tussen de steden, bekend staan als dodenwegen. Maar dat is ook weer omdat veel Marokkanen daar rijden als gekken en bij inhaalmanoeuvres krankzinnige risico’s nemen.
KEES BEEKMANS

Kunsttranen
Johannesburg – Misschien kun je het zien als de poor man’s revenge. Vorig jaar trok de Joburg Art Fair zesduizend bezoekers en werd voor dertig miljoen rand (drie miljoen euro) aan kunst verkocht. Dit jaar was het aantal bezoekers bijna verdubbeld, maar de omzet meer dan gehalveerd.
Nadat de Johannesburg Biennale na twee afleveringen in 1997 al was gesneuveld, probeert de Art Fair zich sinds vorig jaar als alternatief te manifesteren: een plek waar ieder jaar drie dagen lang de voornaamste binnenlandse (en een handjevol buitenlandse) galeries hun beste werk tonen en verkopen. Dus loop je rond, glas wijn in de hand, van paviljoen naar paviljoen, 26 in totaal. Onderwijl ontmoet je bekenden, schud je handen en zoen je wangen. Je stoot elkaar aan: kijk, daar heb je Nadine Gordimer. Je staart naar Jane Alexanders conceptuele installatie Security. Je gluurt naar de prijzen (‘Wat! 650.000 voor een Walter Battiss?’), je noteert wat je leuk vindt (‘Mooi werk van Colin Richards en van Diane Victor’) en gaat voldaan weer naar huis. Gemakkelijker dan al die verschillende galeries bezoeken.
Zo deden ruim tienduizend Johannesburgers het, als aangenaam uitje. Sommigen kochten zelfs iets. Vooral de kleurige prints van Robert Hodgins, die Art on Paper aan de man bracht, waren aantrekkelijk geprijsd. Dat was het type werk dat goed verkocht, kwalitatief goede kunst van tussen de driehonderd en drieduizend euro. Zo kon het dus ook gebeuren dat de prestigieuze Michael Stevenson Gallery onverrichterzake weer afdroop naar Kaapstad, waar ze in een gentrified stukje achterbuurt op z’n New Yorks hip proberen te zijn. Nul stukken verkocht aan die Johannesburgse filistijnen. Kostenpost: een geschatte 35 duizend euro. Maar de Art Fair werd niet alleen bezocht door koopjesjagers en dagjesmensen. Er waren er ook die echt voor de kunst kwamen, die de Art Fair zagen als een tijdelijk museum met de fine fleur van Zuid-Afrikaanse kunst. Zo liep de dichter/liedjeszanger/academicus Andries Bezuidenhout met vochtige ogen over het pad in de noordoosthoek van de ruimte. ‘Heb je die foto’s van Araminta de Claremont gezien?’ vroeg hij. ‘Fuck man, prachtig.’ De foto’s, vier in totaal, hingen in het paviljoen van João Ferreira Gallery. Inderdaad: ontroerende foto’s van jonge stelletjes die zich prachtig en opzichtig hebben uitgedost (een bruiloft?) en poseren voor de afzichtelijke woonbarakken in de kleurlingentownships nabij Kaapstad. Het zijn foto’s die verhalen vertellen over armoede en uitzichtloosheid, maar ook over verlangens en esthetiek. Een google search leert dat De Claremont in 1971 in Londen werd geboren en nu in Kaapstad woont. Insiders wisten toe te voegen dat ze ook stevig aan de drugs is geweest. Haar foto’s waren vrij prijzig, maar voor de poor man lagen er bij de uitgang gratis ansichtkaarten van haar print Kenan & Yusra, Heideveld. Om thuis nog een traantje bij weg te pinken.
FRED DE VRIES
Tel Avivs Nederlandse vader
Tel Aviv – Tel Aviv viert feest. De eerste Hebreeuwse stad in Palestina en nu grootste stad van Israël bestaat honderd jaar. Op het programma staan vele optredens, ambitieuze projecten, zoals de aanleg van een honderd kilometer lang fietspad, en een concert van het filharmonisch orkest. Volgens de gemeente is het ook een passend moment om middels fototentoonstellingen en lezingen terug te blikken op haar historie. Maar wie weet nog dat de eerste eigenaar en financier van deze metropool een Nederlander was? Niemand waarschijnlijk, want Tel Aviv lijkt haar Nederlandse vader angstvallig voor het grote publiek verborgen te houden. Er is zelfs geen straat of park naar hem vernoemd, verzucht zijn verontwaardigde kleinzoon Itamar Arbel in de Israëlische krant Ha’aretz.
Jacobus Kann werd geboren in 1872 als telg van een Haags joods bankiersgeslacht en was mede-eigenaar van de Lissa en Kann Bank, die de koninklijk familie tot haar cliëntèle mocht rekenen. Hij kocht in 1908 zestig doenam (zestigduizend vierkante meter) naast het Arabische stadje Jaffa om er een hofstede voor joodse kolonisten te bouwen – het latere Tel Aviv.
Kann omzeilde handig de Ottomaanse wet, die het joodse burgers van Palestina verbood grond te bezitten, en verhuurde het land met woningen aan kolonisten. Hij wilde zoveel mogelijk ‘joodse feiten op de grond’ creëren – een soort voorloper van de huidige nederzettingenpolitiek – waardoor de oprichting van de joodse staat mogelijk zou worden.
Arbel stuurde alle gegevens al jaren geleden aan de stad Tel Aviv met het verzoek zijn grootvader te herdenken, maar de gemeente wees het verzoek af wegens ‘gebrek aan feiten’. Dat is vreemd, want Kann heeft een zionistische staat van dienst waar ze in Israël U tegen zeggen. Hij werkte nauw samen met Theodor Herzl en werd diens huisbankier. Om de toekomstige zionistische emigratie naar Palestina te financieren richtte Herzl de Jewish Colonial Trust op.
Over de samenleving van de joden met de Arabische bevolking in Palestina zei Kann met vooruitziende blik: ‘Het zijn twee volksgroepen, die naast elkaar leven zonder enig vriendschappelijk contact. Dat moet op den duur aanleiding geven tot moeilijkheden, aanleiding tot vechtpartijen en nog erger dingen.’ In 1944 werd Kann opgepakt en gedeporteerd naar Theresienstadt, waar hij overleed.
Waarom is er, ondanks die geschiedenis, dan geen Kannstraat in Tel Aviv? ‘Het verzoek is in behandeling genomen bij de commissie straatnaamgeving’, meldde de gemeente vorige week desgevraagd. Terwijl de bewoners van Tel Aviv zich opmaken voor een spetterend eeuwfeest zien Kanns nabestaanden een nieuwe kans.
SIMONE KORKUS
Rokers betalen Braziliaanse
uitlaatgassen
São Paulo – De Braziliaanse auto- en motorindustrie is sinds maart gedeeltelijk vrijgesteld van belasting. De schatkist loopt daardoor tot juli anderhalf miljard reais (een half miljard euro) aan inkomsten mis. Dat geld moet wél worden gecompenseerd door de Braziliaanse belastingbetaler. Of tenminste een deel daarvan.
‘De rokers!’ bedacht de Braziliaanse overheid. Die kunnen wel eens een hogere taks betalen. Goed voor de schatkist en ook nog eens voor de volksgezondheid. Uit onderzoek van de gezondheidsraad van de Verenigde Naties blijkt namelijk dat een prijsstijging van tien procent leidt tot acht procent minder verslaafden. Vanaf 1 mei worden sigaretten in Brazilië daarom twintig tot 25 procent duurder. Tot voor kort waren de populairste Braziliaanse merken bijna even goedkoop als de Chinese (zo’n zestig eurocent per pakje). Nu zullen ze zo’n anderhalve euro gaan kosten. ‘En wat zal dat niet aan kosten in de gezondheidszorg schelen’, riep de minister van Volksgezondheid, José Gomes Temporão, blij.
De sigarettentaks vloeit deels direct naar het reddingsplan voor de autosector. De Braziliaanse auto-industrie had voor het uitbreken van de economische crisis het ene record na het andere gebroken. De economie groeide de laatste jaren met 4,5 à vijf procent. Iedereen wilde wel een nieuwe auto. In São Paulo kwamen er in de topmaanden dagelijks 1500 nieuwe auto’s bij. Maar in november stortte de verkoop in. De crisis had toegeslagen. Massaontslagen dreigden. President Luiz Inácio Lula da Silva kwam met een reddingsplan: gaf krediet aan de sector en schroefde de belastingen omlaag. Auto’s werden daardoor ineens ruim tien procent goedkoper. En ja hoor, vanaf februari krabbelt de verkoop weer op. In maart werd zelfs een nieuw record gemeten. Autodealer Sergio Moretti is opgelucht: ‘Brazilianen zijn aanbiedingenjagers; en het succes is dan ook groot. Gelukkig, want bij een crisis worden wij als eerste getroffen.’
Maar veel inwoners van São Paulo vinden die mega-investering in de auto-industrie door de overheid maar een rare zaak. Woedende ingezonden brieven verschenen in de krant Folha de São Paulo: ‘We vergassen hier en wat doet de overheid? Die stopt miljarden in de auto-industrie!’ En ze hebben gelijk. Uit onderzoek van de Universiteit van São Paulo blijkt dat de nieuwe auto’s weliswaar schoner zijn dan oude wagens, maar omdat er zo veel bijgekomen zijn, is de luchtvervuiling verder toegenomen in het notoir vervuilde São Paulo. In 2004 stierven er dagelijks gemiddeld negen mensen aan de gevolgen van de luchtvervuiling (voor bijna honderd procent veroorzaakt door de auto’s). Nu zijn dat er dagelijks twintig.
STIJNTJE BLANKENDAAL