In de Wereld

Nieuw Links in China
Peking – Wat Mao Zedong zou denken van het publiek in de boekwinkel Utopia is niet relevant. Wat de bezoekers in de Grote Roerganger zien, dertig jaar na zijn dood, is dat des te meer. ‘Dit land is in al zijn kapitalisme onbeheersbaar geworden’, zegt de vijftigjarige academicus Wang Hui onder massaal applaus. ‘Het resultaat is anarchie. Eindeloze voedselschandalen, uitgerekend publieke scholen die bij de aardbeving instortten. Onder Mao zou dat niet zijn gebeurd. Aan zaken die onaantastbaar zouden moeten zijn, heilig zelfs, worden nu door criminelen – die zich gewoonlijk zakenmensen noemen – prijskaartjes gehangen.’
De beweging heet Nieuw Links. En zeker in deze tijden van wereldwijde financiële rampspoed kan zij op een snel groeiende aanhang rekenen. Amerika en het chaotische Westen hebben als model afgedaan en de oplossing voor de binnenlandse problemen is voor steeds meer Chinezen te vinden in Mao’s leer; van het melamine-melkschandaal, waarbij vorig jaar honderdduizenden kinderen ziek werden, en de welvaartskloof tussen de steden en het platteland tot en met het manipuleren van de gerechtshoven door de rijken en machtigen. De chaos is volgens Nieuw Links veroorzaakt door de huidige laissez faire-politiek. Niet alleen de oude verstokte garde luistert aandachtig, ook jonge kunstenaars, milieuactivisten, academici en leraren zijn geheel oor. Een publiek dat bij samenkomsten van dissidenten niet zou opvallen.
Peking voelt zich uiteraard wat ongemakkelijk bij dit alles. Maar wat te doen aan een beweging die zich beroept op datgene waaraan de partij wel degelijk nog steeds haar bestaansrecht ontleent? Want hoewel de agenda van de nieuwe maoïsten vaak opvallende overeenkomsten vertoont met die van de politieke en sociale activisten aan de andere zijde van het politieke spectrum, kan Nieuw Links nauwelijks met het gebruikelijke geweld worden onderdrukt. Dat komt niet goed over. De normale aanklacht die op de klassieke dissidente bewegingen wordt losgelaten is ‘het in gevaar brengen van de sociale orde en de staat’. Dat valt de nieuwe maoïsten nu net niet te verwijten. Die willen juist meer sociale orde en staatsgezag.
Volgens de eigenaar van Utopia, Fan Jinggang (32), verkoopt hij sinds het begin van de economische crisis tien keer zoveel boeken over marxisme en maoïsme als daarvoor. De schuldvraag over de vermeende politieke en sociale wanorde legt hij ronduit neer bij Deng Xiaopeng. ‘We hebben sindsdien alleen maar gewerkt aan één doel. Het huidige Amerika zou onze toekomst zijn en daar moesten we met alle mogelijkheden naar streven. Nu beginnen mensen zich af te vragen of dat wel zo verstandig was. Of de huidige Amerikaanse crisis niet zit ingebakken in dat systeem en of wij wel zo nodig die weg hadden moeten gaan.’
ANNE MEIJDAM
Jim Ballard (1930 – 2009)
Met de dood van James Graham Ballard is waarschijnlijk ook de enige omwonende van Heathrow gestorven die geen bezwaar zou hebben gehad tegen de aanleg van de derde landingsbaan. De avant-gardistische schrijver koesterde een fascinatie voor de onophoudelijke mensenstromen op de luchthaven, net zoals hij een pathologische interesse toonde in meubelboulevards, parkeergarages en slaapsteden. De aanleg van de M1, de autoweg tussen Noord- en Zuid-Engeland, noemde Ballard een van de belangrijkste naoorlogse gebeurtenissen. Dit was in zijn visie het échte Engeland, de democratisch kapitalistische lelijkheid waar nostalgici als J.B. Priestley en Evelyn Waugh van gruwden.
Ballard had een goed uitzicht op de opkomst van de consumptiemaatschappij. Begin jaren zestig vestigde hij zich in het dorpje Shepperton, ten zuidwesten van Londen. Toen heette het nog ‘Malibu aan de Theems’, maar langzaam werd het gewurgd door autowegen, rotondes en bedrijventerreinen. Hoewel hij, zeker na het door Steven Spielberg verfilmde Empire of the Sun (over Ballards jeugd in Sjanghai en ervaringen in een Jappenkamp), genoeg geld had om net als andere schrijvers te gaan wonen in Bloomsbury, Chelsea of Hampstead, bleef hij het decor van zijn oeuvre trouw. Toevallig is Shepperton een van de eerste plaatsen die door buitenaardse wezens onder de voet worden gelopen in H.G. Wells’ War of the Worlds. Bovendien speelt Aldous Huxley’s Brave New World zich af in de Theemsvallei, waar Shepperton ligt.
Met Huxley is een van de inspiratiebronnen van Ballard genoemd. De andere is George Orwell. Hij staat dan ook in de distopische traditie binnen de Engelse literatuur. Anders dan bij genoemde schrijvers zijn het bij Ballard de mensen zelf die zorgen voor een verlichte dictatuur, beschreven in romans als Crash, High-Rise, Concrete Island, Millennium People en Kingdom Come. Verveelde en neurotische leden van de middenklasse – ‘het nieuwe proletariaat’ – vechten zich een weg naar de Ikea-uitverkoop, plegen willekeurig geweld, zijn verliefd op hun auto’s, vieren vakantie in bunkers met een balkon op het zuiden, bespieden elkaar met verborgen camera’s en wonen in bewaakte buurten, gevangenissen waar de sleutel aan de binnenkant van de deur zit.
Dankzij zijn herkenbare wereldbeeld is zijn naam, net als die van grote schrijvers als Kafka, Orwell en Reve, gepromoveerd tot bijvoeglijk naamwoord. ‘Ballardian’ staat voor een apocalyptische moderniteit, een kaal, door mensenhanden geschapen landschap en de psychologische effecten van technologische en sociale ontwikkelingen. De kaalslag was echter voorbijgegaan aan het knusse jaren-dertigrijtjeshuis waar de gemoedelijke Ballard decennialang journalisten ontving voor wie hij een cultuursociologische weerman was. Hij reed tot aan zijn dood in een Ford Granada, heeft nooit een meubelstuk gekocht en maakte geen gebruik van de computer. De schrijver laat drie kinderen na, die hij na de plotselinge dood van hun toen 34-jarige moeder in 1964, liefdevol heeft opgevoed.
PATRICK VAN IJZENDOORN

Stilte aan het literaire front
Johannesburg – Boeke-Insig bestaat niet meer. Onlangs verscheen het laatste nummer van het tijdschrift dat in 2007 werd opgericht. Op de omslag staat André P. Brink en zijn bijna veertig jaar jongere Poolse vrouw Karina, die in een paprikarode jurk op zijn schoot ligt, terwijl hij haar liefdevol vasthoudt. Glamour op zijn Afrikaans – een blogger maakte al de vergelijking met de film Casablanca.
Doorgaans was Boeke-Insig niet zo pathetisch. Het was een kwalitatief hoogstaand literair kwartaalblad dat na enkele afleveringen de juiste verhouding tussen high brow en toegankelijk – ja, zelfs een beetje hip – had gevonden. Het was geen Raster, eerder een literaire versie van het Engelse muziektijdschrift Mojo: het bladert lekker weg, de foto’s zijn pakkend, maar het leest ook uitstekend. Je kwam de grote namen tegen: Brink, Breytenbach, Krog, Van Heerden, Du Preez, maar ook de veelbelovende jonge garde, aangevoerd door auteurs als Willemien Brümmer en Danie Marais. Buitenlandse literatuur, comics, fijne boekenzaken in de Karoo, er was allemaal plaats voor.
Tot de ontroerende hoogtepunten behoort het interview dat pornoschrijver/hoerenloper Kleinboer deed met Johan van Wyk, die te boek staat als Zuid-Afrika’s allereerste punkdichter, maar aan wiens carrière vroegtijdig een einde kwam na een klap op zijn hoofd met een brandblusapparaat in een foute buurt in Durban. Een literair gesprek met onverwachte zijstappen naar prostaatkanker en Amerikaanse garagepunk.
Maar ach, Boeke-Insig haalde slechts zeven afleveringen. Geheel voorspelbaar had het einde te maken met financiële overwegingen, een beperkt lezerspubliek (een oplage van vierduizend) en te weinig advertenties. De redactie was jong en enthousiast, maar de Afrikaanstalige lezers zijn toch nog voornamelijk de tannies met hun bloemetjesjurken en hun voorkeur voor de streekroman. Die zitten niet te wachten op Kleinboer die een biertje pakt met Van Wyk, ook al zullen ze wegkwijlen bij de foto van Brink en zijn geliefde.
De uitgevers van Boeke-Insig, het machtige Media24, kwamen met de gebruikelijke huichelarij. Het uitvoerend hoofd dat het slechte nieuws bracht, zei bij die gelegenheid dat ‘lezen en boeken de samenleving met kennis versterkt’ en dat daarom zijn bedrijf de aandacht voor literatuur voortzet door eens in de maand de zondagskrant Rapport van een literaire bijlage te voorzien. Ook het blad Huisgenoot (de Afrikaanse Margriet) krijgt meer ruimte voor boeken.
Het meest verontrustende is dat het einde van Boeke-Insig zo geruisloos verliep. Nauwelijks woedende reacties, zelfs niet op het internet. Gelaten accepteert iedereen het onvermijdelijke, bijna met een gevoel van ‘nou, het viel mee dat ze het nog zo lang hebben uitgehouden’. Universitair docente Joan Hambidge riep op de literaire website LitNet nog op tot een soort ‘red Boeke-Insig’-actie. ‘Ek vrees dat as ons almal stilbly, mag ons nog erger intellektuele rantsoenerings meemaak’, schreef ze.
Het bleef stil.
FRED DE VRIES

Geen paniek!
Berlijn – Bondskanselier Angela Merkel noemt het ‘volstrekt onverantwoordelijk’. Minister van Economische Zaken Karl-Theodor zu Guttenberg houdt het op ‘dom’, de werkgevers op ‘uiterst schadelijk’. En ook SPD-leider Frank-Walter Steinmeier heeft er geen goed woord voor over. De gemoederen lopen hoog op in het debat over de crisis. Maar het gaat dezer dagen in Duitsland niet over de vraag wie schuld heeft aan het debacle. Evenmin over de sociale gevolgen, de recessie die ook in 2010 zal voortduren en het aantal werklozen dat kan stijgen tot bijna vijf miljoen. De grote vraag die de Duitse politiek bezighoudt, is eenvoudiger: gaat er gereld worden? Politici buitelen over elkaar heen omdat het vakbondsleider Michael Sommer en de sociaal-democratische presidentskandidate Gesine Schwan heeft bestaan te suggereren dat de zwaarste crisis sinds de jaren dertig wel eens voor sociale onrust kan zorgen. ‘We moeten verhinderen dat de door velen ervaren teleurstelling tot een explosieve stemming leidt’, aldus Schwan.
Dat raakt een open zenuw, zo blijkt. De Beierse zusterpartij van Merkels CDU, de CSU, noemde Schwan met haar ‘saudumme gepraat’ zelfs ‘een gevaar voor de maatschappelijke vrede in Duitsland’. Schwans concurrent bij de presidentsverkiezing in mei, het huidige staatshoofd Horst Köhler, heeft het volk inmiddels opgeroepen vooral niet in paniek te raken. Voor wat het waard is: volgens een enquête van Bild am Sonntag verwacht 54 procent van de Duitsers net als Schwan en Sommer sociale onrust. Eenderde geeft aan te willen demonstreren, vier op de vijf Duitsers hebben begrip voor zulke protesten. Maar voorlopig ondergaat de bevolking de crisis opvallend gelaten. Van massale mobilisaties is geen sprake – van gegijzelde managers al helemaal niet.
Köhlers ‘geen paniek’ lijkt dan ook eerder bestemd voor de elite waarvan hij zelf deel uitmaakt. Die hamert er nu op dat de Duitse situatie onvergelijkbaar is met de Franse of Italiaanse. Met zijn welvaartsstaat koopt Duitsland sociale vrede. En de Duitser laat zich het hoofd niet zo gemakkelijk op hol brengen, klinkt het bezwerend.
Maar waarom vallen politici en werkgevers dan en masse over Sommer en Schwan heen? Blijkbaar zijn de opinieleiders er niet zeker van dat de werknemers zich nog aan het imaginaire sociaal contract houden. Zelf hebben ze dat door loonmatiging en fors te snijden in het sociale vangnet de afgelopen jaren in elk geval nagelaten. Volgens sommige cijfers bevinden de reële lonen zich weer op het niveau van 1986.
Of de onrust nu sociaal of elitair is, het debat wekt in ieder geval de indruk dat het probleem voor de regering niet zozeer ligt in een miljoen extra werklozen, als wel in een miljoen boze werklozen, die, God verhoede, de wet zouden kunnen overtreden – waarbij de traditioneel onrustige 1 mei-viering met angst en beven tegemoet wordt gezien. Dat vuurtje wil ook DGB-voorzitter Sommer niet opstoken. Hij wilde alleen voorkomen dat de crisis zich ‘over de ruggen van de werknemers’ voltrekt, legde hij uit. Bij een plunderende meute heeft ook Sommer geen belang. Alleen al omdat de vakbondsvoorman zelf met een jaarsalaris van naar eigen zeggen 151.200 euro allerminst tot de maatschappelijke verliezers behoort.
KOEN HAEGENS

De economie van de illegale
mondhygiëne
Rabat – Slechts een kwart van de volwassen Marokkanen gebruikt met enige regelmaat een tandenborstel, zo blijkt uit recent onderzoek van het ministerie van Gezondheid. Men koopt gemiddeld eens in de zeven jaar een nieuwe. De consumptie van tandpasta is evenredig laag: 45 gram per persoon per jaar, een kleine tube.
Dit doet vrezen voor de mondhygiëne van de gemiddelde Marokkaan, en bovenstaande cijfers zouden dan ook geïnterpreteerd kunnen worden als goed nieuws voor tandartsen, ware het niet dat die voor diezelfde gemiddelde Marokkaan domweg te duur zijn. Die gaat alleen naar de tandarts als hij pijn heeft, en dan nog zoekt hij zijn heil liever in de kleine praktijk van de veel goedkopere kiezentrekker in de oude medina. De plattelander heeft van oudsher de gewoonte zich te wenden tot een kwakzalver op de wekelijkse markt in de nabije omgeving.
Van deze kiezentrekkende kwakzalvers zijn er veel. De overkoepelende tandartsenvereniging schat hun aantal op zevenduizend, tegenover zo’n drieduizend echte tandartsen. Van hen is zestig procent gevestigd in de regio Rabat-Casablanca, de overige veertig procent bevindt zich eveneens in grotere steden. Op het platteland, waar nog altijd de helft van de Marokkanen woont, zijn tandartsen een zeer schaars goed. Overigens blijkt de helft van de Marokkanen maar weinig onderscheid te maken tussen een zelfverklaarde kiezentrekker en een gediplomeerde tandarts.
De beroepsgroep schat dat nog altijd zestig procent van alle tandheelkundige behandelingen door een kwakzalver wordt uitgevoerd. Zo’n behandeling komt in driekwart van de gevallen neer op het trekken van de tand of kies die problemen geeft. Eenderde van de patiënten loopt daarbij een infectie op, nog eens eenderde heeft last van bloedingen. Het overgrote deel van deze patiënten is zich van tevoren niet bewust van deze risico’s.
Het fenomeen kwakzalver uitroeien is gezien de schaarste aan tandartsen voorlopig geen realistische optie. Waar moeten de naar schatting zeventigduizend patiënten naartoe die dagelijks door deze autodidacten annex ervaringsdeskundigen worden behandeld? En waar halen zij – zo zij al in staat zijn een tandarts niet al te ver van huis te vinden – het geld vandaan om de vijf tot tien keer zo dure medicus te betalen?
En dan is er nog de andere kant van de medaille. De kiezentrekker blijkt gemiddeld twee assistenten in dienst te hebben. In de illegale tandheelkundige sector verdienen dus zo’n twintigduizend mensen hun brood. Hun het werken onmogelijk maken, betekent dat Marokko er twintigduizend werklozen bij heeft. Nemen wij bovendien aan dat van deze twintigduizend gemiddeld drie mensen afhankelijk zijn, dan zouden tachtigduizend Marokkanen direct in hun bestaan worden bedreigd als het de overheid zou lukken de illegale kiezentrekkerij een halt toe te roepen.
KEES BEEKMANS

Bollywood en de jongste democratie
Mumbai – De macht van Bollywood is zo groot dat die zelfs de grootste democratische verkiezingen ter wereld beïnvloedt. In India gaan in vijf ronden meer dan 714 miljoen mensen naar de stembus. Een leger van politie en beveiliging trekt door het land om de verkiezingen zo soepel mogelijk te laten verlopen. De sfeer is gespannen en media staan bol van allerhande smeuïge details over vermeende affaires, dubieuze handel en intriges in het familieleven van de politici.
Met een gemiddelde leeftijd van 25 jaar is de Indiase bevolking extreem jong, in tegenstelling tot hun vertegenwoordigers: ministers van zeventig, tachtig jaar zijn geen uitzondering. ‘Waarom’, vraagt de partij Young India zich af, ‘wordt het jongste land ter wereld geregeerd door het oudste parlement?’ Veel jongeren zijn niet geïnteresseerd in politiek, vaak gedesillusioneerd door corruptie tot op het hoogste niveau. Bollywood – daar liggen de verwachtingen en de hoop. In deze populaire utopie van het leven winnen de liefde en schoonheid het van de armoede en corruptie. Aan politici de taak om deze groep te bereiken. Muziek uit de Bollywoodfilms wordt gezien als de manier om de politieke boodschap aan het jonge publiek te communiceren. De publieke campagnes worden dan ook gedomineerd door amusement en glitter.
De twee grootste partijen zijn de rivalen Indian National Congress (INC) en Bharatiya Janata Party (BJP). Beide hebben waarschijnlijk nét niet genoeg stemmen voor een meerderheid en doen er alles aan de zwevende kiezers voor zich te winnen. Bekende liedjes uit de Bollywoodfilms worden bewerkt tot lyrische partijpropaganda om zo de eigen ambities aan een breed publiek kenbaar te maken. Doorzichtig, maar succesvol. Een collega (jong, hoogopgeleid, leidinggevende functie) moest gisteren stemmen. Op de vraag wat hij gestemd had, antwoordde hij: ‘Op het INC, omdat hun muziek zo ontzettend goed is.’
De INC-muziek is zo goed omdat die partij de rechten heeft gekocht van het razend populaire nummer Jai Ho (Overwinning), afkomstig uit de Oscar-winnende film Slumdog Millionaire. Volgens het INC illustreert het lied zijn succesvolle aanpak van de armoede in India. Als tegenzet hebben aanhangers van de BJP een lied gelanceerd dat een parodie is op Jai Ho, getiteld Bhay Ho. Het moet de kiezers doen herinneren aan het desastreuze beleid van de afgelopen INC-regering. Er wordt gezongen over de angst (bhay), honger, inflatie en het terrorisme die het land in zijn greep hielden in de afgelopen vijf jaar dat het INC aan de macht was. De uitslagen van de verkiezingen worden op 16 mei verwacht.
MIRTHE BERENTSEN