In de Wereld

In de Wereld

Arme blanken
Johannesburg – Het blijft een vreemd beeld: de blanke bedelaar in Zuid-Afrika. Doorgaans staat hij bij een stoplicht op een druk kruispunt, met een kartonnen bord waarop met viltstift iets is geschreven in de trant van ‘werkloos, vier kinderen, alle donaties welkom, God zal u belonen’. Je eerste reactie: sukkel, vier decennia heb je dankzij apartheid de kans gehad om je privileges als blanke te benutten, en nu sta je hier.
Maar dat is niet terecht. De blanke onderklasse is in de afgelopen jaren gestaag gegroeid, onder meer door de ‘regstellende aksie’, de positieve discriminatie voor zwarten, waarvan met name blanke mannen het slachtoffer zijn geworden. Inmiddels zijn er in de meeste grote steden hele wijken waar ‘poor whites’ (sommigen zeggen ‘white trash’) in een uitzichtloze situatie verkeren. Volgens de secretaris-generaal van de vakbond Solidariteit, Flip Buys, is de werkloosheid onder blanken tussen 1997 en 2002 met 106 procent toegenomen. Ook president Jacob Zuma bezocht tijdens zijn verkiezingscampagne zo’n wijk, Bethlehem bij Pretoria, en gaf toe dat hij zich niet had gerealiseerd dat dit zo’n probleem was.
Zo kan het gebeuren dat de blanke bedelaars ook in kleinere plaatsen tot het straatbeeld zijn gaan behoren. Op het kruispunt bij het winkelcentrum van het welvarende stadje Heidelberg, vijftig kilometer ten oosten van Johannesburg, staat bijvoorbeeld een blanke vrouw met een verweerd gezicht onder een blauwe honkbalpet. Haar bord vertelt: ‘Please help, I am unemployed and support myself and two animals.’
Marie Smith heet ze, ze is 52 en van Schotse afkomst. Bijna drie jaar geleden sloeg het noodlot toe, vertelt ze. Haar man verliet haar en verdween met het geld. Ze werd uit haar flat gezet, ging zwerven met haar kat, haar hond en een weekendtas, en vond uiteindelijk ‘werk’ als auto-oppasser voor de twee zondagdiensten van de Methodistenkerk in Heidelberg. Maar wat ze daarvoor krijgt is niet genoeg, dus staat ze donderdag, vrijdag en zaterdag met een tinnen bekertje met een rode strik (‘My lucky cup’) in de brandende zon op het kruispunt bij de mall.
Het werkt. Ze drinkt niet, kleedt zich netjes en heeft ‘wonderful’ vaste gevers. Een betaalde zelfs de dokterskosten toen ze gordelroos had. Ze woont gratis op een erf buiten de stad, zonder elektriciteit weliswaar, maar samen met haar beesten. Ze blijft staan tot ze genoeg geld heeft om weer een paar dagen te overleven: reiskosten, sigaretten (‘mijn zonde’), honden- en katteneten, sandwiches en koffie. Van de zwarte chauffeurs van de taxibusjes krijgt ze soms limonade en een pie. Af en toe geeft een weldoener haar zelfs honderd rand, acht euro. Ze gaat op de grond zitten en haalt enkele foto’s te voorschijn. Marie Smith bij de Schotse marine, een blakende vrouw in allerlei exotische oorden. ‘Somewhere I fell on hard times’, zegt ze.
FRED DE VRIES

Zonder kleren
Rome – Ook Italië heeft intelligente vrouwen die het feminisme hebben meegepikt. Ze zijn natuurlijk ‘lelijk’ (in de termen van premier Silvio Berlusconi) en ‘oud’ (idem dito).
Een van deze vrouwen is Natalia Aspesi, die voor de krant La Repubblica (de Italiaanse Volkskrant) al tientallen jaren de gebruiken en codes van haar landgenoten becommentarieert.
Wat mevrouw Berlusconi heeft gedaan, schrijft Natalia Aspesi, is een eenzame poging om aan het land duidelijk te maken dat de koning geen kleren aan heeft. Dat een 72-jarige die verjaardagsfeestjes opluistert van achttienjarigen die hem ‘Pappie’ mogen noemen een geval is. Dat je ziek bent als je showgirls (volgens premier Berlusconi ‘allemaal meervoudig afgestudeerd’) naar het Europarlement stuurt. En het ook nog gewoon toegeeft, want wat is daar mis mee? Mooie jonge vrouwen zien we liever dan oude lelijke, toch?
Dat is een beetje waar de schoen wringt, qua mevrouw Berlusconi.
De tweede mevrouw Berlusconi, trouwens. Destijds heette ze Miriam Bartolini en was ze 22. Ze speelde in een komedie van de Waal Fernand Crommelynck. Een komedie waarvoor ze behoorlijk wat kleren uit moest trekken. Dat moet een adembenemend spektakel zijn geweest. In de zaal zat de toen 42-jarige Silvio Berlusconi – getrouwd en vader van twee kinderen – die zich direct na de voorstelling naar de kleedkamers spoedde met een bos rode rozen.
Tien jaar later heette ze Veronica Lario, een artiestennaam die ze niet meer echt nodig had, want vanaf het moment dat ze zich officieel mevrouw Berlusconi mocht noemen, was dat haar rol in het leven. Er kwamen drie kinderen.
Het ging met het uiterlijk van Veronica Lario zoals het gaat met uiterlijken. Ze werd wat voller, de weelderige natuurlijk blonde haardos tot op de billen werd wat dunner en onderging vele kleurspoelingen, van platina tot nu bijna zwart. De mooie mond werd opgespoten (iets waar Italiaanse vrouwen het patent op hebben), het gezicht werd gladgestreken. De weinige keren dat mevrouw Berlusconi zich in het openbaar liet zien, zag je een steeds strakker masker dat afgewend van haar man naast de Clintons, de Bushen en de Poetins stond.
Nou en? Mag ze? Natuurlijk. Maar met haar bezwaren tegen haar mans obsessie met jonge en strakke lichamen is het een beetje als met Wim Koks commissariaten bij ING, Shell en KLM, alleen dan in omgekeerde volgorde.
ANNE BRANBERGEN

Oorlogshelden
Londen – Op 22 oktober 1944 kwam de tank van kapitein Craig Bellamy onder Duits vuur te liggen in het Brabantse plaatsje Doornhoek. Gesmolten looddeeltjes spatten over zijn gezicht, de tank vatte vlam en het gevaarte ontweek ternauwernood een landmijn. Later bleek dat er in Bellamy’s baret twee kogelgaten zaten. Gewond keerde deze kleermakerszoon terug naar Londen, waar zijn moeder door een V2-raket was gedood. Bellamy overleed vorige maand op 85-jarige leeftijd en werd geëerd met een In Memoriam in The Daily Telegraph.
Waar Nederland op de avond van 4 mei de gevallenen herdenkt en een dag later de bevrijding, daar publiceren Engelse kranten vrijwel dagelijks kostelijke verhalen over oorlogsveteranen. Neem majoor Henry Druce, een in Den Haag geboren Engelsman die in april 1945 nabij Arnhem een konvooi jeeps door Duitse linies moest manoeuvreren. Daarbij wist hij enkele Duitse voertuigen in een hinderlaag te lokken. Hij was, zo staat er, ‘dressed for this action in corduroy trousers and a black silk top hat’. Druce had dezelfde hoed nog op toen hij in een café te Deelen een Duitse soldaat overmeesterde die in Arnhem een voorraad ham had gestolen.
Voor zijn ‘vaardigheden, moed en volstrekte veronachtzaming van zijn eigen veiligheid’ kreeg Druce een koninklijke onderscheiding. Gedenkwaardig was ook een zin uit de levensgeschiedenis van majoor-generaal Philip Tower, die bij hotel Hartensteen in Renkum een ondergronds hoofdkwartier voor de artillerie had laten uitgraven. ‘The only time he put his head outside a bullet parted his hair.’ En de pas overleden Black Watch-officier Graham Pilcher reciteerde passages uit Rudyard Kiplings If wanneer hij onder vuur lag, zoals in het dorpje Esch tijdens de bevrijding van Zuid-Nederland. Bijzonder is het verhaal van Gerald Lambert, die tijdens Operatie Market Garden in de schouder was geraakt en ondanks de pijn ‘cheerfully asked and gained permission to attack a tank with a Gammon bomb’. Deze zoon van een Oost-Londense vishandelaar werd gevangen genomen en maakte van de gelegenheid gebruik om bij welgestelde officieren geld in te zamelen voor weeskinderen.
Verhalen als deze zijn volop terug te vinden in The Telegraph Book of Obituaries: Heroes and Adventurers, waarin onder anderen ‘Joe’ Vanderleur aandacht krijgt, de brigadier die door Michael Caine werd gespeeld in Een brug te ver. Niet alleen heroïsche wapenbroeders worden vereeuwigd. Moedig was Elsie Griscti, een Duits-Engelse verpleegster die in het ziekenhuis van Weert werkte en in 1940 door de nazi’s was gearresteerd. Ze bezorgde zichzelf een ernstige infectie door een roestige naald in haar dijbeen te steken. Doodziek werd ze vrijgelaten, maar Griscti bleef in leven en besloot neergeschoten geallieerde piloten te gaan helpen. Zo bracht deze zuster van Weert een gewonde gevechtsvlieger met een kruiwagen naar de bossen om hem aldaar tien dagen lang te verzorgen. En te voeden met appels en melk.
PATRICK VAN IJZENDOORN

Routineus martelen
Rabat – Marokko kan het martelen van gevangenen maar niet laten. De treurige feiten werden afgelopen week nog eens door het weekblad Le Journal op een rijtje gezet. Weinig verheffende lectuur.
Terwijl het er toch even op leek dat het de goede kant op ging. Volgens zowel internationale als Marokkaanse mensenrechtenorganisaties viel in de jaren negentig een duidelijke afname van het martelen te constateren, een praktijk die onder het ijzeren regime van koning Hassan II – de beruchte ‘jaren van lood’ – min of meer gemeengoed was geworden. Maar tijdens zijn laatste levensjaren verzette de oude dictator de bakens, wellicht om het zijn zoon Mohammed VI, die hem in 1999 opvolgde, gemakkelijker te maken Marokko tot een democratisch land en een daadwerkelijke rechtsstaat om te vormen. Die hoop had althans het volk. Vooralsnog blijkt men op beide punten bedrogen uit te komen. De koning is nog altijd de onbetwiste baas, en het martelen blijkt maar moeilijk uit te roeien.
Van deze barbaarse praktijken lijkt iedere gearresteerde islamist – ‘terrorist’ – sowieso het slachtoffer te worden. Ook bij gearresteerde Sahraoui’s, doorgaans studenten die ijveren voor onafhankelijkheid van de door Marokko bezette Westelijke Sahara (een in Marokko zeer gevoelig punt), lijkt het martelen inmiddels weer tot de standaardprocedures te behoren.
Zowel de islamist als de Sahraoui dankt zijn speciale behandeling ongetwijfeld aan het feit dat hij wordt beschouwd als politieke gevangene. Dat betekent helaas niet dat ‘gewone’ gevangenen gevrijwaard zijn van grove mishandelingen. Wie bij de een of andere demonstratie opgepakt wordt lijkt op z’n minst te kunnen rekenen op een pak slaag en een wapenstok in de anus. Ook vrouwen ondergaan gewoonlijk allerlei seksuele vernederingen. Zie de verklaringen van de vrouwen die vorig jaar bij een soort broodoproer in het zuidelijke Sidi Ifni werden ingerekend. Ondanks gedetailleerde documentatie door Marokkaanse mensenrechtenorganisaties weigert justitie in actie te komen.
Het is allemaal niet best voor het imago van Marokko, dat een paar jaar geleden als eerste Noord-Afrikaanse land van het martelen officieel een strafbaar feit maakte, dat in de betreffende wet ook duidelijk werd omschreven. Zolang het echter blijft schorten aan toepassing van die wet lijkt die niet meer te zijn dan, aldus juristen, une opération de propagande.
Er hangt Marokko nog meer slecht nieuws boven het hoofd. Heeft men de Amerikaanse CIA toegestaan vermeende ‘gevaarlijke terroristen’ in Marokko te ‘ondervragen’? Barack Obama wil helderheid in deze kwestie van het ‘verplaatsen van het martelen’ naar andere landen dan de Verenigde Staten. Sinds de Britse Ethiopiër Binyam Muhammed Al Habashi tegenover Amnesty International heeft verklaard dat hij achttien maanden in Marokko gevangen is gehouden en gemarteld voordat hij naar Guantánamo werd overgebracht, lijkt het Cherifijnse koninkrijk de dans niet te kunnen ontspringen.
KEES BEEKMANS

Juridisch jachtseizoen geopend
Ramat Ha Sharon – Terwijl ze om zeven uur ’s ochtends haar vijftig baantjes in het plaatselijke zwembad trok, viel de Israëlische politie haar woning binnen en confisqueerde de computers. Vervolgens werden die zonder tekst en uitleg meegenomen naar het bureau. Dat overkwam de Nederlandse kunstenares Annelien Kisch vorige week. De zeventigjarige grootmoeder en penningmeester van New Profile, een Israëlisch-feministische vredesorganisatie die de militarisering van de Israëlische samenleving wil terugdringen, werd met tien andere leden gearresteerd op verdenking van aansporing van en hulp aan jongeren om de militaire dienstplicht te ontlopen; een ernstig vergrijp waarvoor de activisten tot vijftien jaar gevangenis kunnen krijgen. New Profile zou op haar internetpagina tips aan twijfelende jongeren geven.
Annelien en haar man Eldad Kisch – een gepensioneerd arts, werkzaam bij Physicians for Human Rights – emigreerden 45 jaar geleden vanuit Nederland naar Israël en werkten mee aan de opbouw van het land. Ze hebben verscheidene oorlogen meegemaakt en Israël langzaam zien veranderen. Annelien: ‘Israëls verdedigingsleger werd een bezettingsleger. De samenleving is gericht op de instandhouding. Gepensioneerde topmilitairen zitten in de regering. Het onderwijs en het leger werken samen en zelfs de tv-reclame en de schoolboeken zijn doordrenkt van militarisme.’
Vanuit die bewogenheid richtte ze in 1998 New Profile op. Annelien zegt nadrukkelijk: ‘We doen niets onwettigs. We ronselen geen kinderen, maar als een kind bij ons komt en niet in dienst wil, geven we bijstand. Dat kan mensenlevens redden. De dienstplicht voor mannen duurt drie jaar. De sociale druk om soldaat te worden is enorm. Het leger verliest meer soldaten door zelfdoding dan door het Israëlisch-Palestijnse conflict.’
Ook andere organisaties van linkse signatuur, zoals Target 21, een groep dienstweigeraars, en Ha Moked, een Israëlische mensenrechtenorganisatie, werden door politierazzia’s overvallen. Hun overtreding schijnt een vaag contact met New Profile te zijn. Vanwaar deze plotselinge hit and run-acties van de overheid tegen legale organisaties? Is de politiek na Operatie Gegoten Lood in Gaza zo oververhit dat iedere kritische opmerking over het leger staatsgevaarlijk wordt? Feit is dat dienstweigering in Israël in de lift zit. De cijfers van het leger liegen er niet om: één op de vier Israëlische dienstplichtige mannen en één op de drie vrouwen ontduikt de dienstplicht, en dat is meer dan ooit.
De nieuwe rechtse Israëlische regering onder de havik Netanyahu probeert nu volgens sommigen door de harde aanpak van dienstplichtigen en organisaties het moreel van het leger op te krikken. Anderen schrijven de nieuwe harde politiek toe aan Israëls minister voor Interne Veiligheid, de hardliner Yitzhak Aharonovitch.
‘Absurd en onwettelijk’, noemt Smadar Ben-Natan, advocaat van New Profile, de acties. Maar haar brief aan de advocaat-generaal is vooralsnog aan dovemansoren gericht.
De huiszoekingen en detentie van activisten zaaien misschien een erger kwaad dan ze bestrijden. Ze ontnemen misschien tijdelijk de lust om dienst te weigeren, maar het gevolg is wantrouwen alom. En daarin gedijen principes als vrijheid van gedachte, geweten en meningsuiting niet. Laat staan enige vorm van rechtsorde en democratie. Het begint bijna ongemerkt. Vandaag is een vredesorganisatie met een voor de staat impopulaire website de klos, morgen een journalist of schrijver die kritisch uitvaart. Om in de stijl van de Duits lutherse theoloog en verzetsstrijder, Martin Niemöller, te besluiten: tegen de tijd dat ze hem komen halen, is er misschien niemand meer die kan protesteren.
SIMONE KORKUS
Skolka? Hoeveel?
Moskou – Vijfhonderd roebel. Kon je krijgen wanneer je meedeed aan een demonstratie ter ondersteuning van de beweging van Gari Kasparov, voormalig wereldkampioen schaken en tegenwoordig zelfbenoemd oppositieleider. Hoewel populair in het buitenland maakt de Armeens joodse Kasparov ongeveer evenveel kans op het politieke leiderschap van Rusland als ik of een willekeurige andere niet door-en-door Slavische ziel. Schouderophalen is de meest sympathieke reactie die zijn naam oproept. Zeker nu sinds de crisis die vijfhonderd roebel (zo’n twaalf euro) ook al niet meer wordt betaald, tot verdriet van de groeiende groep mensen zonder inkomsten.
Tweeduizend roebel. Moet je cash betalen wanneer je zonder gordel om tegen het verkeer in rijdt. (In Amsterdam kostte me dat meestal meer.) Wanneer je geen haast hebt en bovendien getraind bent in het onderhandelen over boetes gaat dit soort overtredingen voor een goedkoper tarief. Alleen mis je dan de zeldzame sensatie van het zien van een lachende politieman. In principe staan agenten overal en altijd grauw en grijs voor zich uit te staren. De politie is zich zeer bewust van haar aanhoudende vermelding als meest gewantrouwd instituut van het land. Dat brengt verplichtingen mee. Maar van een fikse greep in de kas van een vreemdeling klaart de meest sombere Rus nog op.
Tienduizend dollar. Kost het om je baas te laten omleggen wanneer die op het spoor is gekomen van je verduisteringspraktijken. Klein probleempje is dat justitie een tamelijk energieke manier heeft om aan de huurmoordenarij een eind aan te maken. Wanneer ze vermoeden dat er een prijs op iemands hoofd staat, fingeren ze eigenhandig een aanslag, compleet met de massale media-aandacht die erbij hoort. Zodra de tevreden opdrachtgever tot betalen overgaat wordt de hele samenzwering in één keer krachtig in de kladden gegrepen. Het publiek blijft in routineuze verwarring achter.
Honderd roebel. En dan drink je met vier mensen uitgebreid thee in een sympathiek café aan de rand van het centrum. Inderdaad, thuisblijven is duurder.
Nul roebel. Dat verwacht minister van Financiën Kudrin ergens in 2010 nog over te hebben van het financiële stabiliteitsfonds dat hij in de afgelopen jaren aanlegde. Voor de crisis uitbarstte bevatte het staatsfonds honderden miljarden dollars. Kudrin had ze voor de poorten van de hel weggesleept. ‘Wat nou sparen, dat doen de Amerikanen toch ook niet? Laten we al dat geld dat we met de olie verdienen nou gewoon lekker opmaken’, zeiden zijn collega-ministers. Kudrin hield zijn poot stijf. Inmiddels incasseert hij dagelijks minzaam zijn gelijk, maar er zijn wel een beetje veel banken die overeind gehouden moeten worden.
MENNO HURENKAMP