In de wereld

In de wereld

De blanke adel en de rekening
Nairobi – Over zijn overgrootvader, Lord Delamere de derde, gaan de wildste verhalen rond. In 1897 betrad deze stoutmoedige aristocraat per kameel vanuit Somalië de uitgestrekte vlakten van Kenia. Onwaarschijnlijk grote stukken land zou Hugh Cholmondeley, zoals zijn gewone naam luidde, later verwerven in de ‘Happy Valley’ – dit deel van de Grote Riftvallei dankte zijn naam aan de schaamteloos decadente levensstijl van de Britse kolonisten. Zijn charisma bezorgde ‘D’, zoals hij werd genoemd, het ‘natuurlijke’ leiderschap van de settlers.
Hoogtepunt in de koloniale dagen waren de paardenraces, tijdens Kerstmis, wanneer de blanke goegemeente zich in Nairobi opmaakte voor een weekje drank, spelen en, naar het schijnt, wilde orgies en partnerruil. In populaire ontmoetingsplekken, zoals het nog altijd bestaande Norfolk Hotel, placht ‘D’ zijn jachtgeweer te ontladen op de flessen gedestilleerd achter de bar. Als gentleman liet hij evenwel nooit een rekening onbetaald.
Mogelijk erfde Thomas Cholmondeley, jongste nazaat van de Delameres, het schietgrage karakter van zijn illustere voorvader, zoals hij ook, na het verscheiden van zijn vader, ooit de beroemde adellijke titel erven zal. Twee keer in korte tijd was junior namelijk hoofdpersoon in een schietincident op het immense familielandgoed, Soysambu genaamd. In 2005 bekende hij schuld aan het doodschieten van een Masai-boswachter. Er waren verschillende getuigen, maar tot een rechtszaak kwam het niet wegens ‘gebrek aan bewijs’. De frustratie daarover bij de betrokken Masai-gemeenschap leeft tot op de dag van vandaag voort.
Op 10 mei 2006 vindt het tweede voorval plaats. Als Cholmondeley (spreek uit: Chomley) in de schemerige verte Soysambu stropers aan het werk ziet, lost hij drie schoten. Een ervan treft stroper Robert Njoya. Twee honden worden gedood door de andere kogels. Als de schutter beseft dat hij een man heeft geraakt, aarzelt hij geen ogenblik, hij snelt erheen, bindt een zakdoek om de wond om het bloeden te stelpen en belt een ambulance. Het mag niet baten. Onderweg naar het ziekenhuis legt de stroper het loodje.
Cholmondeley wordt moord ten laste gelegd, maar de rechter acht hem na een proces van drie jaar – al die tijd zit de verdachte in hechtenis – schuldig aan doodslag. Van boze opzet was geen sprake, meent de rechter, die besluit tot het opleggen van een naar eigen zeggen ‘lichte straf’: acht maanden cel waarin de veroordeelde ‘zijn zonden mag overdenken’. In Kenia bedraagt de maximumstraf voor doodslag levenslang.
Bij de aristocratie is er dan ook ‘diepe opluchting’, zoals een familievriend van de Delameres het in de wandelgangen uitdrukt. Zwarte Kenianen ervaren het anders. ‘Dit vonnis bewijst dat we nog steeds een Britse kolonie zijn’, zei een geëmotioneerde toeschouwer, die zeker niet alleen namens zichzelf sprak.
Op Soysambu leeft de Delamere-dynastie voort. De familie heeft de weduwe Njoya ruimhartige compensatie aangeboden voor het verlies van haar echtgenoot, tevens kostwinner. Een Delamere vereffent immers zijn rekeningen, altijd.
ROMAN BAATENBURG DE JONG

Israëlische man vervrouwelijkt
Jeruzalem – Waar zijn de Israëlische macho’s van weleer? De gespierde en gebronsde Rambo’s in battledress, die hun land verdedigen?
Alarmerend nieuws voor de Israëlische binken. De Israëlische man verliest zijn mannelijke karakteristieken. De kwaliteit en hoeveelheid Israëlisch sperma is de afgelopen tien jaar met veertig procent gedaald, zo blijkt uit een vorige week gepubliceerd onderzoek van dr. Ronit Haimov-Kokhman, verbonden aan het academisch ziekenhuis Hadassah in Jeruzalem. Bovendien heeft dertig procent van de mannelijke bevolking ook nog problemen met zijn mannelijk orgaan.
De spermabank van het Hadassah, die in het verleden volop aanbod had van enthousiaste, viriele donors, moet nu tweederde van de mannen onverrichter zake naar huis sturen. Wat blijkt? Het profiel van de spermadonoren is hetzelfde – jonge, gezonde studenten en soldaten die niet roken en voor tweehonderd sjekel hun bijdrage leveren – maar de spermaconcentratie per kubieke centimeter is verminderd van 106 miljoen naar 67 miljoen. Ook in de westerse landen is zo’n achteruitgang van spermakwaliteit te zien, aldus Haimov, maar in Israël gaat het in een razend tempo.
Zelfs de pauselijke zegen die vorige week over het Israëlische volk werd uitgesproken, kan de situatie niet meer redden. Volgens deskundigen zal de zaadproductie van de gemiddelde Israëlische man – met het huidige verlies van drie miljoen zaadcellen per jaar – rond 2030 op twintig miljoen cellen liggen. En dat is volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie het onvruchtbaarheidsniveau. De meest uiteenlopende oorzaken worden genoemd: alcoholgebruik, overgewicht, het gebruik van mobieltjes, chemische weekmakers die producten zacht en minder breekbaar maken en voorkomen in verpakkingsmateriaal en seksspeeltjes, en die hun weg hebben gevonden naar Israëlische landbouwgrond. Volgens Haimov is de ware oorzaak echter de grote hoeveelheid van het vrouwelijke hormoon oestrogeen in het Israëlische drinkwater.
‘Water en aarde zijn ervan doordrenkt. Groente en fruit die op onze grond worden verbouwd, zijn dus ook vervuild’, zei Haimov in de Israëlische krant Ha’aretz. De hormonen komen in het water via menselijk en dierlijk afval. Twee jaar geleden ontdekten biologen in een Israëlisch vennetje een hoge concentratie vrouwelijke hormonen, die werd veroorzaakt door de vele vrouwelijke zwemmers die de pil gebruikten. Het gevolg was dat de mannelijke vissen vrouwelijke kenmerken gingen vertonen.
Praktische vraag: wat zal Israël doen om het joodse volk voor uitsterven te behoeden? Misschien kan ze tegen 2030 een soort ‘Zaad voor Vrede’-verdrag tekenen met de Palestijnse buurmannen. Want die lijken geen enkel probleem te hebben met hun viriliteit. Met een gemiddelde van 5,7 kinderen is het vruchtbaarheidsniveau in de Palestijnse gebieden zelfs het hoogste in de regio.
SIMONE KORKUS

Theelichtjesparlement
Londen – In de afgelopen jaren hebben progressieve Britse Kamerleden er geregeld voor gepleit de ‘archaïsche’ aanspreektitel ‘Right Honourable’ tijdens parlementaire debatten af te schaffen. Met het schandaal omtrent de onkostenvergoedingen lijkt de tijd gekomen om dit voornemen uit te voeren. The Daily Telegraph heeft met sardonisch genoegen meer dan honderd pagina’s besteed aan omstreden declaratiegedrag van politici, variërend van vijf pence voor een plastic tasje gedeclareerd door een Labour-Kamerlid en 1,19 pond voor theelichtjes van een Liberaal-Democraat tot 2115 pond voor het schoonmaken van de slotgracht van een Conservatief.
Een geachte afgevaardigde declareerde één pond voor een poppy, de klaproos die de Engelsen jaarlijks opspelden om de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog te herdenken. Zot is de ‘smeekbede’ van cultuurminister Andy Burnham om hem snel geld over te maken, onder meer voor een Ikea-badjas, omdat anders zijn Nederlandse vrouw van hem zou scheiden. Vooral het tussentijds wisselen van woonadressen bleek een populaire bezigheid te zijn geweest. Hierdoor konden Kamerleden – die vaak een tweede huis in Londen hebben – maximaal profiteren van de jaarlijkse tweede-huistoelage.
De Britten hebben met ongeloof, woede en humor – in die volgorde – gereageerd. Het wreekt politici nu dat ze zich steeds meer als moraalridders zijn gaan gedragen. Na de openbaringen voerden de volksvertegenwoordigers als excuus aan dat ze zich aan hun eigen regels hebben gehouden, wat aangeeft dat ze het verschil niet meer weten tussen wat legaal en wat ethisch is. Misschien hebben ze daarom jarenlang geprobeerd te voorkomen dat hun bonnetjes openbaar werden, waarmee ze in strijd handelden met hun mantra dat wie niets misdaan heeft, niets te verbergen heeft.
Het probleem zit ’m bij de leden van de hedendaagse politieke klasse. Vroeger werd het Lagerhuis bevolkt door parlementariërs voor wie politiek een roeping was, naast of na hun rol in het maatschappelijke leven, van advocaat of bankier tot metaalarbeider of vakbondsbobo. Het was hun eer te na bonnetjes te bewaren, laat staan in te dienen, voor een KitKat, wc-bril of, zoals de inmiddels afgetreden Kamervoorzitter Michael Martin deed, een ‘aristocratisch’ tapijt. Dat een van de drie ‘schone’ ministers, Alan Johnson, heeft gewerkt als postbode is geen toeval. Een van de zuinigste Kamerleden bleek de flamboyante ex-mijnwerker Dennis Skinner.
Maar gaandeweg is het Lagerhuis het domein geworden van carrièrejagers die niet het land willen dienen maar geld willen verdienen. Dankzij moderniseringen is het kamerlidmaatschap een kantoorbaan geworden, met ‘familievriendelijke’ vergaderuren. Uit efficiëntieoverwegingen is er nu maar één vragenuurtje per week in plaats van twee. Tijdens de jongste sessie legde Gordon Brown de schuld gemakshalve bij ‘het systeem’, om vervolgens te pleiten voor een onkostencommissie. Dat verleidde oppositieleider David Cameron tot de constatering dat de premier een onafhankelijke adviescommissie heeft om te bepalen of hij thee of koffie bij het ontbijt wil. Betaald door de kiezers natuurlijk, de benodigde theezakjes of koffiefilters.
PATRICK VAN IJZENDOORN

De krantenbaas en de strop
Rabat – ‘Je zou toch verwachten dat de directeur van een krant de persvrijheid verdedigt’, zegt cartoonist Khalid Gueddar in een filmpje op de website Bakchich.info, ‘maar in dit royaume enchanté is het tegendeel het geval.’ Hij moet er zelf om lachen, Khalid Gueddar is een van de bekendste cartoonisten van Marokko. De krantendirecteur in kwestie is populist Rachid Niny van al Massae (de Avond), de grootste Arabischtalige krant van Marokko. Niny nam Gueddar een half jaar geleden in dienst. ‘Kijk’, legt de cartoonist uit, ‘in Marokko kun je de koning natuurlijk niet tekenen, dat is duidelijk, maar in Frankrijk kan het wel.’ Dus waarom zou Gueddar geen leuk stripverhaal over ‘de koning die geen koning meer wilde zijn’ publiceren op de Franse site Bakchich.info? Trouwens, had hij niet van het begin af aan tegen Niny gezegd dat hij óók nog werkte voor Bakchich én voor het onafhankelijke Franstalige weekblad Le Journal, en dat zou blijven doen? Daar had Niny indertijd geen moeite mee.
Die verschillende opdrachtgevers zijn ook niet het probleem. Het is dat stripverhaal over Mohammed VI. Rachid Niny heeft er plots moeite mee dat Gueddar de Marokkaanse koning genadeloos te kijk zet. Hij zei tegen Gueddar dat hij daarmee moest ophouden. Dat wilde de tekenaar niet. Dus ontsloeg Niny hem.
Gueddar verklaart dat zo: ‘Mensen uit de entourage van de koning hebben druk op Niny uitgeoefend.’ Druk op Niny uitgeoefend? En Rachid Niny zou daarvoor bezwijken? Deze Marokkaanse kruising tussen Robin Hood, Don Quichot en Geert Wilders, die dagelijks een column in eigen krant schrijft waar het zuur en het ressentiment van afdruipen, deze volksjongen die van de strijd tegen de magzèn (de machthebbers), joden en homo’s zijn missie heeft gemaakt, deze Niny, directeur van de invloedrijkste krant van Marokko, die heeft bewezen over de macht te beschikken het volk tot een lynchpartij aan te zetten (vermeende homo’s in Ksar el Kbir), déze Niny laat zich nu door diezelfde magzèn ringeloren?
Hoe is dat mogelijk? Wel, dat is mogelijk, omdat Niny nu al maandenlang een boete van zeshonderdduizend euro boven het hoofd hangt wegens laster. Die veroordeling was terecht, maar de boete is voor Marokkaanse begrippen krankzinnig hoog. Niny heeft ’m nog niet hoeven betalen, maar het is een strop om zijn hals. Ieder moment kan een deurwaarder bij hem aankloppen. Als daarvoor nog een rechterlijke uitspraak nodig zou zijn, dan komt die er, want zo zijn de wegen van de magzèn. Maar beter is het de zaken zo te laten. Laat Niny lekker krantendirecteurtje spelen, nu hij toch niet meer kan bijten.
KEES BEEKMANS

Gevaren van ’t geschreven woord
Peking – Misschien is het gekmakende cliché ook gewoon wel waar: China is te oud en te groot om efficiënt te worden geregeerd. Onlangs kwam de centrale regering met een ‘nationaal mensenrechtenactieplan’, waarin werd voorgesteld burgers een netwerk te bieden voor klachten en kritiek – een erkenning dat het maatschappelijk leven op lokaal niveau alleen kan worden versterkt door toenemende burgerlijke betrokkenheid, zeker als het aankomt op corruptie en machtsmisbruik. Voor Chinese begrippen is dit niet mis: klokkenluiders zijn opeens welkom.
Maar de inkt is nog niet droog, of het is al duidelijk dat die goede bedoelingen veelal vastlopen in het taaie feodale moeras dat dit oude vermoeide land nu eenmaal in veel opzichten is. Het heet wenziyu – ‘arrestatie vanwege het geschreven woord’. Het is een eeuwenoud drie-karakter-begrip met een explosieve lading en zeker in klassieke tijden een gevaarlijke realiteit. In essentie kwam het erop neer dat de keizer geschriften als misdadig kon interpreteren als dat hem simpelweg zo leek. Er was direct sprake van onomstotelijke schuld, omdat de halfgoddelijke machthebber dat nu eenmaal zo had besloten.
Wenziyu mag momenteel op een bedenkelijke comeback rekenen. En dan gaat het vooral om een officiële actie van lokale autoriteiten tegen gewone burgers die zeggen wat ze denken op blogs en chatrooms op internet en via sms: meningen die vanwege het ‘geschreven woord’ de status van subversieve declaraties krijgen.
Klokkenluider Wang Shuai werd in maart in de boeien geslagen en vanuit Sjanghai naar zijn geboortestad Lingbao verscheept, 1200 kilometer daarvandaan, omdat hij de gemeentelijke autoriteiten op internet beschuldigd had van corruptie. Centrale fondsen die bedoeld waren voor droogtebestrijding zouden juist zijn aangewend om de situatie te verslechteren, met als doel boeren hun land af te troggelen voor een zo laag mogelijke prijs. Officieel werd Wang uiteindelijk vrijgelaten wegens ‘gebrek aan bewijs’. In werkelijkheid had zijn vader erin toegestemd zijn overgebleven fruitbomen te kappen waardoor de verschuldigde compensatie voor de grond nog lager werd. Vier politiemannen werden na een hoog oplopende rel in de pers geschorst. Wang Shuai kreeg honderd euro voor zijn acht dagen in de gevangenis.
Volgens professor Zhang Ming van de Volksuniversiteit in Peking is het moderne gebruik van de term wenziyu niet helemaal juist. In tegenstelling tot klassieke tijden zijn het nu vooral lokale autoriteiten die burgers straffen voor ‘respectloze’ geschriften. ‘De overheersende mening van sommige machthebbers is dat interne zaken intern geregeld moeten worden, en dat datgene wat niet intern kan worden opgelost simpelweg moet wachten op een interne oplossing. Problemen naar buiten brengen is blasfemie, een kwestie van verraad. Dergelijk verraad moet natuurlijk met wortel en tak worden uitgeroeid.’
ANNE MEIJDAM

Uni Bolognese
Berlijn – En weer dreigt de afschaffing van de universiteit, van de academische vrijheid, van het humboldtiaanse Bildungsideaal. Schuldig is dit keer het bachelor-master-systeem. Volgens theoloog Marius Reiser van de Universiteit van Mainz levert dat ‘van voren tot achteren knoeiwerk’ op. Uit protest kondigde Reiser begin dit jaar aan zijn hoogleraarschap neer te leggen.
Precies een decennium geleden besloten ministers uit een groot aantal Europese landen het hoger onderwijs te hervormen. In het Italiaanse Bologna spraken zij af gezamenlijk een bachelor-master-stelsel in te voeren. Zo moest na de economische vereniging ook één Europese ruimte voor het hoger onderwijs ontstaan.
Het resultaat is in Duitsland omstreden. Uitgerekend van de jongere generatie academici oordeelt volgens onderzoek slechts zestien procent positief over de hervormingen. Vooral bètawetenschappers hebben er geen goed woord voor over. ‘De kerndoelen van de hervorming, zoals de vergroting van de mobiliteit, betere zorg voor de studenten en kortere studietijden zijn tot nu toe, ook volgens voorstanders van de hervorming, niet gehaald’, staat in een door de Duitse beroepsvereniging van wetenschappers uitgegeven Zwartboek Bologna. Een hoogleraar economie drukt het wat minder diplomatiek uit: ‘De werkelijke of vermeende ivoren torens zijn geslecht, opgeblazen en afgevoerd’, maar in plaats daarvan is er een ‘narrentoren’ gekomen. De universiteit is verworden tot gekkenhuis.
Dat is natuurlijk overdreven. Maar het ene na het andere onderzoek bevestigt wel de klachten. Uit nieuwe officiële cijfers blijkt dat slechts vijftien procent van de universitaire bachelorstudenten een deel van hun studietijd in het buitenland doorbrengt. Dat is even weinig als twee jaar geleden. Het staat in schril contrast met de studenten-oude-stijl. Eenderde van hen nam de afgelopen jaren wél een kijkje over de grens. De in Bologna gewenste internationalisering komt dus niet van de grond. De toegenomen studiedruk zou de nieuwe studenten ervan weerhouden van het geijkte studiepad af te wijken. Ook met het aantal afhakers gaat het niet de goede kant op. Vooral op de praktisch georiënteerde Fachhochschulen is de uitval sinds de invoering van het systeem fors gestegen; 39 procent haakt voortijdig af. Oorzaak lijkt ook hier het overvolle curriculum te zijn. Daar staat tegenover dat het aantal studenten in de sociale, culturele en taalwetenschappen dat voortijdig de universiteit verlaat, afneemt.
Dé vraag die het onderwijsdebat al jaren beheerst, is daarmee nog niet beantwoord: is de nieuwe generatie studenten nu dommer of niet? Een eenduidig antwoord laat nog op zich wachten. Wel blijken ze verder te depolitiseren.
Het bevestigt de sceptici in hun kritiek. De ‘Uni Bolognese’ maakt van studenten apolitieke, domme, gestresste, op carrière gerichte wezens. En de slachtoffers zelf? Die zijn blijer dan ooit. Volgens diverse studies is meer dan de helft van de bachelorstudenten dik tevreden met zijn studie.
KOEN HAEGENS