In de wereld

In de wereld

De hyper-, zorro-, omni-, bling-bling- en highbrowpresident
Parijs – Bij een nieuwe horizon past een nieuw silhouet. Tijdens een speciale bijeenkomst van het Franse congres (Assemblée en Senaat) in het Château de Versailles zette president Sarkozy afgelopen maandag de grote lijnen uit voor de tweede helft van zijn quinquennat. Daarbij hoort vanzelfsprekend ook een nieuw imago.
Alweer? De Fransen maakten de afgelopen twee jaar achtereenvolgens kennis met de hyperpresident, de zorropresident, de omnipresident en de bling-blingpresident. Dat is vanaf nu allemaal verleden tijd. Ze hebben plaatsgemaakt voor de highbrowpresident, tenminste als we l’Express moeten geloven.
Volgens het weekblad heeft zich in de afgelopen maanden namelijk niets minder dan een culturele revolutie in het Elysée voltrokken. Was Sarkozy voorheen een trouwe fan van de Bronzés, het Franse equivalent van de familie Flodder, nu kijkt hij uitsluitend nog naar films van Visconti en Godard. Sloeg hij zich eerst op de knieën van het lachen bij de poep-en-piesgrappen van de komiek Jean-Marie Bigard, nu geniet hij van de humor van Woody Allen en wisselt hij van gedachten over het menselijk tekort met Michel Houellebecq.
Schrijvers doen het sowieso goed bij de highbrowpresident: mocht Sarkozy eerst graag luisteren naar de muziek van de zichzelf al vele malen overleefde rocker Johnny Halliday, tegenwoordig prefereert hij de rust van de bibliotheek en verslindt daar het verzameld werk van De Maupassant, Zola en de recente Franse Nobelprijswinnaar Le Clézio.
Yeah, right. Het heeft meer weg van de zoveelste restylingsoperatie van een impopulaire president. Om de poenerige Sarkozy een ‘nederiger’ imago te geven, verdwenen eerst al de Ray-Ban en de Rolex in de keukenla en naar het schijnt neemt hij tegenwoordig een lijnvlucht als hij naar de Côte d’Azur vliegt om daar het weekend door te brengen in het buitenhuis van zijn schoonfamilie op Cap Nègre. Over Carla Bruni gesproken: L’Express houdt het erop dat zij de drijvende kracht is achter de operatie. Zij zou haar man cultureel hebben ‘heropgevoed’ en hem hebben ingewijd in de Parijse artiesten- en intellectuelenmilieus waar ze zelf graag mee koketteert.
Zoals iedere revolutie is ook deze revolutie niet zonder risico. Sarkozy’s kiezersbasis bestaat immers allesbehalve uit Godard kijkende en Houellebecq lezende Fransen. Maar zoals Sarkozy zich eerder deze maand liet ontvallen: ‘Men wint nooit dankzij intellectuelen, maar zeker niet als je ze tegen je hebt.’ Niet iedereen lijkt vooralsnog overtuigd. ‘Deze man, die hoger onderwijs genoten heeft, in een geprivilegieerd milieu is opgegroeid en de Groten der Aarde frequenteert, zou beter moeten weten’, stelt de schrijver Pierre Assouline op zijn veelgelezen blog. ‘Door koste wat kost duidelijk te maken dat hij ontwikkelder is dan men tot dusver dacht, geeft hij juist exact aan waar de leemtes zitten. De Tour de France gaat binnenkort van start; de vakantie staat voor de deur. Het zou tijd worden.’
MARIJN KRUK

Een pak slaag voor Neelie
Gdansk – Woedende havenarbeiders in Gdansk geven hun opgekropte onvrede alle ruimte. Bij de ingang van de scheepswerf hangt een meterslange poster. ‘The dictator from the East hasn’t destroyed our shipyard. Now officials from Brussels play the cards.’
De Sovjets dreigden begin jaren tachtig om de scheepswerf van het voormalige Danzig te sluiten, omdat de vrije vakbond Solidarnosc de communistische dictatuur in gevaar bracht. In korte tijd had die tien miljoen leden geworven. Vakbondsleider Lech Walesa hield ondanks zijn arrestatie, het verbod op Solidarnosc en de uitroeping van het oorlogsrecht voet bij stuk en slaagde er in juni 1989 in om de eerste democratische regering van het voormalige Oostblok te installeren.
‘It began in Poland.’ Met peperdure reclamespotjes op CNN onderdrukt Polen niet alleen zijn minderwaardigheidsgevoel, maar wijst het tegelijkertijd de rest van de wereld erop dat de vrijheidsrevoluties in de landen van het vroegere Warschaupact in Polen zijn begonnen. Nu, twintig jaar later, is de wrevel over het juk van Moskou vervangen door haat tegen de ‘bureaucraten uit Brussel’ en hun inmenging in nationale aangelegenheden. Vooral Neelie Kroes, eurocommissaris voor mededinging, moet het ontzien. Zij kritiseerde de jarenlange steun van Polen aan de scheepswerven. Dat valt bij de arbeiders in Gdansk helemaal verkeerd. ‘Ze krijgt een pak slaag als ze zich hier vertoont’, zegt een man in een blauwe overall met handen als kolenschoppen. ‘Ze heeft de scheepswerven van Szczecin en Gdynia gesloten.’ Toch hoeft Warschau de honderden miljoenen staatssteun niet terug te betalen.
De Polen verwijten de VVD-politica geen respect voor de geschiedenis te hebben. Ook de Duitsers krijgen ervan langs. Omdat de Bondsrepubliek over de meeste fractieleden in het Europees Parlement beschikt, vermoeden de arbeiders van Solidarnosc dat Polen zijn scheepsindustrie niet meer mag financieren, terwijl noodlijdende Duitse werven jarenlang geld uit de staatsruif kregen. ‘Kijk eens naar Zuid-Korea, Japan en China. Daar krijgen de werven ook volop overheidssteun. De EU zou een Europese strategie voor de scheepswerven moeten ontwikkelen in plaats van nationale belangen te laten prevaleren’, zegt europarlementariër Janusz Lewandowski.
‘In 1970 schoten de tanks hier bij Stocznia Gdanska op zeventienduizend stakende arbeiders. In 1982 verloor ik mijn baan op de werf vanwege activiteiten voor Solidarnosc’, vertelt Jan Karczewski. Nu werkt hier nog maar tweeduizend man. Ik ben bang voor de toekomst van mijn zoon.’ Dat is logisch, want op de scheepswerven in Gdynia en Szczecin is de productie gestopt en zijn duizenden werknemers ontslagen. De nieuwe eigenaar heet United International Trust, een brievenbusfirma op de Nederlandse Antillen.
ROB SAVELBERG

De Barones, de Tsaar
en de Keizer
Londen – Onder de 351 leden van de Labour-fractie in het Britse Lagerhuis bevinden zich interessante vrijdenkers. Zo is daar de Noord-Ierse Kate Hoey, voorzitter van de Countryside Alliance en olympisch adviseur van de Londense burgemeester. Of neem Chris Mullin, die begin jaren negentig met succes streed voor de vrijlating van de Birmingham Six en onlangs zijn dagboeken A View from the Foothills publiceerde, waarin hij met zelfspot zijn rol in het politieke spel beschrijft. Een derde is Frank Field, een onafhankelijke geest die campagne voert voor het behoud van regenwouden, een belangrijke positie bekleedt binnen de kerk en bevriend is met Margaret Thatcher.
Na de recente muiterij had Gordon Brown de kans om zulke Kamerleden op te nemen in zijn zogeheten ‘kabinet van alle talenten’. Echter, als het aan de premier ligt, blijven deze democratisch gekozen politici als toeschouwers op de achterbankjes van het parlement zitten. In plaats daarvan breekt Brown met een Britse politieke traditie – die behelst dat het kabinet uit gekozen volksvertegenwoordigers bestaat – door politieke vrienden van buiten te benoemen. Als ze dat al niet zijn, promoveert hij deze cronies tot ‘Lord’ of ‘Lady’. Vervolgens kunnen deze Ikea-aristocraten in het Hogerhuis hun beleid presenteren, zonder te worden lastiggevallen door het oppositionele gejoel in het Lagerhuis.
Zo heeft Brown Glenys Kinnock aangesteld als staatssecretaris van Europese Zaken. Zij was al ‘Lady’, omdat haar man, voormalig Labour-leider en eurocommissaris Neil Kinnock, ondanks al zijn ressentiment jegens the House of Lords, in 2005 de Lord-titel had aanvaard. Zijn bijnaam luidt inmiddels Lord Windbag. Met de benoeming van Barones Kinnock is Brown erin geslaagd ‘Europa’ nog impopulairder te maken. Terwijl Britse Kamerleden mariakaakjes, spookhypotheken en pluimveeperiodieken bleken te hebben gedeclareerd, is met Kinnock iemand aangetreden die als europarlementariër in Brussel gebruik heeft gemaakt van de Siso-tactiek. ‘Siso’ staat voor Sign In & Sod Off, oftewel op vrijdagochtend de presentielijst tekenen voor de dagvergoeding en meteen vertrekken.
Bovendien schonk Brown een titel aan de zakenman Alan Sugar, opdat deze zijn ‘Ondernemingstsaar’ kon worden. De 61-jarige Lord Sugar is bekend van het televisieprogramma The Apprentice, waarin jongemannen en jonge vrouwen via verraad, geslijm en gekonkel Sugars leerling hopen te worden. De Gordon Ramsay van de zakenwereld gedraagt zich daarbij als een pestkop. Dat kan goed van pas komen in de bunker van Downing Street, waar de premier wat afvloekt, wat vergezeld schijnt te gaan van rondvliegende printers en mobiele telefoons. De officieuze bunkerbaas is echter Peter Mandelson, die zich ‘Lord Mandelson of Foy and of Hartlepool’ mag noemen. Sinds het verwerven van deze prachttitel heeft ‘Lord Mandy’, zoals de pers de homoseksuele New Labour-architect plagend noemt, zoveel macht vergaard dat er al wordt gesproken over ‘Het Keizerrijk van Mandelsonia’.
PATRICK VAN IJZENDOORN

Marokko’s 750 vluchtelingen
Rabat – Sinds een week demonstreren zo’n zeventig vluchtelingen afkomstig uit landen als Ivoorkust en de Democratische Republiek Congo voor het kantoor van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties te Rabat. Ze eisen van UNHCR-vertegenwoordiger Johannes van der Klaauw hervestiging in een ander land, omdat, zo vinden ze, Marokko ze de mogelijkheid niet biedt een fatsoenlijk bestaan op te bouwen.
En daarin hebben ze gelijk. De Marokkaanse staat respecteert hun VN-status van vluchteling, maar weigert de sub-Saharanen vooralsnog zelf een juridische status toe te kennen. Dat betekent dat ze wel enige bescherming genieten – het voorkomt bijvoorbeeld dat ze door de politie worden opgepakt om bij de Algerijnse grens te worden afgezet – maar een officiële verblijfsvergunning krijgen ze niet. En essentiële zaken als toegang tot de arbeidsmarkt, het onderwijs of de gezondheidszorg blijft zo buiten hun bereik. De UNHCR probeert ze zo veel mogelijk uit de brand te helpen, vooral door partnerschappen aan te gaan met lokale ngo’s. ‘Maar eigenlijk is dat de taak van de Marokkaanse overheid’, aldus Van der Klaauw.
De VN-vertegenwoordiger dringt bij diezelfde overheid dan ook permanent aan op ‘regularisatie van de vluchtelingenstatus’. Al kan het even duren eer Marokko de sub-Saharanen de rechten toekent waarover ze op grond van het Vluchtelingenverdrag van Genève zouden moeten beschikken, pessimistisch is Van der Klaauw niet. Sinds zijn komst naar Marokko in 2005 is er immers veel ten goede veranderd. De UNHCR zelf heeft de afgelopen jaren een degelijke procedure ontwikkeld om vast te stellen wie recht heeft op de status van vluchteling, en de Marokkaanse overheid kende de UNHCR-vestiging in Rabat in 2007 een officiële, diplomatieke status toe. In de afgelopen vier jaar liepen de asielaanvragen terug van tweehonderd naar vijftig per maand, wat Van der Klaauw deels toeschrijft aan het feit dat bekend is dat de VN alleen echte vluchtelingen erkennen. Daarvan lopen er op dit momen zo’n 750 in Marokko rond, ‘een aantal dat voor een land met ruim dertig miljoen inwoners toch te behapstukken moet zijn’, aldus de VN-vertegenwoordiger.
Binnen zijn ambtstermijn van inmiddels vier ‘tropenjaren’ meent Van der Klaauw het vertrouwen van de Marokkaanse overheid dan ook te hebben gewonnen. ‘We hebben aangetoond dat de angst te worden overstroomd door asielzoekers ongegrond is. Maar het is nu nodig dat Marokko zich actief engageert in deze problematiek. Vluchtelingen zijn een mondiaal probleem waaraan iedereen zijn bijdrage moet leveren, ook Marokko.’ De kans immers dat de vluchtelingen met hulp van de UNHCR in een ander land kunnen worden gevestigd, is klein. ‘Wij zijn ook gebonden aan criteria die staten ons opleggen’, aldus Van der Klaauw.
KEES BEEKMANS

Retox in de datsja
Moskou – Het beeld is bijna te clichématig om er een citaat uit de Russische literatuur bij te zoeken. Hoe de Rus gehecht is aan zijn datsja, zijn buitenhuis. En waar die datsja voor staat. De stad is het kwaad, het platteland de hemel. In de stad heerst hiërarchie, op het land is iedereen gelijk. De stad is Europa, de datsja Rusland. In de stad negeren de mensen elkaar, op de datsja vinden de echte gesprekken plaats. In de stad eten mensen haastig en slecht, op de datsja wordt met zorg gekookt – en dan niet zomaar eten uit een pak, maar voedsel uit het bos of van een plant. Zet een Rus tussen drie bomen en hij bukt om naar een paddenstoel te speuren.
Maar het ontspannen begint niet zo ontspannen. Want men gaat inderdaad massaal de stad uit. En de naïeve buitenlander ontdekt dat je maar beter op donderdagochtend kunt vertrekken om het weekend op die datsja door te brengen. Wie op vrijdagmiddag vertrekt, rijdt vanaf zijn voordeur tot vijftig kilometer buiten de stad stapvoets tussen de kettingbotsingen door. En wanneer je verlost bent van de file kan het zomaar zijn dat je ook meteen verlost bent van het asfalt. De aangewezen weg om je doel te bereiken blijkt een zandpad vol kuilen. Sommige zo diep dat omwonenden er rechtopstaande pallets in geplaatst hebben. Als waarschuwing of als opslag, daar kom je niet achter.
Je komt dus goed uitgeput op de datsja aan. Maar het uitzicht langs de Wolga is mooi, de berkenbossen zijn mooi. Het zou flauw zijn om langer stil te staan bij de ongemakken van de reis. Alleen, ‘Het landleven en hoe ik drie dagen met muggenbulten zo groot als een ei rondliep’ is het verhaal dat Tolstoj of andere Russische liefhebbers van het platteland niet opschreven. Net zoals het elke avond opdrinken van een fles wodka het uitstapje naar de frisse buitenlucht niet per se tot een detox-ervaring voor de overspannen stadsbewoner promoveert. Het blijkt eerder een retox voor hen die door de week geen tijd hebben om ’m eens écht te raken. Een aframmeling met berkentakken in de sauna moet dat de volgende dag zogenaamd goedmaken.
Zo is er meer dat tot nadenken stemt over de ongeremde lyriek van het landleven. De weigering van een duidelijk hongerige kat om het opgehengelde visje te eten doet plotselinge twijfel toeslaan over die nachtelijke duik van gisteren. Weet die kat meer over de waterkwaliteit? Tamelijk opgewekt plof ik, na maar een paar uurtjes file, op zondag weer thuis op de bank. Het leven in de stad is hier misschien niet beter, maar vermoedelijk wel veiliger.
MENNO HURENKAMP

Verkiezingsbeloften
Dakar – ‘Dit is een dag van bevrijding, het begin van een nieuw democratisch tijdperk voor Senegal.’ Deze woorden sprak Abdoulaye Wade in 2000, nadat hij de presidentsverkiezingen had gewonnen. Nog voor Obama had Wade zijn campagne gebouwd rond het woord ‘change’ (‘sopi’ in Wolof, de lingua franca van Senegal). Vooral de jonge kiezers hadden deze boodschap van de oppositieveteraan opgepikt. Ze hadden genoeg van de Parti Socialiste (PS), die van Senegal een de facto eenpartijstaat had gemaakt en kozen voor de man die al decennialang fulmineerde tegen corruptie en oneerlijke verkiezingen, de man die al vier keer tevergeefs had geprobeerd president te worden.
Deze gebeurtenis vervulde het land met trots, wat nog werd versterkt toen vertrekkend president Diouf zich aan zijn belofte hield om zich bij een eventuele nederlaag neer te leggen. Zijn openlijke felicitaties en complimenten aan Wade waren het bewijs dat Senegal een volwaardige democratie was geworden. Jonge aanhangers trokken hun kleren uit en schoren hun hoofd zo kaal als dat van de 74-jarige Wade, om de wedergeboorte van hun natie te symboliseren.
Na bijna tien jaar Wade is er van dit enthousiasme weinig over. ‘Un pays démoli’ staat deze week op de cover van het onafhankelijke en goed geïnformeerde La Gazette. Het weekblad wijdt meer dan dertig pagina’s aan de veroorzakers van deze toestand: Abdoulaye Wade en zijn corrupte regering. Met de beloofde democratisering en een transparant beleid is de president volgens La Gazette al lang niet meer bezig.
De in 2007 herkozen Wade versleet al zeven premiers, ontsloeg tientallen andere ministers en benoemt steeds meer vertrouwelingen op de opengevallen posten. De president heeft een van zijn eerste besluiten, het naar beneden brengen van de presidentiële termijn van zeven naar vijf jaar, als ‘een fout’ bestempeld en inmiddels weer teruggedraaid. De oppositie beweert dat Wade geobsedeerd is geraakt door de ambtstermijnen van zijn voorgangers Senghor en Diouf, die ieder twintig jaar regeerden. Ook wordt beweerd dat de inmiddels 83-jarige president zijn bij de bevolking impopulaire zoon Karim klaarstoomt voor opvolging. Daar komt bij dat de geldstromen van de regering-Wade inmiddels even troebel zijn geworden als die onder zijn voorgangers. Dure terreinwagens, designerpakken en exclusieve horloges wekken de wrevel van de arme bevolking en ook de aanschaf van een nieuw presidentieel vliegtuig werd met weinig enthousiasme ontvangen.
Nu bouwen Noord-Koreanen boven op een van de weinige heuvels van Dakar – uittorenend boven de arme wijk Ouakam – een vijftig meter hoog bronzen beeld dat de Afrikaanse Renaissance moet symboliseren. Het beeld, dat zo uit de voormalige Sovjet-Unie lijkt weggewandeld, is de grootste aberratie van de talloze prestigeobjecten die de regering in Senegal laat verrijzen. Een inwoner van Ouakam klaagt: ‘Dit beeld is lelijk en levert niets op, geen eten, geen geld. Laat Wade eerst de bevolking helpen, voordat hij zoiets bouwt.’
In een land waar dagelijks honderden mensen uit wanhoop in gammele bootjes stappen voor een levensgevaarlijke tocht naar Europa lijkt het volstrekt on-Afrikaanse beeld niet het symbool te worden voor een herboren Afrika, maar voor de verbroken beloften van Abdoulaye Wade.
TOM DE BOER