In de Wereld

In de Wereld

Erfenis
Parijs – Van je vijanden moet je het hebben. Afgelopen week werd bekend dat de Franse staat de uitvoer van de archieven van schrijver en filosoof Guy Debord (1931-1994) verbiedt. Die stonden op het punt verscheept te worden naar een niet nader genoemde Amerikaanse universiteit. Het ministerie van Cultuur zegt Debord te beschouwen als een van de belangrijkste contemporaine denkers, wiens werk bepalend is geweest voor de ideeëngeschiedenis van de tweede helft van de twintigste eeuw. Het archief beschouwt het ministerie als essentieel voor het begrip van de genese van Debords oeuvre en is daarom tot nationaal erfgoed verklaard.
Een postume erkenning van formaat. Zeker wanneer je bedenkt dat Debord zelf niets liever zou hebben gezien dan de omverwerping van de staat en de samenleving waar hij de hoeder van is. Debord was de oprichter van een tijdschrift met de nogal mysterieuze naam Internationale situationiste, waarin hij tekeerging tegen de consumentensamenleving en de klassenmaatschappij.
Ne travaillez jamais schreef Debord in 1952 op de kade van de Seine, waarmee hij uitdrukking gaf aan zijn verzet tegen de notie van arbeid in een kapitalistische samenleving, waarin iedere directe, geleefde ervaring naar zijn idee tot een representatie gereduceerd werd. Zijn bekendste werk was La société du spectacle uit 1967. Het zou een belangrijke inspiratiebron zijn voor de studentenopstand van een jaar later. Slogans als ‘Vivez sans temps morts’ of ‘Jouir sans entrave’ waren direct op Debord geïnspireerd.
Debords gedachtegoed is nu dus door de Franse staat tot monument verklaard; zijn directe erfgenamen komen er minder goed van af.
Zo kwijnt Julien Coupat nu al weer ruim drie maanden weg in de Santégevangenis in Parijs. De 34-jarige schrijver en anarchist wordt verdacht van sabotageacties met vier TGV’s in november vorig jaar. De Franse justitie haalde voor de gelegenheid de antiterrorismewetgeving van stal, die het mogelijk maakt het voorarrest tot twee jaar te verlengen, zelfs nadat de baas van de Franse spoorwegen had verklaard dat er nimmer mensenlevens in gevaar zijn geweest.
Coupat, die de afgelopen maanden kon rekenen op de steun van de fine fleur van de radicale intelligentsia (Alain Badiou, Luc Boltanski, Jacques Rancière), is een van de leden van het collectief dat in 2007 L’insurrection qui vient publiceerde. Dit met veel gevoel voor stijl geschreven pamflet stelt een sombere diagnose van de Franse samenleving, ‘waar je jezelf moet zijn én anders, maar in ieder geval Pepsi-cola moet drinken’, waar ‘werkgevers gehaat worden, maar waar men ondertussen onophoudelijk klaagt over de hoge werkloosheid’, en ‘waar de economie niet zozeer in crisis, maar de crisis is’.
De auteurs zijn kleinkinderen van Guy Debord, concludeerde weekblad Le Nouvel Observateur bij het verschijnen al trefzeker. Toch zal het waarschijnlijk nog wel even duren voordat L’insurrection qui vient als nationaal erfgoed zal worden geclassificeerd. Een bestseller is het al wel: dankzij alle ophef gingen er de afgelopen maanden al meer dan twintigduizend exemplaren van over de toonbank.
MARIJN KRUK

Vroeger was alles beter
Berlijn – Het ruikt muf, op de Franz-Mehring-Platz 1, niet ver van het Ost-Bahnhof in Berlijn. Hier bevinden zich de burelen van Neues Deutschland, de communistische partijkrant uit de DDR. Tot 1989 was Gunter Schabowski er hoofdredacteur, vanwege zijn functie als lokale partijsecretaris. Twintig jaar geleden verkondigde diezelfde Schabowski op een persconferentie de voortijdige opening van de grenzen naar West-Berlijn.
Tegenwoordig wil Schabowski niets meer met de socialisten te maken hebben. En omgekeerd. Hij wordt gezien als een vaderlandverrader. Zijn kantoor is leeg, het gelige bloemetjesbehang is er nog, het bruine tapijt stinkt naar een vergane tijd. Inmiddels is in het gebouw, dat wordt omringd door naargeestige flats, de Rosa-Luxemburg-Stiftung neergestreken, het wetenschappelijk bureau van Die Linke.
Rosa Luxemburg, die negentig jaar geleden stierf, is nog altijd populair in Berlijn. Midden januari marcheerden er weer vele tienduizenden socialisten naar haar graf. De aanhangers van de vroegere eenheidspartij SED herdachten de dubbele moord op haar en Karl Liebknecht in 1919. Begin 1989 nog liet de SED dissidenten arresteren, toen die het waagden om een citaat van Luxemburg – ‘Vrijheid is altijd de vrijheid van de andersdenkenden’ – op een poster te plakken.
Wie niet anders denkt dan vroeger is Egon Krenz. Hij presenteerde vorige week bij de Luxemburg-Stiftung zijn memoires. Vroeger was alles beter. Dat is, in het kort, de klacht van Krenz tegen het huidige Duitsland. ‘In de DDR had iedereen werk en iedereen kreeg hetzelfde loon voor hetzelfde werk. Er was geen criminaliteit en er werd ook geen oorlog gevoerd’, buldert de laatste dictator van de verdwenen heilstaat. Gejuich van vijfhonderd bejaarde fans.
Een 28-jarig meisje uit het publiek steekt Krenz een hart onder de riem: ‘Mijn jeugd in de DDR was mooi. Alles was schoon en opgeruimd. Toen ik op een andere school met Wessi’s kwam, was ik “dat smerige wijf uit het oosten”.’ Geen woord over de almachtige Stasi, het gebrek aan meningsvrijheid en reismogelijkheden, de noodlijdende economie en de kapotte infrastructuur.
Krenz ziet zich als een politieke gevangene. Nu wil hij de wens van president Horst Köhler (CDU) in de praktijk omzetten. Het conservatieve staatshoofd had gezegd dat de jeugd meer moet leren over de DDR. Krenz wil nu zijn eigen versie van de arbeiders- en boerenstaat doorzetten. ‘We moeten positiever denken over de historie. We mogen de DDR niet alleen maar zwartmaken.’
Woedend is Krenz op zijn oude kompaan Schabowski die Die Linke wil verbieden. ‘Wat moeten we nu met hem? Of hij was vroeger een huichelaar of hij is het vandaag de dag.’ Dat mensen van wereldbeeld kunnen veranderen, gaat er bij Krenz niet in.
ROB SAVELBERG

Vergeet de klimaat-crisis niet (1)
Nairobi – Onder het donkere gesternte van de economische crisis zou men dat andere urgente drama wel eens kunnen vergeten. Juist, klimaatverandering. Ontbossing, global warming, smeltende ijskappen, et cetera. Hoe zou het staan met de bereidheid om te investeren in schone economieën en met het keren van de negatieve (klimaat)spiraal nu de effecten van de vergiftigde financiële wereld zwaar drukken op overheidsbegrotingen? Het was de vraag die speelde bij de regeringsleiders, ministers en ambtenaren op de jaarlijkse top van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP), vorige week in Nairobi.
In zijn openingstoespraak liet de Keniaanse president Mwai Kibaki er geen gras over groeien: rijke landen moeten genereus zijn en de financiële lasten dragen. Zijn zij immers niet de grootste vervuilers van de planeet? Kibaki vertelde niet welke acties zijn eigen land neemt om ontbossing tegen te gaan en de slinkende watervoorziening op peil te houden. Evenmin sprak hij over wat zijn regering doet om de rampzalige gevolgen van de droogte in Kenia te dempen. Zou het misschien komen omdat zijn regeringsploeg in het geheel niets onderneemt?
Vraag het Luc Gnacadja, de innemende secretaris van de VN-conventie tegen verwoestijning. De database van Gnacadja wijst uit dat tussen 1983 en 2003 maar liefst een kwart van het aardoppervlak er in kwaliteit op achteruit is gegaan. Het zal niet verbazen dat de levensomstandigheden in die gebieden eveneens verslechterden, met alle gevolgen van dien: honger, sterfte en migratie. In het ‘meest optimistische scenario’ verwacht de man uit Benin dat de komende jaren vijftig miljoen mensen op de vlucht zullen slaan voor de gevolgen van klimaatverandering.
De vruchtbaarheid van het land verbeteren is volgens hem de enige manier om de ‘hoogst alarmerende situatie’ te keren. Er is een niet-onbelangrijk neveneffect. ‘Vruchtbaar land kan meer CO2 opnemen dan bossen’, aldus de secretaris.
De uitstoot van CO2, daarover werd op het belangrijkste milieupolitieke forum ter wereld nauwelijks gepraat. Of toch wel? Op een bekende Keniaanse weblog werd schande gesproken van de voorliefde van UNEP-medewerkers voor grote benzineslurpende fourwheeldrives. Zouden juist zij niet een beter voorbeeld moeten geven? Achim Steiner, onder-secretaris-generaal van de VN en hoogste baas van de milieuorganisatie was eerlijk: ‘U hebt een uitstekend punt, maar mij mengen in privé-keuzes van mijn medewerkers is niet mijn verantwoordelijkheid.’
Op de valreep bereikte men overeenstemming over een verhoogde bijdrage aan UNEP, én over de uitbanning van kwik – blootstelling aan kwik kan de gezondheid ernstig schaden.
De Verenigde Staten wilden jarenlang niets weten van zo’n verdrag. Ineens was er de ommekeer. Minister Cramer sprak op haar blog van ‘een merkbaar Obama-effect’.
ROMAN BAATENBURG DE JONG

Vergeet de klimaatcrisis niet (2)
São Paulo – Bijna geen Braziliaan heeft ooit in de trein gezeten. Er rijden namelijk geen treinen, op een paar toeristische attracties en wat gammele bakkies binnen de stedelijke conglomeraties van Rio de Janeiro en São Paulo na. Maar nu lijkt er sprake te zijn van een omgekeerd evenredige remmende voorsprong – of een versnellende achterstand. Want tussen het binnenland van Minas Gerais (‘Algemene Mijnen’, een provincie vol ertsen en mineralen, ooit beroemd om zijn treinen) en de kust van Espirito Santo rijdt sinds kort een supersonische ‘biobrandstof’-trein, op vloeibaar gas. Volgens de Braziliaanse media is het een wereldwijd uniek experiment.
Multinational Vale, een gigantisch mijnbouwbedrijf, heeft in het project geïnvesteerd en de eerste locomotief op lpg in december op de rails gezet: 168 wagons met ijzererts. Het spoortraject tussen de bergen van Minas Gerais en de kust is eigendom van Vale, een van de weinige bedrijven die voor hun transport al gebruik maakten van dieseltreinen. Het experiment, dat afgelopen week naar buiten is gebracht, wordt bij blijvend succes uitgebreid naar alle locomotieven, die samen de helft van al het dieselgebruik van Vale opslurpen (544 miljoen liter). Zeventig procent kan worden vervangen door vloeibaar gas, waardoor volgens het persbericht 73.000 ton CO2 minder wordt uitgestoten, zoveel als een stadje van negenduizend mensen de lucht in jaagt.
Vale bespaart ook nog eens zeventien procent op de kosten, omdat gas goedkoper is. Daar zit ’m nog wel een knelpunt, want Brazilië is voorlopig afhankelijk van de gastoevoer vanuit Bolivia. De Boliviaanse president Evo Morales nationaliseerde de gasvoorraden in mei 2006, tot schrik van de Brazilianen, die het gas exploiteerden. Maar volgens Eduardo Bartholomeu, directeur logistiek van Vale, is dat probleem opgelost. Bovendien hoopt Vale binnenkort zelf gas te winnen voor de kust van Brazilië, én petroleum. Geweldig, Vale, een van de grootste vervuilers en ontbossers van Brazilië, draagt dus zijn steentje bij aan het milieu.
Maar wat misschien echt gaat helpen, en waar de gewone Braziliaan ook nog wat aan heeft, is de herinvoering van de treinverbinding Rio de Janeiro – São Paulo, de oude ‘Zilvertrein’, die in 1994 na jaren van stilstand werd geherintroduceerd, maar in 1998 alweer een stille dood stierf. Te duur, te langzaam. Dagelijks gaan er vele tientallen vliegtuigen heen en weer over een afstand korter dan Amsterdam – Parijs, een vlucht van veertig minuten. Maar een nieuwe hogesnelheidstrein, die 360 kilometer per uur zal halen, zal vanaf 2015 de concurrentie aangaan: binnen 85 minuten van hartje Rio (station Central do Brasil) naar Estação da Luz in São Paulo.
STIJNTJE BLANKENDAAL

East End Boys
(and West End Lords)
Londen – Het aloude vermoeden dat de Britse upper-class en lower-class dichter bij elkaar staan dan bij de tussenliggende middle-class is vorige week weer eens bewaarheid in de Channel 4-documentaire The Gangster and the Pervert Peer. Daarin werd de bijzondere relatie blootgelegd tussen Ronnie Kray, de Al Capone van Londen, en de Conservatieve politicus Bob Boothby tijdens de swinging sixties.
Boothby, later: Lord Boothby, was een charismatische politicus die een duurzame affaire had met Dorothy Macmillan, de eega van zijn politieke baas. Echter, hij koesterde ook een zwak voor East End Boys. Deze belangstelling bracht hem in contact met Ronnie Kray, één van de Kray-tweeling, die de onderwereld jarenlang zou beheersen, met speciale dank aan de versoepeling van de casinowetgeving in 1961.
De maffiabaas, al dan niet vergezeld door een schandknaap, kwam geregeld thuis bij Boothby op 1 Eaton Square, het elegante pleintje waar koningin Wilhelmina gedurende de Tweede Wereldoorlog met haar gezin verbleef. Boothby had een voorkeur voor kinky seks, waarbij een opmerkelijke rol was weggelegd voor uitwerpselen. Een jonge verslaggever van The Sunday Express kreeg lucht van de affaire en wilde het verhaal publiceren, maar werd tegenhouden door zijn hoofdredacteur. De krant onderhield immers warme contacten met de Conservatieve Partij, die na de Profumo-affaire geen behoefte had aan een nieuw seksschandaal. Korte tijd later publiceerde de linkse Sunday Mirror, getipt door de politie, het verhaal. Hoewel er geen namen werden genoemd, wisten ingewijden dat Boothby het hoofdpersonage was. De politicus stapte naar de rechter om smartengeld te eisen en, belangrijker, verdere onthullingen te voorkomen.
Deze bluftactiek werkte. De aan Labour verbonden advocaat Arthur Goodman, later: Lord Goodman, zou er vervolgens voor zorgen dat de zaak in de doofpot bleef, temeer daar er ook een prominente Labour-politicus bij het schandaal betrokken was. De dubbelspion, columnist en roomse communist Tom Driberg, gewaardeerd lid van de gevestigde orde (hij was een van de weinige progressieve vrienden van Evelyn Waugh), deelde Boothby’s voorkeuren, met dit verschil dat hij liften en openbare toiletten prefereerde als plaatsen van handeling.
Jarenlang bleef het stil en de Krays werden celebrities, beschermd door hun suikerooms, totdat ze in 1968 tot levenslang werden veroordeeld. Onderzoeksjournalist John Pearson kreeg inzage in fotoalbums van de Krays en trof daarin bewijzen aan voor de relatie tussen Boothby en Ronnie Kray. Hij schreef er begin jaren zeventig een boek over, maar uit angst voor Goodmans toorn dorstte niemand het te publiceren. Zijn bewijsmateriaal werd door inbrekers meegenomen. Pas na de dood van alle betrokkenen kwam de zaak helemaal naar buiten. Alhoewel, helemaal… Uit archiefmateriaal blijkt dat de Krays niet alleen door de drie genoemde heren werden beschermd, maar ook door andere politici, wier namen waren weggehaald, omdat ze nog in leven zouden zijn.
PATRICK VAN IJZENDOORN