In de wereld

In de wereld

Kritiek niet gewenst
Rabat – Drie jaar cel voor de dertigjarige Marokkaanse mensenrechtenactivist Chakib Khyari. De rechtbank van Casablanca legde de uit Nador afkomstige Riffijn bovendien een boete van ongeveer zeventigduizend euro op. Zware straffen voor een man die niets anders deed dan zich uitspreken tegen de drugshandel.
Of liever: tegen de manier waarop de staat daartegen optrad. Zo rolden de Marokkaanse autoriteiten in januari van dit jaar een crimineel netwerk in en om Nador op, waarbij ook enige tientallen marineofficieren, politiemensen en soldaten werden opgepakt. De operatie had er de schijn van dat het de staat nu werkelijk ernst was met de strijd tegen de hasjhandel, maar volgens Chakib Khyari had men alleen de ‘kleine vissen’ opgepakt en gingen de grote bazen vrijuit. Khyari noemde die bazen niet bij naam, maar had het over ‘mensen met invloedrijke posities in de maatschappij’ of ‘parlementariërs die iedereen kent’.
Nog geen maand later werd Khyari zelf opgepakt wegens het in diskrediet brengen van staatsinstellingen en -personen. De mensenrechtenactivist werd er meteen ook maar van beschuldigd te worden betaald door ‘buitenlandse entiteiten’ – lees: de Spaanse inlichtingendienst – om Marokko’s permanente strijd tegen de cannabishandel te bagatelliseren en meer in het algemeen het land een slechte naam te bezorgen.
Dat van die betalingen door een vreemde entiteit heeft de aanklager overigens niet kunnen bewijzen, maar wel is een rekening van Khyari gevonden bij een bank in de Spaanse enclave Melilla waarop 225 euro staat. Niets wijst erop dat dit steekpenningen zijn voor genoemde infame diensten, integendeel, volgens Khyari zelf is het het honorarium dat hij ontving voor een artikel dat hij publiceerde in de Spaanse krant El País. De rechtbank heeft de Riffijn er toen maar voor veroordeeld – op grond van een oude wet uit 1949, daterend van vóór de onafhankelijkheid van Marokko – deze deviezen niet te hebben opgegeven. Volgens de advocaten van Khyari een truc om de straf te kunnen verhogen. Overigens rept die oude wet van een bedrag van vijfentwintigduizend Franse franc. Minder hoefde men niet op te geven.
Bijna dagelijks vertrekken zwaar met hasj beladen Zodiaks van de Riffijnse kust naar Europa. Spanje vindt dat Marokko daar meer tegen moet doen, en op zijn beurt meent het Cherifijnse koninkrijk dat Europa, waar immers het leeuwendeel van de Marokkaanse hasj wordt geconsumeerd, al te gemakkelijk de beschuldigde vinger uitsteekt. Volgens El País heeft Marokko vorige week een voorpost van een Spaanse inlichtingendienst in de Rif gesloten, uit irritatie over deze affaire. Die dienst hield zich overigens vooral bezig met terrorismebestrijding.
KEES BEEKMANS

Jerome K. Jerome
Londen – De 150ste geboortedag van Jerome K. Jerome is in z’n vaderland vrijwel onopgemerkt voorbijgegaan. Terwijl de Jerome K. Jerome Society interviewaanvragen kreeg uit Rusland en Tsjechië bleef het in Engeland stil rondom de laatvictoriaanse schrijver. Alleen in zijn geboorteplaats Walsall, waar ook Boy George en de vader van John Major het levenslicht zagen, was in het stadsmuseum een tentoonstelling te zien. Dat is al heel wat, want het gemeentebestuur – presiderend over ‘Ceaucescu’s Roemenië met fastfoodzaken’, zoals Theodore Dalrymple de stad noemde – heeft twee jaar geleden het Jerome K. Jerome Museum, gevestigd in zijn geboortehuis, gesloten.
Waarschijnlijk hebben de bestuurders de boeken van deze pleitbezorger voor een senang bestaan nog nooit gelezen. Terwijl Three Men in a Boat (To Say othing of the Dog) Jerome’s bekendste boek is, staan in het vervolg daarop, Three Men on the Bummel, enkele passages die behalve droogkomisch ook verrassend actueel zijn. Dat begint al met de openingszin: ‘“What we want”, said Harris, “is a change.”’ Deze verandering zou bestaan uit een ‘bummel’ in Duitsland, een onthaastende rondreis, met als hoogtepunt een fietstocht in het Zwarte Woud. Het reisverhaal is een aaneenschakeling van observaties, filosofische overpeinzingen alsmede discussies tussen Harris en zijn medereizigers: George en de schrijver zelf.
De meeste anekdotes gaan uiteraard over Duitsland, dat wordt geportretteerd als een autoritair land waar de staat de burgers vanaf hun geboorte aan het handje houdt. Humorloze politieagenten, die welhaast worden vereerd als dominees, spelen een belangrijke rol. Als gevolg van enkele botsingen met het plaatselijke gezag mijmeren de drie over de goede oude bobby, die een soort onschadelijke noodzaak in het Engelse straatbeeld is en met een stijve bovenlip pleegt te reageren op plagerijen. Het interessante is dat de hedendaagse bobby net zo autoritair en onbuigzaam is als de Teutoonse gendarme van weleer. Zo arresteerde de politie in Oxford een student die een politiepaard had uitgemaakt voor homo, terwijl een automobilist werd ondervraagd omdat hij zat te lachen achter het stuur.
Met verbazing aanschouwen Jerome en de zijnen, typische ‘Freeborn Englishmen’, de betuttelende regels, met bijbehorende waarschuwingsborden, in Wilhelms Duitsland. Ook deze doen denken aan de huidige regelzucht op het eiland, zoals het verbod om je eigen koters op je schouders te dragen in Londense parken of te snel te fietsen op de boulevard van Eastbourne, of aan de gemeente Wiltshire, die een gepensioneerde hovenier dreigde te vervolgen omdat hij het parkje voor zijn huis onderhield. Jerome merkt op dat de Duitsers zich op schaapachtige wijze laten beroven van hun vrijheden. Dat is precies wat conservatieve en liberale opinieleiders, kunstenaars en juristen roepen in Brown’s Britain. Misschien is het daarom passend dat er in het geboortehuis van Jerome nu een advocatenkantoor zit, waarvan de partners de nagedachtenis van de schrijver levend trachten te houden.
PATRICK VAN IJZENDOORN

Geen oude banden meer
São Paulo – Na jarenlang ruziën binnen de Wereld Handels Organisatie (who) heeft de Hoge Raad van Brazilië besloten een einde te maken aan de import van oude autobanden uit Europa. Het mag gewoon niet meer. Punt uit.
Daarmee zal Europa, waar het dumpen van banden op vuilnisbelten sinds 2006 is verboden, een andere oplossing voor zijn bandenafvalprobleem moeten vinden. De oude banden kunnen natuurlijk altijd nog per schip naar Afrika of naar Oost-Europa, maar niet meer naar Brazilië.
Tussen 2002 en 2007 importeerde Brazilië, dat een flinke eigen auto- en bandenindustrie heeft, zo’n zestig miljoen oude banden. Eenderde daarvan moest meteen naar de schroothoop, de rest werd opgelapt en nog een paar jaar gebruikt. Dertig procent van alle oude banden wereldwijd kwam zo terecht in Brazilië, 95 procent daarvan kwam uit Europa. Ze zijn dramatisch voor het milieu (door het vrijkomen van zware metalen) en een bron van insectenplagen, omdat de mug die knokkelkoorts verspreidt zich graag nestelt in stilstaand water in de banden.
Brazilië had de import al eerder verboden, maar Europa en de importeurs wisten dat verbod via de who steeds ongedaan te maken. Brazilië accepteerde namelijk wél de banden van Mercosul-landen, wat ongelijke concurrentie betekende. Europa eiste dan ook volledige toegang tot de Braziliaanse markt, wat de komst van drie miljard banden had kunnen betekenen. De zaak werd tot aan de Hoge Raad gevoerd.
Rapporteur van de zaak, rechter Cármen Lúcia, zei eerder tijdens het proces, dat vorige week na maanden oponthoud met acht stemmen tegen één werd afgerond: ‘De argumenten vóór de import zijn buitengewoon interessant. Ik leer iedere dag weer meer. Nu over de generositeit waarmee landen die zelf te kampen hebben met milieuproblemen vanwege drie miljard banden besluiten om die voor een habbekrats aan onze trieste tropen te verkopen. Iets wat wel zó goed is, zóveel banen genereert en zó het milieu verbetert.’
Het milieuargument dat Europa vuilnis zou exporteren, werd door Brussel namelijk als onzin afgedaan. De EU zou zelf óók autobanden importeren, onder andere uit Brazilië. Binnen Brazilië klagen de importeurs dat er veertigduizend banen verloren zullen gaan. ‘Dit is een economische discussie, gemaskeerd door milieuargumenten’, zei de voorzitter van de associatie van opgelapte banden (Abip), Francisco Simeão.
Hoe het ook zij, duidelijk is dat Europa met twee maten meet. Het gispt Brazilië, dat zijn bossen niet beschermt en de wereld wil voorzien van biobrandstoffen die de voedselproductie in de weg zouden zitten. Op basis van dergelijke argumenten (op zichzelf begrijpelijk) is de Europese markt nog altijd goeddeels gesloten voor de biobrandstof suikerrietethanol. Maar toegang eisen voor de eigen vieze banden is kennelijk een ander verhaal.
STIJNTJE BLANKENDAAL

Een ‘fout’ monument
Tallinn – Soms wordt het een postmoderne Nederlander in premodern Estland allemaal iets te veel: de ene herdenking na de andere, militaire parades, veel vlagvertoon, de onthulling van nieuwe en de verplaatsing van oude, ongewenste (sovjet)monumenten.
Al deze zaken lijken nu te zijn samengekomen in de Vabadussõja võidusamba in Tallinn, een bijna dertig meter hoog monument ter nagedachtenis aan hen die vielen tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog tegen Lenins bolsjewistische staat (1918-1920). De recente inwijding daarvan ging gepaard met veel bombastisch ceremonieel. Soldaten stonden strak in het gelid, fakkels werden ontstoken, president Ilves benadrukte het lijden van het Estse volk door de eeuwen heen, een groot koor kweet zich kundig van zijn taak en kerkelijke prelaten spraken gezamenlijk de zege uit – een voorlopig hoogtepunt van het voortschrijdende proces van Estlands nation building.
Eén religieuze leider bleef echter op zijn stoel zitten: rabbijn Shmuel Kot. Was dat toeval? De officiële reden was dat de voorman van de kleine joodse gemeenschap het Ests niet machtig is. Maar wie een nauwkeurige blik werpt op het monument, zou kunnen vermoeden dat er nog iets anders speelt. Boven op de zuil van beton en kunstglas prijkt een ‘Duits’ kruis en midden in dat kruis vallen een hand die een zwaard vasthoudt en de letter ‘E’ te ontwaren. Het betreft een symbool dat niet alleen tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog werd gebruikt, maar dat, vanaf 1943, tevens werd aangebracht op de uniformen van de leden van het Eesti Leegion, de Estse Waffen-SS-eenheid.
Veel Esten beschouwen de Waffen-SS-dienders als dappere strijders tegen Stalins Sovjet-Unie, dat hun land voor de komst van de nazi’s in 1941 al een jaar had bezet en geterroriseerd. Rusland en de Russische minderheid in Estland daarentegen verafschuwen die zienswijze: de nazi’s en hun lokale knechten hebben miljoenen Russische burgers de dood ingejaagd en het Rode Leger heeft Estland toch van het Hitlerjuk bevrijd? Zij worden bijgevallen door onderzoeker Efraim Zuroff van het Simon Wiesenthal Center in Jeruzalem, die de Estse (en Letse) legioenen en politiebataljons al jaren beticht van betrokkenheid bij anti-joodse excessen, bijvoorbeeld in het Wit-Russische Novogroedok, waar in augustus 1942 2500 joden werden vermoord.
De reacties in de Russische pers logen er ook ditmaal niet om. Het kersverse monument op de Harjuheuvel in Tallinn is het zoveelste bewijs van ‘de herleving van het nazisme’ in het ondankbare Estland. En moest dat monument nu uitgerekend worden neergezet op een steenworp afstand van de plaats waar tot april 2007 ‘Aljosja’, het standbeeld van de Bronzen Soldaat, stond? Moskou heeft het de centrum-rechtse regering-Ansip nimmer vergeven dat zij overging tot het verwijderen van het beeld van de ‘antifascistische’ soldaat, dat moest herinneren aan de ‘bevrijding’ van Tallinn in september 1944, en het opgraven van de dertien ‘helden’ die onder diens voeten rustten (het beeld staat nu op een militaire begraafplaats in een uithoek van de hoofdstad). De rellen die vervolgens uitbraken, maakten van het nietige Estland wereldnieuws. Zo’n vaart zal het nu niet lopen, maar het wachten is op de eerste bekladding en andere incidenten.
Voor wie al dat dwepen met Waffen-SS’ers te ver vindt gaan: eerder dit jaar lag er een fraaie Eesti Leegion-kalender, met twaalf herdrukken van kleurrijke werving- en nazipropagandaposters, in de winkels. En men kan nog steeds de cd Eesti Leegioni Laulud, met 24 stoere en romantische soldatenliederen aanschaffen. Ook ‘Lili Marleen’ ontbreekt niet. De Duitse douane nam in juli 2007 een aantal exemplaren van een lijvig en fotorijk boekwerk – coauteur: oud-premier Mart Laar – over het legioen in beslag. Nee, men doet niet aan politieke correctheid in Estland.
JEROEN BULT

Boekenarmoede
Johannesburg – Ooit, niet zo heel lang geleden, was zuidelijk Afrika een draaikolk van literaire activiteit. In Zimbabwe werd jaarlijks de belangrijkste boekenbeurs van het continent gehouden en met Dambudzo Marechera bracht het land een van de origineelste schrijvers van het continent voort. Zuid-Afrika had op zijn beurt een groot lezerspubliek en zelfs diverse winnaars van de Nobelprijs voor de literatuur.
Maar de tijden zijn veranderd. Marechera stierf op jonge leeftijd, de boekenbeurs in Harare stelt niets meer voor en de verwachte stroom belangrijke zwarte postapartheidschrijvers is uitgebleven. Wel organiseert Kaapstad sinds drie jaar in juni een internationale boekenbeurs. Dit jaar trok die gedurende vier dagen ruim 55 duizend bezoekers, die braaf kochten en luisterden naar wat diverse auteurs en critici te zeggen hadden over zaken als literaire prijzen en chicklit.
Maar dat wil niet zeggen dat de literatuur in Zuid-Afrika floreert. Het aantal onafhankelijke boekenzaken is de laatste jaren drastisch afgenomen, evenals de boekenverkoop, vooral die van literatuur. Dat heeft onder meer te maken met de emigratie van welgestelde blanken, een nieuwe zwarte middenklasse die vooral geïnteresseerd is in business en self-help, en bibliotheken die een kwijnend bestaan leiden. Bovendien liggen boekenprijzen relatief hoog; zo’n zeventien euro (tweemaal het dagloon van een arbeider) voor een lokaal werk is heel gewoon. Literaire activisten drongen er tijdens de recente Kaapse boekenbeurs daarom maar weer eens bij de minister van Financiën op aan om de veertien procent btw op boeken te schrappen.
Minder draagkrachtige boekenfanaten zochten hun heil bij de talrijke tweedehands winkels, die over toevoer niet te klagen hadden dankzij de emigratie van mensen die geen zin hadden om hun hele bibliotheek naar Perth te verschepen. Voor een habbekrats vind je daarom tussen de Ludlums en Grishams soms de mooiste en zeldzaamste boeken in de smoezelige winkeltjes van Johannesburg, Pretoria en Kaapstad.
Maar ook daar dreigt de klad in te komen. Recessie, hoge huren, emigratie, gevaarlijke locaties, er zijn ontelbare redenen aan te voeren waarom de afgelopen paar jaar veel tweedehands-boekenzaken over de kop zijn gegaan. Daar is onlangs een reden bij gekomen: de Second Hand Goods Act, die boekhandelaar en klant verplicht tot een eindeloze, heilloze serie bureaucratische handelingen als zij een boek willen aan- of verkopen. Zo moet de boekhandelaar de volledige naam van de koper noteren, evenals zijn contactadres, telefoonnummer en het nummer van het identiteitsbewijs. Bovendien moet hij aangeven hoe de identiteit is geverifieerd. Voorts moet ieder boek worden beschreven, inclusief opvallende kenmerken. Ook moet degene die de transactie voor de boekhandelaar uitvoert, tekenen, met vermelding van datum en tijd van de transactie. Een oude Kerouac kopen wordt nu dus een ware beproeving.
Amazon.com lijkt het antwoord. Maar de Amerikaanse tak van Amazon verscheept niet meer naar Zuid-Afrika. Het aantal postdiefstallen is te groot.
FRED DE VRIES

Hitler als fetisj
München – Beieren geldt als de bakermat van de rechts-conservatieve csu. De partij van de legendarische patriarch Franz-Josef Strauss heeft het echter moeilijker dan ooit. De absolute meerderheid die onder de stugge Landesvater Edmund Stoiber werd behaald, behoort tot het verleden. Inmiddels moet de csu, na vijftig jaar alleenheerschappij, de macht delen met de liberale fdp.
Het credo van de csu was altijd dat er rechts van haar geen andere partij mocht bestaan, vooral om neonazi’s de wind uit de zeilen te nemen. Nu de liberalen in München meeregeren, gebeuren er echter dingen die in het land van laptop en Lederhose voorheen onmogelijk leken. Dezer dagen stelde de fdp-minister voor wetenschap, Wolfgang Heubisch, dat ’s werelds meest omstreden boek, Mein Kampf, opnieuw in de boekhandel moet komen. Het dient wel te worden voorzien van kritisch commentaar van historici, aldus de bewindsman.
Dit voorstel komt uitgerekend uit Beieren, in de jaren twintig van de vorige eeuw de geboortegrond van het nationaal-socialisme. München werd de ‘hoofdstad van de beweging’, waar Hitlers partijbasis in de bruine kroegen ontstond. De latere Führer werd net over de Beierse grens in Oostenrijk geboren. In 1924 schreef hij Mein Kampf – vanwege een mislukte poging tot een putsch vanuit een cel in het Oberbayerische Landsberg.
Na de Tweede Wereldoorlog confisqueerden de geallieerden Hitlers vermogen. Later werd de Vrijstaat Beieren eigenaar van de auteursrechten van Mein Kampf. De Zuid-Duitse deelstaat bezit die rechten tot 2015, zeventig jaar na de zelfmoord van Hitler in april 1945. De Beierse overheid geeft het boek tot die tijd niet uit en vervolgt andere uitgevers als die pochen op de vrijheid van meningsuiting.
Minister Heubisch maakt zich zorgen over de situatie na 2015, als het boek vrij kan worden uitgegeven: ‘Er is een gevaar dat charlatans en neonazi’s zich dit schandelijke werk toe-eigenen. Daarom ben ik van mening dat er een goed voorbereide en goed gefundeerde kritische editie zou moeten zijn.’
Daarentegen zegt de Duitse publicist Henryk M. Broder, een joodse bestsellerauteur van Poolse afkomst: ‘De Duitsers komen nooit meer los van hun Hitlerfetisj. Dit is een schijndebat. Bezigheidstherapie. Ze kunnen zich beter zorgen maken over Iran, maar de Duitse politici hoor je niet over president Ahmadinejad. Ze hebben namelijk enorme handelsbetrekkingen met zijn land, terwijl hij de Holocaust ontkent en Israël van de kaart wil vegen.’
Overigens mag Mein Kampf in Israël, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten gewoon gedrukt worden. En in Duitsland is het bezit van het boek niet strafbaar. Je kunt het gewoon in de tweedehands boekwinkel krijgen.
ROB SAVELBERG