In de wereld

In de wereld

Het volk snapt er niks van
Peking – ‘De mensheid begrijpt me niet’ is een smoes voor pedofielen en andere sociaal gehandicapten. Peking ziet dat echter als een prima dooddoener voor alle ongewenst gedrag onder het volk. Ieder binnenlands protest, iedere opstand of rel wordt al tientallen jaren afgedaan als geïnstigeerd door ‘enkele slechte individuen die de goedige maar niet begrijpende massa’s misleiden en misbruiken’. Met als impliciete boodschap dat gewone mensen de hoge kunst van bestuurskunde onmogelijk zouden kunnen bevatten en daarom simpelweg de wijze overheid die demi-goddelijk boven hen is gesteld moet gehoorzamen. ‘Het onbegrijpende volk dat de waarheid niet kent’ is de vermoeide term.
Het is een van die clichés die in China als ultieme waarheid gelden en zelden tegen het licht worden gehouden. Kranten, televisie, radio: zodra het woord wordt uitgevaardigd is elke dialoog afgelopen. Het volk is dom, ambtenaren hebben doorgeleerd en weten waarover ze het hebben. Alleen op het internet ligt het cliché de laatste jaren onder vuur. Pesterige bloggers noemen zichzelf ‘diegenen die de waarheid niet kennen’.
Leuk daarom dat uitgerekend het staatspersbureau Xinhua daar vorige week wat vraagtekens bij zette. In de eerste plaats stelt columnist Huang Guan dat het wel degelijk de overheid is die faalt als de ‘waarheid’ blijkbaar niet doordringt tot het gewone volk. ‘Kan men geweld niet in de kiem smoren door op tijd te informeren in plaats van met beschuldigingen te komen naderhand?’ schrijft hij. Vervolgens neemt hij er ook geen genoegen mee dat het gewone volk wordt afgeschilderd als onmondige kleuters. ‘Participanten aan massa-incidenten bekritiseren als onwetend is niet anders dan stellen dat ze geen verschil kennen tussen recht en krom, wat duidelijk onjuist is. Meestal is er wel degelijk een meer gegronde reden voor onrust.’ De onverschrokken commentator waagt het zelfs de goede trouw van overheidsdienaren in twijfel te trekken: ‘In de laatste jaren houdt het uitbreken van onrust meestal verband met incompetentie van lokale regeringen en verkeerde inschattingen.’ Ambtenaren schuiven hun verantwoordelijkheid af als ze de schuld leggen bij vage boeven die de massa’s zouden misleiden, aldus Huang.
Dat klinkt allemaal misschien niet wereldschokkend in het land van Pim Fortuyn, maar in China is het heel wat. Dit is tenslotte een cultuur waarin degene zonder opleiding ongecultiveerd wordt genoemd en wordt aangeraden zich niet te bemoeien met ‘zaken waar je geen verstand van hebt’. Maar dat advies wordt intussen massaal in de wind geslagen. In 2007 werd het land geteisterd door meer dan tachtigduizend massa-incidenten, meestal veroorzaakt door duistere beslaglegging op land, milieuvervuiling en juridische fouten. Protesten tegen de behandeling van Oeigoeren in Zuid-China explodeerden vorige maand in anti-Chinese rellen in Urumqi, hoofdstad van de woestijnprovincie Xinjiang. Daarbij vielen 184 doden waaronder 137 Han-Chinezen en 46 Oeigoeren.
De partijleider van de provincie Guizhou stelde onlang dat de oude gemakkelijke formule definitief dient te worden begraven. Xinhua- commentator Huang Guan noemt dat wijze woorden.
ANNE MEIJDAM

Zuma rijdt een speelgoedauto
Johannesburg – Overbekende beelden: zwarte Zuid-Afrikanen die dans-stampend door de straten van Johannesburg marcheren, oproerpolitie die rubberkogels op demonstranten afvuurt, woedende townshipbewoners die overheidsgebouwen platbranden. Alleen scanderen de demonstranten nu geen ‘Viva ANC Viva!’ zoals twintig jaar geleden, maar ‘Sorry Zuma Sorry’. Want de druiven zijn zuur voor de nieuwe Zuid-Afrikaanse president Jacob Zuma.
Zuma kwam aan de macht dankzij steun van de Communistische Partij, de vakbonden en de radicale ANC Jeugdliga. Hij was de ‘man van het volk’, de ‘verlosser’, die een einde zou maken aan de schrijnende armoede en de immer groeiende kloof tussen arm en rijk. En zie nu, de onderklasse en de ambtenaren zijn massaal de straat op gegaan om hun diepe ongenoegen te uiten over de omstandigheden waarin zij vijftien jaar na het einde van de apartheid nog steeds verkeren. Ze verwachtten veel van Zuma. Die had een half miljoen banen dit jaar beloofd, en een harde aanpak van de corruptie. Maar ook Zuid-Afrika zucht onder een recessie en de beloftes verdwenen in de ijskast. Buitenlandse kranten koppen nu met ‘een sociale tijdbom’, en dat is een weinig aanlokkelijk vooruitzicht met het WK voetbal dat hier volgend jaar plaatsvindt.
Maar voor paniek is het te vroeg. Die tijdbom tikt immers al heel lang, al sinds de jaren tachtig, of zeventig, of zestig, of vijftig, eigenlijk al sinds de uitbuiting van het onuitputtelijke zwarte arbeidsreservoir en de vondst van goud en diamanten eind negentiende eeuw. En ieder jaar in de Zuid-Afrikaanse winter komt het tot kleine explosies. Want dan vinden traditioneel de loononderhandelingen plaats en zetten de bonden de hakken in het zand en laten de communisten zien dat zij nog steeds een belangrijke factor zijn in de Zuid-Afrikaanse politiek.
Onveranderd is er dan sprake van geweld. In 2006 vielen er tientallen doden toen werknemers van beveiligingsbedrijven het werk neerlegden en op brute wijze afrekenden met stakingsbrekers. Vorig jaar moesten de buitenlanders het ontgelden. Dit jaar richt de woede zich op corrupte ambtenaren die de schuld krijgen van het uitblijven van basisvoorzieningen in de townships en krottenwijken. De regering had gehoopt de woede te kunnen beteugelen tot na het WK 2010. Dat is mislukt. Het protest is heviger, wanhopiger dan voorgaande jaren. Van Zuma’s voorganger, Thabo Mbeki, verwachtten de mensen weinig, maar Zuma moet zijn beloften waarmaken. Dus staken artsen, mijnwerkers, treinmachinisten, ambtenaren en werknemers in ontelbare industrieën. Ruim een half miljoen arbeidsdagen zijn dit jaar al verloren gegaan, een verdubbeling in vergelijking met dezelfde periode in 2008.
En waar was Zuma? Die maande het volk tot kalmte, maar liet verder niet van zich horen en voedde daarmee de perceptie dat hij, vrrroooem vrrroooem, in een speelgoedautootje rondrijdt, terwijl de alliantie van communisten, jeugdleiders en vakbonden, geleid door de marxistische ANC-secretaris-generaal Gwede Mantashe, het echte stuur stevig vasthoudt.
FRED DE VRIES

Browns Balls
Londen – Ed Balls is de hooligan van de regering-Brown. Binnen de stammenoorlog tussen de blairites en brownites fungeert de minister van Kinderen, Scholen en Families als een lijfwacht van Gordon Brown. De ex-journalist van de Financial Times mag dan onbegrijpelijke taal uitslaan wanneer het gaat om de ‘post neoclassical endogenous growth theory’, zodra het aankomt op het aanvallen van Browns tegenstanders is hij duidelijk. Het jongste slachtoffer van Balls’ aanvalsdrift is James Purnell, de 39-jarige minister van Werkgelegenheid die in juni aftrad en Brown in een open brief voorstelde hetzelfde te doen.
In The Daily Telegraph diagnosticeerde Balls een midlifecrisis bij zijn partijgenoot. ‘Er zijn momenten waarop mensen van begin veertig een crisis beleven. Ze kopen motorfietsen, maken een wereldreis of nemen onbetaald verlof om een jaar niets te doen.’ De 42-jarige Balls vervolgde door te zeggen dat zulks niet zo handig is voor politici omdat dit juist de leeftijd is om gebruik te maken van ‘your moment of greatest clarity and vision’. Ook Hazel Blears, die een week voor Purnell aftrad, kreeg te maken met zulke opmerkingen, ditmaal van Lord Mandelson. Volgens de officieuze vice-premier kampte de minister voor Gemeenschappen met een burn-out na alle onthullingen over haar onkosten. Kamperende journalisten op haar stoep zou teveel zijn geweest.
Deze staaltjes psychoanalyse staan niet op zichzelf. Al jaren maakt de leiding van New Labour tegenstanders uit voor gestoord tot krankzinnig. Het idee dat andersdenkenden op een rationele wijze hun afwegingen hebben gemaakt of gewoon instinctief een andere visie zijn toegedaan, is er onbekend. Andrew Gilligan weet er alles van. De BBC-verslaggever kwam in de zomer van 2003 in aanvaring met de regering toen hij op de radio zei dat het Irak-dossier was ‘opgesekst’. Het loyale Labour-Kamerlid Eric Illsley, die later in opspraak zou komen wegens belastingfraude, zei dat Gilligan ‘close to the edge’ was. Boris Johnson wordt al jaren neergezet als een mafjoekel, terwijl Balls’ vriend Damian McBride suggereerde dat de vrouw van de schaduwminister van Financiën gek is.
Het interessante is dat diverse prominenten binnen de Labour Partij kampen met een labiel geestesleven. David Blunkett schreef over zijn depressie nadat hij voor de tweede keer was ontslagen, John Prescott was openhartig over zijn eetstoornis en spindoctor Alistair Campbell vertelde over zijn depressies. Uitgerekend Campbell – auteur van de roman All in the Mind – noemde Brown ooit ‘psychologically flawed’, een opmerking die de latere premier jaren zou achtervolgen. In The Spectator schreef Martin Bright daarom dat het hier niet simpelweg gaat om zwartmakerij. Refererend aan Sigmund Freud merkte hij op dat er sprake is van het projecteren van de eigen gebreken op een ander. Dat zal slechts toenemen, daar de regeringspartij, na weer een afgang in een tussentijdse verkiezing, lijdt aan een collectieve zenuwinzinking.
PATRICK VAN IJZENDOORN

Een kwestie van principe
Rabat – Het onafhankelijke weekblad TelQuel besteedde de afgelopen weken uitgebreid aandacht aan het jubileum van Mohammed VI, de man die nu tien jaar koning van Marokko is. Ik schreef daar vorige week al over. Het vijfde en laatste deel van het TelQuel-feuilleton moest toen nog verschijnen, en wel afgelopen weekend. Daar heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken echter een stokje voor gestoken. Men heeft de hele oplage nog in de drukkerij laten vernietigen. Niet alleen die van TelQuel, maar ook die van het Arabischtalige zusterblad Nichane, uitgegeven door dezelfde uitgever. We hebben het hier over honderdduizend exemplaren, die op het moment van het schrijven van deze rubriek opnieuw worden gedrukt maar dan ongetwijfeld met weglating van de gewraakte opiniepeiling over ‘M6’, op de oude cover aangekondigd als ‘Het volk beoordeelt zijn koning’.
De minister van Communicatie, tevens woordvoerder van de regering, gaf als verklaring dat ‘de monarchie of de persoon van de koning geen object kan zijn van opiniepeilingen’. Hij voegde eraan toe dat dit ‘een kwestie van principe’ was en vervolgde, zelfs laconiek, dat ‘de resultaten voorspelbaar zijn voor degenen die deze tak van sport willen beoefenen’.
Het is inderdaad een kwestie van principe. Want de uitkomst van de peiling was niet onvoordelig voor de koning. Negentig procent van de ondervraagden toonde zich ‘tevreden’ tot ‘zeer tevreden’ met M6.
En met die voorspelbaarheid lijkt de minister ook gelijk te hebben. In 2006 publiceerde het weekblad al Jarida al Oukhra de resultaten van een zelfgeorganiseerd soort ‘man van het jaar 2005-verkiezing’, waarbij M6 op de tweede plaats eindigde. Als nummer 1 werd toen wijlen Driss Benzekri gekozen, die als voorzitter van de Marokkaanse ‘waarheidscommissie’ onderzoek had gedaan naar de mensenrechtenschendingen onder Hassan II, de vader van M6.
Dat lokte toen scherpe commentaren uit. ‘De koning van Marokko kan als waarborg van de staat en de vrijheid van de burgers niet in competitie zijn met wie dan ook’, verklaarde des konings raadgever André Azoulay. En een minister zei: ‘De koning kan eenvoudig niet in de race zijn voor de titel man van het jaar.’ De toenmalige regeringswoordvoerder: ‘Die zogenaamde opiniepeiling getuigt van minachting en heeft duidelijk de bedoeling te schaden.’ Een en ander valt na te lezen in het boek van journalist Ali Amar, Mohammed VI: Het grote misverstand.
Laten we wel wezen, TelQuel kent dit mijnenveld beter dan wie dan ook. Dus waarom dan toch die peiling? Omdat – zoals men in een persbericht heeft laten weten – opiniepeilingen in een democratie niet alleen moeten kunnen maar zelfs nodig zijn? Maar het blad weet ook dat Marokko helemaal geen democratie is. Men kijkt dus, zoals men bijna wekelijks doet, hoe ver men kan gaan. Ondertussen blijft de koning zijn terrein verdedigen.
KEES BEEKMANS

De scalp van de Noren
Bakoe – De grootste verrassing van de tweede kwalificatieronde in de Europa League komt dit jaar uit Azerbeidzjan. Qarabagh Agdam FK versloeg donderdag het Noorse Rosenborg BK met 1-0. Verdediger Rashad Sadigov scoorde uit een indirecte vrije trap.
De uitschakeling van Rosenborg BK, van 1993 tot 2007 vrijwel een constante in de Champions League, is de grootste scalp uit de geschiedenis van het Azerbeidzjaanse voetbal. De historische zege komt bovendien op een historische dag. Op 23 juli 1993, exact zestien jaar geleden, werd de stad Agdam ingenomen door Karabach-Armeense separatisten. De lokale voetbalclub Qarabagh Agdam, destijds koploper in de Azerbeidzjaanse profcompetitie, sloeg met de inwoners op de vlucht en begon aan een odyssee in eigen land die zou eindigen in een tijdelijk onderkomen in de hoofdstad Bakoe.
Agdam kwam ondertussen te liggen in de bufferzone tussen Azerbeidzjan en de door Armeniërs bezette regio Nagorno-Karabach. Het werd een spookstad waar alleen de muren van de huizen nog overeind staan, overwoekerd door struiken. Uitzicht op een vredesverdrag is er niet. De inwoners van Agdam kunnen op maximaal zes kilometer van de stad komen. Genoeg om met een verrekijker de ruïnes van hun stad te zien.
In mei van dit jaar nam aanvoerder Aslan Karimov (37), de enige speler uit het huidige team die ook in 1993 deel uitmaakte van de selectie, een paar van zijn teamgenoten mee naar de loopgraven. ‘We hebben veel jonge spelers in het team. Ik wilde ze vertellen over de geschiedenis van de club. Hoe we doorspeelden terwijl de mortieren insloegen in het stadion. Ik vind het belangrijk dat ze weten voor wie ze spelen.’
De meeste spelers uit het elftal van 1993 zijn nog altijd achter de schermen verbonden aan de club. Thuiswedstrijden spelen ze in het kleine, van concurrent Neftchi Bakoe gehuurde Surakhani-stadion. Iedere week rijdt een bus met jonge fans naar Bakoe om de wedstrijd bij te wonen. Vorig jaar speelde de club drie competitiewedstrijden te midden van de vluchtelingenkampen, voor meer dan vijfduizend uitzinnige fans.
Het inspireerde de club tot winst in de nationale beker en een ticket voor de Europa League, waarin ze gekoppeld werden aan de Noorse reus Rosenborg BK. In Trondheim waren 23 Azerbeidzjaanse fans getuige van een zwaarbevochten 0-0. Bij de terugwedstrijd in het nationale stadion in Bakoe, het enige stadion in Azerbeidzjan dat aan de Uefa-eisen voldoet, zaten bijna twintigduizend fans.
Aslan Karimov liep na de 0-0 in Trondheim al op de zaken vooruit: ‘Wij zijn eigenlijk een vluchtelingenclub, onze supporters wonen verspreid over het land. Maar als we Europees spelen, staat het hele land achter ons. Iedereen is trots als de naam Qarabagh klinkt in Europa. Moet je je voorstellen wat er gebeurt als we winnen.’
ARTHUR HUIZINGA
Homo Africanus
Dakar – ‘Zedenloosheid in de religieuze stad’. De kop staat op de voorpagina van de krant Le Populaire boven een schimmige foto waarop twee mannensilhouetten op het punt staan elkaar te kussen. Net als in 38 andere Afrikaanse landen is homoseksualiteit in Senegal strafbaar en dankzij een oplettende inwoner van de heilige stad Darou Mouhty – een religieus centrum van de islamitische Mouridische broederschap – lopen er weer vijf ‘geperverteerden’ minder op straat. Volgens de krant zijn de inwoners van Darou Mouhty geschokt ‘dat zich onder hen mensen bevinden die zich overgeven aan hun perfide afwijking’. De journalist zelf spreekt over ‘actes contre nature’.
Het is niet de eerste keer dat de pers in Senegal zich over homoseksuelen van zijn minst objectieve kant laat zien. In december 2008 werden negen mannen opgepakt op verdenking van ‘onfatsoenlijk en onnatuurlijk gedrag’ en ‘lidmaatschap van een criminele organisatie’. Voor deze twee overtredingen kregen zij in eerste instantie de maximumstraf van acht jaar cel. Gebrek aan bewijs leidde in april tot vrijlating. Sommige media waren hier niet over te spreken, de negen mannen werden ‘aidsverspreiders’ genoemd en op de radio werd opgeroepen hen ‘en iedere andere mogelijke homoseksueel’ aan te vallen en met stenen te bekogelen.
Homoseksualiteit wordt in Senegal door een meerderheid beschouwd als een westerse afwijking, een uitvloeisel van de decadente levensstijl en goddeloze moraal van de voormalige kolonisten. Deze ‘on-Afrikaansheid’ van homoseksualiteit wordt ‘bewezen’ in historische studies, waarin wordt getoond hoe de kolonisatie de Afrikaanse bevolking heeft geperverteerd. De kolonisten waren het die homoseksualiteit tot iets verfoeilijks maakten. Vóór de kolonisatie speelden de zogenaamde góor-jiggéen (letterlijk: man-vrouwen) in Senegal ongehinderd een belangrijke rol bij ceremonies. Inmiddels zijn ze ‘homoseksuelen’ geworden, en dus vijanden van de islamitische en Afrikaanse moraal.
Van een relatief veilig land met een gedoogbeleid voor homoseksuelen dreigt Senegal nu te veranderen in een land met een actief repressiebeleid. Misschien komt dat ook doordat Senegalese homoseksuelen niet langer onzichtbaar willen zijn. Dat bleek vorig jaar al toen sensatieblad Icone foto’s publiceerde van een geënsceneerd homohuwelijk in Dakar. Ophef alom. Ook schieten specifieke homo-organisaties als paddenstoelen uit de grond. Hiermee snijden de organisaties zichzelf soms in de vingers. Zo werd een organisatie die aandacht vroeg voor het aidsprobleem onder homoseksuelen onbedoeld de aanstichter van het idee dat het homo’s zijn die de ziekte hebben verspreid. Het is een delicate vraag wat nu de beste tactiek is voor deze homo-organisaties: shock and awe, of afwachten tot de storm is geluwd?
TOM DE BOER