In de wereld

In de wereld

Barbaarse omgeving
Canberra – Een vier dagen oude baby die bij de moeder is weggehaald, rijt oude wonden open in Australië. Anderhalf jaar na de officiële excuses van premier Kevin Rudd over een van de grootste schandvlekken uit de Australische geschiedenis laait het debat over de ‘Gestolen Generaties’ opnieuw hoog op.
In mei vertelt een leerling aan de dorpsschool van Lightning Ridge aan haar leraar dat ze door haar vader is geslagen. Ze woont in een kleine, buiten Lightning Ridge gelegen Aboriginal-gemeenschap, in een van de meest verarmde streken van de Australische deelstaat New South Wales. Als de leraar het voorval meldt aan de kinderbescherming stuurt die een medewerker naar het gezin, waarna het meisje en haar vier broertjes en zusjes uit huis worden geplaatst. Toen de moeder onlangs beviel van een zesde kind werd ook dat, vier dagen na de geboorte, bij een pleeggezin ondergebracht.
Het geval staat niet op zichzelf: in augustus werd bekend dat er maar liefst veertig soortgelijke zaken in en rond Lightning Ridge zijn aangemeld bij de Nationale Ombudsman. In verschillende Australische media zijn de gebeurtenissen omschreven als een moderne versie van de Gestolen Generaties, de praktijk waarbij voornamelijk in de eerste helft van de twintigste eeuw kinderen uit Aboriginal- of gemengde gezinnen werden geplaatst en bij blanke ouders of in weeshuizen werden ondergebracht.
Critici zien een directe lijn van uithuisplaatsingen als die in Lightning Ridge naar de motivatie van vroegere Australische regeringen om Aboriginal-kinderen uit hun ‘barbaarse’ omgeving te halen. ‘Ze halen baby’s bij hun moeder vandaan omdat de manier waarop ze leven ze niet bevalt’, zegt gemeenschapswerker Vaughan Bryer in dagblad The Australian. ‘Dat is dezelfde reden waarom de vorige Gestolen Generaties werden weggehaald.’ Ook andere Aboriginal-organisaties zien in de huidige ijver over hygiëne en levensomstandigheden in Aboriginal-gemeenschappen het oude doel om halfbloedkinderen te ‘civiliseren’.
Niettemin zijn er weinig mensen die ontkennen dat deze onderwerpen om aandacht schreeuwen. Statistieken geven een consistent somber beeld van Aboriginal-Australiërs als het gaat om levensverwachting, drugsverslaving en deelname aan geweldsdelicten. Maar de aanpak ervan verhit de gemoederen enorm. Vorige maand nog trad een Aboriginal-minister uit Northern Territory (NT), de deelstaat met het hoogste percentage Aborigines, af uit onvrede over het gevoerde beleid ten aanzien van de Aboriginal-bevolking. In Northern Territory wordt sinds 2007 een grootschalig interventieprogramma uitgevoerd in Aboriginal-gemeenschappen met als doel schooluitval, werkloosheid en armoede terug te dringen. Die interventie volgde op een schokkend rapport over wijdverbreid kindermisbruik in de Aboriginal-gemeenschappen, hoewel prominente tegenstanders van de interventie het rapport classificeerden als broddelwerk. Inmiddels lijkt geen van de doelen te worden gehaald en de deelstaatregering moest onlangs toegeven dat het budget voor de bouw en renovatie van Aboriginal-woningen al grotendeels was opgegaan aan consultants en onderzoek, nog voor er met bouwen is begonnen.
Op nationale schaal maken kinderen van Aboriginal-origine een kwart uit van alle pleegkinderen, terwijl ze minder dan 4,5 procent van de bevolking vormen. Voor gezinnen als die in Lightning Ridge leidt dat tot het cynische beeld dat de autoriteiten die de omstandigheden in de Aboriginal-gemeenschappen niet kunnen verbeteren diezelfde omstandigheden gebruiken als excuus om kinderen weg te halen. In die optiek is er de afgelopen eeuw weinig veranderd.
STEF SPRONCK

Witwas in uitvoering
Tallinn – Het donkere casino in het winkelcentrum nabij de haven van Tallinn biedt een lege aanblik. Het personeel hangt verveeld rond. De Finse toeristen, beladen met dozen bier en wodka, keuren het Olympic Casino geen blik waardig en haasten zich richting veerboot. Nee, klanten zijn er die dag nog niet geweest, zegt de gastvrouw. Zelfs de laaggeprijsde alcoholische versnaperingen en het gratis draadloos internet trekken geen klandizie. Ze mag het eigenlijk niet zeggen, maar ze vraagt zich af hoe lang de vestiging nog open zal blijven.
Een goede vraag. Estland verkeert in een diepe economische crisis – volgens de Eesti Pank (Centrale Bank) zou de krimp van de economie dit jaar kunnen oplopen tot meer dan vijftien procent – en dat hebben de ontelbare casino’s in het land intussen mogen merken. Is Estland in het verleden wel eens aangeduid als een ‘Macau aan de Oostzee’, nu sluit het ene na het andere casino de deuren. Het naburige Finland wordt dan wel minder hard getroffen door de crisis, maar de duizenden Finnen die Tallinn wekelijks overspoelen, besteden hun geld liever aan drank en goedkope medicijnen.
Alleen al in het eerste kwartaal van 2009 gingen meer dan 25 gokhuizen over de kop. Een woordvoerder van Olympic Casino, de grootste gokketen van het land (die ook actief is in Letland, Litouwen en Oekraïne), wil weinig loslaten, maar geeft toe dat een derde van de filialen met sluiting wordt bedreigd. En dat terwijl eigenaar Armin Karu, de rijkste inwoner van Estland (eind 2007 probeerden twee onverlaten zijn dochter Ines te ontvoeren), vorig jaar nog wilde plannen had om zich op de Amerikaanse markt te begeven.
De speelholen die nog open zijn, hebben bovendien te kampen met belastingschulden. Casino’s zijn dan wel private ondernemingen in vrijemarkt-walhalla Estland, de overheid roomt een vaste belasting op de goktafels en -machines af. Ze wil die heffing nu verder verhogen, aangezien ze verlegen zit om inkomsten. De gelden die de casino’s afdragen worden onder meer gebruikt voor de financiering van het Culturele Hoofdstad 2011-evenement. Een bijkomstig probleem is dat de casino’s in Tallinn de laatste maanden worden geteisterd door roofovervallen. Dat heeft mogelijk ook tot lagere bezoekerstallen en verdere omzetderving geleid.
De casino’s genieten onder de in Estland woonachtige expats overigens geen bijster goede reputatie. Feit is inderdaad dat er vaak al ’s morgens vroeg iets te veel fonkelnieuwe Mercedessen, Chryslers, SUV’s en Hummers voor de deuren stonden geparkeerd. Witwaswerkzaamheden in uitvoering? Die zullen voortaan elders moeten worden verricht.
JEROEN BULT

Leve de sanseveria
Londen – De oudste potplant van de wereld, een Zuid-Afrikaanse palmvaren, heeft onlangs een nieuwe pot gekregen in de Londense Kew Gardens. Na 234 jaar te hebben gegroeid was hij te klein geworden. Het deed denken aan Gracie Fields, die in 1938 zong over The Biggest Aspidistra in the World, die zijn pot ontgroeide en moest worden gewaterd door de plaatselijke brandweer. Een komisch liedje want de sanseveria, de Nederlandse benaming van de aspidistria, ook wel vrouwen- of wijventongen genoemd, stond toen al bekend als een onverwoestbare, kleinburgerlijke kamerplant, vooral populair in het Victoriaanse Engeland.
Tot dit beeld had George Orwell een paar jaar eerder bijgedragen met Keep the Aspidistra Flying, geschreven tijdens een deprimerende periode waarin hij woonde op Parliament Hill in Hampstead. De roman gaat over de jongeman Gordon Comstock (‘a pretty bloody name’) die uit onvrede met de wereld van de commercie zijn baan als tekstschrijver verruilt voor een bestaan als arme dichter en hulpje in een antiquariaat. Dankzij een bevriende uitgever, een salonsocialist, weet hij een onverkoopbare dichtbundel te publiceren. Het symbool voor de kleinburgerlijkheid waar Comstock tegen vecht is de sanseveria, de plant die op duizenden vensterbanken tussen de Engelsen en een revolutie staat. Deze Engelse versie van de geranium staat zelfs in de mistroostige kamers die hij huurt van hinderlijk nieuwsgierige hospita’s. Diverse pogingen tot assisted suicide – wijn in de pot gieten, sigaretten op de bladeren uitdrukken – mislukken. Op een dag lijkt er een einde aan Comstocks schrale bestaan te komen als er vanuit Californië een cheque van tien pond arriveert, een vergoeding voor de plaatsing van een gedicht dat hij lang geleden heeft verstuurd. In plaats van de schulden aan zijn arme zus af te betalen en zijn persoonlijke situatie te verbeteren, neemt hij zijn vriendin en de uitgever mee voor een wilde uitgaansnacht. Uiteindelijk eindigt Gordon stomdronken en platzak in de politiecel, waar de bevriende uitgever zijn borg betaalt. Een Gordon die opeens veel geld bezit en alles op onverantwoordelijke wijze uitgeeft! Het zijn Animal Farm en 1984 die Orwell de naam gaven een vooruitziende schrijver te zijn, maar de historische parallel in Keep the Aspidistra Flying is te mooi om waar te wezen.
Als minister van Financiën kreeg een andere Gordon in 1997 een bloeiende economie in de schoot geworpen, wat hem ertoe verleidde om de overheidsuitgaven te verdubbelen. Zowel bij de overheid als bij de burger was de deugd van het oppotten ver te zoeken. De groei bleek grotendeels kunstmatig te zijn, gebaseerd op oninbare schulden. Als premier tracht hij de onvermijdelijke recessie nu te bestrijden door ‘investeringen’, oftewel het maken van nog meer schulden, en ‘quantitative easing’, wat in gewoon Engels geld drukken betekent. Nodig, echter, is een Victoriaanse prudentie. De bijbehorende sanseveria mag dan truttig zijn, hij is beter dan een kunstplant.
PATRICK VAN IJZENDOORN

Armageddon
Jeruzalem – De ramp is nabij want de helft van alle joden ter wereld trouwt met niet-joden en die assimilatie vormt een strategische en nationale bedreiging voor Israël en het jodendom. Dat is de boodschap van de woensdag door het Israëlische MASA gestarte blitz-campagne. MASA is een samenwerkingsverband van de Israëlische overheid en de Jewish Agency (de Israëlische immigratieorganisatie), dat met een budget van veertig miljoen dollar probeert om de band tussen Israël en de joden in de diaspora te intensiveren. Onder het motto ‘Ze gaan verloren’ roept MASA Israëliërs op om dwalende joodse zieltjes in het buitenland – die door goyiem tot verderfelijke huwelijken worden verleid – te redden. Campagneleider Motti Scharf vergelijkt de situatie met het watertekort in Israël: ‘Iedereen weet dat het een existentieel probleem is, maar het gevaar lijkt nog steeds niet tot het grote publiek door te dringen omdat het proces langzaam en niet dramatisch is.’
Een shocktherapie leek dus op z’n plaats. Oplossing bood een beangstigende videoclip die op alle Israëlische zenders werd uitgezonden en Russisch-, Frans- en Engelstalige posters toont van vermiste personen met joods klinkende namen als ‘Nathan Jacobs’ en ‘Josh Feldman’. ‘We verliezen ze!’ zegt een treurige vrouwenstem terwijl begrafenismuziek op de achtergrond klinkt. ‘Ken je joodse jongeren in het buitenland? Geef het aan ons door. Samen zullen we zijn of haar band met Israël versterken.’
De organisatoren van de campagne zijn dik tevreden. Een dag na de lancering regende het bij MASA telefoontjes van Israëliërs die buitenlandse joodse contacten meldden. De algemeen directeur van MASA, Ayelet Shiloh-Tamir, legt uit: ‘MASA heeft in haar vijfjarig bestaan al zo’n veertigduizend buitenlandse joden voor informatiecursussen naar Israël gebracht. De meesten trouwden daarna met joden, stuurden hun kinderen naar joodse scholen en sommigen emigreerden zelfs naar Israël.’
Niet iedereen is gelukkig met de campagne. ‘Het vergelijken van een gemengd huwelijk met assimilatie is een fundamentele fout’, zegt Ed Case, een deelnemer van de Amerikaanse Interfaith Family, een vereniging van echtgenoten uit gemengde huwelijken. ‘Vele joodse echtgenoten en kinderen uit gemengde huwelijken nemen actief deel aan het joodse leven. Dat aantal zou verdubbelen als ze (…) niet als een strategische bedreiging werden beschreven (…).’
Vragen over het nut van deze ronselcampagnes blijven liggen. Ligt de werkelijke strategische en nationale bedreiging voor een liberaal joods democratisch land niet veel meer in maatregelen die de persoonlijke vrijheid van joden overal ter wereld beperken om hun levenspartner te kiezen?
SIMONE KORKUS

Wie vermoordde Buback?
Berlijn – Op de ochtend van 7 april 1977 stond de blauwe Mercedes van procureur-generaal Siegfried Buback voor het rode stoplicht te wachten, toen een motor naast hem kwam staan. De bijrijder had een automatisch wapen. Buback zou even later op het gras langs de weg sterven aan zijn verwondingen. Ook zijn twee begeleiders werden doodgeschoten. Maar door wie? Die vraag is de laatste weken plotseling weer actueel met de arrestatie van de 57-jarige Verena Becker, voormalig lid van de Rote Armee Fraktion (RAF). Specialisten vonden eerder dit jaar DNA-sporen op de brief waarin de aanslag werd opgeëist, vermoedelijk van Verena Becker. Nadat afgelopen maand bij een politie-inval in haar huis aantekeningen en dagboeken waren buitgemaakt, werd ze gearresteerd. Niet voor het eerst: bij haar aanhouding in 1977 was al het wapen gevonden waarmee Buback vermoord werd. Toch zou niet zij, maar drie kameraden veroordeeld worden voor de moord op Buback. Becker moest wel brommen wegens andere RAF-acties, maar kreeg in 1989 gratie.
Daar zit volgens Bubacks zoon Michael een luchtje aan. Hij meent al jaren dat Becker de hand boven het hoofd wordt gehouden. Voor dat scenario is de afgelopen weken nieuw bewijs opgedoken. Voor het eerst gaf justitie openlijk toe dat Becker in de gevangenis jarenlang met de geheime dienst heeft gepraat.
Het kan nog wilder. Niet voor het eerst dit jaar blijken de Stasi-archieven licht ontvlambaar materiaal te bevatten over de West-Duitse geschiedenis. ‘Volgens betrouwbare informatie wordt B. (Verena Becker – red.) sinds 1972 door West-Duitse afweerorganen vanwege betrokkenheid bij terroristische groeperingen bewerkt, respectievelijk onder controle gehouden’, noteerde een Stasi-officier. Becker als informant van de West-Duitse geheime dienst. Dat zou betekenen dat de overheid vooraf wist van de aanslag op Buback. Een moord in opdracht van de staat? Dat lijkt niet waarschijnlijk. Aannemelijker is dat ook de Stasi wel eens een foutje maakte. Behalve deze ene notitie wijst niets erop dat Becker vóór 1981 samenwerkte met de veiligheidsdiensten. Dat betekent niet dat de zaak-Buback ruim dertig jaar na dato niet alsnog voor vuurwerk kan zorgen. De Duitse justitie lijkt te bezwijken onder de druk snel openheid van zaken te geven: wat heeft Becker precies verklaard tegenover de geheime dienst begin jaren tachtig? En wat is haar in ruil daarvoor beloofd?
Wat transparantie betreft kan justitie nog wat leren van de verdachte Becker. Ook na haar gesprekken met de geheime dienst is ze open kaart blijven spelen. De inmiddels ernstig zieke ex-anarchiste heeft zich de afgelopen jaren op de esoterie gestort. Ze deed daarbij aan ‘intuïtief schrijven’ – zonder na te denken de gedachten vrijelijk aan het papier toevertrouwen, om zo de diepere drijfveren te ontdekken. Becker probeerde op die manier in het reine te komen met haar gewelddadige verleden, ook met de aanslag op Buback. Van haar schrijfsels maken de autoriteiten nu dankbaar gebruik. Met als gevolg dat Beckers pad naar spirituele verlossing voorlopig eindigt in de gevangenis.
KOEN HAEGENS
Rampenbestrijding in Syrië
Damascus – Waar de ene humanitaire ramp goed is voor tv-avonden en tsunami’s aan westers hulpgeld, voltrekken andere zich in stilte. Een van de laatste soort doet zich voor in Syrië. Voor het derde achtereenvolgende jaar valt er nauwelijks regen in het noordoosten, de graanschuur van het land. Volgens de VN zijn veel kleine en middelgrote veehouders tachtig procent van hun dieren kwijt door gebrek aan grasland en voedsel. Dit jaar zien 150.000 boeren hun inkomen verdwijnen door mislukte oogsten. Het gevolg: een massale exodus uit het getroffen gebied. De afgelopen zes maanden is het aantal ontheemden verdubbeld en inmiddels dwalen zestigduizend berooide families – grote, Arabische families – rond door Syrië, op zoek naar een manier om het hoofd boven water te houden als tomatenplukker of onkruidwieder. Hulp aan deze ontheemden is er nauwelijks. De Syrische regering zit niet te wachten op honderdduizenden migrerende dagloners en hoopt ze terug te laten keren door hulp in het getroffen noordoosten te bieden. Maar ook die hulp laat te wensen over: de overheid zegt niet genoeg geld te hebben en de VN hebben vorig jaar maar vier van de gevraagde twintig miljoen dollar voor hulp aan de slachtoffers gekregen.
Een aantal partijen maakt er een puinhoop van. Ten eerste is er de gierigheid van de internationale gemeenschap als het om een niet zo zichtbare ramp gaat. Hoewel de Vluchtelingenorganisatie van de VN in Syrië ook een ernstig budgettekort heeft, zijn donorlanden nog altijd bereid om geld te geven voor de miljoen Iraakse vluchtelingen die Syrië – ruimhartig, het moet gezegd – in zijn samenleving heeft opgenomen sinds het begin van de Irak-oorlog. Als het gaat om een hongersnood die alleszins te voorspellen is maar nog niet gematerialiseerd, geeft men voorlopig niet thuis. Vier miljoen dollar in een jaar, 800.000 mensen.
Dan is er nog de Syrische overheid, met haar slechte landbouwbeleid en veel te late voedselhulp, die de interne migranten laat bungelen. En tot slot is er het eigenaardige optreden van de VN-organisaties in Syrië zelf. In augustus verscheen het complete plan om een langdurige hulpcampagne op te zetten voor de slachtoffers van de droogte in Syrië: het Syria Drought Response Plan. Er is 53 miljoen nodig – een vrij hopeloos verzoek, afgezet tegen de vier miljoen van vorig jaar. Verschillende VN-medewerkers wijten het gebrek aan fondsen off the record aan het ‘CNN-effect’, of het gebrek daaraan: het probleem krijgt geen media-aandacht. Ondertussen levert drie volle dagen rondbellen over deze zaak nul reacties on the record op. Niets. Nou ja, eentje dan, met kunst en vliegwerk. Het onderwerp ligt dermate gevoelig dat er slechts één woordvoerder in Syrië gemachtigd is de pers te woord te staan. En waar is die, uitgerekend als een VN-plan voor Oost-Syrië op tafel komt? Op vakantie.
REMCO ANDERSEN