In de wereld

In de wereld

Het hotel van Voltaire, Chopin en sjeik al-Thani
Parijs – Het verzet tegen de ophanden zijnde verbouwing van Hôtel Lambert begint serieuze vormen aan te nemen. Protesteerde eerst nog slechts een handjevol architecten tegen de moderniseringsplannen van sjeik Khalifa-al-Thani, inmiddels circuleert er een petitie waarop prominente namen prijken en ook de Poolse ambassadeur betrad het strijdperk.
Hôtel Lambert is een stadspaleis op het Île Saint-Louis. Voorzover ze niet sneuvelden in de nieuwbouwijver van Baron Haussmann vind je dergelijke hôtels particuliers in het 7e arrondissement, in de Marais en op het kleine eiland in de Seine. Hôtel Lambert werd tussen 1640-1644 ontworpen door de piepjonge architect Louis Le Vau. De wandschilderingen werden verzorgd door Charles le Brun. Het was ook Le Brun die de beroemde spiegelgalerij op de eerste etage verzorgde, waarvan de glinstering vanaf de Pont de Sully kan worden waargenomen. Zowel Le Vau als Le Brun zou later grote roem verwerven en beiden werden door Louis XIV gecommissioneerd voor Château de Versailles.
Hôtel Lambert kende niet minder befaamde bewoners: Voltaire had er lief, Georges Sand schreef er en Chopin componeerde er. Tot 2004 werd het bewoond door baron Alexis de Rédé, die er in de jaren vijftig een serie legendarische feesten organiseerde, zoals het Bal des Têtes (1956), waarbij de toen nog onbekende ontwerper Yves Saint Laurent zich mocht uitleven op de kapsels van de gasten.
Na enkele jaren leegstand werd het illustere stadspaleis verkocht aan Hamad Ben Khalifa-al-Thani, de broer van de emir van Qatar. Diens plannen om het dak en de schoorstenen in originele staat terug te brengen konden aanvankelijk rekenen op bijval. Maar het enthousiasme bekoelde toen de rest van de verbouwingsplannen openbaar werd gemaakt. Daarin wordt gerept van een extra lift, het slopen van het klassieke timmerwerk en badkamers voor elk van de ontelbare slaapkamers. Onder de tuin had de sjeik een parkeergarage voor vijf auto’s bedacht. ‘Zo kitscherig als een villa uit een James Bond-film’, zo oordeelde de architect en lid van de schoonheidscommissie Jean-François Cabestan afgelopen juni.
Maar de minister van Cultuur zette door en verleende toestemming voor de plannen. De Poolse ambassadeur liet het er niet bij zitten en schreef afgelopen week een brief waarin hij eraan herinnerde dat Hôtel Lambert tussen 1843 en 1875 eigendom was van Adam Czartoryski, de president van de Poolse nationale regering tijdens de opstand tegen de Russen (1830) en latere aanvoerder van de Poolse diaspora met als hoofdkwartier Hôtel Lambert. ‘Hoe durft de minister het historische belang van zo’n personage te vergeten?’
Inmiddels circuleert er ook een petitie met daarop de namen van tal van leden van de Académie Française. Zelfs de schrijver en oud-minister van Cultuur André Malraux werd erbij gehaald. ‘Wat zou Malraux ervan hebben gevonden dat een van zijn opvolgers toestemming geeft voor een autolift in het midden van de cour d’honneur’, vroeg kunsthistoricus Claude Mignot zich retorisch af.
MARIJN KRUK

Dystopia in de bioscoop
Johannesburg – Dinsdag filmdag. Dan kost een bioscoopkaartje de helft van de normale prijs. Twee dinsdagen, twee dystopische Zuid-Afrikaanse films. Eerst de verfilming van J.M. Coetzee’s Disgrace, daarna het bejubelde District 9. Twee films om je aan een pessimistisch wereldbeeld te laven.
In Disgrace is het vreemd genoeg hoofdrolspeler John Malkovich die het minst geloofwaardig overkomt als luie academicus en falende vader. Malkovich is net iets te theatraal en mist dat onbenoembare, eeltige Zuid-Afrikaanse dat zijn dochter in de film (Jessica Haines) wél heeft. Maar Disgrace blijft wel hangen, ook al hebben de makers het einde een positieve draai gegeven die in Coetzee’s boek ontbrak. Beelden uit de film dringen zich nog dagenlang op en voeden het hier immer aanwezige gevoel van onrust en spanning.
District 9 is andere koek, een low budget sf-actiefilm die zich afspeelt in de sloppen bij Soweto, terwijl een ruimteschip met panne boven Johannesburg hangt. District 9, gemaakt door de inmiddels in Canada woonachtige Zuid-Afrikaan Neill Blomkamp, is het verhaal van de bewoners van het ruimteschip, die vanwege hun uiterlijk door de Zuid-Afrikanen ‘garnalen’ worden genoemd. Ze zijn in een omheinde krottenwijk gestopt, maar moeten daar vanwege sociale onrust weg. In de nabijheid hebben zich ook Nigerianen gevestigd die de garnalen voorzien van kattenvoer en uit zijn op hun geavanceerde wapens.
Net als Disgrace heeft District 9 te veel tere punten om als entertainment te worden ervaren. De titel is een verwijzing naar het levendige, multiculturele District Six, de Kaapse wijk die in de jaren zestig op last van het apartheidsbewind plat werd gebulldozerd. De ‘garnalen’ refereren aan de ‘kakkerlakken’, de naam die Rwandese Hutu-extremisten kozen voor de Tutsi’s die moesten worden verdelgd. De hoofdpersoon van District 9 heet Wickus van der Merwe. In opdracht van het schimmige Multi-National United moet hij met zijn task force de garnalen op de hoogte stellen van hun gedwongen verhuizing. Wickus personifieert de naïeve blanke die tijdens de apartheid deed wat hij dacht dat goed was voor het land. Maar veel meer verwijst District 9 naar recentere gebeurtenissen: het xenofobische geweld tegen buitenlanders (hier ‘aliens’ genoemd), de typering van Nigerianen als gewelddadige drugshandelaars, de alomtegenwoordige, afzichtelijke, apocalyptisch ogende sloppenwijken rond de steden, de eensgezindheid van blank en zwart om de aliens naar verre oorden te verbannen, de afwezigheid van een krachtige overheid. Afgezien van de overdaad aan skop, skiet en donner is District 9 de verpakking voor een onthutsend pessimistische visie op de mensheid, die in haar defensieve, tot onrust gedoemde ‘wij’-en-‘zij’-denken volhardt.
De bioscooplichten gaan aan. We rijden door Johannesburg. In het donker schuifelen lijmsnuivers en daklozen. Pas thuis, achter het elektronische schuifhek en het ingenieuze alarmsysteem, lijkt het veilig. ‘Mijn toekomstvisie op de wereld is zoiets als Johannesburg’, zei Blomkamp in een interview.
FRED DE VRIES

Silence of the lamps
Londen – Op de dag van de parlementsverkiezingen van 1992 had The Sun het hoofd van oppositieleider Neil Kinnock afgebeeld als een gloeilamp. Daaronder stond de kop ‘If Kinnock wins today will the last person to leave Britain please turn out the lights’. Zeventien jaar later bleek deze voorpagina zo gek nog niet te zijn geweest, al is het de vraag of er na zoveel jaar Labour überhaupt nog licht brandt. Onlangs werd immers bekend dat het eiland te maken zal krijgen met grootschalige stroomstoringen. Een onsamenhangend energiebeleid is hier debet aan. Bovendien heeft de Europese Unie bepaald dat tegen 2015 alle kolencentrales dicht moeten zijn en hebben privatiseringen ertoe geleid dat de energievoorziening afhankelijk is van beursspeculanten.
De Engelsen kunnen alvast aan de duisternis wennen dankzij de invoering van de spaarlamp. Pleitbezorgers wijzen erop dat de zuinige lamp leidt tot een lagere elektriciteitsrekening en minder uitstoot van koolstofdioxide. Echter, er zijn nadelen. Het licht is zwak, steriel en ongezellig, waarmee het karakter van de moderne samenleving prima wordt gereflecteerd. Veel bestaande fittingen zijn ongeschikt en het duurt soms tien seconden eer een peertje opgewarmd is, tijd genoeg om over een slapende kat te kunnen struikelen. Een lezer van The Daily Telegraph vatte de verandering als volgt samen: ‘Spaarlampen zijn precies als onze regering: ze reageren laat, ze passen slecht en er komt gif vrij wanneer hun leven erop zit.’
Het verwisselen van lampen is bovendien geen eenvoudige zaak. Tijdens het declaratieschandaal speelde de Conservatieve politicus David Willetts een glansrol nadat was gebleken dat hij een nota van 115 pond had ingediend voor het vervangen van 25 gloeilampen. Dit was vermakelijk, aangezien Willetts, woordvoerder van vaardigheden en universiteitsbeleid, bekendstaat als ‘Two Brains’. Onlangs kwam het geniale Kamerlid in het nieuws nadat hij had geklaagd over het aantal omroepberichten in de South West-treinen. Gemiddeld klinkt er één bericht per minuut, waarin gepreekt wordt over de aanwezigheid van een bar, conducteur en veiligheidscamera’s, het belang van hygiënisch hoesten en het denken aan de persoonlijke eigendommen.
Tevens somt de luide stem na elke stop alle volgende haltes op, wat voor de slachtoffers van diverse onderwijshervormingen wel weer de enige kans is op topografie-onderwijs. Volgens South West-trains moet dit allemaal van ‘Europa’. Dit is uiteraard nonsens, want in geen trein op het vasteland is zo veel betuttelend gedrein te horen als in de 8.26 van London Waterloo naar Portsmouth, al proberen de NS hun achterstand in te halen. Het is een typisch voorbeeld van overijverig opvolgen van Brusselse richtlijnen. Ook met de spaarlampen wil Engeland het beste jongetje van de Europese klas zijn. De overheid heeft burgers namelijk verzocht om winkels die verboden gloeilampen verkopen aan te geven.
PATRICK VAN IJZENDOORN

Kroonprins Karim
Dakar – Onderzoeksjournalist Abdou Latif Coulibaly is er opnieuw in geslaagd om de familie Wade het leven zuur te maken. In 2003 kwam hij al met een onthullend boek over de corruptiepraktijken van president Abdoulaye Wade, in zijn net gepubliceerde laatste werk is zoonlief Karim het lijdend voorwerp. Wade junior, in de media steevast ‘Karim’ genoemd, was vier jaar lang voorzitter van het organisatiecomité van de Islamitische Conferentie die in 2008 in Dakar werd gehouden en ondernam in dat kader grootschalige bouwprojecten in de Senegalese hoofdstad. Dat hierbij het budget flink was overschreden werd al eerder duidelijk, maar Coulibaly maakt nu inzichtelijk waar een deel van dit geld is beland: in de zakken van de organisatoren. Voor de dynastieke ambities van Wade senior is het de volgende tegenvaller. Al vanaf zijn aantreden in 2000 probeert de bejaarde president zijn zoon opzichtig klaar te maken voor zijn opvolging. Voor zijn verrassende benoeming tot voorzitter van het eerder genoemde organisatiecomité in 2004 was Karim al aangesteld als Wade’s persoonlijke adviseur. Morrende critici gingen zich pas echt nadrukkelijk roeren toen Karim bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart van dit jaar opeens werd voorgedragen als burgemeester van Dakar, wat na het presidentschap zo’n beetje de belangrijkste functie in het land is. Daar komt bij dat Wade sr. eerder al zijn besluit had teruggedraaid om de presidentiële ambtstermijn te verkorten van zeven naar vijf jaar en zich had laten ontvallen dat hij het presidentschap in 2012 wil overdragen aan iemand ‘die dicht bij hem staat en die hij kan vertrouwen’.
Maar vader Wade heeft een nogal lastig probleem; het volk houdt niet van zijn zoon. Behalve zijn imago als rijkeluiskind werkt het ook niet in zijn voordeel dat hij slecht Wolof spreekt (de lingua franca van Senegal) en vrijwel zijn hele leven in Frankrijk heeft gewoond. Hoewel Karim net als Obama een zwarte vader en een blanke moeder heeft, wordt hij in Senegal (waar ze weglopen met de ‘zwarte’ Obama) beschouwd als een toubab, een blanke. De gemeenteraadsverkiezingen resulteerden dan ook in een smadelijke nederlaag voor de regeringspartij, waardoor Karim het burgemeesterschap kon vergeten. Ondanks dit debacle en het duidelijke signaal van het volk dook hij een maand later plotseling op in de regering. Karim werd benoemd tot ‘superminister’ van Internationale Samenwerking, Infrastructuur, Luchttransport en Stedelijke en Regionale Planning. Dit is het grootste mandaat dat een Senegalese minister ooit kreeg.
Veel Senegalezen zien met afgrijzen hoe hun democratie afbrokkelt en verandert in een dynastieke monarchie. Het vertrouwen in eerlijke verkiezingen in 2012 is gering en velen vrezen dat Wade sr. al eerder de macht overdraagt aan zijn zoon. De voorlopige afhandeling van de Coulibaly-affaire biedt daarbij weinig hoop: dit weekend werd bekend dat de tweede man van het islamitische organisatiecomité Abdoulaye Baldé is opgepakt wegens malversaties en verduistering van openbare gelden; Karim treft vooralsnog geen blaam.
TOM DE BOER

Ecosprookje
Berlijn – Twee weken voor de verkiezingen lijkt Duitsland op weg naar een stralend groene toekomst. Een indicatie is de forse groei van de groene partij in de urbane Bilderbuch-idylle Prenzlauerberg in het oosten van Berlijn, waar de cultureel correcte, Bionade drinkende neo-bourgeoisie, het urbane Grossbürgertum en de Besserverdiener in de voormalige arbeidersbuurt fors uitgeven in de biosupermarkten met namen als LPG, een knipoog naar de kolchozen in de DDR.
‘Het is een fout om Duitsland te vergelijken met de Latte Macchiato-Leute in Prenzlauerberg’, waarschuwt Guido Westerwelle, voorman van de Liberalen. Maar overal in de Bondsrepubliek is ‘groen’ aan een opmars bezig. Ook de andere politieke partijen in de Bondsdag, die in Duitsland de kleuren zwart, rood en geel dragen, proberen met een vleugje groen imago de mainstream te volgen.
De ‘rode’ SPD doet bijvoorbeeld volop mee om de groene revolutie te verkondigen. ‘Weg met de kernenergie’, roept hun 250 pond wegende milieuminister Sigmar Gabriel. Als minister-president van Nedersaksen liet hij Gorleben, de omstreden ondergrondse opslagplaats voor radioactief afval, gewoon open. Kort voor de electorale D-Day eist hij nu de sluiting.
De sociaal-democraten proberen alles om de hopeloze achterstand in de peilingen in te halen. Dus wordt de grüne Wende bijkans elke dag verkondigd. Op een voormalige militaire basis in de onherbergzame streek Lausitz opende minister Wolfgang Tiefensee (SPD) eind augustus vol trots het grootste zonnepanelenpark van Duitsland. Tegelijk wordt half Brandenburg onder een SPD-deelstaatregering volgebouwd met duizenden monstrueuze windmolens, betaald met miljarden euro’s subsidie. Het duurt niet lang meer tot de deelstaat meer windmolens heeft dan inwoners.
Maar ook de ‘zwarte’ conservatieve coalitiepartner CDU doet ijverig mee met de verkondiging van het groene evangelie. Elektro-auto’s, dat is de toekomst volgens fysica Angela Merkel, die kort voor haar herverkiezing vijfhonderd miljoen euro in technologisch onderzoek pompt. Binnen tien jaar moeten er een miljoen E-Mobiles de Autobahn op. De stroom voor deze wagens produceren de energiereuzen RWE en Vattenfall, verantwoordelijk voor enerzijds overgesubsidieerde steenkolen en anderzijds vervuilende bruinkolen en kerncentrales waar continu ‘bedrijfsongevalletjes’ plaatsvinden.
Veteranen Gerhard Schröder en Joschka Fischer lobbyen ondertussen driftig voor het ‘groene’ aardgas, dik betaald door respectievelijk Nord Stream en concurrent South Stream. Maar Merkel, die in een grauw verleden nog milieuminister was, heeft de overhand. Ze steunt kernenergie en de vervuilende Duitse energiebedrijven waar ze maar kan. Onlangs kwam dan het grootste konijn uit de hoge hoed. De oplossing van het Duitse energieprobleem ligt in de Sahara. Duitse bedrijven gaan daar massaal zonnepanelen bouwen, om de Heimat van ‘schone stroom’ te voorzien. Het einde van het eco-sprookje is nog niet in zicht.
ROB SAVELBERG
De diarree van de koning
Rabat – Opnieuw zijn Marokkaanse journalisten zuur. Nu niet omdat ze moppen publiceerden over het koningshuis of omdat ze een speech van de koning te kritisch becommentarieerden, evenmin omdat ze het waagden een opiniepeiling over de populariteit van de koning te publiceren – nee, deze keer raakten journalisten in de problemen omdat ze al te vrijelijk berichtten over een ziekte die de koning onder de leden had. Het Paleis had nota bene zelf een communiqué laten uitgaan dat Zijne Majesteit koning Mohammed VI behept was met een rotavirus-infectie, wat een herstelperiode van vijf dagen zou vereisen. In de volgende zin stond dat de gezondheidstoestand van Zijne Majesteit echter geen enkele reden tot zorg baarde. Dat was het. Het Paleis rekende er waarschijnlijk op dat de kranten deze twee regels min of meer letterlijk zouden overnemen.
Maar het Arabischtalige al Jarida al Oula (De Eerste Krant) zocht de boel wat uit, sprak met een arts, en schreef begin deze maand op de voorpagina dat de koning de rotavirus-infectie te danken zou hebben aan het gebruik van corticosteroïden tegen astma. Die corticosteroïden zouden er verantwoordelijk voor zijn, schreef de krant ook nog, dat Mohammed VI er de laatste tijd nogal opgeblazen uitzag. Ze zouden bovendien zijn immuunsysteem verzwakken en het rotavirus daarmee vrij spel geven.
Dat virus, waar tot voor kort maar weinig Marokkanen mee bekend waren, veroorzaakt overigens ernstige diarree. Twee weekbladen, al Ayyam (De Dagen), en al Michaâl (De Fakkel), besteedden eveneens ruim aandacht aan de uitzonderlijke tijding, immers, de afgelopen tien jaar werd nooit eerder iets van officiële zijde over de gezondheid van de monarch gemeld.
Een dag later werden de verslaggeefster en de directeur van De Eerste Krant telefonisch op het matje geroepen: of ze zich om negen uur ’s avonds (ruim na het verbreken van de vasten) op het hoofdkantoor van politie wilden melden. Beiden werden tot zes uur ’s ochtends ondervraagd, mochten toen naar huis, met het verzoek zich vier uur later weer te melden, om daarop nog eens veertig uur lang te worden ondervraagd, over hun persoonlijke leven, hun loopbaan als journalist, hun geheime bedoelingen met dergelijke artikelen – tweedracht en verscheurdheid zaaien in het koninkrijk? – en natuurlijk ook over de identiteit van de arts die als bron had gefungeerd. Maar die gaven de journalisten niet prijs.
Ze zijn inmiddels aangeklaagd, mét drie journalisten van genoemde weekbladen die een zelfde behandeling ondergingen, voor het verspreiden van ‘leugenachtige feiten en foutieve informatie zonder enige grond betreffende de gezondheidstoestand van Zijne Majesteit’, en moeten deze maand voorkomen. Ze kunnen veroordeeld worden tot vijf jaar gevangenis.
KEES BEEKMANS