In de wereld

In de wereld

De tunneleconomie
Gaza – Het heeft even geduurd, maar een half jaar na Operatie Gegoten Lood wordt er op de Gazastrook weer druk gegraven en gebouwd; niet alleen bovengronds maar vooral ook ondergronds. Het tunnelseizoen is geopend, zo blijkt uit het zojuist uitgekomen rapport van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Palestinian Human Rights Monitoring Group (PHRMG).
Het tunnelverhaal is natuurlijk niet nieuw. Toen Israël en Egypte in 2007 na Hamas’ machtsovername de Gazastrook hermetisch afsloten en Israël de invoer van ruim vierduizend producten, voornamelijk voedsel en grondstoffen voor de industrie, verbood, zochten de Gazanen wanhopig een uitweg. Er ontstond een wildgroei van vaak amateuristische tunnels die het zuidelijke vluchtelingenkamp Rafah met het vrije Egypte verbonden. Niet alleen wapens maar ook benzine, rijst, medicijnen, lampen en zelfs viagra en bruiden werden op die manier het land in gesmokkeld. Door de zware bombardementen tijdens het Israëlische militair offensief werden de tunnels gedeeltelijk vernield en kwam de klad in die tunnelhandel.
Opmerkelijk is nu dat Hamas de tunnelbouw nieuw leven in wil blazen en de handel wil formaliseren, zodat het zelf ook een graantje kan meepikken. Dat de tunnels belangrijk zijn voor de Hamas-staat blijkt wel uit het feit dat momenteel een bijzondere parlementsvergadering uitsluitend is gewijd aan het voorstel tot oprichting van een tunnelministerie en de uitwerking van tunnelregels, zegt Bassem Eid, directeur van de PHRMG. Iedereen die een tunnel wil graven moet nu een speciale vergunning van de Hamas-overheid hebben. Die kost tweeduizend euro. Vervolgens moet iedere tunneleigenaar specificeren welke goederen worden binnengesmokkeld en twintig procent van de bruto waarde van de smokkelwaar wordt als importbelasting aan de Hamas-staat afgedragen.
Goed gesitueerde Palestijnen zien in de gestructureerde smokkel naar het volledig verarmde en werkloze Gaza een lucratieve handel. Na een initiële investering van tachtigduizend euro voor de bouw van de tunnel en afdracht van belasting bedraagt het gemiddelde rendement – afhankelijk van het type smokkelwaar – zo’n vijftien procent. Daar komt nog bij dat de tunnelbouw werk geeft aan duizenden Palestijnen die graven, smokkelen, kruipen, vervoeren en verhandelen.
Op het eerste gezicht zou je concluderen dat de tunnels goed zijn voor de economie van Gaza, de burgers en de Hamas-staat. Waarover hakketakt de PHRMG dan? Over het feit dat zo’n conclusie voorbijgaat aan de werkelijkheid van vandaag en morgen. De tunnelbouwers en -kruipers staan dagelijks bloot aan gevaar. Tunnels worden na ontdekking door het Israëlische leger opgeblazen en de gassen die vrijkomen in de benzinetunnels veroorzaken verstikking. De trieste gegevens van de PHRMG liegen er niet om. Er zijn al 112 doden gevallen, waarvan 43 in augustus, en 121 gewonden.
De Palestijnse burgerpolitie zit met de handen in het haar. Men heeft onvoldoende materieel en mankracht en beschikt over onvoldoende informatie over de locatie van de tunnels om mensen te redden. Bassem Eid: ‘De tunnels zullen nog vele mensenlevens eisen. Maar zolang er geen alternatief voor het beleg wordt geboden, blijven de burgers van Gaza tunnels graven om in hun levensbehoeften te voorzien. Ze hebben geen keus.’
SIMONE KORKUS

Schoonmaakbeurt
Londen – Terwijl de Fransen zich vergapen aan het schandaal omtrent ex-premier Dominique de Villepin vermaken de Engelsen zich weer eens met een tragikomedie. Middelpunt vormt procureur-generaal Patricia Scotland, die een illegale schoonmaakster in dienst bleek te hebben gehad om voor zes pond per uur haar twee miljoen kostende villa schoon te houden. Ze was vergeten de documenten van haar hulp onder de kopieermachine te leggen. Een van haar assistenten diende zijn ontslag in en adviseerde zijn bazin hetzelfde te doen. Ze weigerde en de machteloze Gordon Brown zag geen reden om dit kabinetslid te ontslaan.
Het ironische van de zaak is dat Scotland, die zich barones mag noemen, als staatssecretaris op Binnenlandse Zaken verantwoordelijk was voor de invoering van een wet tegen het werk verschaffen aan illegalen. Vijf jaar geleden had ze in een kamerdebat verklaard dat het te werk stellen van illegale immigranten ‘a very serious offence’ is. Afgelopen week sloeg ze een heel andere toon aan: ‘Het is net zoiets als Londen in te rijden zonder de tolheffing te betalen.’ Omdat ze niet wist dat de schoonmaakster illegaal in Engeland verbleef, werd de zaak civielrechtelijk afgedaan met een boete van vijfduizend pond. Ze was het eerste individu dat zo’n boete kreeg. Wellicht slaagt ze erin de boete te declareren. Er loopt immers nog een onderzoek tegen haar wegens vermeend misbruik van onkosten. Mogelijk heeft Scotland, getrouwd met een advocaat, 170.000 pond te veel ontvangen.
Bij de bevolking roept deze tragikomedie ondertussen de vraag op hoe deugdelijk een wet in elkaar zit wanneer zelfs de bedenker ervan, en bovendien de hoogste jurist van het land, moeite heeft deze te hanteren. Scotland is overigens niet de eerste Labour-minister met immigratieperikelen. Begin 2001 had Peter Mandelson, indertijd minister voor Noord-Ierse Aangelegenheden, geprobeerd een paspoort te regelen voor de Indiase zakenman Srichand Hinduja, die de Millennium Dome mede had gefinancierd. Voor de tweede keer binnen drie jaar verloor Mandelson zijn ministerschap. Drie jaar later misbruikte minister van Binnenlandse Zaken David Blunkett zijn positie door versneld een visum voor de nanny van zijn geliefde te regelen. Ook hij verloor zijn baan.
De andere hoofdpersoon in de affaire-Scotland, de 27-jarige schoonmaakster Loloahi Tapui uit Tonga, is na een door de marechaussee op overijverige wijze uitgevoerde arrestatie weer op borg vrijgelaten. Zij maakte van haar herwonnen vrijheid gebruik om haar verhaal voor een ton te verkopen aan de Mail on Sunday, waarin ze beweert dat Scotland de documenten amper heeft bekeken. De kans dat Scotland aan het einde van dit jaar nog minister is, wordt door gokkantoor William Hill laag ingeschat. Ontslag is echter geen ramp. Mandelson is tegenwoordig de machtigste politicus van het land.
PATRICK VAN IJZENDOORN

Berlusconi-watch 1:
Lang zal Silvio leven
Rome – Afgelopen dinsdag werd de Italiaanse premier Silvio Berlusconi 73 en het cadeau dat hij zichzelf heeft toebedacht is: basta met de publieke omroep. Of althans, met die enkeling die op een van de drie zenders van de Italiaanse publieke omroep RAI nog wel eens iets zegt of doet wat de premier niet zint.
Het gaat om nog maar een handjevol Mohikanen, bekend geworden op tv in andere tijden, toen de Italiaanse publieke omroep nog een afspiegeling was van de verschillende fracties binnen regering en oppositie. Zo staat het ook in de Italiaanse grondwet: de regering controleert de publieke omroep in samenspraak met de oppositie, en aan ieder zijn deel.
Dat kwam in de tijden van het CAF (christen-democraten, socialisten en communisten) dus neer op ieder een zender. RAI 3 was van de communisten en veruit de ‘stoutste’ zender, met echte satire, echt nieuws en echte journalistieke onderzoeksprogramma’s. RAI 3 was de Italiaanse VPRO, en uit die hoek komen ook de mensen met wie Berlusconi nu eens en voor altijd korte metten wil maken.
Het moet afgelopen zijn met Michele Santoro, gewoon een onderzoeksjournalist met gewoon een praatprogramma dat Annozero (Jaar Nul) heet. De grote bekendheid van Santoro maakte dat zijn eerste aflevering van het nieuwe seizoen nog wel de lucht in mocht, maar over de tweede gaat het parlement nu in debat. Is wat Santoro doet eigenlijk niet buiten de wet? Mag dat eigenlijk, openlijk de premier van je land bekritiseren? Is dat niet propaganda voor subversieve krachten die de maatschappij willen ontwrichten? En is het gerechtvaardigd dat dit alles geschiedt met kijk- en luistergeld van de belastingbetaler?
De tweede die erg moet oppassen is Serena Dandini met haar Parla con me (Praat met mij). Een zeer mild satirisch programma met gasten en sketches dat zo laat mogelijk op de avond wordt uitgezonden. Voor dit seizoen had Dandini een mini-soapje bedacht: Lost in WC, over twee meisjes die opgesloten zitten op de wc van de ambtswoning van de premier in afwachting van hun oproep om ‘naar de slaapkamer’ te komen. Vindt Berlusconi ook niet leuk, schijnt.
Uit voorzorg zitten sinds deze zomer twee zenders van de RAI alvast achter de decoder, wat het kijken toch lastiger maakt. Berlusconi’s eigen commerciële zenders daarentegen kun je zelfs op het lulligste tv’tje uit 1980 nog goed ontvangen. En de laatste zender van de RAI kan natuurlijk ook nog altijd achter de decoder.
Maar het mooiste zou zijn als het Italiaanse volk massaal gehoor zou geven aan de oproep van Berlusconi’s eigen krant Il Giornale: ‘Betaal uw kijk- en luistergeld niet meer!’ Met bijgesloten het opzeggingsformulier. Was getekend: uw premier.
ANNE BRANBERGEN

Middeleeuwse taferelen
Johannesburg – Iedere maandag komt de Pikitup-truck hier langs om het vuilnis op te halen, hetgeen gepaard gaat met schel gefluit, woest gesmijt en hels hondengeblaf. Maar voor het zo ver is arriveren de haveloze troepen die alle plastic vuilnisbakken op straat openen en leeghalen om te kijken of er nog iets van hun gading bij zit. Metaal, karton en wit papier zijn gewild.
Die huisvuilsnuffelaars hebben geen naam, maar als ‘schrapers’ maken zij deel uit van het groeiende leger sloebers dat door de economische recessie tot wanhoop is gedreven. Ze staan een treetje lager op de economische schaal dan de dagloners die je ’s ochtends vroeg op vaste straathoeken aantreft, hoopvol wachtend op een bakkie van een aannemer die die dag wat spierkracht nodig heeft. En ze staan weer iets hoger in aanzien dan de lijmsnuivers, de manke bedelaars bij de stoplichten of de lusteloze deurbellers.
De ‘schrapers’, meestal zwarte mannen, maar inmiddels ook al zwarte vrouwen, sjouwen door de straten met een platte metalen kar op vier wieltjes, die ze met een touw voortzeulen. Gaandeweg wordt de bak voller, om in sommige gevallen aan het eind van de dag amper nog zeulbaar te zijn.
Steeds meer zijn het er, en je voelt je erg ongemakkelijk als je hen bezig ziet. Een nieuwkomer vertelde me dat hij twee rand per kilo wit papier krijgt. Aan het eind van de dag houdt hij tussen de zestig en tachtig rand over, nog geen acht euro. Ik gaf hem mijn oud papier. ‘Heeft u ook een boterham of zo’, vroeg de man. Ik knikte, liep terug en haalde een stuk brood, een appel en een ananas uit de keuken. Verheugd maakte hij het pakketje open en begon te schrokken.
Maanden geleden, toen ik een schraper uitgeput tegen zijn karretje geleund zag staan, bood ik aan hem te helpen de stampvolle bak hellingopwaarts te duwen. Het was een kleine man gehuld in kleren die een vettige bruinzwarte glans hadden. Hij had een soort leren lap om zijn hoofd gebonden, die hem steun gaf als hij het touw om zijn voorhoofd bond om dan gekromd de kar voort te slepen. Het woord ‘middeleeuws’ kwam in me op. Gezamenlijk duwden we zijn kar twee blokken omhoog. Toen moest hij weer zitten om bij te komen. Ik vroeg waar hij uiteindelijk heen moest. ‘Naar het centrum’, antwoordde hij. Het centrum?! Hij knikte. Het was half zes ’s avonds. Zonder kar naar het centrum van het heuvelachtige Johannesburg lopen zou minstens anderhalf uur kosten. De rekensom hoe lang het met die loodzware kar zou duren, durfde ik niet te maken. ‘Sjoe’, zei ik. Ik verontschuldigde me en wenste de man sterkte. Hij knikte afwezig en stond moeizaam op.
FRED DE VRIES

Geen mening over heiligen
Rabat – Toen het Marokkaanse weekblad Telquel, in samenwerking met Le Monde, een opiniepeiling over koning Mohammed VI dreigde te publiceren, werd de oplage van het weekblad nog in de drukkerij vernietigd. Het Franse dagblad werd aan ’s lands grenzen tegengehouden. Dat was begin augustus. Met die acties herinnerde het ministerie van Binnenlandse Zaken de pers er nog maar eens aan dat men deze koning niet aan opiniepeilingen onderwerpt, ongeveer volgens de redenering dat men moslims ook niet vraagt of ze Allah een geschikte peer vinden, een ‘mening’ immers die er helemaal niet toe doet. Het goddelijke gaat het menselijke ver te boven. Iets vergelijkbaars geldt de Marokkaanse soeverein.
Maar ik schreef indertijd nauwelijks over de inhoud van de peiling, en dat is een omissie. Tenslotte zijn opiniepeilingen over de populariteit van het staatshoofd, anders dan in westerse democratieën waar ze je neus uitkomen, in Arabische autocratieën behoorlijk uniek.
Arabische autocratie? Ik noteerde in augustus al dat nota bene 91 procent van de Marokkanen zich tevreden tot zeer tevreden toonde met hun koning, en als dat de angel al niet uit het autocratische haalt: bijna de helft van de Marokkanen blijkt het bewind van de koning helemaal niet als autocratisch maar juist als democratisch te beschouwen. De meerderheid der Marokkanen vindt autoritair bovendien helemaal geen vies woord. Heel goed dat M6 autoritair is! Beter dan dat die corrupte politici het voor het zeggen zouden krijgen, zakkenvullers die alleen maar aan hun eigenbelang denken. Een eeuwenoude traditie als de bey’a stoort de Marokkaan dan ook geenszins. De bey’a is een ritueel waarbij men zich onderwerpt aan de koning, hem met het hoofd gebogen nadert en hem de hand kust, een ritueel dat een hele stoet ministers en hoogwaardigheidsbekleders ieder jaar opnieuw op de Dag van de Troon gedwongen moet ondergaan.
Een zekere reserve drukken de Marokkanen wel uit met betrekking tot het bestrijden van de armoede, een van de speerpunten van des konings politiek. Dat is toch eigenlijk niet echt gelukt, vindt een derde van de Marokkanen. Het is zelfs erger geworden, vindt nog een derde.
Stevige kritiek op de koning is er alleen met betrekking tot zijn ‘vrouwenpolitiek’. Mohammed VI liet vijf jaar geleden het familierecht moderniseren, zodat vrouwen nu veel ‘gelijker’ zijn en bijvoorbeeld ook een scheiding kunnen aanvragen. De helft van de Marokkanen echter – en die helft bestaat niet alleen uit mannen – vindt nu dat vrouwen veel te veel rechten hebben gekregen. Mannen hebben nog altijd meer rechten – dubbele erfenis, polygamie – en toch is maar zestien procent van mening dat de koning in zijn feministische politiek niet ver genoeg is gegaan.
KEES BEEKMANS

Wat nu met het raketschild?
Moskou – Eerder deze maand bliezen de Verenigde Staten het plan af om een raketschild in Polen en Tsjechië te bouwen. Het ding was te duur. Om Iran te temmen zeiden de Amerikanen betere trucs in huis te hebben. De Russen blij, natuurlijk. Het zou een inbreuk op hun militaire privacy zijn geweest, want het raketschild kon ook Russische raketten neutraliseren. ‘Heel verstandig’, vond de Russische premier Poetin de gang van zaken.
Maar de onrust onder Oost-Europese bewindslieden en rechtse Amerikaanse politici was groot. Obama ging op zijn hoofd staan om te laten weten dat er géén sprake was van een ‘concessie’ aan Rusland. Maar dat is het op korte termijn wel: het alternatief, een radar ergens in de buurt van Iran, kost minstens zo veel. En je moet nooit concessies doen aan een dictator, was de teneur onder critici: dan is het einde zoek. Voor de zoveelste keer werden halve en hele vergelijkingen getrokken met het Verdrag van München uit 1938. Chamberlain boog voor Hitler, Obama voor Poetin!
Als ergens dit anti-Russische sentiment gedeeld wordt, dan in Nederland, zo bleek uit een opiniepeiling die deze maand verscheen (www.transatlantictrends.org). Méér dan de Polen en de Tsjechen vinden de Nederlanders dat de Navo de buren van Rusland moet beschermen; dat Europa onafhankelijk van Russische energie moet worden; dat de democratie in Rusland bergafwaarts gaat. Waarom Nederlanders zo uitgesproken anti-Russisch zijn, blijft wat raadselachtig. Misschien omdat rond de enquête net de Nederlandse echtgenote van de president van Georgië – land in oorlog met Rusland – vaak op televisie was? De bevolking in Oost-Europa zelf was in ieder geval een stuk sceptischer over het nut van het Amerikaanse raketschild. De Poolse of Tsjechische man in de straat ziet liever dat ook een beetje wordt samengewerkt met de Russen. Niet zonder Navo, maar ook niet met de vuist op tafel.
Het is raar om over ‘München 1938’ te beginnen zodra aan Rusland een concessie wordt gedaan. Chamberlain moest als gevolg van ‘München’ het veld ruimen voor de vechtlustige Churchill. En met de nazi’s liep het over het geheel genomen best slecht af. Ook voor slechteriken is ‘München’ een vervelend voorbeeld. Direct na Obama’s geste liet Rusland zich voor het eerst stevig uit over de Iraanse atoomplannen. Of die kleine stap vooruit zal helpen om de ayatollahs te laten stoppen met het bouwen aan atoombommen moet blijken. Maar zonder de Amerikaanse concessie hadden de Russen zeker niks gedaan. Ze voelen zich te veel de onderliggende partij om als eerste toezeggingen te doen. In de wereldpolitiek is het alternatief voor koppige confrontatie niet oorlog, maar sjacheren. Waar het Amerikaanse raketschild de komende jaren dan wél terechtkomt moet namelijk ook nog blijken – Georgië ligt in ieder geval lekker dicht bij Iran.
MENNO HURENKAMP