In de wereld

In de wereld

Rwanda kennisland
Kigali - Het op één na kleinste landje van Oost-Afrika heeft een bijzondere ambitie. Zijn voornamelijk op landbouw gestoelde economie wil promoveren tot kenniseconomie. Goed is niet goed genoeg voor Rwanda. Het land streeft ernaar het beste jongetje in de Oost-Afrikaanse ICT-klas te worden. Met mensen als belangrijkste kapitaal beoogt de voormalige Belgische kolonie de regionale economische grootmacht Kenia af te troeven, ja zelfs de concurrentie aan te gaan met opstomende dienstenleveranciers als India en Marokko.
Eens in de zoveel tijd roept de regering van oud-rebellenleider, thans president, Paul Kagame dat Rwanda tot kenniseconomie zal transformeren. Een nieuw moment om zijn visie te ontvouwen kwam onlangs toen de regio eindelijk aansluiting vond op het onderzeese glasvezelnetwerk. De Seacom-kabel werd bij de Keniaanse havenstad Mombasa het continent in geplugd; glasvezelkabels over land zullen de Afrikanen vervolgens verbinden met de digitale snelweg, waarover je in elk geval harder dan 25 kilometer per uur kunt rijden.
Bloed, zweet en tranen worden vergoten om dat regionale netwerk uit te rollen. Kenia loopt in de regio voorop. Als in de hoofdstad Nairobi straat of berm openligt is de kans aanzienlijk dat een kabelboer glasvezel aan het zaaien is. In onherbergzame gebieden in de smoorhete zon hakken dagloners geulen in het kalksteen, uitzichtloze kilometers lang. De kabel komt eraan! Het valt niet uit te sluiten dat er door uitputting doden vallen bij deze infrastructurele exercitie.
Oeganda, Tanzania, Burundi en ook Rwanda lopen er nog een beetje achteraan, maar ook daar zal het niet vreselijk lang meer duren of steeds meer mensen zullen de vruchten plukken van snel internet. Dat schept nieuwe kansen. Naar verwachting zal vooral in de innovatieve sfeer de bedrijvigheid zienderogen toenemen. En dat Rwanda hierbij rooskleurige toekomstvisioenen krijgt valt alleen maar toe te juichen. Het land wil na de zwaar traumatische genocide (1994) zo graag vooruit kijken. Dan moet je de mensen iets geven, begrijpt ook president Kagame.
Het vereist zeker de nodige fantasie om in de op de Rwandese mille collines schoffelende boertjes de kenniswerkers van straks te zien. Maar fantasie is een vehikel voor mogelijkheden. Repressie niet.
Nog altijd is persvrijheid een illusie in het Rwanda van Kagame, kritische journalisten moeten vrezen voor vervolging, de geheime dienst is oppermachtig en eerlijke rechtspraak absent. Onder de bevolking creëert dat paranoia van het zuiverste soort. Niet een bijster vruchtbare voedingsbodem voor een opbloeiende kenniseconomie waarin creativiteit, durf en innovatie hoogtij vieren. Zolang aan die toestand geen einde komt valt Kagame’s toekomstvisie om van Rwanda een swingende kenniseconomie te maken helaas niet erg serieus te nemen.
ROMAN BAATENBURG DE JONG

De ex-harigste vrouwen
der aarde
Berlijn – Eindelijk ontharen ook Duitse vrouwen en mannen zich. Scheren, waxen, laseren, iedereen doet het tegenwoordig, 81 procent van de jonge vrouwen en 32 procent van de mannen, als je een onderzoek van de Universiteit van Leipzig mag geloven. Je ziet het onder de douche bij het sporten, op de FKK-stranden aan de Oostzee en op de naturistenweitjes in Tiergarten midden in Berlijn, waar managers en secretaresses van de nabije Potsdamer Platz in hun lunchpauzes schaamteloos met hun persoonlijke Körperkult paraderen. Op een steenworp afstand van het presidentiële paleis Bellevue is bloot en onbehaard heel gewoon.
Vooral de Germaanse vrouwen stonden jarenlang bekend en waren ook berucht vanwege hun beharing. De nazi’s eisten ‘een natuurlijke vrouw’. Vrouwen schoren zich nergens meer, tot verbijstering van Amerikaanse soldaten, die als bezetters op het einde van de Tweede Wereldoorlog in het westen van Duitsland neerstreken, en het ‘bos onder de oksels’ maar niets vonden. Ook in het socialistische wereldbeeld mocht moeder natuur bij de vrouw haar vrije gang gaan, blijkt dezer dagen uit talrijke fotoboekjes met schunnige titels als Nackt in der DDR.
De Teutoonse trend tot wildgroei bestond decennialang. Toen de eerste vrouwen naar het scheermesje grepen, kregen ze een storm van kritiek te verduren. De feministen benadrukten vanaf de hippietijd de natuurlijke harigheid. De Germaanse dame gold als de meest behaarde vrouw op aarde, als de laatste der Mohikanen, die zich hevig verzette tegen de dominantie van het mannelijke schoonheidsideaal, tegen de dictatuur van bikinilijnen.
Nu is alles anders. Duitse vrouwen gaan gewillig mee in de mondiale trend van het militante epileren, geconstrueerd door de pornoboeren en de hygiënefanatici. Er zijn al 4500 cosmeticastudio’s die ‘Braziliaans waxen’ aanbieden; in de acht filialen van Wax and the City lopen zestig klanten elke dag in en uit. ‘Hollywood cut’ (volledig kale venusheuvel, zoals bij rolmodel Paris Hilton te zien is bij het verlaten van taxi’s) en ‘Brazilian landing strip’ (een streepje, of Autobahn, zoals de Duitsers zeggen) voor de meisjes, bij mannen verdwijnen de haren tussen billen, op de borst en op de rug.
Feministische bladen als Emma slaan nu alarm. Ze vinden dat de zwaar bestreden erfenis van het feminisme verkwanseld wordt: ‘De kindervagina’s van volwassen vrouwen toont de door onmenselijke producten gedomineerde Zeitgeist.’ Ook toonaangevende tijdschriften als Der Spiegel en Stern zetten de afgelopen weken paginalange vraagtekens bij de ontwikkeling. Zelfs Charlotte Roche, de Duitse vrouw die met het schunnige boekje Feuchtgebiete wereldberoemd werd, wil er niets van weten.
The Times uit Londen daarentegen kon een schalks lachje niet onderdrukken en titelde: ‘The final Cut for the Hairy Fräuleins’.
ROB SAVELBERG

‘Australië is veilig’
Canberra – Een daling van het aantal buitenlandse studenten lijkt niet direct een nationale prioriteit van de hoogste orde. Maar in Australië is dat anders. De voorspelde daling van de jaarlijkse instroom van Indiërs naar Australische schoolbanken zorgt voor koortsachtige politieke activiteit en veel vliegverkeer: voor het eind van dit jaar zullen maar liefst acht ministers plus de premier India hebben aangedaan om de boodschap over te brengen dat Australië veilig is.
Wat is de kwestie? Australische universiteiten waarschuwen dat na enkele incidenten van racistisch geweld tegen Indiërs voor een flinke daling van het aantal Indiase inschrijvingen. Volgens studentenorganisatie Indian Students in Australia zijn veel Indiase studenten bang en zeggen ze aan het eind van het semester definitief terug naar huis te gaan. En dat snijdt diep in een van Australië’s meest lucratieve exportproducten: buitenlandse studenten dragen jaarlijks 18,5 miljard Australische dollar (ongeveer elf miljard euro) bij aan het onderwijs.
De eerste berichten over mishandelingen van Indiërs in Melbourne dateren al van mei, toen er opstootjes uitbraken tussen Indiase en Australische jongeren. ‘Het was geen herhaling van “Cronulla”, maar de reactie in de Engelstalige Indiase media was furieus’, zegt Seeba (31), oud-student in Melbourne. In Cronulla, een voorstad van Sydney, vonden in 2005 ware rassenrellen plaats: massale vechtpartijen na de vermeende discriminatie van een groep Libiërs door strandwachten.
Daar was veel opwinding over, maar na de incidenten tegen Indiërs waren de publieke reacties in Australië lauw. In tegenstelling tot India: daar werden de berichten breed uitgemeten en schiepen ze een beeld van Australië als een vrijzone voor geweld tegen (Aziatische) migranten. ‘Misschien was dit inderdaad “gewoon jeugdgeweld” zoals veel mensen denken’, zegt Seeba, ‘maar geef de Engelstalige Indiase elite eens ongelijk na alle verhalen van racisme en beledigingen in Australië. Veel Indiërs zijn razend en hebben het idee dat Indiase studenten in Australië tweederangs burgers zijn. Voor een paar duizend dollar meer stuurt de elite haar kinderen liever naar de Verenigde Staten of Groot-Brittannië.’
De meeste Australiërs wonden zich aanmerkelijk meer op over een aantal beroepsopleidingen met voornamelijk buitenlandse studenten. Onderwijsprivatiseringen en jarenlang gebrek aan toezicht hebben geleid tot een wildgroei van kleine onderwijsinstellingen. Vele daarvan bieden opleidingen die in de visumcategorie ‘schaarse beroepen’ vallen – en daarmee toegang tot een verblijfsvergunning. In de media verschenen berichten dat Indiase onderwijsbemiddelaars kookcursussen en kappersopleidingen aanprijzen als de kortste route naar Australisch staatsburgerschap. Om de verontwaardiging compleet te maken, kreeg een aantal van die opleidingen een vernietigend oordeel van de onderwijsinspectie.
‘We zijn hier om de kwaliteit van ons onderwijs te promoten, niet de visa die eraan verbonden zijn’, moest de Australische minister van Handel zich verdedigen tegen de binnenlandse kritiek tijdens een bezoek aan India. Zijn collega van Onderwijs deed ondertussen donaties aan een lokale Indiase ngo voor de aanschaf van schoolboeken en las een brief voor van een in Melbourne belaagde Indiër, die bedankte voor de warme reacties van ‘gewone Australiërs’.
STEF SPRONCK

Wie is de schrijver?
Tanger – ‘Paul Bowles sprak geen Arabisch.’ Het is Mohammed Mrabet die het zegt, en die het kan weten, want hij werkte jarenlang als manusje-van-alles voor de Amerikaanse schrijver die het grootste deel van zijn leven in Marokko woonde.
En dat is toch nieuws, literair nieuws, dat niet-spreken van het Marokkaans-Arabisch door Paul Bowles, want was hij niet de vertaler van Mohammed Choukri’s Hongerjaren, een keiharde roman over een straatarme Riffijnse jeugd, die decennialang in Marokko op de zwarte lijst stond? Wist Bowles dat boek zo niet voor een groot publiek te ontsluiten?
Jazeker. Alleen vertaalde de Amerikaan het dus niet in het Engels uit het Standaard-Arabisch, waarin het was geschreven, maar uit het Spaans.
Al pratend met Mohammed Mrabet begrijp ik dat het ongeveer zo moet zijn gegaan: Choukri en Bowles bogen zich samen over de tekst van Hongerjaren. Choukri vertaalde zijn eigen roman zin voor zin in het Spaans, dat hij goed sprak, en Bowles, die het Spaans ook uitstekend beheerste, maakte er Engels van.
Tahar Ben Jelloun, die in Frankrijk woont, heeft Hongerjaren ook vertaald, direct uit het Standaard-Arabisch. De Franse versie van Ben Jelloun, Le pain nu, vergelijken met de Engelse van Bowles, For Bread Alone, kan interessante verschillen aan het licht brengen. De arabist die de oorspronkelijke Arabische versie er ook nog naast kan leggen, zal vermoedelijk kunnen vaststellen hoezeer Ben Jelloun en Bowles, zo heel verschillende schrijvers, er hun eigen boek van hebben gemaakt.
Volgens Mrabet sprak Jane Bowles, de vrouw van Paul, wél goed Marokkaans-Arabisch. Maar Paul zelf dus niet. ‘Een paar woorden’, aldus Mrabet. De schrijver deed wel graag voorkomen alsof hij die taal goed beheerste, iets dat zijn toch al exotische imago vermoedelijk geen kwaad deed.
Zo belangrijk als Bowles niettemin voor Mohammed Choukri is geweest, zo belangrijk was hij ook voor Mohammed Mrabet, die praktisch analfabeet is maar toch een dozijn boeken op zijn naam heeft staan. Die boeken – verhalenbundels, romans – zijn door Mrabet op band ingesproken, en Paul werkte die banden uit. Ook hier was de voertaal Spaans.
Na de dood van Bowles in 1999 was er niemand meer om Mrabets verhalen nog op te schrijven. In zekere zin stierf hij mét de beroemde Amerikaanse schrijver. Hier en daar werd zelfs geopperd dat hij dood was, soms met datum van overlijden erbij. In Le Monde suggereerde Tahar Ben Jelloun dat Mrabet een uitvinding van Bowles is geweest.
Simon Pierre Hamelin, directeur van boekhandel alias cultureel centrum Colonnes in Tanger, schrijft die uitspraak toe aan jaloezie. Tenslotte is Mrabet internationaal een van Marokko’s bekendste ‘schrijvers’ – in Marokko zelf kennen maar weinig mensen hem. Hamelin nam onlangs Bowles’ plaats in en tekende de korte roman Manaraf uit de mond van Mrabet op. Ditmaal was de voertaal Frans. Manaraf wordt binnenkort uitgegeven door Nieuw Amsterdam. De Nederlandse vertaling is een primeur.
KEES BEEKMANS

Berlusconi-watch 3
Helden te paard
Rome – Rutger Hauer kan goed paardrijden. En dat komt mooi uit, want dat moet hij tijdens de tweeënhalf uur van Barbarossa heel veel doen. Een film die dertig miljoen kostte, en die in de Italiaanse pers lacherig is afgedaan als een pr-spot voor de Lega Nord, de politieke partij die het hardwerkende Noorden van Italië van de rest wil afsplitsen omdat het hele land feestviert van hun belastingcenten.
Hauer galoppeert over de vlaktes van Noord-Italië als Kaiser Friedrich von Hohenstaufen de Eerste (1122-1190), om die vermaledijde Lombardijnen eronder te krijgen. Dat lukt hem bijna, maar net niet, vanwege een dappere jongeling, ene Alberto da Giusano uit Milaan, die het verzet tegen de keizer organiseert. Hij is de grondlegger van de eerste Lega Lombarda, het grote voorbeeld van de huidige Lega Nord.
Eigenlijk had Lega Nord-leider Umberto Bossi de film vermoedelijk liever ‘Alberto’ willen noemen. Maar dat ging iets te ver, te meer daar de hele Alberto misschien nooit heeft bestaan.
Bossi is niet de regisseur van de film, maar wel bijna. Aan hem is het exorbitante budget te danken, samengesteld uit publieke gelden van de RAI (de Italiaanse publieke omroep) en regionale fondsen uit Milaan en omstreken. Premier Silvio Berlusconi heeft zijn politiek zwaar wegende steunpilaar Bossi rustig laten begaan. Je moet je coalitiepartners een pleziertje gunnen, en als Bossi nou blij wordt van dit heldenepos tussen feit en fictie, ach, laat hem dan.
Aan de andere kant was het ook weer niet zo dat Berlusconi in Barbarossa een potentiële hit zag, want dan had hij de film natuurlijk zelf uitgebracht bij zijn succesvolle productiemaatschappij Medusa. Bij Medusa kiezen ze feilloos voor de markt, ook als het een uitgesproken linkse film van een uitgesproken linkse regisseur betreft, zoals onlangs met Il grande sogno (‘De grote droom’) over de studentenopstanden van 1968.
Nee, laat Barbarossa maar lekker op kosten van de belastingbetaler gemaakt worden, heeft Berlusconi gedacht. En hij had weer eens gelijk, want het eerste weekeind was een zware teleurstelling (vierhonderdduizend euro en half lege zalen). Er komt nog een dvd en hij wordt volgend jaar nog een keer op de RAI uitgezonden, in de ‘langere’ versie, want die is er ook nog.
Naast Rutger Hauer is ook F. Murray Abraham – de duivelse Salieri uit Amadeus, waarvoor hij een Oscar kreeg – ingehuurd voor Barbarossa. Soms krijg je de indruk dat een acteur vooral goed in de camera moet kunnen kijken. Dapper en onverschrokken, afgewisseld met weemoedig en teder, in het geval van Hauer. Gemeen en hebberig, in het geval van F. Murray Abraham. Maakt niet uit waarom. Kijk nou maar gewoon in de camera, jongen, het script krijg je later wel te lezen.
ANNE BRANBERGEN
Nanny State
Londen – De politieagentes Leanna Shepherd en Lucy Jarrett hadden de ideale oplossing gevonden voor hun kinderoppasprobleem: wanneer de een werkte, paste de ander op haar dochter. Hun bazen hielden rekening met de werkschema’s, de kinderen vonden het geweldig. Tot er een ambtenaar van Ofsted bij Shepherd kwam. De onderwijswaakhond was getipt door een buurtbewoner en constateerde dat sprake was van een ‘illegal child minding business’. Wanneer de twee niet meteen ophielden, zouden ze worden vervolgd op basis van de Children’s Act 2006, waarin staat dat alleen familieleden zonder probleem kunnen oppassen. Ieder ander moet een opleiding hebben gevolgd.
De bemoeizucht van de overheid staat niet op zichzelf. Een paar maanden geleden zag Rosalind Figg uit Coventry lijdzaam toe hoe haar 86-jarige moeder nauwelijks aandacht en zorg kreeg in een verzorgingstehuis. Ze besloot haar dementerende moeder tegen de wil van de autoriteiten zelf te verzorgen. Op een dag kwam er busje met sociaal werkers en politieagenten langs die haar moeder meenamen. Ook een dominee uit Zuid-Oost-Londen heeft te maken gehad met de harde hand. Tijdens de Schools Book Week met het Monty Python-achtige thema ‘Lezen op ongebruikelijke plekken’ mochten zijn zoontjes een boek lezen op de schoorsteen. Een buurtbewoner belde de politie, die de vader arresteerde.
Deze ijver vormt de donkere kant van de Nanny State, de ambitie van de overheid om voor nationale kinderoppas te spelen. Kleuters moeten een ‘Nappy Curriculum’ volgen, bij stoplichten staan oversteekhandleidingen, burgers die op de openbare weg onkruid willen wieden hebben een ‘Street Operative License’ nodig, bedrijven is aangeraden om een ‘Tea Monitor’ aan te wijzen die het waterverbruik in de gaten houdt (een soort Gareth uit The Office) en Public Health Mentors moeten mensen wijzen op ongezond leefgedrag. Waar alle bewakingscamera’s doen denken aan 1984, daar begint de Britse betuttelstaat, waar Rouvoet zo van onder de indruk is, te lijken op Das Leben der Anderen.
Waar ingrijpen wél geboden is, zoals bij de gruweldood van Baby P., laten agenten, artsen en sociaal werkers het afweten, terwijl de overburen de gordijnen gesloten houden. Het falen van de autoriteiten had te maken met een gebrek aan compassie, gezond verstand en inschattingsvermogen. In plaats van te handelen aan de hand van ouderwetse waarden zijn de hulpverleners in de ban van modieuze theorieën als Solution Focused Therapy en discussiëren ze over het gebruik van titels ‘Mrs’ en ‘Ms’ op naambordjes. De Nursing and Midwifery Council heeft verplegend personeel bevolen om ‘consumenten’ niet meer aan te spreken met het informele ‘Love’, en dat terwijl liefde juist ontbreekt in de Nanny State met haar ‘outreach workers’, ‘lifestyle coaches’ en ‘community walk officers’.
PATRICK VAN IJZENDOORN