In de wereld

In de wereld

Hardhitters
New York – In 2004 verklaarde Karl Rove, meesterbrein achter de verkiezingsoverwinningen van George W. Bush, dat hij het land rijp achtte voor een permanente Republikeinse meerderheid. Maar al in 2006 verloren de Republikeinen hun meerderheid in de Senaat. In 2008 gingen ook het presidentschap en het Huis van Afgevaardigden naar de Democraten. Sindsdien is binnen de Republikeinse partij een aloude ideologische strijd opgelaaid: tussen de gematigde conservatieven en de ‘hardhitters’, de ideologen die hun gifpijlen richten op iedereen die zich niet schikt naar hun conservatieve ideeën. De afgelopen decennia hebben steeds de hardhitters de overhand gehad. De nieuwe politieke realiteit zet echter de deur weer open voor de meer gematigden in de partij.
Een voorproefje van deze strijd vond deze week plaats in het anderszins onbeduidende 23ste district van de staat New York. Daar kwam een Congreszetel beschikbaar toen president Obama de Republikein John McHugh tot staatssecretaris voor het leger benoemde. Het district heeft sinds 1871 geen Democraat meer naar het Huis van Afgevaardigden uitgezonden, maar stemde tijdens de laatste presidentsverkiezingen zowaar voor Obama. Reden voor het lokale Republikeinse partijbestuur om een gematigde kandidaat aan te wijzen, Dede Scozzafava. Het leek een verstandige keuze. Scozzafava kreeg de steun van voormalig Speaker of the House Newt Gingrich, nog altijd een gezaghebbende stem in de partij, en van het nationale partijbestuur. In de eerste peilingen leek Scozzafava de gedoodverfde winnaar van het District, met ruime voorsprong op de Democraat Bill Owen en Doug Hoffman, kandidaat van de zeer rechtse Conservative Party. Totdat de hardhitters in de partij zich gingen roeren. Eerst waren het bloggers, toen radio-talkshowhosts en toen kabelzender Fox News: Scozzafava bleek voor abortusrechten en het homohuwelijk en niet noodzakelijkerwijs voor belastingverlagingen. Kortom, Scozzafava was ‘geen echte conservatief’. Nationale figuren als Sarah Palin en Tim Pawlenty, beiden potentiële presidentskandidaten, evenals de Club for Growth en de Gun Owners of America, spraken vervolgens hun steun uit voor Hoffman, de meest rechtse kandidaat.
Daarmee was het pleit vrij snel beslecht. Drie weken later was Scozzafava haar voorsprong kwijt en gingen Hoffman en Owen nek aan nek. In de nieuwe situatie was Scozzafava opeens de derde kandidaat, die niet meer kon winnen maar door in de race te blijven wel de Democraat aan de zetel dreigde te helpen. Afgelopen zaterdag trok ze zich terug. Interne strijd voorlopig gestreden, zo lijkt het. Partijvoorzitter Steele beloofde Hoffman meteen alle beschikbare, dus ook financiële steun van de nationale partij. Al gauw volgden ook de leiders in het Huis en de Senaat. Newt Gingrich noemde het echter een problematische ontwikkeling: ‘Als nationale conservatieve leiders interveniëren elke keer dat een lokale kandidaat hen niet zint, dan wordt Obama straks herkozen en maken we Nancy Pelosi Speaker voor de rest van haar leven.’
MARS VAN GRUNSVEN

Alles moet weg
Londen – ‘Eerst verdwijnt het Georgiaanse tafelzilver. Vervolgens het mooie salonmeubilair. Daarna gaan de Canaletto’s de deur uit.’ Zo omschreef een melancholische Graaf van Stockton, oud-premier Harold Macmillan, de privatiseringen van partijgenote Thatcher. Dertig jaar later is Gordon Brown aanbeland bij de zolderkamer. De premier wil de Dartford Crossing, de koninklijke munt, het Engelse deel van de Kanaaltunnel, de studiefinanciering, de gokafdeling van de overheid en het uraniumverrijkingbedrijf Urenco verkopen om de enorme staatsschuld te verkleinen.
De kredietcrisis heeft het Verenigd Koninkrijk harder geraakt dan andere westerse landen. Dat komt enerzijds door de prominente rol van de financiële sector en anderzijds omdat Brown de onproductieve publieke sector flink heeft uitgebreid. Bovendien heeft de premier nagelaten om in goede tijden de structurele gebreken van de economie te repareren. Bang om nog meer kiezers van zich te vervreemden, dorst Brown niet te bezuinigen, zoals de pessimistisch gestemde Conservatieve Partij van plan is. Om die redenen is hij naar alternatieve manieren op zoek gegaan om snel wat geld op de balans te krijgen.
Verkopen van het tafelzilver is een beproefde tactiek van Brown. Zo dumpte hij eind jaren negentig een groot deel van de goudvoorraad tegen bodemprijzen op de wereldmarkt. Een andere manier om snel contanten te krijgen waren de private finance initiatives, in wezen lenen bij het bedrijfsleven om overheidsprojecten te financieren én buiten de boeken te houden. Zijn opvolgers krijgen de rekening. Ook zijn jongste plan duidt op kortzichtigheid. De reeds afbetaalde Dartford Crossing, een brug over de Theems ten oosten van Londen, maakt gestage winst en de Kanaaltunnel is een potentiële goudmijn. De Franse spoorwegen hebben al interesse getoond. Daarnaast is de jongste privatisering opmerkelijk nu duidelijk is geworden dat deze politiek funest is voor de gebruikers van de diensten. Vooral op de energiemarkt – waar Browns broer werkzaam is – bleek het een neoliberale dwaling te zijn. De opruimingsuitverkoop valt samen met een leegloop van zijn ‘kabinet van alle talenten’. Brown heeft zijn besluitvorming dusdanig geprivatiseerd dat veel van zijn medewerkers er genoeg van kregen. Opbouwende kritiek leidt in Browns Bunker tot ‘Nokia-momenten’: rondvliegende mobiele telefoons, printers en andere voorwerpen die zich binnen handbereik van de premier bevinden.
De chirurg Ara Darzi is gedesillusioneerd teruggekeerd naar de medische wereld; ex-werkgeversbaas Digby Jones ervoer zijn tijd als staatssecretaris als een vernederende ervaring; diplomaat Mark Malloch-Brown verkoos na enkele ruzies een functie bij het World Economic Reform; zakenman Stephen Carter voelde zich niet serieus genomen in zijn ondankbare rol als spindoctor, en inmiddels heeft zelfs Browns lievelingsbankier Shriti Vadera de zinkende strontschuit verlaten. Als het zo doorgaat blijft Brown in zijn eentje over op 10 Downing Street (nog niet te koop) om het licht uit te doen.
PATRICK VAN IJZENDOORN

Recht op boeken
Peking – Professor Feng Chongyi wil zijn boeken terug en stapt daarom naar het hooggerechtshof. Zeven stuks kocht hij in Hongkong. Die werden vervolgens aan de Chinese grens in beslag genomen. De index van in China verboden geschriften wordt voor het publiek geheim gehouden en daarmee is de douaneactie in strijd met de wet, betoogt de professor: ‘Als de bevolking niet mag weten wanneer ze de wet overtreedt, verliezen die wetten en reglementen ogenblikkelijk hun legitimiteit.’
Met dit soort eigenwijze burgeracties heeft Peking het moeilijk. Aan de ene kant beseft het leiderschap terdege dat het een te verwelkomen bewijs is van een ontwikkeling in de richting van een meer volwassen samenleving zoals Peking die inderdaad voor ogen staat. Voorbij platte dictatuur en op weg naar Volksrepubliek 2.0. Singapore min of meer. Aan de andere kant is juist dat het probleem. Met zijn openbare rechtsgang dwingt Feng de hand van ambtenaren en daar is Peking niet van gediend. ‘Het overheidsapparaat heeft niets te winnen met duidelijkheid en wel degelijk alles met vaagheid. Daarmee kan flexibel op situaties worden ingespeeld en kan men zich beroepen op reglementen die meteen kunnen worden aanpast omdat ze niet openbaar hoeven worden gemaakt’, zegt een Pekingse advocaat die het verstandig vindt met zijn naam uit de krant te blijven: ‘De overheid is speler en scheidsrechter tegelijk. Maar daar vestigen ze uiteraard niet graag de publieke aandacht op.’
Of Feng Chongyi veel kans maakt op succes valt te betwijfelen, maar helemaal hopeloos staat hij er misschien ook weer niet voor. Advocaat Zhu Yuantao bevond zich zeven jaar geleden in een zelfde situatie en tot verrassing van eenieder won hij aanvankelijk zelfs in hoger beroep. Maar twee maanden later herzag het gerechtshof die beslissing en sindsdien zit er geen rek meer in.
Ook volgens mediaspecialist professor Wei Yongzheng wordt het tijd dat de douane zich aan de regels houdt als China vooruitgang wil maken. ‘Beperkende maatregelen en de verboden artikelen dienen gedetailleerd te worden omschreven en dat moet publiek bekend worden gemaakt. Dat is een eis die duidelijk staat omschreven in de Chinese wet’, schrijft hij. ‘En als de wet iets niet expliciet verbiedt, dan hebben burgers gewoon recht te handelen.’
ANNE MEIJDAM

Berlusconi-watch 4
De ondergang van barones Diana
Rome – Maria Schneider in Last Tango in Paris, zo zag barones Diana Blefari Melazzi eruit. Zaterdagavond werd ze gevonden in haar cel in Rome, bungelend aan lakens. Ze was veertig. Tien dagen tevoren kreeg ze te horen dat haar levenslang tot in de hoogste graad, het hof van cassatie, was bevestigd.
De mooie barones Diana was – afdoende juridisch bewezen – een belangrijke spil van de nieuwe Rode Brigades, die, toen niemand in Italië er meer op bedacht was, nog twee gruwelijke moorden pleegden, in 1999 en 2002, op twee briljante regeringsadviseurs. Massimo d’Antona (1999) was specialist arbeidsrecht en jurist Marco Biagi (2002) was adviseur van het ministerie van Sociale Zaken en Arbeidsrecht. Beiden hadden zich ‘schuldig’ gemaakt aan een onvergeeflijke misdaad in de ogen van de Rode Brigades: redelijk overleg, of, in revolutionaire termen vertaald, ‘heulen met de vijand’.
De Rode Brigades zouden nooit iemand als premier Berlusconi vermoorden, want de vijand wordt gerespecteerd. Wie eraan gaan, zijn de schakels, de tussenpersonen, de mensen die de vertaalslag van linkse idealen naar rechtse realiteit proberen te maken. Veel liever zien de Rode Brigades een Berlusconi – het kwaad in zijn puurste vorm – dan een wolf in schaapskleren.
En Berlusconi gaat er weer vol tegenaan, na een kortstondige retraite wegens ‘roodvonk’, waarmee zijn kleinzoontje Alessandro (2) hem zou hebben besmet. ‘Ik stap niet op!’ luidt de strijdkreet. En: ‘Justitie kan mij nog honderd keer proberen te pakken, maar ik ga door!’
Barones Diana had er wat van kunnen leren.
ANNE BRANBERGEN

Weerbarstig sperma
Berlijn – ‘We zien elkaar in het Walhalla’, bezweren zijn extreem-rechtse kameraden in het condoleanceregister op internet. Tot die tijd wacht hen de nodige kopzorgen. Met Jürgen Rieger (1946-2009) is afgelopen week niet alleen een nationaal-socialistische advocaat, liefhebber van eugenetica en bestuurder van de rechts-extreme NPD gestorven. Het ‘sterke strijdershart’ dat volgens een verklaring van zijn partij tijdens een bestuursvergadering begon te haperen, behoorde ook toe aan de man die bruin Duitsland financierde. Rieger was een spin in het Duitse extreem-rechtse web. De Hamburgse jurist stond holocaustontkenners en gewelddadige neonazi’s bij in de rechtszaal. Vanaf de jaren zeventig speelde hij een leidende rol in obscure organisaties als de heidense ‘Artgemeinschaft’ en de ‘Vereniging voor biologische antropologie, eugenetica en gedragsonderzoek’. Als vertegenwoordiger van de radicaalste vleugel binnen de NPD schopte hij het tot vice-voorzitter.
De goedgevulde bankrekeningen waarover Rieger beschikte, zullen daarbij geen geringe rol hebben gespeeld. Hij heeft de partij in totaal een half miljoen euro geleend. In heel Duitsland en daarbuiten kocht hij grondstukken en gebouwen aan. Vele worden gebruikt als scholingscentra voor extreem-rechts. In een hal in Volkswagen-stad Wolfsburg plande Rieger een museum gewijd aan Kraft durch Freude, de reis- en vrijetijdsorganisatie van Hitler-Duitsland.
Riegers vermogen kwam naar eigen zeggen voort uit de handel in onroerend goed en erfenissen van rijke, oude nationaal-socialisten. Zo liet de Bremense nazi Wilhelm Tietjen hem ruim een miljoen euro na. Tietjen, ongewild kinderloos, wilde met zijn erfenis het onderzoek naar vruchtbaarheid bevorderen. Uiteraard met inachtneming van de rassenhygiëne. Zo diende een deel van zijn vermogen besteed te worden aan de oprichting van een Arische spermabank, met superieur genetisch materiaal.
De zorg om het nageslacht lag ook Rieger na aan het hart. In de jaren negentig verwierf hij een groot landgoed in het zuiden van Zweden. Middels advertenties poogde hij raszuivere Duitsers te overreden hier, in alle rust, te werken aan ‘Germaanse nakomelingen’. Maar de interesse viel tegen. En ook de intensieve fokkerij bleek lastiger dan gedacht. Zelfs de door het ‘Germaanse landcollectief’ bedreven biologische varkensfokkerij liep in het honderd, zo wist Der Spiegel jaren terug te melden in een artikel. De beesten deserteerden en lieten een spoor van vernieling na.
Hoe weerbarstig de eugenetische praktijk blijft, zelfs áls het nageslacht Teutoons en talrijk is, dreigt nu geheel extreem-rechts Duitsland te ondervinden. Jürgen Rieger laat vier kinderen na. De vraag die iedereen bezighoudt is of zij het geld van hun vader erven. Riegers strijdmakkers hopen van niet – het zou hun organisaties in grote financiële problemen kunnen brengen. Want of het nu ligt aan slechte genen of gebrekkige socialisatie, Riegels nageslacht lijkt diens politieke opvattingen niet te delen. Zo willen ze zijn stoffelijk overschot, om te verhinderen dat hun vaders graf een rechts pelgrimsoord wordt, verbranden of te water laten.
KOEN HAEGENS
Koninklijke intimidatie
Rabat – Herinnert de lezer zich het rotavirus nog? Het veroorzaakt ernstige diarree, in dit geval bij de Marokkaanse koning Mohammed VI, die een paar weken geleden met dat virus was behept. Het Paleis had dat laatste zelf gemeld in een persbericht, uiteraard zonder het over diarree te hebben. De kranten nu die dat persbericht hadden aangegrepen om eens flink over de ziekte van de koning uit te pakken, en bijvoorbeeld te schrijven dat des konings immuunsysteem mogelijk was verzwakt door het gebruik van corticosteroïden (omdat hij astma zou hebben), werden onmiddellijk aangeklaagd. Onlangs kwamen de vonnissen. De hoofdredacteur van al Michaal (De Fakkel) zit nu gevangen: hij kreeg een jaar cel. Twee van zijn journalisten kregen drie maanden. De hoofdredacteur van al Jarida al Oula (De Eerste Krant) kreeg een jaar voorwaardelijk.
Ander incident: dat van Khalid Gueddar. Die had een nog heel vriendelijke karikatuur getekend van een neef van de koning die ging trouwen, prins Moulay Ismaël. In Marokko echter onderwerpt men de koninklijke familie niet aan karikaturen. Gueddar kreeg vrijdag van de rechter drie jaar voorwaardelijk opgelegd. Hij moet ook 270.000 euro schadevergoeding betalen aan de sympathieke prins, die precies dat bedrag had geëist. De krant waarin de karikatuur werd gepubliceerd is van staatswege opgeheven. Een hele redactie brodeloos.
Volgens Jean-Francois Julliard van Reporters sans Frontièrs, die hier niet toevallig afgelopen week was, is er sinds de zomer sprake van ‘koninklijke intimidatie van de pers’. Julliard was gedwongen zijn persconferentie staand in de hal van een hotel in Casablanca te geven omdat voor de door hem gehuurde zaal plotseling en op het allerlaatste moment een ‘gemeentelijke vergunning’ nodig bleek te zijn. Julliard belde daarop Khalid Naciri, in de jaren zeventig nog links en marxist, nu minister van Communicatie en in die hoedanigheid de beul van al heel wat kranten. Deze Naciri moest Julliard voor een dergelijke vergunning helaas doorverwijzen naar ‘de autoriteiten van de stad Casablanca’. Boze tongen beweren dat de minister not amused was toen hij hoorde dat le plus beau pays du monde, zoals Marokkanen Marokko graag noemen, door de RSF op de 127ste plaats was gezet, qua persvrijheid. Van de 175 landen. Naciri heeft ook geweigerd RSF officieel te ontvangen.
De ngo heeft uitgerekend dat in de tien jaar dat M6 nu regeert journalisten 28 jaar celstraf en twee miljoen euro boete tegen zich hebben horen uitspreken. Julliard houdt de koning hier ‘indirect verantwoordelijk’ voor, aangezien die weigert een signaal af te geven waaruit blijkt dat hij de persvrijheid hoog in het vaandel heeft. Julliard: ‘In het begin had M6 het nog nodig te laten zien dat hij modern en progressief was. Nu niet meer.’
KEES BEEKMANS