In de Wereld

In de Wereld

Rockmessias
Johannesburg – De rockscene knetterde: de legendarische New Yorkse gitarist Richard Lloyd zou naar Johannesburg komen om daar de schromelijk onderschatte lokale band van Jim Neversink eindelijk de sound te geven die hij verdient. Lloyd was een van de twee gitaristen die de band Television eind jaren zeventig zijn unieke kwikzilveren geluid gaf en het debuutalbum Marquee Moon tot een klassieker maakte. Een Zuid-Afrikaanse zakenman/fan had nu 180.000 rand (15.000 euro) neergeteld voor Lloyd en de huur van de studio.
Dat Lloyd na twee albums met Television in de vergetelheid was geraakt, deed er even niet toe. Dat hij daarna jarenlang een junkiebestaan had geleid evenmin. Hij had tenslotte nog opwindend gitaarwerk geleverd voor een recente cd van Matthew Sweet. En waar het uiteindelijk om ging was dat hij Jim Neversink een internationaal geluid zou geven. Want dat is hier een eeuwig probleem: afgezien van Clout (van de hit Substitute) zijn Zuid-Afrikaanse pop- en rockmuzikanten er nooit in geslaagd buiten eigen land door te breken. Of je zou emigranten als Dave Matthews en Manfred Mann als Zuid-Afrikanen moeten zien. Dus kwam hij, op een vrijdag in maart, deze verlosser uit Manhattan, die in een interview had beloofd de Zuid-Afrikaanse melancholie van Jim Neversink een ‘New York edge’ te geven.
Het begon slecht. Lloyds bagage was zoekgeraakt. Maar de dag na zijn aankomst stond hij toch maar mooi in de Bellavista club in een louche uithoek van Johannesburg. Op de begane grond gaven Nigerianen zich luidkeels over aan hun lokale priester, op de derde verdieping bracht Jim Neversink voor een gehoor van vrienden, familie en fans zijn ‘loserbilly’ ten gehore. Het feit dat de bassiste onderweg bijna was gegijzeld mocht de pret niet drukken. Dat Lloyd slechts twee nummers meespeelde evenmin.
Maar Lloyd bleek niet de gehoopte messias. Sterker: de man bleek zo gek als een deur. Jaren van drugsmisbruik en een speurtocht naar het mystieke hebben zichtbaar hun tol geëist. Handenvol pillen, waaronder valium en antidepressiva, droegen niet bij tot verdere geestelijke stabiliteit. Lloyd trok zijn kleren uit in een shopping mall, lag in een restaurant op de grond om de aarde te zegenen, maande mensen om net als hij tegen de felle zon in te kijken om giftige tranen te maken. Ook wilde hij reageerbuisjes. Reageerbuisjes? vroeg zijn gastheer. Ja, zei Lloyd, om de tranen op te vangen die kwamen doordat Jim Neversink hem steeds liet huilen.
Twee weken waren ze in de studio. De 57-jarige Lloyd werd verliefd op de 24-jarige bassiste, gaf links en rechts een beuk en maakte iedereen stapelgek. Toen hij aan het eind van de trip op het vliegveld van Johannesburg werd afgezet, drukte hij zijn vinger tegen zijn lippen en verdween zonder iets te zeggen. Maar de opnamen zijn er. En het klinkt fraai.
FRED DE VRIES

Alain Bashung (1947-2009)
Parijs – ‘Franse rock is als Engelse wijn’, plaagde John Lennon ooit en wie kijkt naar een zanger als Johnny Halliday kan hem alleen maar gelijk geven. Le Johnny national is in Frankrijk nog steeds immens populair, maar hij is in wezen niet meer dan een slap aftreksel van de jaren-vijftigrockers die hij zo zorgvuldig kopieerde. Ook is het waar dat de melodieuze Franse taal zich niet eenvoudig leent voor het klassieke rockidioom.
Toch kent Frankrijk wel degelijk een traditie van serieuze rockartiesten. De op 14 maart overleden Alain Bashung was daar misschien wel het beste voorbeeld van. Hij combineerde het poëtische van het chanson met de meest rauwe aspecten van de rockcultuur. Daaraan voegde hij een melancholie en zwarte humor toe die teruggaan op de vijftiende-eeuwse dichter-vagebond François Villon.
Alain Baschung (de c verdween later) wordt in 1947 geboren in de Parijse voorstad Boulogne-Billancourt als zoon van een Bretonse fabrieksarbeidster en een Algerijnse vader, die hij nooit zou kennen. Na zijn geboorte trouwt zijn moeder met een bakker en de jonge Alain wordt ondergebracht bij de ouders van zijn nieuwe schoonvader in het stadje Wingersheim (Elzas).
Hij is er niet gelukkig. ‘Het was het meest bekrompen stukje Frankrijk: de cultuur van Picon-bier, een walm van het Vichy-regime en angst voor alles wat anders was’, zou hij later zeggen over de plek waar hij zijn jeugd doorbracht. Wél leert hij er de muziek van Kurt Weill kennen en via de Amerikaanse legerbases in de omgeving komt hij in aanraking met de rock-’n-roll van de jaren vijftig. Anders dan zijn leeftijdgenoot Halliday neemt hij echter niet Elvis Presley, maar de veel cynischere Buddy Holly als voorbeeld.
Alain Bashung richt een band op, maar pogingen om door te breken mislukken jammerlijk. Pas in 1980 heeft hij zijn eerste grote succes: met de single Gaby oh Gaby, een jaar later gevolgd door Vertige de l’amour. Dit is ook de tijd dat hij de legendarische zanger-componist Serge Gainsbourg leert kennen. ’s Nachts maken ze de cafés rond Montparnasse onveilig; overdag werken ze aan een album. Dat wordt Play Blessures (1982), een avant-gardistisch album dat door de Franse kritiek wordt neergesabeld.
Pas in de jaren negentig stapelen de successen zich op met onder andere Ma petite entreprise (1994) en La nuit je mens (1998) – nummers die overal gedraaid worden, van hippe Parijse cafés tot de provinciale bistro’s. Bleu Pétrole, het rijpe en doorleefde folkalbum dat Bashung afgelopen jaar uitbracht, levert hem de hoogste Franse muziekonderscheiding op.
In een verklaring sprak president Nicolas Sarkozy over het heengaan van ‘een prins, een groot poëet en geëngageerde zanger’. Ware woorden, maar erg waarachtig klonk het niet uit de mond van een verklaarde fan van Johnny Halliday.
MARIJN KRUK

Afrikaans verlangen
Nairobi – Keniaanse mannen hebben geen ijzersterke reputatie op het gebied van relaties. Onbetrouwbare types die weglopen van hun verantwoordelijkheden vind je overal ter wereld, maar in Kenia is het symptomatisch. Het percentage alleenstaande (jonge) moeders is schrikbarend hoog.
Moeten we de verklaring voor de bedenkelijke reputatie van Keniaanse mannen zoeken in het verschijnsel polygamie, dat nog altijd in zwang is bij vele volken in Afrika? Mogelijk. Deze praktijk zou ongebonden Kenianen kunnen inspireren om van de ene naar de andere vrouw te hoppen. Het zou daarentegen verkeerd zijn te denken dat veelwijverij in het hele land wordt geaccepteerd. Onlangs beschuldigde een prominent Keniaans ex-parlementslid president Mwai Kibaki ervan er een tweede vrouw op na te houden. Het staatshoofd vond het nodig om in een aparte persconferentie de aantijging te weerspreken. Gênant en irrelevant in de ogen van velen, maar veelzeggend voor de waarde die Kibaki hieraan zelf kennelijk hecht.
Polygamie biedt in elk geval geen voldoende verklaring voor de vraag waarom zoveel moeders single achterblijven. Zou de drang van Keniaanse mannen om nageslacht te verwekken eenvoudigweg groter zijn? Is hun seksuele lust groter? En hebben we dan te maken met een biologisch of cultureel bepaalde factor? De hardnekkige mare gaat dat Afrikanen forser geschapen zijn, zowel de mannen als de vrouwen. Ooit las ik dat dit komt doordat men vaker seks heeft. Een soort evolutionaire beloning voor actief gedrag dus. En met die grote delen moet je tenslotte wat… ziedaar de actio perpetuum!
Maar serieus: het relatief grote aantal alleenstaande moeders zou gezocht kunnen worden in de diepgewortelde opvatting dat de zorg voor nageslacht toch vooral een vrouwentaak is. De machoman is dan vrij om te doen wat hij wil. Die mentaliteit tekent ook de positie van de gehuwde vrouw in Kenia. Huiselijk geweld en verkrachting binnen het huwelijk zijn schering en inslag; het overkomt zelfs hoogopgeleide vrouwen. Als een vrouw wil scheiden of als haar echtgenoot overlijdt, heeft zij geen recht op een deel van de boedel of ander eigendom. Grond, een uiterst belangrijk bezit in Kenia, kan niet geërfd worden door vrouwen. De strekking is helder: de man is de baas.
De jonge alleenstaande moeder Sonya (23) vertelde me dat ze niets liever wilde dan nog een tweede kind. Maar dan wel bij de man met wie ze zou trouwen, een betrouwbare man, eentje met verantwoordelijkheidsgevoel. En 95 procent van de Keniaanse mannen heeft dat niet, voegde Sonya eraan toe. De reden dat er zoveel gemengde stelletjes zijn in Kenia – vrijwel altijd zwarte vrouw-blanke man – is beslist niet alleen geld. Ook Keniaanse vrouwen willen zekerheid, financieel maar zeker ook relationeel. Niet-Afrikanen hebben in hun ogen ook wat dat laatste betreft goede kaarten.
ROMAN BAATENBURG DE JONG

Orderonde
Rome – Op Valentijnsavond werd een vijftienjarig meisje in Rome door twee Roemenen verkracht. Haar vriendje werd in elkaar geslagen en beroofd. Het was de zoveelste gewelddadige verkrachting in korte tijd in Italië en voor veel Italianen is de maat vol. Ze voelen zich niet meer veilig op straat en nemen het heft in eigen handen.
‘Le ronde’ heten ze: de burgerpatrouilles die als paddestoelen uit de grond schieten. Rechtse partijen als de Lega Nord en Alleanza Nazionale, of de nóg rechtsere La Destra en Forza Nuova hebben orde en gezag in hun DNA zitten. Nu ze kans zien zelf voor politieagent te spelen, zijn de zogenaamd spontane burgerinitiatieven om de veiligheid op straat te verhogen wel aan hen besteed.
Barbara Cerussico patrouilleert samen met vriendinnen een avond in de week in haar wijk waar het jonge meisje werd verkracht. ‘Wij willen meer politie op straat, maar als dat niet kan, doen we het zelf wel’, zegt ze. De vrouwen rijden in de auto rond en als ze wat zien dat niet door de beugel kan, bellen ze de politie. De eerste avond was geen succes. Na twee uur rondrijden kon Cerussico haar eerste en enige telefoontje plegen om een dronkaard aan te geven.
Stefano Ambrosetti van La Destra noemt zijn patrouilles een provocatie: ‘Een drukmiddel om meer geld voor de ordediensten vrij te maken.’ Zijn ‘ronda’ gaat gekleed in fluorescerende jasjes en een pet van La Destra. Ze gaan doelgericht af op ‘tips’ die ze via Facebook binnenkrijgen, vaak zwervershutten of zigeunerkampen. ‘Als we denken dat het gevaarlijk is, weten we ons te verdedigen’, zegt Ambrosetti, zonder specifiek te zijn.
Daar zit hem het probleem. Het risico bestaat dat ongecontroleerde knokploegen, zwarthemden uit het fascistische verleden, ontstaan. Dat beseft ook de regering. Maar aangezien de grootste fans van deze patrouilles in het kabinet zitten, wil de regering een door de overheid georganiseerde burgerwacht. Gecoördineerd door de gemeente met de hulp van gepensioneerde agenten, carabinieri of soldaten.
De ordediensten zelf willen liever meer geld en mankracht. Ze komen al personeel tekort en moeten nu ook deze burgerpatrouilles in de gaten houden. Afgelopen weekend kwam het in Padua tot knokken tussen de groenhemden van de Lega Nord en antibetogers uit de kraakscene. In Piacenza eist de burgemeester dat de Lega Nord zelf de kosten betaalt van de tientallen agenten die extra uren draaiden om hún patrouille te controleren.
Overigens is het gevoel van onveiligheid van de Italianen niet geheel terecht. Volgens de statistieken is het aantal gewelddadige verkrachtingen in 2008 met bijna een kwart afgenomen in vergelijking met het jaar ervoor.
HEDWIG ZEEDIJK

Streefcijfers
Londen – Wie bekend is met The Kingdom van Lars von Trier kan bij benadering een indruk krijgen van wat er zich afgelopen jaren in het ziekenhuis van Stafford heeft afgespeeld. Een handel in hoofden was er weliswaar niet en in de kelder vonden geen vrijmetselaarsrituelen plaats, maar voor het overige was het een horrorsoap. Receptionisten stelden diagnoses, patiënten lagen in hun eigen bloed en het toedienen van medicatie was een Russische roulette. Tussen de vier- en twaalfhonderd mensen stierven onnodig.
Het schandaal kwam afgelopen week aan het licht na een onderzoek door artsen van het Imperial College in Londen. De ellende was begonnen toen de directie had besloten dat het ziekenhuis een zogeheten Foundation-status moest krijgen, die het gemakkelijker maakt om externe financiering los te peuteren. Daartoe moest er tien miljoen pond worden bezuinigd en worden voldaan aan streefcijfers van het ministerie. In de praktijk betekende dit een machtsgreep door accountants.
Tientallen personeelsleden werden op straat gezet, wat deel uitmaakte van een fixatie op productiecijfers. Waar Nederlandse politieagenten zich in een dergelijk systeem richten op onverlichte fietsers in plaats van op zware criminelen, daar verleenden de Staffordse medici voorrang aan simpele kwetsuren boven complicaties. Zo werd een man wiens elleboog bijkans uit het vel stak, pas na vier uur geholpen op de eerste hulp. Een pijnstiller kon er in de tussentijd niet vanaf. Een man bij wie een tumor was weggehaald, moest jaren wachten op een controleafspraak. Het was te laat.
Na enkele jaren kreeg het ziekenhuis de felbegeerde Foundation-status. Op papier was het een van de meest excellente ziekenhuizen in Engeland. Terwijl dorstige patiënten water dronken uit bloemenvazen, openden directieleden de champagneflessen. Uit lijfsbehoud durfde niemand van het personeel als klokkenluider op te treden. Boze nabestaanden werden van het medicijnkastje naar de muur gestuurd en de regionale tak van de ‘zorgwaakhond’ sliep.
Inmiddels is de directeur, Martin Yeates, met behoud van topsalaris op non-actief gesteld.
Deze schande belicht eens te meer het gevaar van de ‘targetcultuur’ die berust op de misvatting dat het werk van verplegers, artsen, onderwijzers, politieagenten en sociaal werkers op een kwantitatieve wijze kan worden beoordeeld. Albert Einstein wist al dat niet alles wat kan worden geteld telt, en niet alles dat telt kan worden geteld. Bovendien blijkt het tot manipulatie te leiden. Zes jaar geleden schreef de publicist en ex-gevangenispsychiater Theodore Dalrymple reeds hoe ziekenhuizen, met het oog op de streefcijfers, bijvoorbeeld het begrip ‘spoedgeval’ herdefiniëren.
Inmiddels begint de overheid te twijfelen aan de targetcultuur. Voor de slachtoffers van Stafford komt deze herbezinning te laat. Het ministerie van Volksgezondheid heeft een nieuwe kwaliteitscommissie benoemd, die zal worden geleid door, eh, de voormalige toezichthoudster van de regio Staffordshire. Haar geridderde voorganger is, ondanks het bloed aan zijn handen, baas geworden van de National Health Service.
PATRICK VAN IJZENDOORN